maandag 17 mei 2021

Wat komt hierna?

In het meest gelezen en oudste boek staat in Openbaring 21 samengevat: “Ik schep een nieuwe hemel en aarde waarin gerechtigheid woont en waarin geen dood of rouw meer zal zijn”. Ik ben in 1925 geboren, dus is het voor mij makkelijk te onthouden wat in het boek Job:19:25-26, dat 800 jaar geleden voor Christus geschreven werd: Ik weet dat mijn redder leeft en hij zal tenslotte op de aarde ingrijpen. Ik zal hem met eigen ogen zien.”  Zie ook Openbaring 21:3-5.

 

 

donderdag 13 mei 2021

Complotten

 

Bres         COMPLOTTEN

Bij één der gesprektafels op de televsie zat de bekende joodse presentator Paul Witteman aan. Hij presenteert nu het programma “Podium Witteman”, waarin hij klassieke muziekstukken laat horen en ze toelicht. Nu werd hem gevraagd zijn mening te geven over de huidige wereldsituatie die precair is met zijn pandemie, klimaatverstoring en oorlogsdreigingen, waarvoor men totnutoe vergeefs naar de oplossingen zoekt en complottheoriën veroorzaakt.

Hij zei, dat één der oorzaken was het groepsdenken, dat zich uit in de beschuldigingen van een volk, een ras en geaardheden. Hij hoefde als Jood niet eens de holocoast aan te halen, de poging van Hitler alle Joden uit te roeien, omdat ze door hun slinkse streken, gericht op wereldheerschappij, een gevaar voor de wereld vormden. Als één of een paar Joden iets verkeerd deden, dan werd gezegd dat alle Joden slecht waren en als dat ras niet meer zou bestaan, de weg naar een betere maatschapij open staan. Hitler was daarvan overtuigd en zou bij die uitroeiïng wel een handje helpen. Het vreselijke gevolg van die stelling is over de hele wereld bekend.  Paul stelde daar tegenover, dat niet een geheel volk of ras als schuldige kan worden aangemerkt, maar één of meer personen uit elk volk en ras schudig kan zijn.

Wij kennen nog de veel gehoorde stelling, dat de buitenlanders en vooral de Turken en de Marokkanen de schuld zijn van de slechte oestand van de maatschappij en de wereld. “Die rijden maar in dikke Mercedens rond en krijg na binnenkomst direct een mooi huis, waar ik al jaren op zich te wachten”, ze luidde het.

Ik probeer elke dag minstens een half uurtje in het parkje Sacre Coeur naast ons flatgebouw te wandelen. Het ligt tussen een zorgtehuis en verpleeghuis in, waardoor wij daar veel ouderen en gehandicapten zien. Met anderen heb ik kunnen zorgen dat de slecht onderhouden paden en andere achterstallige onderhoud hersteld werden, net zoals ik mijn begaanbaarheid met het verwoeste park Presikhaaf toonde. Daar staat nu een boom met mijn naam er voor. In park Sacre Coeur hebben we een zestal banken in een halve kring laten zetten, waar nu bijna elke middag van ongeveer 3 uur tot half 5 trouwe bezoekers, vooral hondenuitlaters, bij elkaar komen voor een ‘sociaal’ praatje’. De mens leeft niet alleen, we hebben elkaar nodig. Dat gaat meestal vriendelijk, zelfs kameraadschappelijk, eraan toe. Het verleden, het weer, het groen, de dieren en de gezondheid zijn de hoofdmoten van het gesprek. Een enkele keer breekt het onderwerp geloof door. Voorzichtig, want je wilt een ander niet in zijn  levens-, geloofs-  en wereldbeschouwing kwetsen. De verhouding moet goed blijven bij zulke samenkomsten als dit mini-uije.

En nu is er een spelbreker gekomen in dat groepje, in de vorm van corona. Twee van de bezoekers en een nieuwe bewoner uit de buurt, die zich bij ons samenvoegt met zijn hond, blijkt bij het horen van het woord corona, ontzettend boos te worden en schreeuwt, dat het "allemaal bangmakerij is en verlakkerij, een complot van o.a. directeuren van farmaceutische fabrieken, die miljarden verdienen aan zogenaamde vaccins, naalden, mondkapjes, zeep en hygiënische middelen, waarmee je je handen moet wassen bij in de ingang van de winkel. Allemaal flauwe kul. Zelfs die goed verdienende ministers, vooral die Mark Rutte en Hugo de Jongh werken daaraan gul mee, die smeerlappen. Allemaal leugenaars. Lees die bladen “De andere krant, “De Gezond verstandkrant” en “Geen stijl” maar eens. Die durven tenminste de waarheid te vertellen. Die leugenaars zitten allemaal over de hele wereld in het complot om de mensen onder de duim te houden. Lees maar eens die verslagen en zie maar eens die foto’s en video’s, die tonen dat er in het buitenland niets aan de hand is. Ze hebben in Zweden en Colombia helemaal niet van die onzinnige regels als mondkapjes, handen wassen, anderhalve meter afstand bewaren, niet meer dan één bezoeker ontvangen, enzovoort. Laat je toch niet beet nemen. Ik laat me vast niet vaccineren, want de ziekenhuizen liggen vol van mensen die zich lieten vaccineren."

Nu zitten die twee heftig betogende “denkers” samen op één van die bankjes, meer aan de zijkant. Ze vinden steun bij elkaar en beschouwen de anderen als domme mensen de daar niks over durven zeggen. Zij wel. Eén van hen heeft foto’s genomen van mijn door de gemeente geschonken boom en naar mijn zoon gezonden, die nu met mijn dochter in de ban van hun beschouwing zijn. Zij willen zich nu niet laten vaccineren.

Zojuist hoorde ik nog dat het dat handjevol miljardairs zijn, die samen meer geld hebben dan de rest van de wereldbevolking bij elkaar en van dat geld makkelijk de wereld konden verbeteren, als ze niet zo bang waren dan hun vermogen te verliezen. Dat zijn ook allemaal samenzweerders.

Die complotbedenkers zijn dezelfde individuele mensen, niet volken of rassen, van alle tijden, die ook de holocaust en andere volkerenmoorden ontkennen. Je hoeft eigenlijk geen psycholoog te zijn om de oorzaak van die gedachtespinsels te ontdekken. Ieder mens heeft angsten. De voorzitter van de Nederlandse huisartsenvereniging vertelde dat de meeste behandelingen door huisartsen bestaat uit ‘geruststellen’. Maar omdat de mensen zichzelf  gerust willen stellen, ontkennen ze de gevaren die hen bedreigen. Angst en pijn ervaren is zeer onprettig, maar daagt uit de oorzaak daarvan te ontdekken en de juiste middelen daartegen te vinden. Gestudeerden op dat gebied zoeken op professionele wijze daarnaar en dankzij hun vondsten en door de wereldgezondheidsraad goedgekeurde medicijnen en een gezondere levensstijl hebben, leven de mensen nu gemiddeld twintig jaar langer  dan honderd of minder jaren geleden.

Helaas moet ik vaststellen dat er bij elke godsdienstige richting, inclusief de grootste, het Christendom, zich ook complotdenkers bevinden. Neem Maarten Luther die de profetieën in de Bijbel zo verklaarde, dat de paus en zijn trawanten de anders denkenden wilde uitroeien. De paus kaatste terug dat juist Luther dat beest was. Die verschillende Christelijke richtingen hebben alle iets van die uitleg over genomen. De kwaal is van alle tijden. En eigenlijk is het vak van alle predikanten, theologen, voorgangers en rabbi’s aan de hand van de Bijbel of de Koran, de mens gerust te stellen. Als ze zich aan de geboden van God houden dan kunnen ze een beter leven tegemoet zien en als voorproefje de beloofde “rust en vrede, die alle verstand te boven gaat” ontvangen. Maar zonder een macht boven hen lukt dat niet. God bestaat en de door Hem gezonde Verlosser, Jezus Christus, zijn degenen, die het in principe wel deden. Wij kunnen zien dat door Hen voorspelde voortekenen reeds in vervulling gaan.  

Zonder die anderen te willen beledigen: zij die zich weigeren te laten inenten en zich niet aan de door de regering voorgeschreven regels willen  houden, zijn juist degenen die zich laten besmetten en anderen besmetten. Ik ben het heus niet altijd eens met wat de regering doet, maar de kranten en bladen, die door de beëdigde onderzoeksjournalisten met hun ervaringen vullen, soms met gevaar voor eigen leven, verdienen meer respect dan die zogenaamde betweters. Echter, ik dien altijd, ook bij die harde woorden, te zeggen: “Als alle mensen waren zoals ik “moest” zijn, dan hadden we een betere wereld". Talloze teksten in de Bijbel zeggen: “Er is geen mens goed”. Wij hebben dus voor een nieuwe gelukkige, tijdloze wereld, hulp van een hogere macht nodig. Duizenden jaren  wezen dat uit.

In het meest gelezen en oudste boek staat in Openbaring 21 samengevat: “Ik schep een nieuwe hemel en aarde waarin gerechtigheid woont en waar geen dood of rouw meer zal zijn”. Ik ben in 1925 geboren, dus is het voor mij makkelijk te onthouden wat in het boek Job:19:25-26, dat 800 jaar geleden voor Christus geschreven werd: "Ik weet dat mijn redder leeft en hij zal tenslotte op de aarde ingrijpen. Ik zal hem met eigen ogen zien.”  Zie ook Openbaring 21:3-5.

 

 

 

 

96

Bres                    96

29 januari 2021 mocht ik herdenken dat ik 96 jaren heb volbracht. Dat is, afgerond, 2096 na de geboorte van Christus, wat elk jaar herdacht wordt, hoewel hij op een dag in oktober was geboren, en niet op 25 of 26 december, maar op de dag(en) van het afgodische zonnewendefeest, dat ze nu terwille van de niet joden daarheen hadden verplaatst en het "Kerstfeest" noemen. Kerst betekent Chritus. En nu dus versierd met een een 'Christusboom', waarbij een 'Christustaart' wordt gegeten. Dit voor de Bijbel- en geschiedeniskenners.

De dag voor mijn verjaardag, de 28e kreeg ik al een cadeautje: ik stond op, liep naar de slaapkamerdeur en voordat ik daar was kreeg ik een duizeling. Nou, ik wil je vertellen, dat een duizeling hel wat anders is dan wat duizelig zijn. Het is beide een tekort aan zuurstof in de hersenen, zo ik op de EHBO leerde. Duizelig zijn gaat na korte of wat langere tijd wel over zonder daaraan voortdurend herinnerd te worden. Als je die periode voorbij bent, denk je er niet meer aan. Een duizeling is heel iets anders: zonder aankondiging draait opeens de hele wereld om je heen; je hebt geen enkel oriëntatie punt meer om je aan vast te klampen; je tast in het ledige en valt tijdens dat tasten ‘ergens’ tegen aan.  Dat was in dit geval met mijn linkerzijde tegen mijn ledikant en mij rechterknie tegen de grond.

Een vreemde schrikwekkende gewaarwording. Na een korte bezinning probeer je enige malen vergeefs op te staan totdat je met alle wil van de wereld (je leeft immers toch) na wat kruipen overeind komt en voorzichtig je eerste passen maakt, je vasthoudend aan het dichtstbijzijnde voorwerp. Dat was in dit geval een stoel. Daarna uitkijkend naar een volgend voorwerp om aan vast te houden, enzovoort, tot je in het toilet bent om een plas te doen en je bij het fonteintje een kattenwasje te plegen. Daarna, steeds met de schrik in de benen, de keukenwoonkamer de volgende bezigheden als eten en drinken klaarmaken en dat opeten en bedenken wat ik verder dien te doen. Dat alles en de volgend bezigheden met lange tussenpauzen in zeer traag tempo.

Dokter bellen, maar die zegt toch wel weer: “gaat vanzelf over”. Vertrouw daar maar op. En ik wil geen klaagsteun zijn en ben me bewust tot de zeer ouderen de behoren met daaraan verbonden mogelijke gebreken, zoals ik van mijn leeftijdgenoten hoor. Toch mijn dochter opgebeld en met haar overlegd wat mij verder te doen stond. Dat onthoud ik natuurlijk niet, alleen dat ik niet zomaar op de fiets moet stappen. Stel je voor dat ik zo’n duikeling op de nabije gelijkvloerse spoorwegovergang krijg….  Ik had weliswaar enige malen een zachte landing met dat vervoermiddel gemaakt, vooral als ik plotseling moest remmen en stilstaan. Ik had op aandringen van mijn kinderen een voor mijn begrip peperdure damesfiets met lage instap gekocht, waar ik met minder gevaar kon op- en afstappen, mar nu staat dat apparaat sinds die duizeling mijn verwijtend in de slaapkamer aan te kijken. De flat is eigenlijk te klein. Bovendien woon ik op de tweede verdieping, eigenlijk ‘verhoging’ en ben met mij claustrofobie gebonden aan de lift. Ik wil niet een misantroop zijn, zoals de neef van mijn buurgenoot, Hans Dorrenstein, is en waarmee hij al presentator zijn brood verdient.

Maar het ergste komt nog. Twee dagen na die val had ik geen pijn, die kwam daarna pas hevig opzetten. Dat werd gelijdelijk minder, maar er bleef toch lang genoeg om de nachten daarna niet te kunnen slapen. Dus alleen maar woelen van rug naar buik en van rechterzijde naar linkerzijde. Besloot tenslotte voor het naar bed gaan een paracetamolletje en een diazepannetje te slikken. En dat hielp gelukkig. Nu ik dit schrijf ben ik zonder pijn. Maar de schrik en het duizelig zijn, zat erin. Je zult toch die duizeling op de nabije gelijkvloerse spoorwegovergang krijgen….. 

En nu komt het: ïk moest wel even de dokter en de kinderen opbellen om ze van die val en de gevolgen ervan in kennis te brengen, omdat ze, indien nodig, mij zouden willen helpen. Want boodschappen per fiets durfde ik niet aan. Maar de telefoon deed het niet meer, ook het mobieltje was geblokkeerd. Zelfs de televisie gaf geen sjoege. Tot overmaat van ramp was ook de verbinding met de computer afgesloten. Zelfs een e-mailtje sturen was niet mogelijk. De thuishulp was bij het stofzuigen de dag ervoor flink tussen die vele verwarde kabels tekeer gegaan en van hun apparaten afgerukt. En welke kabels bij welke apparaten hoorden was voor mij in mijn zweverige toestand, knielend en gebogen, niet te ontwarren. Na een uur denken aan op oplossing voor mijn totaal afgesloten van de buitenwereld, kwam opeens de mogelijke hulp van mijn smartphone in mij op. Die had ik nauwelijks als telefoon gebruikt. Dus proberen maar. Ik zond aan de kinderen slechts de noodkreet "Help! Ik ben afgesloten!" Meer kon ik niet met dat piepkleine toetsenbord erop zetten, want als ik een letter denk te typen, verschijnen er wel drie dezelfde en andere letter en tekens te voorschijn. Nu maar wachten, want zoals velen kjken ze nauwelijks naar hun inbox. Na een halve dag eindelijk een luchtig berichtje, dat mijn kreet als een commando had geklonken, en dat werkt niet zo, zei dochterlief. Na uren kwam de zoon,, wiens verslagen van zijn stages ik mag nakijken, opdagen en na veel zoeken tussen de kabels bleek het contact uit de telefoonsnoer te zijn gerukt. Enfin, ik zag dat de coachkabel van de tv was verwijderd en na mijn moeizaam trachten hem weer aan te sluiten, deed die het ook weer. Dat was het dan voorlopig. Ik kon deze toestanden nu weer aan mijn kinderen meedelen en het op mijn website plaatsen hoewel die nooit wordt gelezen. Ik mag het lijstje boodschappen op Word zetten en versturen en dankbaar ontvangen. Het is me al een paar maal gelukt per de nu noodzakelijke ING de bonnen die ik van hen vroeg, te betalen. De schrik ik langzaam voorbij gegaan en kan mijn iets jongere correspondenten uit ervaring waarschuwen alert te zijn en te zorgen dat ze altijd iets bij de hand moeten hebben om je aan vast te houden.

Ik gebruikte voordien de laatste jaren voor mijn wandelingetje in het parkje naast me een wandelstok. Waarschijnlijk nam ik die voor de aardigheid (je weet maar nooit) mee uit de kringloopwinkel in de tien meter van mij verwijderde straat. Sindsdien kreeg die stok meer bekijks dan ik. Hij was rondom gedraaid en had een handvat, uitgebeeld met slangen- of geplatte hondenkop, zo werd door de bewonderaars gegist. Ben je als eigenaar toch ene beetje in beeld en krijg je de aandacht die ieder mens blijkbaar nodig heeft, vooral als hij met die andere helft van de mensheid, alleenstaand is. En dat was ik sinds mijn vrouw na steeds ernstiger paranoïde, die overging naar volledige dementie en ik alleen moest verhuizen, wat we mij een bron van ellende is. Mijn vrouw had bij gezond het grappige gezegde: wat nooit went in een vent. Of: een man wil maar één ding, maar een vrouw wil alles. De koning zei in één van zijn laatste  toespraken tot het volk: “Je moet niet gelukkig willen zijn”. Nooit een commentaar op die uitspraak vernomen. Wat bedoelde hij daarmee? Welke voorlichter gaf hem die uitspraak in? Ontmoet je bij het zoeken naar geluk dan juist het verdriet?

Stiefzoon ambtenaar Rob, die in het grensstadje Emmerik woont komt mij in elke geval met zijn auto ophalen als geestverwant voor de bijeenkomsten van de Adventkerk in de Parkstraat en op het prachtige Dunoplateau in Doorwerth aan de Rijn naast Heveadorp, waar geloofsgenoot Bertus Duijster geboren en getogen is en ons op dat prachtige gazon, zeven meter boven de ernaast stromende Rijn en uitzicht op de Betuwe tot aan Nijmegen toe, verwees. Bij de bocht van de Doorwerthlaan was de ingang waar een jong stel (in mijn ogen jong) ons vroeg of hier soms iets van de zevendedagsadentisten, een mond vol, was te doen. Ik vroeg: waar komen jullie vandaan? De jongeman zei: “Wij zijn ook Adventisten en gaan naar de diensten in Huis ter Heide”. Ik zei, “Kom ook eens kijken”.  Nu hebben we hier onze schoonmoeder op visite””, zei hij. Maar ze kwamen tijdens de dienst toch even aan de rand (ze hadden geen stoeltje bij zich) staan kijken, werden begroet en bij hun vertrek toegezwaaid. De dame bleek geloofsverwante Marianne Thieme die, naar zij later verklaarde uit de politiek te zijn gestapt om meer voor de Advent te kunnen doen.

Enfin, je ziet, dat ik met mijn leeftijd ook nog mee mag doen. Ook al koketteer ik wat met mijn onhandigheid in het begin van de corona onlinediensten. De Adventschrijver Reinder Bruinsma blogde in elk geval, dat hij ook niet de handigste was. Er werd gezegd: “Niet klagen, maar dragen en bidden om kracht”. De Franse filosoof Descartes zei: “Ik denk, dus ik besta”. In, naar ik meen, Amsterdam, staat het sculptuur “De Denker”. De rug van zijn rechterhand onder de kin, alsof hij heel wat in zijn hoofd te dragen had. Zo je ziet, je bent niet de enige met fouten en gebreken. Je kunt echter wel hopen en geloven, dat je daarna deel kunt hebben aan een betere wereld met gelukkige mensen, waaronder jij en ik.

 

maandag 26 april 2021

VRIENDIN

Ze sprong van het ene dak op het andere, een actiefilm waardig. Totdat ze bij een muur kwam, waar niet van af te springen was. Ze ging op die muur zitten. Ik stond met de rug tegen de achterkant van die muur en zei: “Sla je benen maar over mijn schouders”. Ze deed het. Ik bukte me en zo kon ze op de grond springen. Ze liep fris en fruitig, vrolijk en vrij voor me uit naar mijn huis. Ze was eerder in de woonkamer dan ik en zei tegen mijn moeder: “Ik ben de vriendin van Piet”. Mij moeder antwoordde: “O”, alsof ze haar verwacht had. 

Nou, dat was het hele verhaal. Ik dacht dat ik er niets aan moest toevoegen. Maar je kan het natuurlijk niet nalaten over zo’n droom na te denken. Die vriendin had ik nooit eerder gezien. Wij waren beiden jong volwassen en voor elkaar bestemd. Ik voelde geen opwinding, wist haar gezicht niet, en zag niet wat voor kleren ze aan had. Ik kon haar niet beschrijven. Zij gaf geen uitleg aan mijn moeder hoe ze aan mij was gekomen. Kortom, het hoorde zo, en zij, mijn moeder en ik hadden er vrede mee. Wel voelde ik dat mijn moeder haar doel bereikt had: haar zoon had een gezellin, die haar taak als moeder over nam. Dat te weten was genoeg. Maar omdat je die gebeurtenis steeds weer beleefde, ga je er toch over blijven nadenken. 

Ik heb een foto van mijn moeder die met haar drie zusters netjes gekleed, hoeden op, jurk en mantel tot over de knieën, naast elkaar over de Appelmarkt van Bolsward langs de gracht liepen. Ze hadden ongeveer dezelfde lengte, Jetske, de oudste en zorgzaamste, Coba, zelfstandig, Ida, de lang leve de lol, en mijn moeder, de gehoorzaamste. Ze poseerden niet en spraken niet op het moment dat iemand hen fotografeerde. Ze waren gewoon alle vier al enige tijd volwassen en hadden hun doel bereikt: vrome Jetske, getrouwd met gezette, eveneens ernstige en zorgvuldige letterzetter Tjeerd. Ze liepen niet ver van de ingang van het smalle poortstraatje dat naar drukkerij De Jongh liep. Coba, die met de radicaal socialist Nico, die een haringzaak had op de Appelmarkt, was getrouwd; Ida, die met de natuurliefhebber Free was getrouwd, die de spoorrails controleerde, en van het ene afgelegen spoorhuisje naar ht andere verhuisde;
mijn moeder Geertje, die met idalistische Kees, mijn vader, kleermaker, was getrouwd. Ze hadden elk hun weg gevonden, of zouden die zeker nog vinden. 
Zij hadden drie broers, die ons minder met hun vrouwen en kinderen bezochten: Jan en Douwe die naar Krommenie verhuisden; en Barend. De laatste was aan drank verslaafd. Hij zwierf door Nederland en Duitsland en leefde van de fooien die hij op parkeerplaatsen kreeg van de chauffeurs, op wiens auto's hij had gepast.Waarom ik Barend het meest bewonderde, komt omdat ik ook meer van de wereld wilde zien. Ik schreef over hem een blogje. 

Deze beschrijving kan ik ook op de vier broers en drie zusters van inclusief mijn vader Kees, toepassen. Dat werden bijnamen die zij aan elkaar gaven: twintig jaar oudere koloniaal Coene, Alcoholist alleenstaande timmerman Karel, Sombere kleermaker Piet, mijn vader, de idialistische kleermaker Kees. De zusters: bittere Rens, zure Aaltje en zachtmoedige adventistische Jo. Allen gerouwd.
Ook zij hadden grote eerbied voor hun ouders'. Het hoorde zo.

Ik ben God heel dankbaar, dat mijn vijf kinderen, waarvan twee stiefkinderen, mijn vrouw en mij ook zo beschouwden. Hoe vreemd dat verhaaltje, waarmee ik dit stukje begon, ook moge klinken. Het leven lijkt voor hen en mij als geleid. 

Bestemming
Ik had natuurlijk dat verhaaltje kunnen opvullen met bijzonderheden om het prettiger leesbaar te maken: hoe het meisje uit mijn droom er uit zag, wat voor stem ze had en de kleur van haar ogen en haar haar. enzovoort. Maar het drong tot mij door, dat alles wat een mens schrijft door de lezer zelf al wordt ingevuld. Daarom leest iedereen een blog, boek of artikel anders en vindt de één het verhaal maar niks en de ander heel diepzinnig, mooi of toepasbaar metaforisch, een gelijkenis van zijn eigen leven. Geen wonder dat er zoveel verschillende godsdiensten zijn met elk een andere uitleg van teksten, gedeelten of de gehele Bijbel of Koran. En zijn zelfs in elke godsdienst als het Christendom duizenden gemeenschappen, waarvan elk meent, dat de anderen het allemaal mis hebben en zij alleen de inhoud begrijpen en dat aan anderen dienen te verkondigen. Nou ja, het lijkt een beetje slap, als ze dat maar zonder lichamelijk of verbaal geweld doen. Alle ogen zullen tenslotte geopend worden en zien wie dat vriendinnetje uit mijn droom is.


zondag 14 februari 2021

Er ís verschil

Er is verschil 

In Arnhem staat de synagoge in de Pastoorstraat, de Lutherse kerk in de Spoorwegstraat tegenover de kampeertentenzaak Cohen, waar ik voor de jeugdclub de tenten huurde. Toen ik de kost probeerde te verdienen met stencilen, was mijn eerste klant de Heer Adema, hoofdonderwijzer van de Heselbergh-ULO (Uitgebreid Lager Onderwijs), hoek Dalweg. Katholieke kerken waren te vinden in de Hofflaan en de Steenstraat. Het grote herenhuis De Opbouw aan de Velperweg was het eigendom van de SDAP. De Esperantobeweging, de neutrale Geheelonthoudersverenigng en gelieerde groepen vonden daar onderdak. Ik had ze alle als klant. De Heer Cohen woonde in het huis dat aan de synagoge gebouwd was. Hij kwam het blad van de synagoge laten maken. Maar hij moest eerst nauwkeurig de proefdruk zien, omdat hij vooral erop lette of ik wel Gd zonder klinker had geschreven. Hij stierf later in Jeruzalem. Nog eigenaardiger was dat de eerste broodjeszaak met de naam Hermoza aan de smalle Varkenstraat in de binnenstad was gevestigd. Behalve aan de balie kon je kroketten en ballen gehakt uit de automaten aan de muur trekken, als je ze na in de gleuf ernaast een kwartje had gedaan, je het kwartje hoorde vallen. 

Mozes, Salomé en Hartoghs
Vooral van zaterdagmiddag tot en met zondag was dat een pleisterplaats voor jong en oud. Langzaam maar zeker kwam er concurrentie. Hermoza adverteerde toen in de bladen met een tekeningetje van twee baby’s die bij elkaar in de luier keken. Er stond onder: “Er is verschil. Broodje Hermoza”. Ik werd gevraagd in het bestuur van de Gemeentelijke Senioren Fietstochten zitting te nemen, omdat juist ene Herman Mozes als bestuurslid was vertrokken. Je vermoedt al dat hij de eigenaar was van de broodjeszaak. 
Een andere klant was de heer Salomé, de voorzitter van ASV Arnhemse Schaak Vereniging. Hij was bij het brengen en halen van het verenigingsblad heel openhartig, vriendelijk en uitgebreid van stof. Zijn vrouw was directrice van de psychiatrische inrichting Wolfhese. Ze woonden in een twee-huizen-onder-één-dak aan de miljonairslaan de Huygenslaan. In één van die huizen had zij een leerschool voor verplegend personeel in de psychiatrie. Ook zij was klant. De Huyghenslaan was tien minuten fietsen van mijn huis, dus kwam ik voor hun werk vaak bij hen thuis. 
Bij al die klanten mag ik niet verzuimen Mr.Aalders te noemen, de secretaris van het Hoger Personeel van de ENKA (Eerste Nederlandse Kunstzijdefabriek Arnhem) nu Akzo. Stichter de Joodse heer Hartoghs’. Hij wonende aan de Velperweg, de Adventiste Zuster Bailly was zijn huishoudelijke hulp, zij mocht als het donker werd, het licht an doen. Na zijn dood werd een straat, achter het huis waar hij woonde, naar zjn naam genoemd. (Zie mijn blog aan hem gewijd)
Mr. Aalders vertrouwde mij zijn ijzeren stempelplaatjes toe, waarop de namen van de leden stonden, die ik moest gebruiken voor het stempelen van de namen op de enveloppen, waarin ik de brieven en notulen van de vereniging deed. Dat waren eens zeshonderd uitnodigingen voor de jaarvergadering, waarin tevens het grote belang stond van een grote opkomst van alle leden om een vuist te kunnen maken tegen de directie. Hij kwam een paar weken later met de opdracht nog een brief te maken en te verzenden. Ik vroeg hem hoe groot de opkomst van de vergadering was geweest. Hij zei `Lees de brief maar. Daarin staat dat van de zeshonderd leden er zes waren komen opdagen en dat waren de bestuursleden zelf. Dat omnisportvereniging "Enka Sport Club Arnhem", waar ik bij voetbalde, in de elftalcommissie zat en redacteur was van ESCA Nieuws, slechts 2000 gulden per jaar van de directie kreeg, terwijl de rijkeluisclub Vitesse veel grotere bedragen van hen kreeg, is een andere zaak. Niet teveel mopperen. Mijn vader en ik en duizenden anderen hebben er meer dan voldoende plezier beleefd. 
Ik wil met deze blog alleen maar duidelijk maken, dat er veel verschillen in het leven met die verenigingen en al die geschatte 3000 Christelijke groeperingen, blijkbaar nodig zijn om te beseffen dat van eenheid onder mensen, groepen, landen en rassen, nooit sprake is geweest en zal zijn, totdat ons idealistisch geloof in de beloofde nieuwe aarde is verwerkelijkt. 
Als je iets niet direct begrijpt en na korte of lange tijd wel, dan wordt gezegd: het kwartje is gevallen. Dat hoop ik ook voor degenen die dit stukje lezen.

zaterdag 13 februari 2021

Knipje en fluitje

                    KNIPJE EN FLUITJE 

Woorden, gesproken of geshreven, gebaren, gelaatsuitdrukkingen, het zijn allemaal middelen om te pogen je gevoelens en gedachten in je op te slaan en aan één of meer personen over te brengen. Of telepathie ook daaronder hoort, weet ik niet. Maar soms hoor je dat iemand sterk aan een bepaald persoon dacht en deze het volgende ogenlbik voor hem staat of van en over hem hoort. 
Toen ik tien jaar was, verscheen twee maal per week de bakkerswagen in onze straat. Hij posteerde zich driemaal wisselend van de ene plek naar de andere. Zo stond hij ook eens voor ons huis in het midden van de Maria van Gelrestraat. Tegenover ons huis was een plantsoen van vijfig meter lang en twtig meter breed. Behalve gras, stonden er twee kleine bomen en twee bosjes struiken. Als je dus nar de huizen tegenover jouw huis ging, moest je om dat plantsoen heen lopen. De bakkerswagen bestond uit een drie meter hoge bak en werd getrokken door een paard. Als de bakker zijn brood had afgeleverd, ging hij op de bok zitten, trok even aan de teugels en het paard zette de draf erin. Achterop de bakkerswagen was een opstapje, waarop wij, jongens, eens gingen staan om een eindje mee te rijden. 
Maar het mooiste zou zijn eens naast de bakker/koetsier te zitten om te zien hoe hij het paard aanzette, stuurde en stopte. Die kans kreeg je als je de bakker mocht helpen. Toen ik hem mijn diensten aan bood, zei hij bij een oude dame aan de overkant te vragen wat zij van de bakker nodig had. Ik ging naar die dame toe, diem na de deur te hebben geopend mij vagend aan keek. Ik zei haar, dat ik de bakker hielp en haar moest vragen wat zij van hem wenste. Zij zei vriendelijk: “Een knipje en een fluitje”. Ik voelde mij bij de neus genomen en ging terug naar de bakker zonder iets te zeggen. Maar ik had mijn doel bereikt. Ik mocht naast de bakker op de bok zitten, af en toe te teugels vast houden en zag en hoorde het paard klepperend over de straatstenen voor mij uitdraven. Op een gegeven moment deed het dier zijn staart iets opzij en zag ik hem tot mijn verbazing, onder het draven geweldige grote drollen uitpersen. 
Hier zag ik de oorsprong van de hopen paardendrollen, waar de zwermen mussen zich op wierpen, want in die hopen zaten voldoende onverteerde vezels, die de magen van de vogels konden voeden. Er was zoveel voedsel voor ze, dat er genoeg overbleef om de hoop te laten opdrogen en door de straatveger met een bezem op een brede schep te vegen, die hij in de kruiwagen of handwagen gooide. Soms waren wij, jongens, hem voor en vocht de ene groep tegen de andere met de paardenvijgen als materiaal om naar elkaar te gooien. Intussen wacht de oude, vriendelijke dame, nu al vijfentachtig jaar op haar brood. En dat knaagt aan mijn geweten. Want een knipje en fluitje waren vormen en kleuren van halve of hele witte broden. En wit werd het meest gegeten. Bruin, tarwe en volkoren, laat staan grof volkomen of wat tegenwoordig dies meer zij, was minderwaardig voedsel voor de minder draagkrachtigen. 
Zo zie je wat een verkeerd begrepen woord of uitdrukking teweeg kan brengen. De één vindt een grap om je een breuk te lachen, de ander vindt het ongepast. 


zondag 22 november 2020

CARANTENNE

Bresje

                       QUARANTAINE 2

 

Alles wat ik voel, denk, doe, zeg en schrijf geldt voor mijzelf. De wereld telt 7,6 miljard mensen, en ieder mens voelt, denkt, doet, spreekt en schrijft anders. Niettemin vormt de mens een eenheid, zelfs met de dieren, de natuur en het milieu. Of ik wil of niet: ik ben afhankelijk van al die anderen, maar ik moet voor mijzelf bewust of onbewust, zwijgend of sprekend, verantwoording afleggen voor alle anderen. Degenen die zich met een of andere godsdienst verbonden voelen, bijvoorbeeld met de Adventkerk, leggen behalve voor zichzelf, verantwoording af aan de God waarin zij geloven en aan de mensen van die kerk. Dat kan niet anders worden genoemd dan “Eenheid in verscheidenheid en voortschrijdend inzicht”, zoals de slotsom was van de Generale Conferentie van die kerk in de Jaarbeurshallen van Utrecht, waar vertegenwoordigers van bijna  alle landen, waar de Adventkerk te vinden is, aanwezig waren. Een bus vol geestverwanten van de Adventgemeenten Arnhem en omstreken gingen op de slotdag ook daarheen.

Als iemand meent dat zijn voelen, denken, doen, spreken en schrijven, of een speciaal deel daarvan, bij anderen gewaar wordt, sluit hij zich zo soms bij hen aan en vormt zo een vereniging. Dat kan een sportvereniging, politieke partij, Godsdienstige beweging, enzovoort, zijn. Meestal geven zij, na uitbreiding van die vereniging, een naam aan die gemeenschap voor de herkenbaarheid om anderen voor die gemeenschap en hun gedachtegoed te winnen. Maar ook in al die soorten verenigingen voelt, denkt, doet iedere deelnemer op één of meer punten iets anders. Ieder mens blijft ‘autonoom’. Zelfs is iedere gemeente van wat voor vereniging ook, autonoom, wat betekent dat ieder persoon daarin op bepaalde punten min of meer anders denkt en zo zoekende in gesprek blijft.

WETENSCHAP

Einstein, volgens de meeste geleerden de grootste wetenschapper ooit, zou hebben gezegd: “Ik weet meer niet dan wel”, en: “Als er 100% te weten valt, zouden wij nog geen 10% weten”. Stephen Hawking, die later met zijn zwaartekrachttheorie slechts iets aan de relativiteitstheorie meende toe te voegen, ontwikkelde die uit de genoemde theorie van Einstein. Aan Einstein hebben we vele ontdekkingen, zoals het mobieltje, te danken.

Ontdekken betekent iets ontdekken wat er eerst in principe was maar nog niet eerder gezien.

Een vraag zou zijn: “Hoe kwam Einstein aan zo’n heldere brein?”

Laat ik deze vraag maar even rusten. Momenteel zoeken de deskundigen naar de oplossing van de vraag: “Waar kwam die coronavirus vandaan en hoe verdwijnt hij en vooral: hoe bestrijden wij die ongekend zware besmettelijke virus”. Men is er over het algemeen zeker van dat zoveel mogelijk thuisblijven en zo min mogelijk elkaar benaderen, dus thuisblijven, veel handen wassen en als je bijvoorbeeld voor boodschappen doen toch er uit moet en je in gezelschap van je medemensen begeeft, je minstens  anderhalve meter afstand van elkaar moet houden, je handen desinfecteren bij de ingang van de winkel en een mondkapje voordoen. Over dat laatste verschilt men van mening. Maar baat het niet, het schaadt niet. Voorts moet ‘iedereen’ in de wereld zich aan die regels houden, want één besmet mens kan honderd andere mensen besmetten, want de pandemie kent geen grenzen. Dat kon en kan je uit alle soorten berichtgevingen vernemen. In mijn vorige blog “Quarantaine” meende ik te moeten vaststellen, dat de mentaliteit van de meeste mensen er zich niet toe leent zich strikt aan die regels te houden. Begin november kwamen berichten dat laboranten van farmaceutische fabrieken bezig waren een vaccin te ontwikkelen, waarmee iedereen moest worden ingespoten om die virus te bestrijden, net zoals ik en mijn kinderen werden ingeënt tegen de waterpokken.

CORONA

Ik denk dat die corona op net zo’n geheimzinnige wijze zal verdwijnen als hij is gekomen, nadat hij miljoenen slachtoffers heeft gemaakt. Even vergeten dat ongeveer elke honderdvijftig jaar zo’n pandemie zich voordoet en dat er veel meer oorzaken van een vroegtijdige dood zijn, waardoor deze planeet en het mensdom niet voor honderd procent veilig is te noemen, ondanks het toenemend aantal nieuwe medicijnen.

Blijft de belangrijkste vraag: komt er ooit op deze planeet waarop wij wonen een leven waar in plaats van al die ellende volledig geluk zal zijn?

Onder al die levensbeschouwingen die elk de oplossing voordragen, al dan niet schriftelijk vastgelegd, bevindt zich het oudste boek, de Bijbel. Terwijl bijna al die andere levensbeschouwingen betogen, dat ALS de mensen zich maar anders gingen gedragen, het kwaad verdwijnt en het volledige geluk bereikt wordt, zeggen de Bijbelschrijvers dat de mens daartoe onmachtig is gebleken en er een andere weg is. Die gedachte vatte volgens onderzoeken, bij acht van de tien mensen, het meest post. Zij noemen zich Christenen omdat bij de verschijning van Christus die de Zoon van God werd genoemd, onverklaarbare wonderen geschiedden en door Hem een totaal andere leer werd verkondigd..

GELOOF

De Bijbel werd het meest verkocht, maar helaas, het minst begrepen, hoewel sommige gemeenschappen claimen alle teksten daarin of een voldoend aantal wel te verstaan. Geen wonder, want het eerste deel, het Oude Testament werd tussen 800 jaar en Christus’ komst geschreven door verschillende mensen, en daarna 2000 jaar door volgelingen van Christus met het Nieuwe Testament aangevuld. In totaal bevat de Bijbel nu 66 boeken door meer dan 66 mensen geschreven. En de mensen spraken en schreven in die 2800 jaren de mensen in al die landen anders dan nu. Als je de Nederlandse taal van honderd jaar geleden alleen al leest, zie je hoeveel verschillende woorden en begrippen er steeds worden veranderd. Steeds verschijnen andere vertalingen die zich aanpasten bij het huidige taalgebruik. Het is op zichzelf al een wonder dat zoveel vertalingen min of meer op hetzelfde neerkomen. En wat te denken van de vertalingen in het Chinees, Japans, het Roemeens, enzovoort, waar geheel andere woorden zegswijzen en begrippen heersen, dezelfde woorden, zegswijzen en begrippen over te brengen? Ondanks men zoekt naar equivalenten, gelijkwaardige woorden, zegswijzen en begrippen. Het is een wonder dat daartoe een zekere mate werd bereikt, zodat zo’n gemeenschap zich ‘international’ kan noemen.

VERTALINGEN

Mijn boekenkast bevat wel zeven van die soorten vertalingen. Na de door een paar duizend diverse geleerden van verschillende Christelijke richtingen samengestelde uitgave van 2004, die nog het meest gebruikt wordt, verschenen in Nederland de ook door hen goedgekeurde Bijbel in gewone taal en de Bijbel in de omgangstaal. We hebben het hier alleen even over de Nederlandse taal. De Bijbellessen en preken toonden echter vele verschillende interpretaties van bepaalde teksten en zelfs van hoofdstukken. Zo heb ik o.a. een concordantie, een Bijbelverklaring en een Bijbelencyclopa aangeschaft. Het helpt iets om de Bijbel te begrijpen, maar dat betreft eigenlijk gedeelten. Elke gemeenschap legt de nadruk op andere gedeelten. Zo valt de Sabbatviering volgens de scheppingsdagen en het vierde gebod bij de Adventisten op en bij de Mormonen het meest bijgehouden geslachtsregister en de tempel met de beste akoestiek. Het Wachttorengenootschap, Jehovah’s Getuigen genoemd, werd bekend door het gebruik van Gods Naam en de huis aan huis verkondiging.

Ik had al jarenlang geleden besloten de Bijbel eens in zijn geheel van begin tot einde te gaan lezen. Dat heb ik tot nu toe vijf maal “getracht”. Zelfs met behulp van de steeds volgende vertalingen. Als Esperantist las ik de vertaling van de uitvinder van Esperanto, Dr. Zamenhof, uit de oorspronkelijke Hebreeuwse, Aramese en Griekse talen.

DE GROTE VRAGEN

Het grootste gevaar na het lezen van de Bijbel in zijn geheel te lezen, dreigt echter weer een persoonlijke levensbeschouwing te krijgen. In mijn geval is dat een antwoord zoeken op de vraag: waarom koos de God van de Bijbel deze levensgevaarlijke planeet uit om die bewoonbaar te maken voor mensen die hij maakte en daarop plaatste?

SLOTSOM

Na het duizenden jaren lang pogen van de natuurwetenschappers, de psychologen en mijn pogen hen en de bijbelschrijvers het ontstaan van het heelal en de mens te verklaren, moet ik als slotsom aanvaarden dat de mens te beperkt van verstand is om de gebeurtenissen van het begin tot het einde te bevatten. De wetenschappers bieden geen enkel bewijs en uitzicht om de mens hoop op een door het hen zo verlangde volkomen geluk en het vernietigen van het kwaad dat hem zo ongelukkig en angstig maakt, te vernietigen en daarvoor dat geluk te voorspellen.

Het lijkt hovaardig, maar de bijbelschrijvers, die zeggen door de beheerser van heelal en mens een bepaalde kennis te hebben ontvangen, doen dat wel. Zij zeggen na kennis van de bevindingen van de wetenschappers en de Bijbel, het Woord voor de mensen genoemd, vernomen te hebben, hoe beperkt ook, dat het geheel van de Bijbel en de wetenschap elkaar in toenemende mate blijken aan te vullen. De toestand van de mens kan niet anders worden verklaard.

Wij zullen bijvoorbeeld nooit begrijpen waar die miljarden sterrenstelsels die door de zwarte gaten heengaan, terecht komen.

 

God probeert ons door de Bijbel te doen begrijpen dat er een voor ons onverklaarbaar kwaad in het heelal opdook en dat er een zich liefdevolle God de Vader is die de planeet aarde in carantenne, in afzondering van de toestand van het heelal, plaatste, op deze zeer onvolmaakte aarde de mens plaatste om te bewijzen dat het plan van één van zijn assistenten om Zijn wet te veranderen, tot de dood lijdt, vernietigd wordt.

Ook ik ben te beperkt om dit geheel zodanig te beschrijven dat het voor de lezer geloofwaardig overkomt en moet zeggen: trek zelf de conclusie maar. Ik hoop en vertrouw dat het voor mens, dier en milieu in orde komt.


zaterdag 24 oktober 2020

Gezondheidsleer Advent


RECHTERARM of RECHTERHAND

Het doet mij geweldig goed in het blad “Advent” te lezen dat een oude vriend van mij, die toch, net als ik al tegen de negentig loopt, zich nog zo helder van geest toont door met goed taalgebruik zijn mening te verkondigen. Hij gebruikt tenminste niet zijn leeftijd om maar eens lekker achterover te leunen en niets meer van zich te laten horen. Af en toe bellen wij elkaar. Hij betreurt het in een ingezonden stuk dat over onze gezondheidsleer, die in vroegere tijden zulk een waardevolle ondersteuning van onze specifieke Christelijke verkondiging betekende, zo weinig meer wordt geschreven en gesproken. Door die leer met de daaraan verbonden medische diensten kwamen immers veel mensen met de Adventbeweging in aanraking. Wij noemden dat terecht de rechterarm van de boodschap.                                                                             
Misschien ligt het aan de vertalingen en is het op zichzelf niet zo’n zwaar punt, maar ik keek toch even in de concordantie naar het gebruik van de aanduiding rechterarm. De toevoeging “rechterhand” zag ik wel tachtig maal in mijn concordantie staan, onder andere in Jesaja 41:10: “Ik ondersteun u met mijn heilrijke rechterhand”. Maar naar die “rechterarm” moet ik zeker wat langer zoeken. Voor beide geldt natuurlijk wel dat het een uitdrukking is voor de kracht van iets of iemand. Aardig te weten dat vroeger de linkshandigen blijkbaar ook in de minderheid waren.
Piets Tjalsma voerde dat woord op in navolging van de pioniers van de Adventkerk, met ondersteuning van de door vele Adventisten vereerde profetes van de laatste gemeente, Ellen White, tussen welke namen hij zorgvuldig “Djie” (voor G) belieft te voegen. Over zulke dingen kunnen wij gezellig bakkeleien zonder maar enige afbreuk te doen aan onze vriendschap. Want wij hebben de leukste tijd in de Adventgemeente gehad toen wij de opgeschoten jeugd mochten begeleiden.
Wij hadden voor die Adventjeugd als specialiteiten “vrijheid van meningsuiting en zelfwerkzaamheid”, vooral omdat die jeugd in menigerlei zaken handiger was dan hij en ik waren. Wij hebben daarbij veel gelachen en mochten een hoge leeftijd bereiken en zien tot onze voldoening nog velen van hen over de hele wereld als trouwe Adventchristenen terug.
Ik kwam, net als de Adventbeweging, voort uit de drankbestrijdingwereld en stelde aan predikant Dirk Vink, jeugdleider van Nederland, voor, met de vele geheelonthouders van de gemeente te infiltreren in de verschillende geheelonthoudersverenigingen.
Deze verloren echter steeds meer leden door de opkomst van het socialisme dat het gevaar van drankgebruik inzag en onthouding aanbeval. De verschillende onthoudersverenigingen fuseerden en gingen een tijdlang verder onder de naam ANGOB (Algemene Nederlandse Geheel Onthouders Bond). Onze jeugd zette de tenten vaak op hun kampeerterrein op.
Het idee om zo meer de Adventisten daarbij te betrekken viel goed. Om hen onder de vlag van een geheelonthoudersbeweging onder te brengen, minder. Zo werd de BOTA (Bond Onthouding Tabak en Alcohol opgericht, waarvan  alleen Adventisten lid mochten zijn, zodat die bond tenslotte ter ziele ging, omdat het voor de Adventisten vanzelfsprekend moest zijn dat ze geen alcohol gebruiken. (Nu zeggen ze “misbruiken”).
Niettemin werd er een groot succes geboekt met de bestrijding van het tabaksgebruik. Overal hingen de raambiljetjes van “Uit, goed voor u”. Maar toen nam de regering deze propaganda over. Zo is het ook met “de rechterhand of -arm” van “de boodschap” gegaan. In het begin van de Adventbeweging bleef een mens alleen behouden als hij lid van de Adventkerk werd. Het “kom bij ons” werd ondersteund door het verdienstelijke gezondheid- en hulpwerk, waaruit de daadwerkelijke liefde voor de medemens bleek.
De Verenigde Naties brengt dat nu op veel grotere schaal in de praktijk, en uit de vele verzoeken om ondersteuning van ontelbare hulporganisaties, blijkt dat niet langer “onze” organisatie op het gebied van gezondheid- en hulpwerk de enige of zelfs maar de belangrijkste is. De ADRA (Adventist Development and Relief Association) neemt deel aan het werk van de S.H.O. (Samenwerkende Hulp Organisaties). Ook is het niet juist te doen alsof de Adventbeweging en vooral dankzij de pionierster Ellen White de uitvinder van deze taak van de christen zou zijn, hoe groot haar verdienste ook was om dit te propageren. Dat werk bestond heus al bij meer christelijke groepen. En hoe spijtig het ook lijkt, maar de Katholieke Kerk, die vroeger als een, op zijn zachts gezegd, tegenhanger van de Protestantse Kerken, in het bijzonder van de Adventkerk, werd beschouwd, is, ondanks de vele misstanden daarin, toch al eeuwenlang de allergrootste kerkelijke hulpdienst voor zieken en armen. Daarbij is het besef doorgedrongen dat wanneer je efficiënt deze hulp aan de mensen wilt verlenen, je onherroepelijk met andere diensten op dat gebied dient samen te werken.
Om dus bij het werk van de ADRA van de rechterhand van de boodschap te spreken lijkt mij niet zo aansprekend meer als vroeger. De ADRA is trouwens een onafhankelijke organisatie geworden, waarvan ik echter met veel liefde collectant was en donateur ben. Ik meen te hebben gelezen dat sommige landen, zoals Zweden, “de” grootste sponsors zijn van de ADRA, en niet de leden van de Adventgemeente. Als u het beter weet, corrigeer me dan. Ik wil wel verklappen dat ik merkte dat de ADRA niet het CBF-keurmerk (Centraal Bureau Fondsenwerving) had. Ik adviseerde de organisatie deze aan te vragen. Daarom zien we  nu dat keurmerk in haar folders en bladen. Het kan een oorzaak zijn van meer sponsoring. Want ook de Adventkerk ondersteunt de regel dat kerk en staat gescheiden dienen te zijn.
Een Adventist zei mij, dat in die gebieden waar de ADRA hulp verleende, de naam ADRA of Advent op de kraampjes en tenten waren afgeplakt omdat de overheden geen propaganda voor een specifieke hulporganisatie toestonden. Dergelijke onzin is het gevolg van het claimen van “onze” organisatie als de grootste. Wel is het een feit dat deze organisatie in meer dan 125 landen paraat staan om bij rampen als één van de eersten hulp te kunnen bieden.
Dat Piet voor die slogan opkomt doet mij niettemin als “oude strijdmakker”, zoals Dirk Vink mij noemde, wel goed. Wij blijven, hoe dan ook, naast onze boodschap van de tien geboden van God en het Verlossingswerk door Christus, een gezond leven aanbevelen en hulp bieden en voorlichting geven naar ons vermogen, met Gods hulp en de genade van Christus.
En welke voorlichting op het gebied van gezonde levensstijl is voor het rijke westen thans het belangrijkste? Wijzen op het gevaar van overgewicht. Dit is gevaarlijker zelfs dan het eten van varkensvlees of ander in Leviticus 11 verboden voedsel Dat deze spijswet door verschillende teksten, als Marcus 7, door velen als symboliek voor de Joodse Godsdienst wordt beschouwd en niet geldt voor de Christelijke Godsdienst, is weer een ander onderwerp.
De andere Piet (Schreuder)
Arnhem
                                                                

CARANTENNE

Sinds februari 2020 heeft het woord carantenne in verschillende vormen zijn intrede in het gebruik van de Nederlandse taal gedaan. Het komt uit het Franse quarantaine en betekent isoleren, in afzondering gaan. Dat houdt in verband met de corona-crisis: zoveel mogelijk thuisblijven en vooral zich niet in grote gezelschappen begeven en slechts drie bezoekers toestaan, liefst met een mondkapje voor en bij de entree je handen in alcohol wassen. Je ziet het bij de ingang van de supermarkten, waar je toch je levensmiddelen moet halen. Zo heeft de regering meer adviezen gegeven.

Elke dag wordt er door virologen en andere deskundigen voor de radio, op televisie en kranten over geschreven en gepraat. Dat deze mensen elkaars meningen vaak bestrijden, maakt het er niet duidelijker op. Moeten die regels alleen maar geadviseerd worden of bevolen. Adviseren en voorlichten bleken niet te helpen en bevelen en handhaven met afschrikwekkende boetes uitdelen aan overtreders is nagenoeg een onmogelijke zaak.

Om de samenleving van mens, dier en milieu goed te handhaven, heeft het oudste Boek, de Bijbel, al ten tijde van de uittocht van het Joodse volk uit Egypte op weg naar het beloofde land tien ‘geboden’ gegeven, met daarbij een groot aantal regels, die bij overtreding bestraft werden. Dat is geen vreemde zaak. Bijna elk land heeft een keizer, koning of president aan het hoofd van een regering, die een grondwet heeft, die als vaste onveranderbare grondslag dient. Wat de aanhangende regels in de wetboeken betreffen en de omstandigheden het vereisen, kunnen deze worden bijgesteld kunnen worden, nadat in het parlement (de samenspraak van volksvertegenwoordigers) daarover een meerderheid van stemmen is bereikt.

Dat wil niet zeggen dat de beslissingen daaruit voortvloeiende altijd geheel juist zijn. Daarom komt het parlement bijna elke dag bij elkaar om regels bij te voegen of bij te stellen.

Dat is in tijden van gevaarlijke dreigingen voor de samenleving, vooral wat betreft de veiligheid en gezondheid, nu in veerband met de wereldwijde besmettelijke ziekte “corona’ het geval. Ongeveer elke honderdvijftig jaar was er zo’n ‘pandemie’. Sinds heugenis is er echter nooit zulk een ernstige vorm van pandemie geweest. Over de oorzaken en het einde daarvan tast men in het duister.

Ondanks alle levensverlengende medicijnen waar een groot deel van de mensheid voor de meeste ziekten gebruik maken, heeft de farmaceutisch industrie voor de bestrijding van deze pandemie ten tijde dat ik dit op 24-10-2020 schrijf, nog geen vaccin gevonden. Dat veroorzaakt bij vele mensen angst wat het leven minder prettig maakt. Je zou haast vergeten dat het leven altijd door meerdere zaken nooit ongevaarlijk en zonder verdriet is geweest. Vandaar dat de mensen van allen tijden naar ‘de’ oplossing voor dit vraagstuk hebben gezocht. Het is begrijpelijk dat momenteel de regeringen, de politieke partijen, godsdienstige gemeenschappen, vooral de Christelijke, en vele personen apart daarover van gedachten wisselen.

Hoe kan hat dat ondanks het toegenomen aantal sterfgevallen door deze ooraken de wereldbevolking toch toeneemt. Het blijkt dat de sexuele drang sterker blijft dan alle voorlichting en geboden. Het is vanzelfsprekend dat hoe meer mensen op aarde wonen, hoe groter het besmettingsgevaar is.

Bij dit alles zouden wij bijna de boodschap van de klimatologen en de meteorologen vergeten, dat er een onomkeerbare klimaatverstoring gaande is, die de voedselproductie onmogelijk gaat maken, wat dus een nog gevaarlijke aantasting van het bestaan van de samenleving van de mens op aarde is.

Het lijkt er op, dat ik niet de opmerking van de voorzitter van de Nederlandse Huisartsenvereniging ter harte neem, dat de helft van de behandelingen van een zieke bestaat uit ‘geruststellen’. Mijn huisarts zegt in vele gevallen: “Gaat vanzelf over”.

Daarom hoop ik in volgende blogs over de drie andere problemen te schrijven, die wel oplossingen aandragen en dus mij en jou rust en vertrouwen kunnen geven.

 

  

woensdag 19 augustus 2020

NAAR BERICHT


                                          NAAR BERICHT

Nou, zeg maar gerust: een zeer akelige, vreselijke mededeling. Houd je ergens aan vast. Nee, nog beter: ga maar zitten zodat je niet omvalt. Ik probeer hem zo voorzichtig mogelijk in vreemde woorden als superlatieven en hyperbolen of dode gewoontewoorden te verpakken om hem niet al te hard te laten overkomen. Daar komt-ie: “Tot mijn leedwezen geef ik u kennis van het heengaan van mij geliefde Leise. Ik zal haar in alle eerbied en dankbaarheid blijven gedenken. Ik hoop haar in een volgend leven, in het hiernamaals, weer te ontmoeten en te begroeten met een innige omhelzing`.
Laat gerust vanuit je hersenen je ogen branden en weerhoud de biggelende tranen niet. Het moet er toch uit. Dat lucht misschien een beetje op. We moeten ermee blijven leven, zolang we dat nog hebben.
Ik moet dat voorvoeld hebben toen ik tijdens mijn achtste levensjaar mijn handje op de koele kale vensterbank voor de hologige ramen zonder gordijnen legde en naar de lege huiskamer op de hoge Arnhemse Vogelwijk, Valkstraat 8, omkeek.

In deze tot voor een paar dagen geleden nog oergezellig aangeklede woonkamer liep mijn gestreste pappie vaak hevig strijdend tegen alle kwaad, gadegeslagen door mijn bezorgde maar volgzame mammie, op en neer, telkens zichzelf tot de orde roepend:“kalmte zal je redden!”Leise leise fromme weise, rustig, kalm, op eerbiedige manier. Hij moest en zou deze ellendige wereld verbeteren voor hemzelf, zijn gezin en alle mensen en dieren. En dat vooral in de jaren dertig terwijl de zorgvuldigheden dezes levens hem tegelijk in beslag namen. Zou Schubert hebben geweten dat het onbegonnen werk was toen hij De Onvoltooide componeerde?
Ik was in dit huis tot mijn achtste jaar opgegroeid aan de beschermende hand van mijn ouders, die mij onbewust overlaadden met Leise leise fromme Weise van Carel Maria von Weber en l´Arliciciénesswiete van George Bizet. Alleen van de laatste wisten mijn zusje en ik nog de melodie die tweemaal in die muziekstukken voorkwamen. Mijn vader had een grammofoon en die twee platen gekocht en mijn zusje en ik wisten precies de plek te vinden waarop je de naald moest zetten op de plek waar die melodieën, na door orkestmuziek ingeleid te zijn, opklonken, zodat daardoor die plek grijs werd gedraaid, intussen de melodie in onze harten groevende. En nu liet ik dit huis in de steek!

Ik wist daarna dat ik iets in mijn leven mistte, maar wist niet wat. Tot de melodie van Leise zestig jaar later opeens zomaar in me op kwam. Ik wist echter de naam niet meer, maar zocht en zocht maar,  jarenlang zeer volhardend. Tenslotte, ik schreef het je al, ik naar muziekhandel Bergman in de Koningstraat ging, waar ze gespecialiseerd waren in klassieke muziek. Ik kon niet anders dan de melodie met lalalala voorzingen. En toen gingen wij beiden op zoek naar die plaat.
Het ene na het andere muziekstuk klonk door mijn koptelefoon aan de toonbank. Tot we op een hoes de liefelijke Annelies Rothenberger op een stoel zagen zitten, de plaat uit de hoes haalde….. En daar was Leise leise fromme weise weer. De jongeman hoefde niet eens te vragen of ik haar eindelijk had gevonden. Hij zei meelevend: “Meestal verbonden aan een belangrijke gebeurtenis in je leven”. Sentimenteel verhaal hè.

Nu komt het. Ik deed het zo voorzichtig mogelijk. Een keer per week haalde ik de langspeelplaat uit de hoes en zette hem op de platenspeler. Het werd een gewoonte. En toch: opeens ontroerde de melodie mij niet meer. Had ik een overdosis gehad? Ik dacht aan het slotkoor van de 9e symfonie van Beethoven “An die Freude”. Ik zong in het 75 mensen tellend koor de baspartij. Zeven jaar. Veertien jaar met de andere bassen in een apart lokaal oefenen. De dirigent tikte net zo vaak in het midden af. Overnieuw beginnen, totdat het erin zat. Dan de eerste keren nog met de sopranen, alten en de tenoren in Musis Sacrum, de Arnhemse muziektempel. En dan de generale…. De vier solisten vooraan. De dirigent liep onder het zingen naar de achterkant van de zaal, kwam terug en zei dat we niet “alle menschen werden Brüder” moesten zingen, maar “Prüder”, want dan klonk het in de zaal als Brüder. Opnieuw. Weer tikte hij, nu al in het begin, af en zei dat één van de bassisten meer oog had voor de knappe alt Corrie Bijster, dan voor hem. Alle bassisten een rood hoofd…. En ik ben al zo gevoelig. Corrie Bijster keek lachend naar MIJ achterom. Nadien weet ik zeker dat veel dames ogen in hun rug hebben zitten.… Nu konden we verder met de generale.
Tenslotte, na nog wat tips, opdat, als we opeens moesten gaan staan, er geen stoel omviel. Hakken en tenen na een teken van de dirigent, op de grond zetten om bij het tweede teken als één man op te staan en uit te jubelen: Freud ich schöner göterfunken, tochter aus illusium, alle menschen werden brüder. ( ik schrijf de woorden van de dichter Schieler natuurlijk verkeerd).

Wat voor velen over de wereld het mooiste muziekstuk werd gevonden, werd voor mij een nachtmerrie. Ik verving het voor de 9e symfonie van Dvorak, getiteld “De Nieuwe Wereld”. Ik doe het voorzichtig aan. Die klinkt nu om de twee maanden uit de luidsprekers van mijn computer.
Toen ik met mijn vrouw en kinderen vanuit Spanje door Frankrijk reden, zag ik opeens de naam Arles staan. Ik nam onmiddellijk de afslag en liep met hen over de dijk langs Arles. Uit de diepte klonken de kerkklokken, in het muziekstuk door hoorns vertolkt. Ik vertelde hen het verhaal van het meisje van Arles, de Arlesciène. Ook haar niet teveel oproepen…. Leise leise, fromme Weise…. Kalmte zal je redden.

Naschrift:
Daarom had de vroegere tempel vierhonderd zangers en musici met vele muziekinstrumenten in vaste dienst. Nehemia mocht ze van de koning uit ballingschap mee terugnemen voor de herbouw van de tempel.


vrijdag 14 augustus 2020

Geleerd

                                           
Het volt nait mit om mit 30 groaden achter de computer te krupen, zou mijn Groningse opa hebben gezegd, als hij hier in mijn plaats achter de computer zou  hebben gezeten.  Daarbij levert het doen en laten van mijn kinderen en kleinkinderen ook zorgen op. Kleine kinderen kleine zorgen, grote kinderen grote zorgen luidt het.  Maar suffend met de hand onder het hoofd in mijn zithoekje levert op de duur ook nekpijn en schuldgevoelens op. 
Als geestverwant van een christelijke groepering is het altijd fijn te kunnen zeggen, dat je een aantal professoren en schrijvende theologen in je midden hebt. Ondanks zo’n laatst genoemde over de eerste zei: “Een professor weet veel van weinig en weinig van veel”. Hij zat bij de uitreiking van de laatste vertaling waaraan protestanten zowel als katholieken en niet gelovigen medewerkten, naast een bisschop. Die vroeg aan hem: “Geloof je nou echt dat wij en vooral de paus, het beest uit Openbaring is?” Het antwoord las ik niet.
Zij allen verklaren bijvoorbeeld dat geen mens alle Bijbelteksten en –gedeelten kan verklaren, hoe ook zij in hun colleges en preken hun best daarvoor doen.  Enige tegenspraak is dus nooit te vermijden. Toen zo’n professor, die je toch een hoop gezag toeschrijft, me zei, waar anderen bijzaten: “De schuld van de extreme weersomstandigheden, waaronder we nu gebukt gaan, is de schuld van de mens”. Ik heb echter een sterk vermoeden, dat sinds de schepping er periodiek pandemieën heersten, de Bijbelschrijvers, in deze tijd geleefd hebbende, zouden  hebben geschreven dat het Gods straffen waren met de bedoeling de mens als collectief tot beter inzicht te brengen. Zie de zondvloed.
Als de Bijbelse profeten en Paulus dit vermeldden, dan dekken we dat als verontschuldiging toe met “de cultuur en kennis van die tijd”. En wat vooral de schrijvers van de Nieuwtestamentische evangeliën en brieven betreffen: “Dat leed onder de grote controversen tussen de orthodoxe godsdienstige joden en de joodse christenen”. Die overgang bestaat nog steeds met vallen en opstaan, hoewel het christendom nu sinds een aantal eeuwen de grootste godsdienst (Katholieken en Protestanten samen) genoemd wordt, ondanks het toenemend aantal Moslims.

Ik heb geen flauw idee hoeveel mensen mijn blogs volgen, maar onze professor verzocht mij nooit daarin, ook niet in correspondenties, te schrijven wat hij mij toevertrouwde, met het toevoegsel, dat hij dat gezegd en geschreven zou hebben. Dat beloofde ik hem en zo je ziet, houd ik mij tot dusver daar aan. Hij verzocht mij echter kort geleden om NOOIT de naam van JHWH met klinkers uit te spreken en te schrijven, en dat ik dat aan anderen moet doorgeven. De reden: uitsluitend de hogepriester mocht dat één keer per jaar in afzondering driemaal fluisterend doen.

Daar ging mijn belofte. Ik gaf dat laatste door aan onze Arnhemse predikant. Deze zei, waar anderen bij waren, dat hij het met dat verbod niet eens was. Hij toonde zelfs dat het een onmogelijke zaak was bij de verkondiging van het evangelie. Hij gebruikte in zijn preek DE NAAM met de klinkers voluit. Je hebt wat die klinkers betreft niet veel te kiezen. Ons alfabet van vijfentwintig letters telt maar vijf klinkers. En HOE zou de priester de letters JHWH zonder klinkers fluisterend uitspreken?

Als de gedoodverfde grootste intellectueel Einstein heeft gezegd, dat geen mens, vroeger, nu en in de toekomst, nooit op alle vragen antwoord heeft, dan past mij dat in de eerste plaats zelf. Dus,  neem dit blogje voor wat het is, met vergeving van alle tekorten voor de medemens. Het antwoord op de vraag of bidden altijd helpt ondanks dat jij achter een gebed vaak zegt: niet mijn wil maar uw (Gods) wil geschiedde, is een oplossing te denken dat bidden wensen met overgave is. Ik heb zo meermalen ervaren dat ik van doodsangst na mijn gebed vroeger of later werd bevrijd.



dinsdag 4 augustus 2020

MULTATULI


Bresje   Kan het nog?
Zolang het nog kan, wil ik de paar dagen die mij nog resten, schrijven wat nog geschreven moet worden. In mijn flatje staan in de keukenwoonkamer een overvolle boekenkast en een wandmeubel waarin ongeordend op en in stapeltjes boeken staan. In de slaapkamer staan nog twee volle boekenkasten met boeken. Verder liggen overal op de vreemdste plaatsen boeken. De helft moet nog gelezen worden. Boeken zijn mijn vrienden, maar ze dringen zich wel een beetje aan mij op, want ik lees steeds trager wegens mijn afdwalende gedachten. Als ik een brief of zomaar een stukje schrijf, zoek ik naar de juiste woorden en zinnen waarmee ze mijn gedachten op de beste wijze kunnen worden weergegeven. Ik blijk gelukkig niet de enige schrijver met die gebreken, want één schreef: “Schrijven is schrappen”, en op de tv verschijnen soms foto’s van een pagina met de vaak met de hand geschreven originele tekst die op veel gedeelten doorgestreept zijn en woorden en zinnen werden door andere woorden en zinnen vervangen. Dan gaat het naar een corrector, die er altijd nog typ- en grammaticale fouten uit haalt.
Wat jij in vijf minuten leest was dan in een half uur tot stand gebracht. Schrijvers kunnen er zo wel een paar jaar over doen, voordat zij het manuscript  presenteren aan een uitgever, die het ondanks je vele moeite nog kan weigeren. En mocht het verschijnen dan kan een recensie in de krant, waarin het boek door de één als mooi en de ander als slecht beoordeeld wordt, de verkoop ervan beïnvloeden.
Eergisteravond stond ik voor de boekenkast in de woonkamer om te zien of daar een boek van de pas overleden schrijver Maarten Biesheuvel stond, die een tijdlang in een psychiatrische inrichting moest doorbrengen. (Ik ook, maar dan als l.l.vepleger). Ik stuitte op een flinterdun donkerrood boekje van 101 pagina’s, dat de titel droeg "MULTATULI als vijand van het godsdienstig bijgeloof en als verkondiger eener atheïstische wereldbeschouwing”.
Het was in 1920 uitgegeven door J.van Loon en bevatte een bloemlezing uit zijne ideeën, verzameld in opdracht van het bestuur der afd.Amsterdam van “De Dageraad”, ter gelegenheid van de herdenking van zijn honderdste verjaardag door J.Hoving, namens het Bestuur afd. Amsterdam. Maar het meest bekend is hij door zijn boek ‘Max Havelaar’. Multatuli is een pseudoniem van Eduard Douwes Dekker,de assistent resident namens de Nederlandse regering, gestationeerd in het toenmalig Nederlands Indië. Hij bracht echter de brute slavernij die Nederland uitoefende op de inheemse bevolking aan het licht. Het verhaaltje daarin over Saídja en Adinda werd algemeen bekend. Het paste precies in de kort geleden herdenking van de afschaffing van de slavernij.

Ik kon het niet laten liggen en ging aan het lezen. De naam Multatuli (multa betekent veel, en tuli gedragen). Ik herinnerde mij een geschrift van hem met de titel “1000 en 1 ideeën”, waaruit ik één in gespreksgroepen graag citeerde: “Niets is geheel waar, zelfs dit niet”.
En daar ging mijn nachtrust. Ik ben een avondmens, die in tegenstelling tot een ochtendmens iets tot stand kan brengen. Ik had slechts een gedeelte gelezen toen ik besloot toch naar bed te gaan, omdat een mens die gezond oud wil worden, daarvan voldoende moet nemen. Nou, vergeet het maar. De hele nacht denken en dat in woorden en zinnen samenvatten. Doodmoe tegen het krieken van de dag toch maar opstaan om die dag duizelig en met licht angst door te komen.

Ik begreep nu pas waarom mijn vader zich de ene maal een felle voorstander van het atheïsme toonde en de andere maal een christen, en soms bijna tegelijk. Het eerste hoofdstuk luidt : "Multatuli over den Godsdienst", en daaronder staat een uitspraak in cursief, die luidt: “Voor elk vrijen trotsch mensch is het een schande te gelooven. Deze heeft eerst te onderzoeken, grondig, tot inde diepte te onderzoeken, voor dat hij gelooft” (Dr.Ernst Horneffer).
Daaronder in kapitaal “EEN ZAAIER GING UIT OM TE ZAAIEN”. (Jezus)
Voltaire heeft gezegd: Si Dieu n’existait pas, il faufrit l’inventer. Zekerlijk. Alle macht is uit God. Wie macht wil is uit God. Wie macht wil, wil God. Wie macht, gezag, noodig heeft, maakt zich ’n God. Dit deden Mozes, Conficius, Numa, Columbus, Cortez. Dit deden alle volksleiders, wichelaars, toovenaars, priesters. Dit doen nog heden ten-dage ieder die heerschen wil. Het getal goden is zo groot als het getal begeerten. Bij iedere begeerte, een nieuwe god. (Ik citeer nog steeds uit het boekje). Leugens ontvingen de ouders…leugens geven zij hun kinderen, zo staat verderop. En zo volgen meer uitspraken die de gruwel van godsdienst aantonen.

Aan het eind, op blz.99 staat: “Er zijn weinig in de geschiedenis vermelde personen – ja ik durf zeggen: er zijn er géén – die ik zoo liefheb als Jezus. Och, ik zou hem zo graag kennen in z’n fouten! ’t Is onmogelijk dat iemand die van Jezus houdt voor zondeloos, hem zoo lief kan hebben als ik. Er is ’n zotte begripsverwarring in de meening, dat ik ’n vijand van Jezus wezen zou. Van de duizend en één christendommnen, ja! En ik beweer dat Jezus in die vijandschap m’n bondgenoot wezen zou. (idee 206).



donderdag 16 juli 2020

VEELSCHRIJVERS


Bresje             VEELSCHRIJVERS
Ik verdien respect. Had juist de Bijbel van begin tot eind gelezen, ontving ik Reinder Bruinsma’s dertigste boek, getiteld “Ik heb een toekomst”. Een paar dagen daarna viel Maarten ’t Hart's “Een vlucht regenwulpen” in de bus. De laatste louter uit nieuwsgierigheid omdat hij tegen de honderd boeken had geschreven die verdeelde recensies ontvingen. De hier genoemde werd tot de grond afgebrand, terwijl op de achterzijde het boek aanbevolen werd als het meest ontroerende.
De titel werd ontleend aan de opmerking bij het sterven van zijn moeder, wat hij in één zin vermelde met dat tegelijk een nooit eerder door hem gezien vlucht regenwulpen over vloog. Achter in het boek werden die regenwulpen zonder enig verband met het vorige nog eens genoemd. Dat het een onsamenhangend verhaal is, mag blijkbaar geen belemmering voor de verkoop uitmaken, want het boek haalde een oplage van één miljoen.
Zou de reden daarvan zijn dat hij terloops schreef dat hij de jongste professor in de biografie was ooit en daardoor een grote schare relaties had? In een interview op de t.v. verklaarde hij zich asociaal omdat hij na het ontbijt direct de hele dag in zijn tuinhuisje verdween en daar met schrijven artrose opliep. Hij las, schreef en leerde heel makkelijk en snel, zo vertelde hij. Zijn salaris dat hij bij zijn colleges ontving, vond hij belachelijk hoog.
Over het feit dat hij nooit een literatuurprijs kreeg en Astrid Roemer wel, klaagde hij dat dat mens niet eens schrijven kon.

Deze indruk van zichzelf en door anderen, leek hem echter net zomin te deren als zijn Belgische mede veelschrijver Herman Brusselmans, die maar liefst meer dan honderd boeken schreef. Ook hij werd scherp bekritiseerd, maar verklaarde tot zijn laatste snik te blijven schrijven. Een leuke opmerking van hem was: “Als je in België een stad verlaat omdat hij je niet aanstaat, dan kan je wel aan het lopen blijven”. Ik vind dat ook van toepassing bij het verlaten van een christelijke gemeenschap of politieke partij. Want ze bestaan de laatste veertig jaar bijna allemaal uit families: kinderen van kinderen van de oorspronkelijke leden die "de waarheid" hadden gevonden.

De vraag blijft of de uitgevers de boeken van beide schrijvers (en meer schrijvers) blijven uitgeven omdat ze erin slaagden op één of andere manier bekend te worden.
Ik ben door één boek voor mijn omgeving wat bekend, maar dat is niet aan de verkoop te zien.
Ik droom ook niet dat ik een schrijver als J.D.Salinger word, die met zijn enige boek “The catcher in the rye” (De vanger in het koren") de wereld schokte, wereldberoemd werd en in bijna alle talen verscheen. Zie mijn blog daarover.
Maar zo je ziet: ik blijf schrijven.


zondag 12 juli 2020

Piet Tjalsma



Na lange tijd geen blog te hebben geschreven vond ik het nu toch eens tijd worden. Je moet toegeven dat er sinds februari 2020 nogal schokkende gebeurtenissen hebben plaatsgevonden, waaronder de pandemie (wereldwijde) van de kwaadaardigste griep Corona, sinds mensenheugenis, de meeste aandacht in beslag nam, dus ook die van mij.
Als ik de mentaliteit van mens en mensheid daarbij in beschouwing neem, moet ik mijzelf herinneren aan het feit dat ikzelf tot die mensheid behoor. Ik moet zeggen: Piet kijk eens maar naar jezelf.
Mijn mede jongerenbegeleider Piet Tjalsma deed nooit zo gauw geschokt over ernstige gebeurtenissen en de verwachte gevolgen daarvan. Hij reageerde in een gesprek daarover altijd alsof hij verbaasd en kritisch was, maar je kreeg daarbij de indruk dat het hem een ‘zorg’ zou zijn’, van ‘nemen wat er komt en het beste ervan maken.’ Nu ook dat niet meer, want een paar maanden geleden stierf hij vlak voor zijn honderdste verjaardag. Een maand daarvoor had ik hem aan de telefoon en zei hij zo dankbaar te zijn zulk een hoge leeftijd te hebben. Maar, hem kennende, vond ik dat hij dat plichtmatig moest zeggen als Christen, lid van de ZdAdventbeweging.
Hij trok net als in Arnhem in Apeldoorn als een wat oudere vrijgezel jongeren boven de achttien jaar aan. De 25 km die ons scheidden werden door de jongeren fietsend overbrugd voor een dagje samen in de natuur met een sterrenrit, waarbij oudere adventisten tuisen de bosjes stonden opgesteld of ze niet van de uitgezette route afweken. Bij mij thuis zaten we na afloop allemaal op stoelen en banken of op de grond voor een glas limonade. Als er in Apeldoorn weer een districtsconferentie (zaliger nagedachtenis) was bleven de Arnhemse en andere jongeren uit de omstreek daar een weekend, waarbij ze werden ondergebracht bij de Apeldoornse leden.
Op het jaarlijkse Paasjeugdcongres in het houten noodgebouw Tivoli Utrecht, sprak ik een jongere in de hal aan, en zoals altijd, verzamelden zich een tiental jongeren uit alle windstreken van ons land zich om ons heen. Ik kreeg de leiding over de slaapplaatsen van de jongens in een school. Dat werd vanzelf een nationale kennissenkring en de andere Piet was daar ook vaak bij. De meisjes van die leeftijd zochten steeds meer dat gezelschap. De aangenomen dochter van de oud Indische predikant van Alphen, Hannie, presenteerde zich als speciaal vriendinnetje van Piet en mij. Hij was tijdens de politionele actie in toenmalig Nederlands Indië bij de verplegingstroepen en zo kende hij Van Alphen en zijn aangenomen dochter. Ze stond te juichen en te zwaaien als ze één van de Pieten op een toogdag zag binnenkomen. We kregen wel de steun van de Nederlandse jeugdleider Dirk Vink en later van zijn opvolger  Karel van Oossanen, maar in Arnhem niet van de nieuwe predikant Piet van Drongelen, die deze taak ambieerde. Hij kwam met ouderling Sjaak Piederiet mijn drukkerijtje binnenstappen en verzocht mij de kerk niet meer te bezoeken wegens mijn verkeerde invloed op de jongeren. Met als gevolg dat de volgende Sabbat een stel auto’s met jongeren voor mijn deur stond en mij mee namen naar de kerk. Daar hield Piet Tjalsma Piet van Drongelen aan de praat en leidden de jongere afgevaardigden uit het land mij naar mijn vaste zitplaats. De week daarop werd het Heilig Avondmaal gehouden en vroeg de ouderling mij bij aanvang een gebed uit te spreken. Bij de volgende preekbeurten van Piet kwam hij eerst naar mij toe en legde even zijn hand op mijn schouder als herstel van goede verstandhouding.
Met Henk Onkenhout en de zoon van de Amsterdamse koster, Gosse Weimar, maakten Piet en ik een reis naar Barcelona, alle Adventkerken onderweg aandoende, de nodige avonturen belevende. 
Tjal, zoals hij door velen genoemd werd, ging later in het jongenshuis op het landgoed Oud Zandbergen wonen, waar in het grote landhuis het landelijk bestuur zetelde. Er waren twee scholen  op het landgoed, en Piet werd daar de penningmeester.
Ik ging later eens na hoeveel Pieten er wel in de Adventkerk waren en kwam al gauw op twaalf. Die naam zie ik nu in 2020 niet zo vaak meer. Die ik kende zijn nu allemaal wachtend op de opstanding. Ik dien aan de beurt te zijn, hopende op een opvolger, die ook zelfwerkzaamheid en zelf denken van jongeren voorstaat.



dinsdag 14 april 2020

De maanden 2019



De laatste tijd, vóór de wisseling naar zomertijd 30 maart 2020-03-31, stond ik ’s morgens tussen 7.30 en 8 uur op, mede door de aandrang van katje Miepsie, die al om 6 uur zijn natte neus op de mijne duwde als teken dat het slapen nu toch wel voldoende was. Ik volg echter de tv-programma’s De Wereld Draait Door van Matthijs van Nieuwkerk van 7-8 uur op kanaal 1 en die van Pauw of Jinek van 11 tot 12 uur. Op kanaal 4 is er één van RTL; ook de moeite waard. Dus dat wordt heen en weer zappen. Dat maakt ook dat ik na een paar teksten lezen en gebed vaak pas om 1 uur -1.30 uur op bed lig.
Om tijd te winnen sla ik mijn ochtendwandelingetje van 20 minuten over en helaas soms ook de middagwandeling, waardoor ik toch etenslust en slaap ontbeer. Na elke maaltijd, vooral warm eten, suf ik éven op de bank en krijg ik aardige gedachten om op mijn website te zetten. Echter kijk ik eerst even in mijn inbox of er brieven zijn te beantwoorden. Dit in de vurige hoop dat die mooie gedachten nog in mij geheugen staan…. Ik ben geen Maarten ’t Hart of Herman Brusselmans, die elk ruim 80-100 boeken en artikelen schrijven en zich daarvoor heel asociaal (zeggen ze zelf) afzonderen. Gevolg:  broze botten en artrose. Maar ze beweren tot hun laatste snik te blijven schrijven.

In mijn vorige blog repte ik over de maanden 2020 die, naar mij leek, elk genoemde gesprekstafel ruim voldoende stof opleverden. Ik merk achteraf dat ook de laatste maanden 2019 aparte onderwerpen werden behandeld. Zo waren er de maanden ‘depressies, verwarden, psychoten, hittegolven, overstromingen, fijnstof, elk als reactie op krantenberichten. Die verschenen weer als gevolg van een reportage in één van de media. Je mag toch niet achterblijven….
Het meeste raakte mij de mededeling van de voorzitter van de huisartsenvereniging, die zei dat de meeste behandelingen van patiënten bestaan uit “geruststellen”. Ik had bij mijzelf en anderen al eens voorzichtig het gezegde ervaren: “Als de dokter verschijnt, de ziekte verdwijnt”.
Meer nog herinner ik mij het tweegesprek tussen Matthijs en neuropsycholoog Professor Scherder, die verklaarden elk een autistisch kind te hebben. Die van Scherder sprak pas op zijn zevende jaar zijn eerste woordje…. Je kijkt soms op tegen begaafden, zoals ik beiden beschouw, alsof hun leven volmaakt is en een voorbeeld is voor hun hoorders. Als ze beiden ook nog verklaren angststoornissen te hebben, ben je toch wel verrast en misschien een beetje gerustgesteld. Jij met je kleine of grote geestelijke handicaps bent niet de enige die ze hebben. Beide mannen hadden niet alleen vliegangst, maar durfden ook niet de snelweg op en de vrolijke Professor Erik Scherder vermoedde bij elk steekje in zijn hoofd een tumor.
Is dat ook zo het geval bij geestelijke verzorgers als predikanten? Je durft daar immers niet zo openhartig over te zijn? Waar blijft dan de wet op de privacy? Ik ontkom niet aan de gedachte dat Matthijs en Erik opeens beseften dat ze hun kijkers en hoorders weleens angst konden hebben bezorgd met hun presentaties in DWDD. Erik trad dan altijd op met een voorbeeld van de hersenen in zijn hand en verklaarde dat het bestond uit vele vlakjes (cellen) met elk een aparte eigenschap als geheugen, medeleven en medelijden, rekenkunde, hulpvaardigheid, enz. enz. Bij de ene persoon verschilde de kwaliteit van elk vlakje van de ander. Het denken bestond uit het onbewust en bewust contact maken tussen die vlakjes, alles het karakter vormende van de mens en zijn ontwikkeling.
Ik mis beide mannen op het scherm, alsmede Professor Robbert Dijkgraaf, die in dat programma als hoofd van de belangrijkste universiteit van natuurkunde ook altijd vrolijk zijn presentaties gaf, soms zelfs met andere specialisten op dat gebied.