Posts tonen met het label Negentig. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Negentig. Alle posts tonen

zondag 15 maart 2015

NEGENTIG!!


Bres-2

NEGENTIG (90)

Piet Schreuder


Op donderdag 29 januari 2015 begon het voor mijn doen al vroeg. Ik moest eerst om 8.45 uur voor de jaarlijkse controle bij de prikpost in Zorgcentrum Waalstate de jaarlijkse nuchtere plas inleveren en toen bloed laten afnemen. De apotheek is daar vlak bij, zodat ik in één moeite een receptje kon inleveren. Gewoonlijk vraagt de assistente naar mijn geboortedatum. Ik zei onnozel: die weet ik niet meer. Na mijn naam en adres te hebben opgezocht, zei ze nadrukkelijk: 29-1-25, en wilde het medicijntje ophalen. Ze draaide zich om en ik zei wat luider: zegt u dat niets? Ze twijfelde, maar niet lang, want twee andere dames riepen van achter de medicijnrekken: “Van harte gefeliciteerd, mijnheer Schreuder!”. Het arme kind schrok ervan en wenste mij toen ook geluk met mijn verjaardag.

Ik dacht: die negentig moet ik toch eens in mijn leven uitbuiten. Om de hoek was daar in de kleine winkelstrip de levensmiddelenzaak DEKA. Daar moest ik zijn om de komende Sabbat bij de koffiedienst van de Adventkerk te kunnen trakteren, vier appeltaarten kopen. Bij de kassa stond toevallig mijn overbuurvrouw. Zij zag me achter in de rij en riep: “Gefeliciteerd met je verjaardag, Piet!”.  Zo, dus de hele winkel was ook op de hoogte, en kreeg ik nog meer felicitaties. Zij en de kassajufrouw hielpen mij de taarten naar de fiets brengen en in de twee fietstassen bergen. Met de overbuurvrouw op weg naar huis.

Al eerder waren kaarten per post en e-mails gelukwensen binnengekomen en toen kwamen tot mijn verrassing uit het nabij gelegen Velp, lekenprediker Bertus Duijster en zijn vrouw, ouderlinge Marga, op bezoek. Met hen zit ik op ons rijtje stoelen in de kerk en met Marga zing ik vaak uit één liedbundeltje tweestemmig. Een nieuw boek over recente geschiedenis, wat mijn belangstelling heeft, werd mijn bezit.

Tegen de middag kwam het aangekondigde bezoek van onze predikante Elise Happé uit Apeldoorn die me een prachtig bloemstuk overhandigde. Voor haar en mij had ik twee gebakjes gekocht, want op meer bezoek rekende ik niet. Nauwelijks hadden we dat genoten of mijn zoon Peter stuifde binnen en een kwartiertje later kwam dochter Seraja ook nog. Beiden bleken mij als een oude snoepkous te zien, omdat ik tevoren had gewaarschuwd dat ik van al het stoffelijke al voorzien was, waartoe ik even ook wat door de mond gaat, beschouw. Ik kan, ook wat dat betreft, voorlopig vooruit…. om te trakteren.

Peter verrijkte mij bovendien met een film op CD, waarin de door mij bewonderde Sandra Bullock de hoofdrol speelt. Seraja beloofde mij een pedicurebeurt te geven.

Toen dat gezelschap was vertrokken kwamen Freya en Pim, mijn assistenten in de bewonerscommissie, met een bakje bloembollen die na een dag al uitkwamen en de kamer van een lekker luchtje voorzagen. Ze begonnen alle planten te bemoederen en mij van allerlei adviezen te voorzien. Ik had voor mijn twee overbuurvrouwen die tegelijk met mij jarig waren, kaarten gemaakt en die zou Freya wel voor mij bij hun in de bus doen.


Onthouden

Logisch dat mijn ochtendwandelingetje erbij inschoot en de computer ook geen werk kreeg. Dus kwam ik niet aan schrijven toe, ondanks dat ik toch de afgelopen gebeurtenissen wilde vastleggen. Nu ik dit schrijf, vrees ik de helft te zijn vergeten omdat alles een week geleden plaats vond. Nou vooruit: ’s middags in het parkje me door de verzamelde hondenuitlaters  laten feliciteren. En thuisgekomen begon al direct de telefoon te rinkelen:

oud medebestuurslid Gem. Senioren Fietstochten Eef Bloemendaal, Celestine Thompson-Kortram, ex-lid Adventkerk, mijn Surinaamse diaconesse Lourdes met een telefonische voorbede, eveneens Surinaamse Adventvriendin, die eerder al een prachtig gedicht had gemaild.

Dan nog Delie Akarina van churchplant Focus Adventkerk met wie ik veel herinneringen deel. Zij bezocht met haar ouders en zussen en broers ons gezin om de veertien dagen, en op zondagen trokken wij erop uit naar het recreatieplasje  De IJzeren Man of de Efteling, en andere mooie plekjes in de omgeving. Omdat vader Daniël Akarina zijn auto al vol had met vijf leden van zijn gezin, zat Delie dan tussen mijn jongens op de achterbank van mijn auto. Ik hoorde zelden zo’n klein meisje zo levendig praten….

Terug naar mijn verjaardag. Zoon Rob belde om te vertellen dat hij zojuist met de trein op twintig meter afstand mijn huis was gepasseerd (ik woon aan het spoor) op weg naar Zwolle om daar met mede-ambtenaren overleg te plegen. Vanuit de trein feliciteerde hij me. Even later rinkelde de telefoon weer, nu vanuit Sportcentrum Papendal, waar andere zoon Jisvi bijeen was met collega’s die voedselfabrieken in Nederland en omgeving controleerden. Een job waarvan ik ook al niet helemaal begrijp wat die inhoudt. Hij belt mij vaak vanuit de voor mij verste streken, en nu dus met zijn gelukwensen.

En Guno Thompson, man van Helen, geestverwanten, helemaal uit  Amerika.

Kaarten en e-mails van buurtgenoten en telefoontjes van de leden van mijn bewonerscommissie. Hebben zij allen een verjaardagskalender, die ik ontbeer?

Misschien dankzij facebook van dochter Seraja, die mij binnen één minuut van veertig “vrienden” voorzag. Als ik daarna alle berichten daarop had willen bijhouden, dan was ik, trage lezer en schrijver, weken bezig geweest…. Dus moest ik facebook van mijn “inbox” tot mijn spijt gewetenloos verwijderen.


SABBATDIENST

Die dienst zou door de Arnhemse gemeenschap zelf worden ingevuld. Daarvoor had men de jeugd ingeschakeld. Vorige malen zorgden de kinderen voor de hapjes en drankjes bij de koffiedienst na de prediking. Dus e-mailde ik de jeugdleidster en ouderlinge dat mijn traktatie teveel van het goede zou zijn. Een jarige trakteert meestal. Nee, de jeugd zorgde dit keer daar niet voor, dus kon ik mijn gang gaan. Met vier appeltaarten in de fietstassen arriveerde ik en liet ze door het benedenraampje op de balie in het jeugdhonk plaatsen. Dan zou er als gewoonlijk ‘lang zal hij leven’ (nou nou) gezongen worden en ik, wat de kerkgemeente betreft, van overige zorgen zijn bevrijd. Ja ja….

De Sabbatsles van 10-11 uur verliep als gewoonlijk, nu  met wat meer mensen uit o.a. Nijmegen. Er kwamen weer meer mensen de zaal binnen. Daarna betraden ouderlinge Marga en de jeugdige schrijver-predikant in wording, Orville,  het podium voor het tweede uur met mededelingen, gebed en preek.

Maar vóór de preek werd diaconesse Petra Duijster gevraagd om nog een mededeling te doen.


En toen begon het

Petra deelde mee dat Piet negentig jaar was geworden en dat wij dat niet zomaar mochten laten passeren. Zij plaatste een stoel midden voor de rijen en nodigde mij uit daarop plaats te nemen. Ik dacht: nou ja, ik zal gewillig een toespraakje aanhoren als even het middelpunt van de belangstelling wegens het bereiken van de mijlpaal 90. Nu ben ik de volgorde kwijt. Ik meen dat eerst het zangkoor De Advocals naar voren kwam en tot mijn grote verrassing het lied

“We shall overcome” zong dat ik na de dienst, als de bezoekers de zaal verlaten, altijd als toetje naast de organiste Magda Kortram mee zong. Nu werd het met de officiële tweede stem gezongen. Applaus, vooral van mij. Ik dacht: dat was het dan, en stond op om weer naar mijn vaste plaats te gaan. Maar ik werd weer op de stoel middenvoor teruggedrukt, want er kwam nog iets…..

Op het scherm boven het podium verschenen beurtelings mijn portretten uit verleden en heden en tijdens sociale gebeurtenissen van de gemeente waarbij ik betrokken was, zoals het bowlinguitje. Aanleiding om te lachen. Nog eens Advocals en ik nu maar wachten op het eindsignaal. Maar nog steeds kwam het niet, want er kwamen bloemen en een héle grote wasmand met snoep dat een nieuw soort kamerjas verborg; een dunne, lange deken met mouwen. Het heeft een naam. En toen kondigde Petra het einde aan met woorden die zij alleen kan kiezen. Ik mocht gaan, maar durfde niet zonder een kort woordje uit te spreken. Ik zei zoiets van: “Geweldig. Ik heb een hekel aan spreken in openbaar. Maar het is aan jullie allen, hier aanwezig, te danken dat deze gemeente negentig jaar bestaat. En ik ben dankbaar dat jullie mij hebben geaccepteerd”.

Bij de koffiedienst in het jeugdhonk met mijn gebak, werd zoals bij elke jarige van de afgelopen week “Lang zal hij leven” gezongen en bloemen overhandigd. Ook voor dochter Seraja die de volgende dag jarig was en Marga die twee dagen tevoren haar 63e had gevierd en nog drie anderen die ons allen lief zijn.

Het was onmogelijk de cadeaus in de fietstassen bergen, dus naam zoon Rob ze in zijn auto mee. Hij stond juist met de auto voor mijn flat toen ik met de fiets arriveerde. Hij kon het zaakje dat hij in de auto had vervoerd, in de lift zetten en van daar uit naar mijn flatje dragen en in de kamer plaatsen. Na mijn grote dank en zijn vertrek kon ik dankbaar beginnen met uitpakken.


Wat gevoelige slotmaaltijd

Een week daarvoor had ik de oud gezinsleden met “hun toegevoegden” uitgenodigd voor het jaarlijkse etentje in De Cantharel te Ugchelen. Maar nu ook de moeder van Jisvi’s vrouw Nanke, Riet Kreuze, omdat zij juist vóór de jaarwisseling te horen had gekregen dat zij uitgezaaide kanker had en 2015 voor haar mogelijk beslissend kon zijn, evenals deze gedenkdag en daarbij behorende maaltijd dat voor mij kon zijn wegens mijn leeftijd.

En mijn zuster Cor met mijn zwager Joop Everaars gaven gehoor aan mijn uitnodiging. Cor en ik hadden de laatste vijftig jaar weinig contact. Ik had wat meer van moeders karakter en zij dat van vader en daardoor liepen onze wegen nogal uiteen. Zij is anderhalf jaar ouder en niet zo goed ter been. Maar aan de arm van Joop en een wandelstok ging het best. Daarbij had zij het gezin van Jisvi op de tennisbaan ontmoet en zaten zij niet helemaal vreemd tegenover elkaar en konden zij zo prettig converseren.

Tegen het eind van je leven toch tonen bij elkaar te horen.

Bij elkaar waren er twintig personen inclusief de levendige aanwezigheid aan de lange tafel van de vier kleinkinderen en twee achterkleinkinderen. Dat zouden het zijn geweest die ik mocht trakteren á la Carte naar hun smaak, als de moeder van schoondochter Nanke, Riet, niet op het nippertje had gemaild dat zij verhinderd was en ons kon bemoedigen met haar vertrouwen in de goede resultaten van de komende chemokuur, omdat zij nooit had gerookt.


Teveel aandacht aan mij getoond om elk persoon voor hun attenties te bedanken. Zij mogen weten dat zij mij op verschillende tijden met plezier te binnen schieten.

Ieder mens wil bewust of onbewust wat aandacht, omdat negeren gelijk staat aan doodverklaren. Ik wens ieder die aandacht aan mij schonken ook die genade van God toe.





donderdag 12 februari 2015

DUURZAAM

Wijk
DUURZAAM
Piet Schreuder

Zojuist (ik schrijf 10 -2-2015 10.00 uur) van wandelingetje om stramheid uit te stellen, terug. Zag hoogwerkers bezig de 60 bomen langs het spoor naar Zutfen om te zagen. Er waren dikke bij. Ik herinner mij een oud liedje: “Niets is hier blijvend, alles hoe schoon ook zal eenmaal vergaan, maar wat gedaan werd uit liefde voor …. (eigen invulling) zal blijven bestaan”. De 7.3 miljard mensen proberen in evenwicht te komen, maar elk mens denkt anders. Democratie, de gewenste levensvorm, is helaas niet volmaakt. Rechts denkt aan bedrijven ten koste van natuur, en links denkt andersom, Natuurlijk beiden niet volledig. Zolang ze niet met te kwetsend verbaal en zelfs lichamelijk geweld elkaar bestrijden is er met teleurstellingen te leven. Elk nieuw woordenboek toont dat er steeds woorden verdwijnen en er nieuwe voor in de plaats komen zoals ‘duurzaam, stress en burn out, die het geluk, gevoel van veiligheid en gezondheid aantasten.
Denk niet dat ik mij vastklamp aan het verleden door het oorspronkelijke bos Presikhaaf en het Bethaniënklooster uit de veertiende eeuw ter hoogte van de Laan van Presikhaaf te doen herinneren. Er valt alleen wat uit te leren. Politici zetten de gote lijn uit en gespecialiseerde ambtenaren voeren dat (nooit helemaal) uit. Het nieuwe woord ‘participatie’ dwingt de overheid de bevolking het idee te geven een vinger in de pap te hebben. Als via een vrijwillig samengesteld platform in een wijk iets wordt voorgesteld en uitgevoerd, geeft dat de mens het prettige gevoel van macht en wijsheid. Een variant op het motto van keizer Nero: “Geef het volk brood en spelen”.

Ik kan niet ontkennen dat ik het prettig vind als Vitesse in het linker rijtje staat en als Presikhaaf op een bepaald gebied uitblinkt. Je wijk of stad op de kaart zetten, heet dat tegenwoordig, of chauvinisme, eigen volk eerst. Wie zijn zin niet krijgt moet zijn teleurstelling verbijten en zich op iets anders richten. Geloof is zoveel waard als waarop het is gericht. Acht procent doet dat in bovenaardse macht, twee procent in eigen kunnen. Misschien valt hier wat te combineren….

vrijdag 2 januari 2015

Wie schiep de aarde?



NIEUWE VERTALING

Piet Schreuder
Wie schiep de aarde?
Er is een last van mijn schouders gevallen. Ik hoef niet meer uit te leggen dat het woordje “ons” in de zin “Laat ons mensen maken” een “pluralis majestatis” is, en dat deze meervoudsvorm door vele koningen wordt toegepast bij het ondertekenen van een koninklijk besluit. Zo kunnen wij dat in het woordenboek vinden. Als voorbeeld staat er “Wij, Beatrix, Koningin der Nederlanden”.
Waarom deze vorm zo werd gebruikt wordt niet snel beantwoord. Het is voor te stellen, dat de koningin zich als de vertegenwoordigster van het volk beschouwt en dat zij het besluit van haar regering, waarvan zij officieel het hoofd is, ter verantwoording neemt en bekrachtigt. Zij samen vormen het meervoud. Daarbij heeft zij als elke koning en president een reeks adviseurs. In een gesprek gebruikt zij overigens, als zij het over zichzelf heeft, het enkelvoud “ik”. En nagenoeg in de hele Bijbel waar God Jahweh zich als sprekende of schrijvende voorstelt, gebruikt Hij het enkelvoudige “Ik” als uw en mijn God.

Met dank dus aan dezelfde ongeveer 250 Bijbelgeleerden en andere deskundigen van het NBG, die de vorige vertaling van 2004 afleverden en nu in 2014 de Bijbel in Gewone Taal hertaalden. Onder die geleerden bevond zich, naast die van de Katholieke, Vlaamse Bijbelstichting en andere groepen en disciplines, de Adventist Prof.Drs F.R.van Moere. Leuk om te weten…. In Genesis 1:26 stond tot dusverre: “Laten wij mensen maken die ons evenbeeld zijn, die op ons gelijken”. De Bijbel in de Gewone Taal schrijft: “Nu wil ik mensen maken. Zij moeten op mij lijken”.
Ik hoorde tot nog toe slechts één predikant van de Adventkerk, die zei de Bijbel in gewone taal wel aan te schaffen, maar niet te gebruiken. Zou hij één van die zere benen hebben waar sommigen zich tegen geschopt voelen? Het Uniebestuur gaat er wel mee akkoord.

Verkeerde argumenten
Och ja, hoe staat het met dat andere non-argument? Er wordt immers gedoopt in de naam van de Vader, de Zoon en de Heilige Geest? Daarom zou men kunnen denken, dat niet alleen de enige God uit één persoon, maar uit drie personen zou bestaan waardoor zelfs de Heilige Geest tot een persoon getransformeerd werd. Alsof in elke taal niet het gebruik bestaat om ook namens iets abstracts als persoon aan te duiden! Men zegt toch ook “In ’s hemels naam” enz. enz.?
En dan nog 1 Joh.5:7-8. In de ene vertaling stond: “Er zijn dus drie getuigen in de hemel: de Vader, het Woord en de heilige Geest; en deze drie zijn één”. Het gaf al te denken dat, als het er zo in stond, het cursief was geschreven, en in weer andere vertalingen die tekst er helemaal uit was weggelaten. Er staat ook nog bij dat er “drie getuigen zijn: de geest, het water en het bloed”. Geest als abstractie en water en bloed als materie kunnen dus ook als getuigen worden genoemd.
De hele Bijbel door leest men hoe niet alleen het door God verkoren volk zelf afgodische gedachten in woorden en daden omzetten, maar dat de Joden voortdurend door de volken in de landen waarheen zij in ballingsschap werden gevoerd, zij hun gedachten, kenmerken en symbolen door die andere godsdiensten lieten beïnvloeden. En niet alleen namen zij die mee als ze naar hun eigen land mochten terugkeren, maar ook de latere Algemene Roomse Katholieke kerk namen veel van die verkeerde gewoonten over, en zelfs in de protestantse Lutherse kerk waant men zich nog in de Roomse kerk. En dacht je dat al die latere afscheidingen zich daarvan totaal verschoond hebben? Er staat dat geen mens perfect is, tot niet één toe. Daarom voegt de Bijbel eraan toe: “De letter dood, de geest maakt levend”. Sommigen hebben aan een half woord genoeg. Anderen lezen talloze boeken en zien de waarheden nooit.
Het is een bekend verschijnsel dat als je eenmaal iets als vaststaand hebt aangenomen, je er moeilijk weer vanaf kunt komen. Als een tekst eenmaal verkeerd wordt uitgelegd, dan neemt men die zo voor juist aan, ondanks dat honderden andere teksten het tegendeel bewijzen. Vooral als stichters van een nieuwe gemeenschap een onjuiste uitleg gaven. Zo ook de tekst met “ons” en “wij” bij de schepping van de mens, terwijl overal elders in de Bijbel onze God Jahweh zich met “Ik” presenteert.

Ook gij?
Ik bewonder de vorige voorzitter van de Nederlandse Adventkerk, Reinder Bruinsma, om zijn gedurfde uitlatingen van progressieve inzichten, Hij blijkt daarmee velen tegen de haren in te strijken. Zijn boeken en blogs zijn voor mij in vele (niet alle) opzichten een verademing. Wat ik al 70 jaren geleden schreef en waarvoor sommige predikanten mij liever de Adventkerk zagen verlaten, hoor ik hem nu hardop zeggen en vrijmoedig schrijven.
En nu hoor en zie ik hem eindelijk, waarschijnlijk was het via een YouTubefilmpje op de digitale snelweg, een leerpreek houden. Ik kwam in de verleiding een beschouwing te geven over zijn optreden. Mensen kan je met woorden overtuigen of begeesteren door een snaar in hun harten te treffen. Daarna kan je pas een  beroep op hun verstand doen. Reinder geeft meer les. Predikanten legden zich vroeger erop toe met bevende lippen en ontroerd gezicht en bevende spraak het hart te raken, al of niet kunstmatig. Laat ik zijn presentatie dus een toespraak noemen, want hij doet vooral een beroep op het verstand door leerstellingen te verkondigen. Op zijn tijd heel nodig, vooral nu er steeds vaker het woord “interpretatie” valt. Hierdoor is grotere vrijheid ontstaan om van mening over de bedoeling van teksten te verschillen. Zolang de mens bestaat schuilt daarin gevaar. Vandaar de conclusie en aanbeveling van de Generale Conferentie van 1995: “Voortschrijdend inzicht en eenheid in verscheidenheid”.
Reinders blog is een duidelijk voorbeeld van voortschrijdend inzicht omdat hij niet alleen de toestand van de wereld erin betrekt, maar ook die van de Christenheid. Je moet positief denken en je kerk roemen en aanbevelen om zijn daden en waarheden, maar verzwijgen van de werkelijkheid is net zo slecht als onwaarheid spreken. Hij toont een grote kennis en kunde om veel artikelen en boeken te schrijven en te vertalen. Sommige van die boeken die hij vertaalde, zoals “Hoe leest u de boeken van Ellen White?” geven velen de indruk dat hij hier tegemoetkoming doet aan geestverwanten die grote twijfels koesteren aan de juistheid van haar optreden en delen van haar geschriften. Er zijn zelfs voorzitters van Generale Conferenties voor afgetreden en er kwamen scheidingen tussen behoudenden en voortschrijdenden. Dat lot viel trouwens meer kerken ten deel en je vraagt je af of dat gunstig of ongunstig is voor het evangelie en of dat een oorzaak is van kerkverlating. Ik meen van niet. Wie het geloof ernstig nemen en zich in de problematiek hebben verdiept en erover debatteren zijn juist degenen die een persoonlijke beschouwing hebben en anderen ertoe aanzetten erover na te denken. Want niet de kerk maar het geloof doet behouden worden.

Alzo tegemoet komen?
En nu komt Reinder tot mijn verbazing aanzetten met Hebreeën 1:2 en 10 als bewijs dat de Zoon van God, Jezus Christus, de Schepper van hemel en aarde is. Er staat immers in die nieuwste uitgave van de Bijbel: “God liet hem de hemel en de aarde maken en nu heeft God alles wat er bestaat aan hem gegeven”. Dit zou echter in tegenspraak zijn met de aanvang van mijn en zijn betoog dat het God de Vader Jahweh als persoon de Schepper is. Hij gaat hier gemakshalve voorbij aan de teksten 3:2-4: “Jezus deed wat God wilde… dank aan God. Hij heeft alles gemaakt”. Jezus was dus afhankelijk in alles wat God wilde. Maar toen kwam er een probleem in de hemel, waar het bestuur over de kosmos heerste. Of wij die inbreuk op Gods bestuur ooit zullen begrijpen is hier niet ter zake. Het kwaad moest worden verwijderd en Jezus stemde met Gods plan in om degene die inbreuk maakte aan te tonen wat voor gevolgen dat zou hebben en welke methode moest worden toegepast het geluk in het heelal te herstellen. God bereidde de planeet aarde tot een woonplaats voor mensen die aan dat kwaad zouden worden blootgesteld. Jezus werd door God de Vader naar de aarde gezonden om aan alle bewoners van de aarde en het universum dat kwaad te verwijderen door het goede. God Jahweh de Schepper van deze aarde en de mensen en het overige leven daarop was, is en blijft de bron van energie waar alles door kan bestaan. Hij gebruikt Zijn Heilige Geest om uit de delen aan ieder die Hem daarom vraagt. En bij de doop van Jezus door Johannes daalde die Heilige Geest in de gedaante van een duif op Hem neer en klonk een stem: “Dit is mijn geliefde Zoon”. Wederom een teken van afhankelijkheid voor Jezus en de mensen van Jahweh. Toen een zieke vrouw Jezus aanraakte voelde hij energie, kracht van hem uitgaan ten bate van die vrouw, en zei genas onmiddellijk. De Joden mochten de berg waarop Mozes God ontmoette, niet naderen, omdat die geweldige energie hen zou doden, zoals een lekkende energiecentrale het leven dood.
Dat Jezus afhankelijk was en is van God de Vader (die meer is dan Ik, zegt hij ergens) blijkt over meer teksten, vooral uit het scheppingsverhaal zelf en de Bijbel als geheel. Ik beschouw de stelling die Reinder hier poneert, tevens als een tegemoetkoming aan de drie-eenheidstheorie, die de eerste twee geboden loochent.
De brief aan de Hebreeën is van een onbekende schrijver en samengesteld tussen 70 en 90 jaar na Christus. Het blijft ook onduidelijk of hij aan de heiden-christenen of aan de christenen in het algemeen is geschreven. Hij is in de canon van de Bijbel opgenomen wegens zijn strekking.

Mijn beperktheid
Ik moet dus wel aan de hand van de overvloedigheid van teksten die getuigen dat de enkelvoudige persoon God, die ons naar Zijn evenbeeld schiep, de aarde en de dampkring, hemel genoemd, schiep, “doordat” Jezus bereid was voor onze zonden te lijden en te sterven. Waarmee hij aantoonde dat alleen God de Vader de Heerser in het heelal over alles en allen is. Als beloning voor die Verlossing zal Christus op de vernieuwde aarde als vertegenwoordiger van de Vader onze Koning zijn.
Als ik dat goed tot mij laat doordringen, word ik overstelpt van dankbaarheid en liefde. Tot nog toe voel ik mij, ondanks alles, het meest verwant met de Sabbatvierende Christenen en verheug ik mij over de vrijheid van meningsuiting binnen de door hen gestelde perken. Maar alles wat ik zeg en schrijf valt ook onder het gezegde dat geen mens perfect is in zijn denken en doen. Ik doe de lezer slechts een handreiking om over dergelijke zaken mee te denken. Vooral omdat de leer van de drie-eenheid, ook bij ZD-Baptisten en ZD-Adventisten, nog steeds op de eerste plaats staat. Bij de doop wordt verondersteld dat je daarmee accoord gaat. In de praktijk blijkt dat de dopeling daar nauwelijks over nagedacht heeft en er dus de hand mee wordt gelicht.
De tien geboden niet alleen "bewaren", maar ook "doen".




dinsdag 23 december 2014

IS KERST EEN REGEL?


Heilig of niet

Ik kan tot tranens toe ontroerd raken bij het zien van de kerstfilms en het horen van de mooie zang en muziek tijdens die “Kerstdagen”. Velen, ook niet-christenen, beschouwen die dagen als één groot feest, waarop men elkaar niet in de haren maar in de armen vliegt. Gezelligheid troef. Niemand mag in die dagen alléén zitten (Alle andere dagen wel?).  Ook niet tijdens Oud en Nieuw, waar eigenlijk zonder het te beseffen, ook al de afgod Janus, waar januari naar genoemd is, mee vereerd wordt. Eén keer in het jaar Christelijk zijn is voor de meesten voldoende. Grote kerken zeggen dan: toch een mooie gelegenheid om elkaar en vooral anderen eens is de kerk te krijgen om te zien en te horen dat Christus voor ons is gestorven. Wie weet komen enigen van hen dan vaker naar onze bijeenkomsten. Helaas: daarna lopen de kerken nog meer leeg en redeneert men: “Wie de vrede wil, bewapene zich ten oorlog”. Dus de ouders maken in de fabrieken meer en meer de vernietigingswapens waarmee in een aantal gevallen zelfs hun eigen kinderen gedood worden. Kinderoffer is van alle tijden. Bij de eindeloos lange oorlogsgraven zegt men dan: “Zij zijn voor onze vrijheid gestorven”.
Dan neem ik het maar voor lief dat Christus geen woord heeft gezegd over het vieren van zijn geboortedag, en voor het geval hij het wel zou hebben aanbevolen, zou hij dat zeker niet hebben laten doen op de dagen die voor het “zonnewendefeest” zijn ingesteld. Die waren immers bestemd om de zon als afgod te vereren. Helemaal niet gek, want de zon is immers een bron van licht, zoals de “kerstboom” een teken van hoop op eeuwig groen is en de eerste dag van de week, de zondag, als herinnering aan de opstanding, de zevende dag van het vierde gebod ging vervangen.
Tijdens hun leven hebben hebben Christus, zijn apostelen, leerlingen en de eerste Christenen zijn geboortedag niet gevierd. Zij kregen een ander symbool toegereikt die hen zou kenmerken, en dat symbool betrof nu juist het herdenken van zijn lijden en sterven wat hij voor ons in de plaats deed: het Heilig Avondmaal. “Doe dat ter mijner nagedachtenis”, zei hij.
Neemt niet weg dat de herders in het veld te horen kregen: “Zie ik verkondig u grote blijdschap: heden is u een kind geboren worden die uw Verlosser wezen zal”. En alle Christenen verheugen en vertroosten zich elke dag met die boodschap. Als hoogtepunt daarvan kwamen zij elke week op de zevende dag bij elkaar om volgens het gebod die dag te rusten van het dagelijks werk en zich in dat ware geloof te versterken. Dat was wel nodig, want uit de hele Bijbel bleek dat Joden en Christenen steeds maar weer de gewoonten van de volken om hen heen, die andere goden aanbaden, overnamen. De profeten en apostelen hadden het er maar druk mee om Joden en Christenen daartegen te waarschuwen. Steeds weer wezen Christus en zijn volgelingen erop dat de schepper God Jahweh uitsluitend het gebod van liefde voor Hem en de naasten uitgevoerd dienden te worden volgens de tien geboden om ternslotte het begeerde doel, het eeuwig geluk, te bereiken. Want hoe vaak werd niet vastgesteld dat het verzuimen daarvan vreselijk lijden en vroegtijdige dood ten gevolge had.
Kenmerken
Elk jaar verschijnen in de bladen artikelen over hoe die veranderingen van oorspronkelijke juiste tot
onjuiste gewoonten en gebruiken eigenlijk werkelijk historisch en godsdienstig in elkaar
zitten.“Kerst” betekent “Christus” en “mis” op het altaar offeren. Een verbastering van het woord
kerstmis is “kermis” en die werd van oorsprong altijd om de kerk heen gehouden.
Maar we kunnen er niet omheen: degenen die de “echte bevrijding van de ellende” ernstig nemen, verbinden zich aan wetten en regels. Mijn dochter is gediplomeerd sociaal hulpverleenster. Zij bezoekt scholen waar kinderen worden gepest. Een onderwerp waarover de laatste tijd veel te doen is. Zij is docente sociale weerbaarheid en verheugt zich met ouders en leraren over de successen die zij bij deze leerlingen boekt. Daarbij beoefende zij de vechtsport taekwondo, ontving de zwarte band en kreeg kort geleden ook nog de bevoegdheid les te geven in deze tak van sport. Omdat je ook zonder wapens met de voeten iemand een lelijke draai om de oren kunt geven, zet ik mijn vraagtekens bij die “sport”. Logisch als ik mijzelf meer bezighield met geweldloze weerbaarheid en als gewetensbezwaarde in plaats van in het leger een tijdlang in werkkampen vertoefde. Ik ben enige malen aan een pak slaag ontkomen door de mededeling van vrienden aan mijn tegenstanders dat ik een kundige beoefenaar ben van jiu-jitsu. Ik had blijkbaar eens gezegd dat ik een paar trucjes uit een boekje kende. Langs een omweg profiteerde ik hiervan tegen mijn beginsel in. Zo ontstond een wankele vrede, want de haat was niet weg.
Waar het echter bij mij om gaat is de vraag of deze sport en alle andere sporten, verenigingen, clubs, partijen, geloofsgemeenschappen, godsdiensten, volken en landen, van een bridgeclub tot voetbalvereniging toe, het zonder wetten en regels kunnen. Als die wet en regels er niet waren bestonden die takken van sport en die gezelschappen er niet. Als je als voetballer, de doelman uitgezonderd, de bal met de hand of arm raakt, dan krijg je een vrije trap tegen. Als je het vaker doet, volgt een gele kaart en een volgende keer een rode kaart waarmee je het veld mag verlaten, jezelf en medespelers schade berokkenende.
Waarom zou het belangrijkste wat er bestaat, je leven en dat van andere levens, niet aan een wet en regels gebonden zijn? Is het niet zo dat velen denken hun eigen regels te kunnen maken en daardoor met anderen, op zijn zachts gezegd, botsen?
Tot het einde blijft: neem niet de wet en regels aan die door symbolen en gebruiken worden vertegenwoordigd waarmee de wet en regels die van liefde voor de Schepper getuigen, teniet gedaan worden. De tien geboden zijn op twee handen te tellen. Zich eraan houden is de moeite waard.

Preek van de week


PREEK VAN DE WEEK

Piet Schreuder

 

We kijken elke avond massaal naar de televisie en beseffen niet dat het pas ongeveer 65 jaar geleden begon. In Arnhem waren twee zaken: Radio De Wit en Radio Nijboer. De eerste was van een Adventist, gevestigd aan de Rozendaalsestraat en de tweede was van een lid van de Pinksterbeweging en bevond zich in de Nieuwstad. En toen werd het ineens Radio en T.V. De Wit en Radio en T.V. Nijboer. De eerste was een doener met folderen, de tweede was een spreker die vaak op een zeepkistje voor de muziektent De Bloempot, midden op het Velperplein stond te preken. Het was nog een stukje natuur met halfharde paden die je moest doorsteken om naar de stad te komen. Er stonden altijd wel tien tot twintig mensen even te luisteren.

De beide gelovigen hadden twee begrippen voor het woord “wereld”. De ene was slecht: als je tot de wereld behoorde was je niet gelovig, en als je gelovig was behoorde je niet tot de wereld. Die moest je dus buiten de deur houden. Maar was geschiedde? De beide broeders waren gelovige zakenlieden, en zaken doen en gelovig zijn was soms moeilijk te verenigigen. Ze adverteerden beiden toen: “Haal nu de wereld in uw huis!” Waarmee ze natuurlijk de t.v.met zijn zegeningen bedoelden.

Een niet of anders gelovige streeft volgens hen hoofdzakelijk het ikke ikke en hebben hebben van het egoïsme na, de gelovige het wij wij en geven geven van de naastenliefde. Dankzij de t.v. zien wij ramp na ramp en wordt even het hebben en houden, geven en afstaan. Haat en naastenliefde met bord op schoot. Een weelde? Wakker Dier en Wakker Mens naast elkaar. Iets voor de donkere dagen.

 

woensdag 26 november 2014

VROLIJK ALLEENZAAM


VROLIJK ALLEENZAAM
                                Piet Schreuder                    

 

Toen ik in mijn flatje alleen kwam te zitten daalde een vlieg op mijn knie. Hij begon zich uitvoerig te wassen. Vleugeltje onderkant, bovenkant, pootjes dito en zelfs nog het snuutje. Daarna draaide hij rondjes om de lampenkap; ik zette de balkondeur open, hij zei aju en vloog weg.

De helft van de 7,3 miljard mensen zit alleen, de één tot verdriet, de ander tot vreugd. Rijk en arm. Koningin Regentes Emma, de vrouw van de Willem 3, woonde tenslotte alleen in paleis ONO te Renkum. Ik was daar elf maanden te gast. Koningin Wilhelmina die met hertog Hendrik trouwde, stierf alleen. Toen zij flauw viel hielden ze een doekje met eaudecologne onder haar neus. Ze kwam bij en vroeg met gesloten ogen: “Ben jij dat Hendrik?” Juliana ging alleen wonen en nu zit Beatrix op haar eentje, nou ja, zonder geliefde, op Drakensteyn.

Wilhelmina liet het boek na “Eenzaam, maar niet alleen”. Of dat troost geeft betwijfel ik. Vrouwen worden het zwakste geslacht genoemd, maar leven langer. De oorlogsgraven tonen aan dat er meer alleenstaande vrouwen dan mannen zijn, maar de mannen denken in elke regering de dienst uit te maken. In een gezin met tien kinderen kan één zich alleen voelen, vooral op feestdagen. Bij gebrek aan wederliefde stappen tallozen uit het leven.

Ondanks alle treurige berichten ligt het geluk voor iedereen klaar. Zoekt en gij zult vinden. Ik vind puzzelen tijdverspilling. Toch worden naast kookboeken de puzzelboeken en –tijdschriften het meest verkocht. Zelfkwelling, vind ik, behalve als je gelooft in het resultaat. Daar word je vrolijk van! Stukjes legpuzzel geduldig in elkaar passen totdat je de mooie afbeelding op de deksel krijgt. Ik probeer het leven uit te puzzelen.

 

maandag 10 november 2014

HET ELFDE GEBOD

Rein en onrein volgens de spijswet

HET ELFDE GEBOD
Piet Schreuder

Laat ik beginnen met te zeggen dat ik op mijn 14e jaar besloot geen alcoholhoudende drank te gebruiken. Niet lang daarna merkte ik dat ik na de pauze van de voetbalwedstrijd minder adem had. Het was de gewoonte dat men die pauze benutte om als ontspanning een sigaretje te roken. Het kleine kleedkamertje zag blauw van de rook. Een grote behoefte aan tabak had ik nooit gehad, ik vond een Egyptische blauwe Faroka na het eten wel stoer en aangenaam. Maar uithoudingsvermogen en meer concentratie bij het leren vond ik belangrijker, dus rookte ik sindsdien niet meer. Het kostte mij geen enkele moeite. Er lagen geen hogere principiële motieven aan ten grondslag. De woorden “geheelonthouding”, “geheelonthouder” en “drankbestrijder” kwamen pas aan de orde toen ik de overtuiging van mijn ouders overnam die vonden dat het gebruik van alcoholhoudende dranken schadelijk voor de arbeidersbeweging en gezinnen was. Zij wilden ook met het bevorderen van de wereldhulptaal Esperanto streven naar een beter begrip tussen de volken om oorlogen te voorkomen. Zo kwam ik in de Jeugdbond Voor Onthouding (JVO) terecht, die bestond uit jongeren tussen de 14 en 21 jaar, kinderen van soortgelijke ouders waarvan zij hun overtuiging zo mogelijk nog vuriger uitdroegen. Over het hele land verspreid waren er minstens 7000 lid van. Op landelijke bijeenkomsten en gezamenlijke kampeerdagen maakte je kennis met geestverwanten uit allerlei plaatsen. Bij zoveel idealisme behoorde natuurlijk ook het propageren van geweldoze weerbaarheid. Veel jongens vond je later terug in dienst-weigeraarkampen.

Het elfde gebod
Liep ik al een paar maanden met bovenstaande titel in mijn hoofd om een stukje te schrijven over Bijbelse geboden en regels, ging het duo Knevel en Van den Brink er mee aan de haal. Eén van de deelnemers aan het tafelgesprek werd de vaag gesteld wat voor hem/haar het elfde gebod was. Uit de antwoorden van de geïnterviewde bleek echter dat hier bedoeld was een wens voor verbetering van de wereldtoestand te uiten. Het kon ook een wens voor de persoon zelf zijn. Mijn bedoeling met de titel is anders. Ik heb ze niet geteld, maar iemand die dat wel deed, zei dat het aantal geboden in de Bijbel, behalve de tien geboden, 631 bedraagt. Die geboden of wetten en regels worden hoofdzakelijk in de Joodse Hebreeuwse Bijbel, het Oude Testament genoemd.

Welke geboden en regels behouden?
Regelmatig worden ik en anderen voor de vraag gesteld of Christenen, behalve de tien geboden, nog gebonden zijn aan één of meer van die geboden. Over de tien geboden als gedragsregels voor de Christen is men het over het algemeen eens. Ze zouden immers door God zelf in de twee stenen tafels zijn gegrifd en Prediker zegt dat het zich hieraan houden voor alle mensen geldt, dus niet alleen voor de Joden en bijgevolg ook niet uitsluitend voor de mens in de Oud Testamentische tijd, maar voor de mens in alle tijden en in alle omstandigheden. Ook niet door het zich perfect hieraan houden, je en vrijkaartje voor het nieuwe rijk in de hemel krijgt. Want herhaaldelijk vermeldt Gods Woord dat niet één mens perfect is. Hij laat de profeten zelfs zeggen dat Hij met een koppig en hardnekkig volk te doen heeft. En ik vrees dat daarmee niet allen de Joden wordt bedoeld, maar wij allen. Wel ernaar streven, maar erkennen dat wij steeds daarin struikelen en van genade afhankelijk zijn. Wat doet een minderheid als volk, ras of groep, bijvoorbeeld van andere sexualiteit dan de gangbare? Zij voelen zich verdrukt en proberen zich zo slim mogelijk op andere manieren te bewijzen. Daarom koos God het Joodse volk uit, dat in Egypte werd verdrukt. Dat volk werd op de proef gesteld en op een wonderlijke manier uit het land gevoerd met de belofte van een eigen land. Zij ontvingen de tien geboden en moesten God erkennen en daaraan gehoorzaam zijn. Zo werd dat volk als een stalen veer. Hoe harder je die naar beneden drukt, hoe harder hij omhoog springt.

Zelfwerkzaam
De Jeugdbond was onafhankelijk van politiek en godsdienst. Met gebruik van vrije meningsuiting in de vele aangemoedigde discussies moest iedereen maar zijn eigen mening vormen. Het mooiste van die Bond vond ik wel de “zelfwerkzaamheid”, een woord dat ik nog steeds koester. Niet ouderen voor jou laten uitmaken wat je wel of niet moest denken en organiseren, maar zelf ontdekken en doen. Misschien de mooiste tijd van mijn leven. Met hen de natuur en cultuur beleven en propageren, Bonte avonden in buurthuizen zelf organiseren met zang, toneel en volksdansen en korte toespraken. Discussies over meningen waren aan de orde van de dag. Onze Arnhemse jeugdleidster was een jonge lerares die zich niet boven ons stelde en die zelfwerkzaamheid van de 25 leden van onze plaatselijke afdeling wilde bevorderen. Ze was Esperantiste en dus ging onze afdeling elke week een paar uur die taal studeren. Mijn onderwijzer op de Lagere School was ook Esperantist en na schooltijd begon de klas in een apart lokaal maar gelijk aan die studie. Mijn omgeving was wel een beetje apart in dat opzicht. Zonder antimilitarisme kon het ook al niet. Beschaafd zaakje hè. De jongens waren later bijna allemaal in het dienstweigeraarkamp te vinden. Wij spraken niet over gezondheid. Die was vanzelfsprekend erg belangrijk. Onthouding bevorderde die en werd dus ook als vanzelfsprekend aanvaard. Maar het aanschouwen en het bestrijden van de maatschappelijke ellende als gevolg van drankgebruik voerde de boventoon. Dat JVO-ers en dienstweigeraars weerzin hadden tegen de ontwikkeling van de jeugd volgens de padvinderij, die later verengelsd scouting genoemd werd, is een ander onderwerp. Wel kan ik verklappen dat zij daarin de militaire achtergrond ontdekten en de kunst van overleven in de wildenis door Britse soldaten in Zuid Afrika tot een spel maakten met uniformen, rangen e.d., dat opvoedkundig werd beschouwd.
 
Alcohol in de Bijbel.
Helaas kan ik in de Bijbel geen ondersteuning vinden voor ons belangrijkste ideaal: het bevorderen van een alcoholvrije maatschappij. Er staat in Gods Woord (behalve voor Nazireeërs, zie Numeri 6) geen verbod voor Joden en Christenen op het gebruik van alcoholhoudende dranken. Het enige wat ons daarin tegemoet komt zijn enkele teksten die “misbruik” van alcohol afkeuren. Deuteronomium 14:26 meldt zelfs over het geven van tienden, dat zij daarmee in de dichtsbijzijnde stad met o.a. wijn en drank ten overstaan van God een feestmaal mogen aanrichten. Over gevaar van het gebruik voor de persoonlijke en maatschappelijke gezondheid wordt niet gesproken. Toen God vond dat de mensheid het met zijn gedrag totaal verbruid had bij Hem, vernietigde Hij het leven op aarde door een grote overstroming. Hij liet echter nog één overgebleven goed mens Noach, die God als zijn vriend beschouwde, zijn gezin en dieren de ramp overleven. Hij bouwde een ark voor zijn gezin en elk dierenpaar en na 40 dagen viel de aarde weer droog. Hij gaf daarmee de mensheid een nieuwe kans. Het gezin kon de aarde weer bewerken om zich met vreugde en geluk van voedsel en drinken te voorzien. Omdat een gewaarschuwd mens voor twee telt, zouden zij niet weer in de vorige fouten vervallen. Maar wat legde het gezin onder leiding van Noach als eerste op de herstelde aarde aan? Een “wijngaard”, en zijn dochter vond hem op een gegeven moment dronken en naakt in zijn tent liggen. Kortom: er zijn honderden teksten te vinden waarin wijn en wijngaard voorkomen, maar nooit met het gebod daarvan niet te drinken. In tegendeel: het gebruik werd zelfs aangeraden tegen depressie en andere kwalen en als bevordering van vreugde. Het eerste wonder dat Jezus verrichtte was water veranderen in wijn. Een overigens zeer sympathieke predikant verkondigde in de jeugdgroep dat het woord wijn in de Bijbel moest gelezen worden als “most”, ongegiste druivensap. Een leugentje om bestwil… Kon ik inkomen, want op mijn voorstel richtte ik met de landelijk jeugdleider van de Adventkerk, Dirk Vink, de Bond Onthouding Tabak en Alcohol, BOTA, op.

Advent
Het kwam mij goed uit dat veel Adventisten, met wie ik geestverwantschap voel, geen alcoholhoudende dranken gebruiken. Zij stelden met mij vast dat de kans op verslaving zo groot is dat het gevaar voor de volksgezondheid te groot is. Een mens dat een goed gedrag toont, kan door het gebruik als een blad aan een bom omslaan tot een moordwerktuig. Na een dodelijk verkeersongeluk wordt dikwijls alcoholgebruik als oorzaak aangewezen. Sommige gemeenschappen als de ZDAdventkerk stellen geheelonthouding als eis voor het lidmaatschap van hun kerk. (Kerkelijk handboek van de ZDA blz. 34-35). Zo zijn er meer opgelegde plichten. Bij het ontstaan van die gemeenten werd zelfs gesteld dat het lid zijn van die gemeente de enige kans op behoud was.
 
Geloofswaarheden
Tussen het stapeltje boeken naast mijn zithoek ligt het kerkelijk handboek van de Adventkerk. Op de bladzijden 26 t/m 37 staan de 28 fundamentele geloofswaarheden van de Zevende-dags Adventisten. In de inleiding staat: “Een herziening van deze punten mag verwacht worden tijdens een Generale Conferentie als de kerk door de heilige Geest tot een beter verstaan van de Bijbel wordt geleid of betere woorden vindt om de leer van Gods heilig Woord uit te drukken.” Op de pagina’s 51 t/m 52 staan de belijdenisvragen en als aanvulling daarop een alternatieve doopgelofte, inhoudende de tot 6 verkorte belijdenisregels. Die staan op het certificaat dat overreikt wordt na de doop. Hierna is hij/zij lid van de Adventkerk. Hoewel vele dopelingen de reikwijdte van bepaalde geloofswaarheden niet volledig zouden kunnen beseffen, wordt geloofd dat zij die al groeiende in het geloof deze meer en meer zullen onderstrepen en aan niet- en andersgelovigen als waarheidspunten overbrengen. Dan komen de kleine en grote botsingen. Want wat de één juist vindt, vindt de ander onjuist. Zo las ik dat 8 van de 10 mensen in het bestaan van God geloven. Vraag is natuurlijk: welke god. En hoe is dat geteld? Zo schreef een krant dat er alleen al onder de protestanten 41000 tot 43000 verschillende richtingen zouden bestaan. De getallen verschillen elkaar maar 2000 soorten…. Voorts heeft men vastgesteld dat “nagenoeg” elke Christelijke groep weliswaar het geloof in Christus als Verlosser als overtuiging hebben en het bewaren en uitvoeren van de tien geboden in het vaandel heeft staan. Maar elke groep achtte het nodig iets van de Joodse (Hebreeuwse) Bijbel eraan toe of te doen. In het Nieuwe Testament zie je dat de apostelen die allen joden waren, worstelden met het vraagstuk wat je nu wel en wat niet uit de joodse wetten moest overnemen.
 
Joodse wetten
De besnijdenis was er één van. Je kunt niet zeggen dat God zich met het scheppen van de jongetjes zich op één punt, het maken van de voorhuid aan zijn geslachtsdeel, zou hebben vergist en dat hij het uitsluitend aan Zijn volk had overgelaten dat te repareren. Dat het uit oogpunt van hygiëne moest gebeuren lijkt me ook onwaarschijnlijk. Kregen ze daarna minder kans op blaasontsteking en geslachtsziekten? En de meisjes dan? Hadden die minder last van die kwalen? Was het in die tijd en omstandigheden tijdelijk noodzakelijk? Waarom passen de Joden en Moslims het dan nog toe? De laatsten zelfs bij meisjes. En hoe moest en aan wie (uitsluitend aan priesters?) getoond worden, dat je besneden was en dus niet bij die gruwelijke onbesneden “onreine” heidenen behoorde? Hoe ook, de christenen, waartoe ook heidenen (niet Joden) gingen behoren, schaften die gondsdienstige wet af. Het was in het Oude Testament, de Joodse Bijbel, al door de profeten gezegd dat het niet om de uiterlijkheden ging maar om het gedrag waarmee men moest aantonen dat je van God en je naaste hield. In het Nieuwe Testament werd dit benadrukt met de woorden “besnijdenis van het hart”. De lichamelijke besnijdenis was dus een symbool van wat met de geest moest gebeuren. De overeenkomst tussen die beide besnijdenissen is dat God ons uitnodigt om vrijwillig tot Hem te komen. Je bekeren moet je zelf doen. Ook die besneden waren in het lichaam moesten later kiezen of ze Hem wilden dienen of niet. Hier blijkt, dat alle symbolen en gelijkenisen, op bepaalde punten niet de gehele werkelijkheid bedoelen te zijn. Wij noemen dat wel een ezelsbruggetje om op een bepaalde gedachte te komen. Besnijdenis van lichaam of hart heeft de bedoeling dat je verklaart een kind van God te zijn? Dat kan een kind van acht jaar immers niet belijden? 613 wetten Maar dat is nog niet het grootste probleem; bij het ontstaan van elke groep Christenen werden door de pionniers, de oprichters, gezegd dat zij door de overname van één of meer van die Joodse wetten de enige echte waarheid hadden en de anderen valse dwaalleraars waren. Alles weer met teksten aangetoond. Alleen als je tot hun groep behoorde bleef je behouden. Je moest bovendien “lid” van die groep zijn. Zolang je slechts “bezoeker” van de bijeenkomst was werd je “vriend” genoemd in plaats van broeder of zuster, en als dat wat lang duurde dan was je zoekende en dwalende en een gevaar voor hun gemeenschap. De pionniers waren immers, net als de profeten, door wonderlijke gebeurtenissen en het ontdekken van geloofswaarheden, geroepen om het volk dat hen gehoorzaamde, tot het eeuwige leven te leiden? Zij werden in grote dankbaarheid aan God geëerd en geprezen. Ook na hun dood werden hun geschriften uitgegeven en daaruit geciteerd in onderricht en prediking, als enige juiste uitleg van de Bijbel. Nederig gezegd: een klen licht dat op het grote licht schijnt. Echter: steeds zeggen de bijbelschrijvers dat geen mens volkomen goed is. Dus zijzelf en de profeten ook niet. Als er staat: “De Here zegt”, dan kan je dat daarom niet anders opvatten dan dat de schrijver dat “meent” met de beste bedoelingen ter wereld. Het gaat erom dat je een uitspraak in de Bijbel vergelijkt met uitspraken over hetzelfde onderwerp in de Bijbel.
 
Leden en bezoekers nu
De meeste christenen van andere kerken, zelfs van de katholieke kerk, aanvaarden al jarenlang met grote tolerantie het bestaansrecht van de Adventkerk op grond van genoemde geloofswaarheden en belijdenisvragen. Zij geven zelfs toe dat de Sabbatsviering op zaterdag “eigenlijk” juist is. Maar zij laten daarop als vergeeflijke verontschuldiging volgen dat zij nu eenmaal volgens familietraditie in een andere kerk zitten en die trouw willen blijven. Adventisten gunnen hen van de weeromstuit ook het christen zijn van hen. (Ik hoop dat ik met deze ervaring niemand beledig.) Als er wederzijds een respectvolle discussie ontstaat komen pas argumenten naar voren. Mijn knappe, jonge buurvrouw is Moslima, maar ze draagt geen hoofddoek en zegt dat ze niets meer aan het geloof doet. Hoeveel Katholieken en Protestanten heb ik dat al niet horen zeggen. Natuurlijk zullen scherpslijpers addertjes onder het gras ontdekken. Zo luidt punt 7 van de belijdenisvragen van de Adventbeweging: “Gelooft u dat uw lichaam een tempel van de heilige Geest is en dat u God moet eren door u te onthouden van alcoholische dranken, tabak en elke vorm van onrein voedsel?” En hier komt om de hoek kijken wat ik “het elfde gebod" noem. Zo heeft iedere christelijke gemeenschap zijn elfde gebod en meer geboden die niet in de “10 Woorden” voorkomen, noch door Chritus als voorbeeld ter navolging worden voorgeleefd. Met de twee teksten in Openbaring 12:17 en 14:12, waarin het volk van God aangeduid wordt als die zich aan de geboden Gods houden en het geloof van Jezus, acht ik voldoende door God aangetoond wat Hij van het gedrag van degenen verwacht die Hem als hun Schepper en Onderhouder erkennen. De Bijbel waarschuwt geregeld daaraan niets af of toe te doen.
 
Vegetarisme
Voor vegetarisme is ook geen Bijbels argument te vinden. Een van de t.v. bekende presentatrice, lid van de Adventkerk, kwam als preek, die eigenlijk een lezing was, eens vertellen dat het voedsel dat de eerste mensen na de schepping werd aanbevolen, volgens Genesis 1:29, de zaden en vruchten van planten en de bomen waren, en dat zou dus ook voor de mens van nu moeten gelden. En, zo vervolgde zij, wat zou daarom het voedsel op de nieuwe aarde zijn? De vraag is haar beantwoorden verwachtte zij natuurlijk. Natuurlijk zijn bij elke stelling vragen te plaatsen. God gaf het eerste mensenpaar dierenvellen om zich mee te kleden. Weliswaar wordt er een mooie gedachte aan gekoppeld: voor de overtreding van de levengevende wet moest leven worden geofferd om alzo God zich met de mens verzoenende. En God zelf bracht dat offer door een dier, ook zijn schepsel, het leven te ontnemen in plaats van dat van de mens. Met zijn kleding werd hem eraan herinnerd hoe dodelijk het is Zijn levensregels te overtreden. Een constructie waarvoor enig nadenken wordt gevraagd. Wat God vervolgens met de rest van het dier deed, staat niet geschreven. Dat bij de Joodse offerdienst het gehele dier verbrand moest worden, kan je enig idee geven. Maar elke maaltijd, vooral een feestmaal, was vlees als voedsel toch het hoogtepunt. Toen Abraham drie engelen ontving, waarvan gezegd wordt dat één van hen Jezus was (allen even tot mens getransformeerd), liet hij direct voor hen een mooi, mals kalfje klaarmaken en zij aten het. (Genesis 18:7). Hoezeer ik ook met het vegetarisme sympathiseer en mij het dierenwelzijn ter harte gaat, alsmede de argumenten voor economie en milieu onderschrijf, ik meen ook de problemen die daarmee gepaard gaan te kennen. Niet in elke streek en niet voor elk mens is een vegetarisch dieet mogelijk of geschikt en zeker niet als Gods eis op te leggen. Gezond oud worden Zag jij ook eind oktober in een praatprogramma de twee fitte, vrolijke honderdjarigen en de negentigjarige nog in functie zijnde huisarts? Ze verklaarden het bereiken van hun leeftijd geen verdienste te vinden. Jawel, lichamelikjk, geestelijk en sociaal in beweging blijven, maar de oorzaak zagen te in hun familie. De dame had een moeder en een zuster die honderd waren geworden. Ze dronk regelmatig een wijntje. (O, daar gaat mijn principe!). Wel hadden beiden nooit gerookt, maar ze kenden leeftijdsgenoten die elke dag een sigaartje of sigaretje rookten. Al eerder had een dokter desgevraagd als advies gegeven: goede voorouders kiezen… Zo’n oude heer zei: elke dag een banaan en een pijnstiller. Dito oude zwemster zei vanuit het bad: nooit groenten eten. Mijn oude ex EHBO-instructrische verklaarde dat zij nooit warm eten at, alleen brood. N.B.: zij was hoofdverpleegster en zij heette “Brood”, dus klonk het voortdurend: zuster Brood. Ik herinner me de uitspraak van de oude Belg die met zijn dokter naar het praatprogramma was gekomen: houd den achterpoort goed open en laat den dokters naar den bliksem lopen. De 90-jarige dokter verbaasde zich erover dat hij bij zijn bezoek aan Italië en Griekenland zoveel sigarettenpeuken op straat zag liggen, en daar waren toch behoorlijk veel oude mensen. Dus is na de overdracht van “genen” niet voor elk volk een eenduidige oorzaak voor het ouder worden te vinden. Onlangs was in het nieuws dat in Nederland van het jaar 2000 tot 2014 het aantal honderdjarigen was verdubbeld. En de mensen met allergieën waren zelfs verviervoudigd. Een verklaring voor het laatste: als iemand eens een vieze maag kreeg na het eten van een bepaalde groente, dan was hij overtuigd dat hij daarvoor een allergie had. Voorts trekt hij dezelfde conclusie uit al die adviezen die hij van internet krijgt. Maar na onderzoek was er geen allergie te bekennen. Natuurlijk is gezondheid een belangrijk onderwerp. Als je een bekende ontmoet, vraag je: hoe gaat het met jou? En dan volgt een opsomming van kwaaltjes en middelen. Niettemin zijn puzzelboeken en kookboeken de best verkochte boeken. Men heeft geen verklaring voor het gevaarlijke hoge cholestorolgehalte bij de Sandinaviërs. Ook de Japanners hebben een algemene afwijking op het gebied van ouder worden, waarvan de oorzaak onbekend is.
 
Spijswetten
Tenslotte zou ik het aan Christenen opleggen van het zich houden aan de spijswet in Leviticus 11 een Elfde Gebod willen noemen. Daaraan wordt vaak “Rein en Onrein” verbonden. Er zijn mensen die van de Adventisten slechts weten dat zij de rustdag op Zaterdag houden en geen varkensvlees eten. Maar de Adventisten dragen nauwelijks kennis van al die andere dieren die volgens die wet niet mogen worden gegeten. Een ouderling zei het vreselijk te vinden dat velen niet eens wisten dat ham ook varkensvlees was. Het woord “boterham” moest daarom voor hen taboe zijn. Zie Deuteronomium 14:3-20 met een uitgebreide opsomming; maar ook hoofdstuk 12 waar vanaf vers 15 staat: “Verder mag u… dieren slachten en vlees eten wanneer u maar wilt… Iedereen mag dat, rein of onrein…”. En wat te denken van 14:21: “Laat het (onreine eten) aan de vreemdelingen die bij u in de stad wonen, of verkoop het aan de buitenlander…”. Als het ongezond was zou dat geen blijk van naastenliefde zijn. Jezus zelf zegt in Marcus 7:14 e.v.: “…Kom tot inzicht… Niets wat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken, het zijn de dingen die uit de mens naar buiten komen die hem onrein maken… omdat het niet in zijn hart, maar in zijn maag komt en in de beerput weer verdwijnt”. “Zo verklaarde hij alle spijzeen rein”. Paulus zegt in Romeinen 14 dat het wel of niet eten volgens de Joodse cultus niet van belang te achten om er een twistpunt van te maken. Met als vaststelling in vers 17: “Het Koninkrijk God is niet een zaak van eten en drinken.” Vers 5: “Ieder zijn eigen overtuiging volgen”. Let wel: niet lang nadat Christus was opgenomen en het voor Zijn Joodse volgelingen een vraagstuk was. In Kolossenzen 2:16 staat: “Laat niemand u iets voorschrijven op het gebied van eten en drinken… Laat u geen geboden opleggen van raak niet en smaak niet… Het zijn menselijke voorschriften en principes over zaken die door het gebruik vergaan…”. Deze vraagstukken zijn tweeduizend jaar geleden beschreven ten tijde van de overgang of, zo je wilt, de vervulling van de symbolieken, gelijkenisssen en metaforen die op Christus en de Christelijke godsdienst doelden. Toen hadden de Christenen die uit de Joden kwamen er begrijpelijk moeite mee. Dat in varkensvlees zich veel belangrijke voedingsstoffen bevinden en de nauwkeurige dienst van de Voedsel en Warenautoriteit het eten van varkensvlees niet ontraadt, noch dat van die andere toen verboden dieren, zou al te denken kunnen geven. De dienst acht het eten daarvan niet schadelijk. Veruit de meeste Christenen beschouwen deze wet als behorende tot de cultus van de Joodse godsdienst. Wat deden die varkenshoeders daar in Israël? Toch niet alleen om borstels te maken van de haren van de zwijnen? Zo hebben alle Christelijke gemeenschappen “een elfde gebod” en zelfs meer van dergelijke geboden. Dat is als het verboden “toe en af doen” van waarom het gaat. Het zijn belemmeringen voor de eenheid. Schrale troost: andere godsdiensten kampten ook met verschillen. Gemeenschappen van welke aard ook bestaan uit mensen die elkaars mening bestrijden. Zolang ze na de discussie samen koffie kunnen drinken en elkaar niet de kop inslaan, zijn het als pogingen te beschouwen de waarheid te zoeken. Gelovigen hopen dat de mensen die eens vinden.

zondag 21 september 2014

BOEKUITREIKING


Het noteren van deze geschiedenis mag ik toch niet langer uitstellen. Een vriend heeft er weliswaar een filmpje van gemaakt, maar ik zou niet weten hoe ik die met mijn verhaaltje op mijn website http://pietschreuder.blogspot.com/Boekuitreiking kan plaatsen. Ik schrijf dit in de hoop dat ik daarin op een gegeven ogenblik toch slaag.

Een paar maanden voor deze gebeurtenis had ik in de vergadering van de twee gezamenlijke platforms Presikhaaf het eerste deel van mijn boekjes “Presikhaaf, het verhaal van een landgoed”, over de geschiedenis van de wijk omhoog gehouden en geroepen dat deze al enige tijd was uitverkocht en dat de meeste leden, zelfs de gemeentelijke wijkmanager en de twee opbouwwerksters geen kennis droegen van het bestaan van dit boekje. Ik zei, dat een bestuurder van een land, stad of wijk in de eerste plaats kennis moest hebben van de geschiedenis van de plek waarover zei mede het bewind voerden. Ik stelde voor de twee delen die in 1995 en 1996 het licht hadden doen zien, nu in één band onder te brengen, omdat de ervaring was dat men na de aan schaf van het eerste deel meende voldoende over de historie van de wijk te weten en niet om het tweede deel vroegen, van welk laatste deel inderdaad nog wat over waren.

Toen zei Wim Peters die namens de gemeente de controle uitvoerde op de vernieuwing van onze achterstandswijk en deze taak afsloot en dus deze bijeenkomsten als laatste bijwoonde, dat ik dan maar een begroting moest indienen en deze als aanvraag moest voorleggen. De opbouwwerkster Lies Vonk, kwam daarna bij mij thuis om tijdens een door haar genoemd aangenaam onderhoud deze aanvraag professioneel protocollair te helpen invullen.

Er moest een bedrag van 7500 euro voor worden gevraagd. Ik moest tijdens de behandeling daarvan de zaal even verlaten omdat erover moest worden gestemd. Na tien minuten kwam de wijkwinkelhoudster Merle me uit de kantine ophalen en binnenleiden. Het zou mij eigenlijk een zorg zijn of de stemming ten gunste van het boek was uitgevallen of niet. Ik was misschien er ook wel van overtuigd dat er ingestemd was omdat ik het wel stom had gevonden als ze dat niet hadden gedaan. Maar bij binnenkomst las ik al dadelijk van de gezichten en vooral van de houding van de opbouwwerkster Lies Vonk die naast me zat, af dat de stemming gunstig was verlopen.

EUREKA
Er bleken echter enige moeilijkheden te bestaan: de platforms zagen geen mogelijkheid tot het opslaan van de boeken en de verkoop daarvan. Daar zou toch de uitvoering van het plan op stuk te kunnen lopen, tenzij er een uitgever werd gevonden. Wijkopbouwwerkster Lies Vonk, die in  het huis woont waar de schrijver Jan Siebelink heeft gewoond, had kennis aan de kleine boekhandel tevens uitgeverij in de Emmastraat Velp, die al eerder streekgebonden werkjes had uitgegeven, o.a. een  routebeschrijving door genoemde schrijver. Zij zou daar bij hem informeren over de mogelijkheid tot uitgave van mijn boek. Ze liet op de uitslag van haar bevinding echter ruim veertien dagen wachten. Tenslotte vroeg ik haar hoe het daarmee stond. Ze zei dat de boekhandelaar geen mogelijkheid tot uitgave zag. Ik ben toen zelf aan het werk gegaan en links en rechts gevraagd. Een lid van het platform, Bep Boerboom, stelde voor dat ik eens zou gaan informeren bij de kleine boekhandel in de Nieuwstad, die ook kleine streekgebonden uitgaven verzorgde. Echteter, ook deze werd niet bereid gevonden en zo belandde ik bij uitgeverij Kontrast van een zekere Lukas Rosing. Hij kwam mijn manuscript halen en ik kon op de volgende vergadering vertellen dat hij bereid was gevonden het boek uit te geven. Hij had voldoende opslagruimte en over de verkoop hoefde niemand zich zorgen te maken. Hij had als uitgever de contacten met de Nederlandse boekhandelaren.

Er volgde een bijeenkomst met hem en Lies bij mij thuis om de promotie te regelen. Daarvoor was volgens Lukas het meest geschikt het uitreiken van het eerste “vernieuwde” exemplaar aan een wethouder op een geëigende locatie. Lies zou daarvoor met de bibliotheek in het Multi Functioneel Centrum van Presikhaaf overleg plegen. Na ampel beraad bleek deze niet de geschikte ruimte daarvoor te hebben. Zij had wel de wijkwethouder Luuk van Geffen bereid gevonden heet eerste exemplaar in ontvangst te nemen, en het voorstel van Lukas om daarvoor de Centrumbibliotheek in de Koningstraat te vragen ook omdat het nabij het stadhuis was waar een wethouder gemakkelijk te voet heen kon.

Dit bleek goed aan te slaan. Lukas stelde een programma daarvoor op, maakte fraaie uitnodigingen maken en verzond die naar de adressen die Lies van de platformleden op een etikettenvel had staan en hem toestuurde, aangevuld met mijn adressen van buurtgenoten, familieleden, oud-leden van mij jeugdclub LEGOP, buurtvereniging Plattenburg en zo meer. Het zou op een reünie gaan lijken.

DE UITREIKING
Deze zou plaats hebben op donderdag 22 maart 2012 om 14.00 uur in het zogenaamde leescafé van de beoogde bibliotheek. De twee weken daaraan voorafgaan was voor ij niet aangenaam. Beter gezegd: ik ging door een hel. Ik stel gewoonlijk gemakkelijk een toespraakje op, maar wist nu gewoon niet wat ik moest zeggen. Bovendien leek het mij noodzakelijk dat ik dat zonder papier, dus uit mijn blote hoofd moest doen voor een gezelschap waarvan ik bij lange na niet wist welke personen daar aanwezig zouden zijn. Ik herzag mijn eest concept toespraak en stelde een  kortere op die in grote letters een A-viertje besloeg. Pas de dag van de uitreiking en vooral tijdens mijn fietstocht met zoon Peter naar de bibliotheek viel de angst van mij af. Het kreeg het gevoel dat ik vaker bij voor mij belangrijke daden had: laat maar over mij komen, ik ontkom er toch niet aan en het zou wel loslopen. Ik had immers een papiertje bij me waarvan ik maar hoefde voor te lezen. De wethouder kwam kort na mij binnen en wij gingen op de voorste rij broederlijk en volkomen op ons gemak naast elkaar zitten. Peter, die mij vaak bespotte met “mijn” wethouders, stelde zich ook luchtig aan hem voor. Ook overbuur met zijn grote fototoestel waarmee hij graag zelf in beeld wil, ging naast ons zitten en de overige vijftig opgestelde stoelen werden snel bezet.

De directrice, Marianne Oudega stelde zich voor als Lunterens meisje en heette allen hartelijk welkom. Ze zei niet gewend te zijn dat in haar bibliotheek een uitreiking van een eerste exemplaar plaatsvond en dat dit nu gebeurde was een eer voor haar. Vervolgens gaf zij het woord aan Lukas, die een lovend woordje over mij sprak en natuurlijk het boek bij iedereen aanbeval. En daarna kwam ik met mij papiertje achter het spreekgestoelte.

Ook ik hield een korte inleiding waarna ik de wethouder uitnodigde naar voren te komen voor de ontvangst van het boek. Ook deze had daarna een aardige toespraak, waarin hij benadrukte dat bij het besturen van een stad en wijk de kennis van de geschiedenis daarvan een noodzaak was en dus mijn boek een verplichte kost was voor hem en de overige bestuurders van de gemeente. De directrice meende dat daarmee de ceremonie was beëindigd en dat nu de verwachte reünie met de hapjes en drankjes (door Lies verzorgd) kon aanvangen. Lukas en ik corrigeerden haar echter omdat volgens het programma ik nog een in leiding zou houden. En warempel: ik worstelde weliswaar met de microfoon die ik niet voldoende voor mijn mond hield, maar improviseerde toch gemoedelijk weg voordat ik op mijn papiertje keek en daarvan de rest van de toespraak hield. Er werd geapplaudisseerd en door de uitgever de verkoop aangekondigd aan de tafel waaraan ook ik plaats nam om elk verkocht exemplaar te signeren.

VERRASINGEN
Ik voelde mij daarbij volkomen op mijn gemak en eindelijk volkomen opgelucht en blij. Nu pas zag ik wie er aan de uitnodiging gehoor hadden gegeven. Lies zei dat ze ongeveer vijftig personen had geteld en schreef me later dat zij de gehele presentatie gelukkig gemoedelijk en zonder bombarie had ondervonden. Willem, de man van Ineke, welke laatste in de werkgroep Presikhaaf 2 zitting heeft, bleek alles met een klein toestelletje, voor mij onopgemerkt een  verrassende YouTubefilmpje van het hele gebeuren te hebben gemaakt. De rondzending hiervan zal zeker de verkoop bevorderd hebben, want de volgende dag lag het boek al te koop bij Bruna op winkelcentrum Presikhaaf, en binnen een week moest hij worden nageleverd. Ook een heel leuke recensie van journalist Piet Venhuizen in De Gelderlander zal daartoe hebben bijgedragen.

Voor mijzelf zal ik proberen een lijstje op te stellen van de aanwezigen, van welke mijn zuster en zwager, die ik jarenlang niet had gezien, de grootste verrassing was.

maandag 15 september 2014

LEVENSDRANG


MEE LEVEN

Piet Schreuder

Levenswil

Vandaag, 14 september 2014, werd in de rubriek Vroege Vogels van de VARA, de lof gezongen op de spin en zijn rag. Ook de predikant had de vorige dag al in het kinderhaal verteld van de wonderlijke schepping van het beestje en zijn rag.

Ik heb als kind eens een vlieg gevangen die me met zijn gezoem om mijn oren uit de concentratie haalde, en hem daarbij zo beschadigd dat hij maar moeizaam vooruit kroop op de vensterbank. Het was duidelijk: hij wilde, hoe ook, leven. Louter uit nieuwsgierigheid hoe groot die drang in hem was om het leven in hem te herstellen, trok ik hem de vleugels uit, maar hij liep nog. Toen trok ik zijn pootjes uit, en zie, het bolletje wat overbleef begon op en neer te wippen. Tenslotte hield dat wippen op en gooide ik het bolletje in de afvalbak. God vergeef me, in Jezus’ naam.

Overgevoelig?
Later zat ik een boek te lezen, toen ik gestoord werd door een luid gezoem van iets wat blijkbaar in grote nood verkeerde.
Zoeken, zoeken, zoeken. Totdat ik in een hoekje beneden mij een bromvlieg in een spinrag ontdekte. Het brommen van zo’n dikke vlieg kende ik, maar zo’n hard geluid had ik een vlieg nog nooit horen voortbrengen. Ik was er eerder bij dan de spin, die dacht een vette hap te hebben gevangen, en bevrijdde de in het web verstrikte vlieg, niet zonder moeite, en liet hem buiten vliegen in de hoop dat hij de laatste ragjes om zijn lichaam kon verwijderen. Ik was voor mijn gevoel die bromvlieg, net zoals ik elk van die vijf hondjes was die ik in mijn leven zag en hoorde overrijden en jankend zieltogen.
Noem het kinderachtig, overdreven, zelf medelijden of wat ook. Ik voel hun angst en pijn de rest van mijn leven nog.

Toen ik twintig jaar geleden, die daarvoor altijd eerst in een ouderlijk gezin had gewoond en daarna zelf een gezin stichtte, en  alleen in een tweekamerflatje kwam te wonen, zat ik op de bank het alleen zijn te verwerken, totdat een vlieg op mijn knie kwam zitten. Zo’n algemeen bevonden vieze vlieg. Ik deed geen moeite hem weg je jagen. Ik was niet meer zo alleen en was nieuwsgierig hoe hij zijn tijd doorbracht. Hij tilde een vleugel op en ging met een pootje de onderkant wassen. Eerst links en daarna rechts en zo nam hij meer plekjes van zijn lichaampje onderhanden. Wat een ijver! Gods schepping. Hij mocht mijn kamer rondvliegen. Ik zette na een tijdje de balkondeur open en daar vloog hij, mij achter latend met de vergeefse gedachte hoe het er op de beloofde nieuwe aarde uit zou zien. Zou daar ook een ecosysteem zijn waarbij de één de ander op eet om het algemene leven te verduurzamen? En wat betekent plaatsvervangend lijden?

Vast leggen
Wie lacht niet die de mens beziet? zei Vondel. Mijn ouders kwamen altijd thuis met verhalen over mensen en dieren die ze hadden ontmoet. Jongen, ouden, kleinen, groten, allen werden door hen aangesproken. De indrukken die ze opleverden en weergaven waren om te verbazen, te bewonderen, te lachen en heel vaak om met een medelijdend ach ach te laten volgen. Ze waren niet alleen een belangrijk luisterend oor, maar steeds tot hulp bereid. Of ik dat erfde of dat de omstandigheden mij ertoe dwongen, ik ging ook steeds meer de mensen en dieren in mijn omgeving zo bekijken. Daarbij had ik van jongs aan de behoefte om mijn leven schriftelijk bijna dagelijks vast te leggen. Op de Lagere School viel dat bij het opstelletjes maken al op. Ik kreeg zelfs prijsjes en later kolommetjes in kranten. Terwijl anderen de gaven hadden een vak te kunnen leren waarmee een boterham te verdienen viel om daarna een gezin te stichten, leek ik veroordeeld tot onbetaald schrijven, dat zich hoofdzakelijk bepaalde tot het beschrijven van de karakters van al die soorten mensen en dieren om me heen. Soms deed ik dat met plezier, maar vaak met pijn wegens het medelijden met hen. Dat was ook het geval bij het leiden van jeugd waartoe zij en hun ouders mij opriepen.

Bij een bezoek in het ziekenhuis aan een zieke geestverwante, zag en hoorde ik een andere vrouw op de zaal kreunen van ellende en pijn. Haar man zat machteloos naast haar. Iemand zag mij kijken en zei: “Je kunt niet het lijden van de hele wereld op je nek nemen”. Ik dacht: dat zou Jezus dus hebben gedaan. Mijn zoon, de meer geleerde van de familie, liet ik zoiets doorschemeren. Hij zei dat je je moest leren verharden om te kunnen leven. Tja, dus niet teveel denken aan je zieke relaties en de oorlogen en gevolgen daarvan die de wereld schokken….. Eerst jezelf lief hebben om daardoor anderen lief te kunnen hebben.

Kontact
De mens heeft vanaf het begin getracht met zijn schepper kontact te maken om Hem te leren kennen. Boeddhisten en Hindoes zien in alle levensvormen een aparte God. Prinses Irene praat met bomen alsof ze een ziel hebben. Ik heb me in Arnhem een kleine bekendheid verworven bij het herstel van een omgekapt bos, waardoor ze me “bomenpiet” noemden. De gemeente schonk mij zelfs een boom met mijn naam er voor.
Maar ik heb weinig verstand van bomen en was gewoon begeesterd van de sfeer die het bosje vlak bij mijn huis uitstraalde.
Het was lang geleden in Engelse landschapsstijl aangelegd en had zich verder zelf grillig gevormd met moerasje, mispelboom, broedplaatsen voor vele soorten vogels, de minder goed beschoeide vijver met hier en daar te stijle mosachtige gladde hellingen waar je gewaagd op fietste, een oude witte villa die o.a. als Esperantohuis dienst deed waar opleidingen in die taal Nederlanders en buitenlanders werd aangeboden. Ik  was daar kind aan huis omdat mijn ouders Esperanto spraken en het gebruik ervan wilden bevorderen. Ook ik leerde de taal en kon zo de buitenlandse studenten door het park rondleiden.
Maar de sfeer werd vooral bepaald door de hoge oude bomen, ook heel geschikt om als jeugdige je gewaagde klimkunsten in te beproeven. Kortom, een bos waar onze voorouders hadden gelopen en na mij anderen dezelfde sfeer daar zouden proeven.
Maar een boom, struik of wat voor plant ook een ziel toekennen, is mij niet gegeven. Ik moet dat soort onontbeerlijk leven dat ons leven in stand houdt aan een schepper danken.

Op mijn elfde kreeg ik van mijn klasgenootje Japie een poesje, die ik Miepsie noemde. Die kreeg twee jonkies, gijsje en witje, die ik geboren hielp worden. Die drie gaven ons gezin elke avond een voorstellingen, waarbij die van André van Duin volkomen in het niet vielen. Later voegde zich daarbij de half labrador met spitse snuur, Jopie. De beste vriend die ik zestien  jaar lang had. Ook, zoals Miepsie, met zwarte vacht, wit befje, witte voetjes en wit staartpuntje. Alle poezen die ik daarna kreeg droegen de naam Miepsie 2, 3, enzovoort. Momentel ligt een rood katje achter mijn computerscherm te mediteren, af en toe de muis verschuivend.
Hoe zou ik zonder hen gekund hebben. Al was het alleen door de kolommetjes die ik later over hen schreef en waarmee ik velen plezier bezorgde. Die beestjes toonden een aanhankelijkheid waar je verlegen van werd. Ze probeerden intens je te begrijpen bij vreugde en verdriet om het te delen of je te troosten, waartoe mening mens niet in staat is.

Boskap
Gisteren was even het belangrijkste bericht: de grootste en snelste ontbossing tot nu toe: die in Indonesië. Onvoorstelbare onbarmhar-tige cijfers. Wij kunnen voor onze zuurstof niet zonder bomen…
 
De natuur en het hele milieu verkwijnen momenteel en het klimaat wordt verstoord, tot schade van ons mensen en dieren die een onderdeel van die natuur zijn. Maar mijn inlevingsvermogen houdt hier op. Ik hoop slechts op een herstel in oude glorie, waar ik hier vergeefs naar streefde en mijn leven lang naar zal blijven streven.

Het leven en lijden van mens en dier zal mij echter nooit met rust laten. Moge de belofte van een nieuw soort leven, die voor mij nog theorie is, eens praktijk worden.

 

vrijdag 5 september 2014

REGINA


REGINA

Piet Schreuder

 

Sinds de laatste keer zelden zulk een mooie dame naast me gehad. Woensdag25 juni was de Dag van Regina Paces. Ik had mijn rondje gemaakt om de twee vijvers, waar onder de hoge oude bomen langs de halfharde bospaadjes kraampjes stonden opgesteld met mensen in klederdracht erachter die gratis hapjes en drankjes van onherkenbare afkomst als het allernieuwste aanboden. Er liepen een paar muzikanten doorheen die bekende liedjes ten gehore brachten net als het orkestje op het terras van het verpleeghuis dat een hoek van het parkje in beslag nam. Tien paren in fraai klederdracht dansten op klompen in een kring op de muziek van een paar harmonicaspelers. Tussen twee dansjes door kwam één van die paren naar me toe met een blik en uitroep van herkenning of er geen halve eeuw tussen had gelegen.

Tenslotte kwam ik bij het gazon aan waar acht schapen dicht op elkaar graasden. Drie bordercollies sloegen hen scherp gade bij een klein rond hekwerkje waarbinnen twee puppies zich vermaakten. Vlak daarbij stonden twaalf stoelen voor kijkers opgesteld die op hun gemak de aangekondigde voorstelling afwachtten. Daarachter verzamelden zich meer en meer mensen.

Ik was de eerste die een zetel op de voorste rij in beslag nam.

En toen plofte die dame naast me neer. Ze had een puppie op haar schoot en bood mij aan die eens even over te nemen. Zij en ik kwamen al gauw tot de ontdekking dat wij best eens hier de jongste en oudste bezoeker konden zijn. Ik ben slecht in rekenen net als studenten van hogere scholen, maar toen ze zei dat ze in de zesde leergroep zat rekenden we samen vlug uit dat wij tachtig jaar verschilden. Ze was de dochter van de boerin uit Heteren die na een korte uitleg een voorstelling weggaf.

Ze blies op een fluitje en een van de honden begon razendsnel op tien meter afstand linksom de kleine kudde heen te rennen en bij een volgend fluitje rechtsom, om vervolgens bij een zacht signaal doodstil te liggen waken. Na een kleine wenk brachten die honden de schapen naar de veewagen waar ze gewillig via een brede loopplank naar binnen liepen.

Alles en meer gebeurde in dit kleine natuurhistorische parkje in weldadige rust, zonder gebonk van bassen als aan de andere kant van het spoor dat Presikhaaf en Sacre Coeur scheidde. Eerste klas evenement.