dinsdag 23 december 2014

IS KERST EEN REGEL?


Heilig of niet

Ik kan tot tranens toe ontroerd raken bij het zien van de kerstfilms en het horen van de mooie zang en muziek tijdens die “Kerstdagen”. Velen, ook niet-christenen, beschouwen die dagen als één groot feest, waarop men elkaar niet in de haren maar in de armen vliegt. Gezelligheid troef. Niemand mag in die dagen alléén zitten (Alle andere dagen wel?).  Ook niet tijdens Oud en Nieuw, waar eigenlijk zonder het te beseffen, ook al de afgod Janus, waar januari naar genoemd is, mee vereerd wordt. Eén keer in het jaar Christelijk zijn is voor de meesten voldoende. Grote kerken zeggen dan: toch een mooie gelegenheid om elkaar en vooral anderen eens is de kerk te krijgen om te zien en te horen dat Christus voor ons is gestorven. Wie weet komen enigen van hen dan vaker naar onze bijeenkomsten. Helaas: daarna lopen de kerken nog meer leeg en redeneert men: “Wie de vrede wil, bewapene zich ten oorlog”. Dus de ouders maken in de fabrieken meer en meer de vernietigingswapens waarmee in een aantal gevallen zelfs hun eigen kinderen gedood worden. Kinderoffer is van alle tijden. Bij de eindeloos lange oorlogsgraven zegt men dan: “Zij zijn voor onze vrijheid gestorven”.
Dan neem ik het maar voor lief dat Christus geen woord heeft gezegd over het vieren van zijn geboortedag, en voor het geval hij het wel zou hebben aanbevolen, zou hij dat zeker niet hebben laten doen op de dagen die voor het “zonnewendefeest” zijn ingesteld. Die waren immers bestemd om de zon als afgod te vereren. Helemaal niet gek, want de zon is immers een bron van licht, zoals de “kerstboom” een teken van hoop op eeuwig groen is en de eerste dag van de week, de zondag, als herinnering aan de opstanding, de zevende dag van het vierde gebod ging vervangen.
Tijdens hun leven hebben hebben Christus, zijn apostelen, leerlingen en de eerste Christenen zijn geboortedag niet gevierd. Zij kregen een ander symbool toegereikt die hen zou kenmerken, en dat symbool betrof nu juist het herdenken van zijn lijden en sterven wat hij voor ons in de plaats deed: het Heilig Avondmaal. “Doe dat ter mijner nagedachtenis”, zei hij.
Neemt niet weg dat de herders in het veld te horen kregen: “Zie ik verkondig u grote blijdschap: heden is u een kind geboren worden die uw Verlosser wezen zal”. En alle Christenen verheugen en vertroosten zich elke dag met die boodschap. Als hoogtepunt daarvan kwamen zij elke week op de zevende dag bij elkaar om volgens het gebod die dag te rusten van het dagelijks werk en zich in dat ware geloof te versterken. Dat was wel nodig, want uit de hele Bijbel bleek dat Joden en Christenen steeds maar weer de gewoonten van de volken om hen heen, die andere goden aanbaden, overnamen. De profeten en apostelen hadden het er maar druk mee om Joden en Christenen daartegen te waarschuwen. Steeds weer wezen Christus en zijn volgelingen erop dat de schepper God Jahweh uitsluitend het gebod van liefde voor Hem en de naasten uitgevoerd dienden te worden volgens de tien geboden om ternslotte het begeerde doel, het eeuwig geluk, te bereiken. Want hoe vaak werd niet vastgesteld dat het verzuimen daarvan vreselijk lijden en vroegtijdige dood ten gevolge had.
Kenmerken
Elk jaar verschijnen in de bladen artikelen over hoe die veranderingen van oorspronkelijke juiste tot
onjuiste gewoonten en gebruiken eigenlijk werkelijk historisch en godsdienstig in elkaar
zitten.“Kerst” betekent “Christus” en “mis” op het altaar offeren. Een verbastering van het woord
kerstmis is “kermis” en die werd van oorsprong altijd om de kerk heen gehouden.
Maar we kunnen er niet omheen: degenen die de “echte bevrijding van de ellende” ernstig nemen, verbinden zich aan wetten en regels. Mijn dochter is gediplomeerd sociaal hulpverleenster. Zij bezoekt scholen waar kinderen worden gepest. Een onderwerp waarover de laatste tijd veel te doen is. Zij is docente sociale weerbaarheid en verheugt zich met ouders en leraren over de successen die zij bij deze leerlingen boekt. Daarbij beoefende zij de vechtsport taekwondo, ontving de zwarte band en kreeg kort geleden ook nog de bevoegdheid les te geven in deze tak van sport. Omdat je ook zonder wapens met de voeten iemand een lelijke draai om de oren kunt geven, zet ik mijn vraagtekens bij die “sport”. Logisch als ik mijzelf meer bezighield met geweldloze weerbaarheid en als gewetensbezwaarde in plaats van in het leger een tijdlang in werkkampen vertoefde. Ik ben enige malen aan een pak slaag ontkomen door de mededeling van vrienden aan mijn tegenstanders dat ik een kundige beoefenaar ben van jiu-jitsu. Ik had blijkbaar eens gezegd dat ik een paar trucjes uit een boekje kende. Langs een omweg profiteerde ik hiervan tegen mijn beginsel in. Zo ontstond een wankele vrede, want de haat was niet weg.
Waar het echter bij mij om gaat is de vraag of deze sport en alle andere sporten, verenigingen, clubs, partijen, geloofsgemeenschappen, godsdiensten, volken en landen, van een bridgeclub tot voetbalvereniging toe, het zonder wetten en regels kunnen. Als die wet en regels er niet waren bestonden die takken van sport en die gezelschappen er niet. Als je als voetballer, de doelman uitgezonderd, de bal met de hand of arm raakt, dan krijg je een vrije trap tegen. Als je het vaker doet, volgt een gele kaart en een volgende keer een rode kaart waarmee je het veld mag verlaten, jezelf en medespelers schade berokkenende.
Waarom zou het belangrijkste wat er bestaat, je leven en dat van andere levens, niet aan een wet en regels gebonden zijn? Is het niet zo dat velen denken hun eigen regels te kunnen maken en daardoor met anderen, op zijn zachts gezegd, botsen?
Tot het einde blijft: neem niet de wet en regels aan die door symbolen en gebruiken worden vertegenwoordigd waarmee de wet en regels die van liefde voor de Schepper getuigen, teniet gedaan worden. De tien geboden zijn op twee handen te tellen. Zich eraan houden is de moeite waard.