zondag 21 september 2014

BOEKUITREIKING


Het noteren van deze geschiedenis mag ik toch niet langer uitstellen. Een vriend heeft er weliswaar een filmpje van gemaakt, maar ik zou niet weten hoe ik die met mijn verhaaltje op mijn website http://pietschreuder.blogspot.com/Boekuitreiking kan plaatsen. Ik schrijf dit in de hoop dat ik daarin op een gegeven ogenblik toch slaag.

Een paar maanden voor deze gebeurtenis had ik in de vergadering van de twee gezamenlijke platforms Presikhaaf het eerste deel van mijn boekjes “Presikhaaf, het verhaal van een landgoed”, over de geschiedenis van de wijk omhoog gehouden en geroepen dat deze al enige tijd was uitverkocht en dat de meeste leden, zelfs de gemeentelijke wijkmanager en de twee opbouwwerksters geen kennis droegen van het bestaan van dit boekje. Ik zei, dat een bestuurder van een land, stad of wijk in de eerste plaats kennis moest hebben van de geschiedenis van de plek waarover zei mede het bewind voerden. Ik stelde voor de twee delen die in 1995 en 1996 het licht hadden doen zien, nu in één band onder te brengen, omdat de ervaring was dat men na de aan schaf van het eerste deel meende voldoende over de historie van de wijk te weten en niet om het tweede deel vroegen, van welk laatste deel inderdaad nog wat over waren.

Toen zei Wim Peters die namens de gemeente de controle uitvoerde op de vernieuwing van onze achterstandswijk en deze taak afsloot en dus deze bijeenkomsten als laatste bijwoonde, dat ik dan maar een begroting moest indienen en deze als aanvraag moest voorleggen. De opbouwwerkster Lies Vonk, kwam daarna bij mij thuis om tijdens een door haar genoemd aangenaam onderhoud deze aanvraag professioneel protocollair te helpen invullen.

Er moest een bedrag van 7500 euro voor worden gevraagd. Ik moest tijdens de behandeling daarvan de zaal even verlaten omdat erover moest worden gestemd. Na tien minuten kwam de wijkwinkelhoudster Merle me uit de kantine ophalen en binnenleiden. Het zou mij eigenlijk een zorg zijn of de stemming ten gunste van het boek was uitgevallen of niet. Ik was misschien er ook wel van overtuigd dat er ingestemd was omdat ik het wel stom had gevonden als ze dat niet hadden gedaan. Maar bij binnenkomst las ik al dadelijk van de gezichten en vooral van de houding van de opbouwwerkster Lies Vonk die naast me zat, af dat de stemming gunstig was verlopen.

EUREKA
Er bleken echter enige moeilijkheden te bestaan: de platforms zagen geen mogelijkheid tot het opslaan van de boeken en de verkoop daarvan. Daar zou toch de uitvoering van het plan op stuk te kunnen lopen, tenzij er een uitgever werd gevonden. Wijkopbouwwerkster Lies Vonk, die in  het huis woont waar de schrijver Jan Siebelink heeft gewoond, had kennis aan de kleine boekhandel tevens uitgeverij in de Emmastraat Velp, die al eerder streekgebonden werkjes had uitgegeven, o.a. een  routebeschrijving door genoemde schrijver. Zij zou daar bij hem informeren over de mogelijkheid tot uitgave van mijn boek. Ze liet op de uitslag van haar bevinding echter ruim veertien dagen wachten. Tenslotte vroeg ik haar hoe het daarmee stond. Ze zei dat de boekhandelaar geen mogelijkheid tot uitgave zag. Ik ben toen zelf aan het werk gegaan en links en rechts gevraagd. Een lid van het platform, Bep Boerboom, stelde voor dat ik eens zou gaan informeren bij de kleine boekhandel in de Nieuwstad, die ook kleine streekgebonden uitgaven verzorgde. Echteter, ook deze werd niet bereid gevonden en zo belandde ik bij uitgeverij Kontrast van een zekere Lukas Rosing. Hij kwam mijn manuscript halen en ik kon op de volgende vergadering vertellen dat hij bereid was gevonden het boek uit te geven. Hij had voldoende opslagruimte en over de verkoop hoefde niemand zich zorgen te maken. Hij had als uitgever de contacten met de Nederlandse boekhandelaren.

Er volgde een bijeenkomst met hem en Lies bij mij thuis om de promotie te regelen. Daarvoor was volgens Lukas het meest geschikt het uitreiken van het eerste “vernieuwde” exemplaar aan een wethouder op een geëigende locatie. Lies zou daarvoor met de bibliotheek in het Multi Functioneel Centrum van Presikhaaf overleg plegen. Na ampel beraad bleek deze niet de geschikte ruimte daarvoor te hebben. Zij had wel de wijkwethouder Luuk van Geffen bereid gevonden heet eerste exemplaar in ontvangst te nemen, en het voorstel van Lukas om daarvoor de Centrumbibliotheek in de Koningstraat te vragen ook omdat het nabij het stadhuis was waar een wethouder gemakkelijk te voet heen kon.

Dit bleek goed aan te slaan. Lukas stelde een programma daarvoor op, maakte fraaie uitnodigingen maken en verzond die naar de adressen die Lies van de platformleden op een etikettenvel had staan en hem toestuurde, aangevuld met mijn adressen van buurtgenoten, familieleden, oud-leden van mij jeugdclub LEGOP, buurtvereniging Plattenburg en zo meer. Het zou op een reünie gaan lijken.

DE UITREIKING
Deze zou plaats hebben op donderdag 22 maart 2012 om 14.00 uur in het zogenaamde leescafé van de beoogde bibliotheek. De twee weken daaraan voorafgaan was voor ij niet aangenaam. Beter gezegd: ik ging door een hel. Ik stel gewoonlijk gemakkelijk een toespraakje op, maar wist nu gewoon niet wat ik moest zeggen. Bovendien leek het mij noodzakelijk dat ik dat zonder papier, dus uit mijn blote hoofd moest doen voor een gezelschap waarvan ik bij lange na niet wist welke personen daar aanwezig zouden zijn. Ik herzag mijn eest concept toespraak en stelde een  kortere op die in grote letters een A-viertje besloeg. Pas de dag van de uitreiking en vooral tijdens mijn fietstocht met zoon Peter naar de bibliotheek viel de angst van mij af. Het kreeg het gevoel dat ik vaker bij voor mij belangrijke daden had: laat maar over mij komen, ik ontkom er toch niet aan en het zou wel loslopen. Ik had immers een papiertje bij me waarvan ik maar hoefde voor te lezen. De wethouder kwam kort na mij binnen en wij gingen op de voorste rij broederlijk en volkomen op ons gemak naast elkaar zitten. Peter, die mij vaak bespotte met “mijn” wethouders, stelde zich ook luchtig aan hem voor. Ook overbuur met zijn grote fototoestel waarmee hij graag zelf in beeld wil, ging naast ons zitten en de overige vijftig opgestelde stoelen werden snel bezet.

De directrice, Marianne Oudega stelde zich voor als Lunterens meisje en heette allen hartelijk welkom. Ze zei niet gewend te zijn dat in haar bibliotheek een uitreiking van een eerste exemplaar plaatsvond en dat dit nu gebeurde was een eer voor haar. Vervolgens gaf zij het woord aan Lukas, die een lovend woordje over mij sprak en natuurlijk het boek bij iedereen aanbeval. En daarna kwam ik met mij papiertje achter het spreekgestoelte.

Ook ik hield een korte inleiding waarna ik de wethouder uitnodigde naar voren te komen voor de ontvangst van het boek. Ook deze had daarna een aardige toespraak, waarin hij benadrukte dat bij het besturen van een stad en wijk de kennis van de geschiedenis daarvan een noodzaak was en dus mijn boek een verplichte kost was voor hem en de overige bestuurders van de gemeente. De directrice meende dat daarmee de ceremonie was beëindigd en dat nu de verwachte reünie met de hapjes en drankjes (door Lies verzorgd) kon aanvangen. Lukas en ik corrigeerden haar echter omdat volgens het programma ik nog een in leiding zou houden. En warempel: ik worstelde weliswaar met de microfoon die ik niet voldoende voor mijn mond hield, maar improviseerde toch gemoedelijk weg voordat ik op mijn papiertje keek en daarvan de rest van de toespraak hield. Er werd geapplaudisseerd en door de uitgever de verkoop aangekondigd aan de tafel waaraan ook ik plaats nam om elk verkocht exemplaar te signeren.

VERRASINGEN
Ik voelde mij daarbij volkomen op mijn gemak en eindelijk volkomen opgelucht en blij. Nu pas zag ik wie er aan de uitnodiging gehoor hadden gegeven. Lies zei dat ze ongeveer vijftig personen had geteld en schreef me later dat zij de gehele presentatie gelukkig gemoedelijk en zonder bombarie had ondervonden. Willem, de man van Ineke, welke laatste in de werkgroep Presikhaaf 2 zitting heeft, bleek alles met een klein toestelletje, voor mij onopgemerkt een  verrassende YouTubefilmpje van het hele gebeuren te hebben gemaakt. De rondzending hiervan zal zeker de verkoop bevorderd hebben, want de volgende dag lag het boek al te koop bij Bruna op winkelcentrum Presikhaaf, en binnen een week moest hij worden nageleverd. Ook een heel leuke recensie van journalist Piet Venhuizen in De Gelderlander zal daartoe hebben bijgedragen.

Voor mijzelf zal ik proberen een lijstje op te stellen van de aanwezigen, van welke mijn zuster en zwager, die ik jarenlang niet had gezien, de grootste verrassing was.