Bres-2
NEGENTIG
(90)
Piet Schreuder
Op donderdag 29 januari 2015 begon het voor mijn doen al vroeg. Ik
moest eerst om 8.45 uur voor de jaarlijkse controle bij de prikpost in
Zorgcentrum Waalstate de jaarlijkse nuchtere plas inleveren en toen bloed laten
afnemen. De apotheek is daar vlak bij, zodat ik in één moeite een receptje kon
inleveren. Gewoonlijk vraagt de assistente naar mijn geboortedatum. Ik zei
onnozel: die weet ik niet meer. Na mijn naam en adres te hebben opgezocht, zei
ze nadrukkelijk: 29-1-25, en wilde het medicijntje ophalen. Ze draaide zich om
en ik zei wat luider: zegt u dat niets? Ze twijfelde, maar niet lang, want twee
andere dames riepen van achter de medicijnrekken: “Van harte gefeliciteerd,
mijnheer Schreuder!”. Het arme kind schrok ervan en wenste mij toen ook geluk met
mijn verjaardag.
Ik dacht: die negentig moet ik toch eens in mijn leven uitbuiten. Om de
hoek was daar in de kleine winkelstrip de levensmiddelenzaak DEKA. Daar moest
ik zijn om de komende Sabbat bij de koffiedienst van de Adventkerk te kunnen trakteren,
vier appeltaarten kopen. Bij de kassa stond toevallig mijn overbuurvrouw. Zij zag
me achter in de rij en riep: “Gefeliciteerd met je verjaardag, Piet!”. Zo, dus de hele winkel was ook op de hoogte, en
kreeg ik nog meer felicitaties. Zij en de kassajufrouw hielpen mij de taarten
naar de fiets brengen en in de twee fietstassen bergen. Met de overbuurvrouw op
weg naar huis.
Al eerder waren kaarten per post en e-mails gelukwensen binnengekomen
en toen kwamen tot mijn verrassing uit het nabij gelegen Velp, lekenprediker
Bertus Duijster en zijn vrouw, ouderlinge Marga, op bezoek. Met hen zit ik op
ons rijtje stoelen in de kerk en met Marga zing ik vaak uit één liedbundeltje
tweestemmig. Een nieuw boek over recente geschiedenis, wat mijn belangstelling
heeft, werd mijn bezit.
Tegen de middag kwam het aangekondigde bezoek van onze predikante Elise
Happé uit Apeldoorn die me een prachtig bloemstuk overhandigde. Voor haar en
mij had ik twee gebakjes gekocht, want op meer bezoek rekende ik niet.
Nauwelijks hadden we dat genoten of mijn zoon Peter stuifde binnen en een
kwartiertje later kwam dochter Seraja ook nog. Beiden bleken mij als een oude
snoepkous te zien, omdat ik tevoren had gewaarschuwd dat ik van al het
stoffelijke al voorzien was, waartoe ik even ook wat door de mond gaat,
beschouw. Ik kan, ook wat dat betreft, voorlopig vooruit…. om te trakteren.
Peter verrijkte mij bovendien met een film op CD, waarin de door mij
bewonderde Sandra Bullock de hoofdrol speelt. Seraja beloofde mij een
pedicurebeurt te geven.
Toen dat gezelschap was vertrokken kwamen Freya en Pim, mijn
assistenten in de bewonerscommissie, met een bakje bloembollen die na een dag
al uitkwamen en de kamer van een lekker luchtje voorzagen. Ze begonnen alle planten
te bemoederen en mij van allerlei adviezen te voorzien. Ik had voor mijn twee overbuurvrouwen
die tegelijk met mij jarig waren, kaarten gemaakt en die zou Freya wel voor mij
bij hun in de bus doen.
Onthouden
Logisch dat mijn ochtendwandelingetje erbij inschoot en de computer ook
geen werk kreeg. Dus kwam ik niet aan schrijven toe, ondanks dat ik toch de
afgelopen gebeurtenissen wilde vastleggen. Nu ik dit schrijf, vrees ik de helft
te zijn vergeten omdat alles een week geleden plaats vond. Nou vooruit: ’s middags
in het parkje me door de verzamelde hondenuitlaters laten feliciteren. En thuisgekomen begon al
direct de telefoon te rinkelen:
oud medebestuurslid Gem. Senioren Fietstochten Eef Bloemendaal, Celestine
Thompson-Kortram, ex-lid Adventkerk, mijn Surinaamse diaconesse Lourdes met een
telefonische voorbede, eveneens Surinaamse Adventvriendin, die eerder al een
prachtig gedicht had gemaild.
Dan nog Delie Akarina van churchplant Focus Adventkerk met wie ik veel
herinneringen deel. Zij bezocht met haar ouders en zussen en broers ons gezin
om de veertien dagen, en op zondagen trokken wij erop uit naar het
recreatieplasje De IJzeren Man of de
Efteling, en andere mooie plekjes in de omgeving. Omdat vader Daniël Akarina
zijn auto al vol had met vijf leden van zijn gezin, zat Delie dan tussen mijn
jongens op de achterbank van mijn auto. Ik hoorde zelden zo’n klein meisje zo
levendig praten….
Terug naar mijn verjaardag. Zoon Rob belde om te vertellen dat hij
zojuist met de trein op twintig meter afstand mijn huis was gepasseerd (ik woon
aan het spoor) op weg naar Zwolle om daar met mede-ambtenaren overleg te plegen.
Vanuit de trein feliciteerde hij me. Even later rinkelde de telefoon weer, nu
vanuit Sportcentrum Papendal, waar andere zoon Jisvi bijeen was met collega’s
die voedselfabrieken in Nederland en omgeving controleerden. Een job waarvan ik
ook al niet helemaal begrijp wat die inhoudt. Hij belt mij vaak vanuit de voor
mij verste streken, en nu dus met zijn gelukwensen.
En Guno Thompson, man van Helen, geestverwanten, helemaal uit Amerika.
Kaarten en e-mails van buurtgenoten en telefoontjes van de leden van
mijn bewonerscommissie. Hebben zij allen een verjaardagskalender, die ik
ontbeer?
Misschien dankzij facebook van dochter Seraja, die mij binnen één
minuut van veertig “vrienden” voorzag. Als ik daarna alle berichten daarop had
willen bijhouden, dan was ik, trage lezer en schrijver, weken bezig geweest….
Dus moest ik facebook van mijn “inbox” tot mijn spijt gewetenloos verwijderen.
SABBATDIENST
Die dienst zou door de Arnhemse gemeenschap zelf worden ingevuld.
Daarvoor had men de jeugd ingeschakeld. Vorige malen zorgden de kinderen voor
de hapjes en drankjes bij de koffiedienst na de prediking. Dus e-mailde ik de
jeugdleidster en ouderlinge dat mijn traktatie teveel van het goede zou zijn.
Een jarige trakteert meestal. Nee, de jeugd zorgde dit keer daar niet voor, dus
kon ik mijn gang gaan. Met vier appeltaarten in de fietstassen arriveerde ik en
liet ze door het benedenraampje op de balie in het jeugdhonk plaatsen. Dan zou
er als gewoonlijk ‘lang zal hij leven’ (nou nou) gezongen worden en ik, wat de
kerkgemeente betreft, van overige zorgen zijn bevrijd. Ja ja….
De Sabbatsles van 10-11 uur verliep als gewoonlijk, nu met wat meer mensen uit o.a. Nijmegen. Er
kwamen weer meer mensen de zaal binnen. Daarna betraden ouderlinge Marga en de
jeugdige schrijver-predikant in wording, Orville, het podium voor het tweede uur met mededelingen,
gebed en preek.
Maar vóór de preek werd diaconesse Petra Duijster gevraagd om nog een
mededeling te doen.
En toen begon het
Petra deelde mee dat Piet negentig jaar was geworden en dat wij dat
niet zomaar mochten laten passeren. Zij plaatste een stoel midden voor de rijen
en nodigde mij uit daarop plaats te nemen. Ik dacht: nou ja, ik zal gewillig
een toespraakje aanhoren als even het middelpunt van de belangstelling wegens
het bereiken van de mijlpaal 90. Nu ben ik de volgorde kwijt. Ik meen dat eerst
het zangkoor De Advocals naar voren kwam en tot mijn grote verrassing het lied
“We shall overcome” zong dat ik na de dienst, als de bezoekers de zaal
verlaten, altijd als toetje naast de organiste Magda Kortram mee zong. Nu werd
het met de officiële tweede stem gezongen. Applaus, vooral van mij. Ik dacht:
dat was het dan, en stond op om weer naar mijn vaste plaats te gaan. Maar ik
werd weer op de stoel middenvoor teruggedrukt, want er kwam nog iets…..
Op het scherm boven het podium verschenen beurtelings mijn portretten
uit verleden en heden en tijdens sociale gebeurtenissen van de gemeente waarbij
ik betrokken was, zoals het bowlinguitje. Aanleiding om te lachen. Nog eens
Advocals en ik nu maar wachten op het eindsignaal. Maar nog steeds kwam het
niet, want er kwamen bloemen en een héle grote wasmand met snoep dat een nieuw
soort kamerjas verborg; een dunne, lange deken met mouwen. Het heeft een naam.
En toen kondigde Petra het einde aan met woorden die zij alleen kan kiezen. Ik
mocht gaan, maar durfde niet zonder een kort woordje uit te spreken. Ik zei
zoiets van: “Geweldig. Ik heb een hekel aan spreken in openbaar. Maar het is
aan jullie allen, hier aanwezig, te danken dat deze gemeente negentig jaar
bestaat. En ik ben dankbaar dat jullie mij hebben geaccepteerd”.
Bij de koffiedienst in het jeugdhonk met mijn gebak, werd zoals bij
elke jarige van de afgelopen week “Lang zal hij leven” gezongen en bloemen
overhandigd. Ook voor dochter Seraja die de volgende dag jarig was en Marga die
twee dagen tevoren haar 63e had gevierd en nog drie anderen die ons
allen lief zijn.
Het was onmogelijk de cadeaus in de fietstassen bergen, dus naam zoon
Rob ze in zijn auto mee. Hij stond juist met de auto voor mijn flat toen ik met
de fiets arriveerde. Hij kon het zaakje dat hij in de auto had vervoerd, in de
lift zetten en van daar uit naar mijn flatje dragen en in de kamer plaatsen. Na
mijn grote dank en zijn vertrek kon ik dankbaar beginnen met uitpakken.
Wat gevoelige slotmaaltijd
Een week daarvoor had ik de oud gezinsleden met “hun toegevoegden”
uitgenodigd voor het jaarlijkse etentje in De Cantharel te Ugchelen. Maar nu
ook de moeder van Jisvi’s vrouw Nanke, Riet Kreuze, omdat zij juist vóór de
jaarwisseling te horen had gekregen dat zij uitgezaaide kanker had en 2015 voor
haar mogelijk beslissend kon zijn, evenals deze gedenkdag en daarbij behorende
maaltijd dat voor mij kon zijn wegens mijn leeftijd.
En mijn zuster Cor met mijn zwager Joop Everaars gaven gehoor aan mijn
uitnodiging. Cor en ik hadden de laatste vijftig jaar weinig contact. Ik had
wat meer van moeders karakter en zij dat van vader en daardoor liepen onze
wegen nogal uiteen. Zij is anderhalf jaar ouder en niet zo goed ter been. Maar
aan de arm van Joop en een wandelstok ging het best. Daarbij had zij het gezin
van Jisvi op de tennisbaan ontmoet en zaten zij niet helemaal vreemd tegenover elkaar
en konden zij zo prettig converseren.
Tegen het eind van je leven toch tonen bij elkaar te horen.
Bij elkaar waren er twintig personen inclusief de levendige aanwezigheid
aan de lange tafel van de vier kleinkinderen en twee achterkleinkinderen. Dat
zouden het zijn geweest die ik mocht trakteren á la Carte naar hun smaak, als de
moeder van schoondochter Nanke, Riet, niet op het nippertje had gemaild dat zij
verhinderd was en ons kon bemoedigen met haar vertrouwen in de goede resultaten
van de komende chemokuur, omdat zij nooit had gerookt.
Teveel aandacht aan mij getoond om elk persoon voor hun attenties te
bedanken. Zij mogen weten dat zij mij op verschillende tijden met plezier te
binnen schieten.
Ieder mens wil bewust of onbewust wat aandacht, omdat negeren gelijk
staat aan doodverklaren. Ik wens ieder die aandacht aan mij schonken ook die
genade van God toe.