Het
noteren van deze geschiedenis mag ik toch niet langer uitstellen. Een vriend
heeft er weliswaar een filmpje van gemaakt, maar ik zou niet weten hoe ik die met
mijn verhaaltje op mijn website http://pietschreuder.blogspot.com/Boekuitreiking
kan plaatsen. Ik schrijf dit in de hoop dat ik daarin op een gegeven ogenblik
toch slaag.
Een
paar maanden voor deze gebeurtenis had ik in de vergadering van de twee
gezamenlijke platforms Presikhaaf het eerste deel van mijn boekjes “Presikhaaf,
het verhaal van een landgoed”, over de geschiedenis van de wijk omhoog gehouden
en geroepen dat deze al enige tijd was uitverkocht en dat de meeste leden,
zelfs de gemeentelijke wijkmanager en de twee opbouwwerksters geen kennis
droegen van het bestaan van dit boekje. Ik zei, dat een bestuurder van een
land, stad of wijk in de eerste plaats kennis moest hebben van de geschiedenis
van de plek waarover zei mede het bewind voerden. Ik stelde voor de twee delen
die in 1995 en 1996 het licht hadden doen zien, nu in één band onder te
brengen, omdat de ervaring was dat men na de aan schaf van het eerste deel
meende voldoende over de historie van de wijk te weten en niet om het tweede
deel vroegen, van welk laatste deel inderdaad nog wat over waren.
Toen
zei Wim Peters die namens de gemeente de controle uitvoerde op de vernieuwing
van onze achterstandswijk en deze taak afsloot en dus deze bijeenkomsten als
laatste bijwoonde, dat ik dan maar een begroting moest indienen en deze als
aanvraag moest voorleggen. De opbouwwerkster Lies Vonk, kwam daarna bij mij
thuis om tijdens een door haar genoemd aangenaam onderhoud deze aanvraag
professioneel protocollair te helpen invullen.
Er
moest een bedrag van 7500 euro voor worden gevraagd. Ik moest tijdens de behandeling
daarvan de zaal even verlaten omdat erover moest worden gestemd. Na tien
minuten kwam de wijkwinkelhoudster Merle me uit de kantine ophalen en
binnenleiden. Het zou mij eigenlijk een zorg zijn of de stemming ten gunste van
het boek was uitgevallen of niet. Ik was misschien er ook wel van overtuigd dat
er ingestemd was omdat ik het wel stom had gevonden als ze dat niet hadden
gedaan. Maar bij binnenkomst las ik al dadelijk van de gezichten en vooral van
de houding van de opbouwwerkster Lies Vonk die naast me zat, af dat de stemming
gunstig was verlopen.
EUREKA
Er
bleken echter enige moeilijkheden te bestaan: de platforms zagen geen
mogelijkheid tot het opslaan van de boeken en de verkoop daarvan. Daar zou toch
de uitvoering van het plan op stuk te kunnen lopen, tenzij er een uitgever werd
gevonden. Wijkopbouwwerkster Lies Vonk, die in
het huis woont waar de schrijver Jan Siebelink heeft gewoond, had kennis
aan de kleine boekhandel tevens uitgeverij in de Emmastraat Velp, die al eerder
streekgebonden werkjes had uitgegeven, o.a. een
routebeschrijving door genoemde schrijver. Zij zou daar bij hem
informeren over de mogelijkheid tot uitgave van mijn boek. Ze liet op de
uitslag van haar bevinding echter ruim veertien dagen wachten. Tenslotte vroeg
ik haar hoe het daarmee stond. Ze zei dat de boekhandelaar geen mogelijkheid
tot uitgave zag. Ik ben toen zelf aan het werk gegaan en links en rechts gevraagd.
Een lid van het platform, Bep Boerboom, stelde voor dat ik eens zou gaan
informeren bij de kleine boekhandel in de Nieuwstad, die ook kleine
streekgebonden uitgaven verzorgde. Echteter, ook deze werd niet bereid gevonden
en zo belandde ik bij uitgeverij Kontrast van een zekere Lukas Rosing. Hij kwam
mijn manuscript halen en ik kon op de volgende vergadering vertellen dat hij
bereid was gevonden het boek uit te geven. Hij had voldoende opslagruimte en
over de verkoop hoefde niemand zich zorgen te maken. Hij had als uitgever de
contacten met de Nederlandse boekhandelaren.
Er
volgde een bijeenkomst met hem en Lies bij mij thuis om de promotie te regelen.
Daarvoor was volgens Lukas het meest geschikt het uitreiken van het eerste
“vernieuwde” exemplaar aan een wethouder op een geëigende locatie. Lies zou
daarvoor met de bibliotheek in het Multi Functioneel Centrum van Presikhaaf
overleg plegen. Na ampel beraad bleek deze niet de geschikte ruimte daarvoor te
hebben. Zij had wel de wijkwethouder Luuk van Geffen bereid gevonden heet
eerste exemplaar in ontvangst te nemen, en het voorstel van Lukas om daarvoor
de Centrumbibliotheek in de Koningstraat te vragen ook omdat het nabij het
stadhuis was waar een wethouder gemakkelijk te voet heen kon.
Dit
bleek goed aan te slaan. Lukas stelde een programma daarvoor op, maakte fraaie uitnodigingen
maken en verzond die naar de adressen die Lies van de platformleden op een
etikettenvel had staan en hem toestuurde, aangevuld met mijn adressen van
buurtgenoten, familieleden, oud-leden van mij jeugdclub LEGOP, buurtvereniging
Plattenburg en zo meer. Het zou op een reünie gaan lijken.
DE UITREIKING
Deze
zou plaats hebben op donderdag 22 maart 2012 om 14.00 uur in het zogenaamde leescafé
van de beoogde bibliotheek. De twee weken daaraan voorafgaan was voor ij niet
aangenaam. Beter gezegd: ik ging door een hel. Ik stel gewoonlijk gemakkelijk
een toespraakje op, maar wist nu gewoon niet wat ik moest zeggen. Bovendien
leek het mij noodzakelijk dat ik dat zonder papier, dus uit mijn blote hoofd
moest doen voor een gezelschap waarvan ik bij lange na niet wist welke personen
daar aanwezig zouden zijn. Ik herzag mijn eest concept toespraak en stelde
een kortere op die in grote letters een A-viertje
besloeg. Pas de dag van de uitreiking en vooral tijdens mijn fietstocht met
zoon Peter naar de bibliotheek viel de angst van mij af. Het kreeg het gevoel
dat ik vaker bij voor mij belangrijke daden had: laat maar over mij komen, ik
ontkom er toch niet aan en het zou wel loslopen. Ik had immers een papiertje
bij me waarvan ik maar hoefde voor te lezen. De wethouder kwam kort na mij
binnen en wij gingen op de voorste rij broederlijk en volkomen op ons gemak
naast elkaar zitten. Peter, die mij vaak bespotte met “mijn” wethouders, stelde
zich ook luchtig aan hem voor. Ook overbuur met zijn grote fototoestel waarmee
hij graag zelf in beeld wil, ging naast ons zitten en de overige vijftig opgestelde
stoelen werden snel bezet.
De
directrice, Marianne Oudega stelde zich voor als Lunterens meisje en heette
allen hartelijk welkom. Ze zei niet gewend te zijn dat in haar bibliotheek een
uitreiking van een eerste exemplaar plaatsvond en dat dit nu gebeurde was een eer
voor haar. Vervolgens gaf zij het woord aan Lukas, die een lovend woordje over
mij sprak en natuurlijk het boek bij iedereen aanbeval. En daarna kwam ik met
mij papiertje achter het spreekgestoelte.
Ook
ik hield een korte inleiding waarna ik de wethouder uitnodigde naar voren te
komen voor de ontvangst van het boek. Ook deze had daarna een aardige
toespraak, waarin hij benadrukte dat bij het besturen van een stad en wijk de
kennis van de geschiedenis daarvan een noodzaak was en dus mijn boek een
verplichte kost was voor hem en de overige bestuurders van de gemeente. De
directrice meende dat daarmee de ceremonie was beëindigd en dat nu de verwachte
reünie met de hapjes en drankjes (door Lies verzorgd) kon aanvangen. Lukas en
ik corrigeerden haar echter omdat volgens het programma ik nog een in leiding
zou houden. En warempel: ik worstelde weliswaar met de microfoon die ik niet
voldoende voor mijn mond hield, maar improviseerde toch gemoedelijk weg voordat
ik op mijn papiertje keek en daarvan de rest van de toespraak hield. Er werd geapplaudisseerd
en door de uitgever de verkoop aangekondigd aan de tafel waaraan ook ik plaats
nam om elk verkocht exemplaar te signeren.
VERRASINGEN
Ik
voelde mij daarbij volkomen op mijn gemak en eindelijk volkomen opgelucht en
blij. Nu pas zag ik wie er aan de uitnodiging gehoor hadden gegeven. Lies zei
dat ze ongeveer vijftig personen had geteld en schreef me later dat zij de
gehele presentatie gelukkig gemoedelijk en zonder bombarie had ondervonden.
Willem, de man van Ineke, welke laatste in de werkgroep Presikhaaf 2 zitting
heeft, bleek alles met een klein toestelletje, voor mij onopgemerkt een verrassende YouTubefilmpje van het hele
gebeuren te hebben gemaakt. De rondzending hiervan zal zeker de verkoop
bevorderd hebben, want de volgende dag lag het boek al te koop bij Bruna op
winkelcentrum Presikhaaf, en binnen een week moest hij worden nageleverd. Ook
een heel leuke recensie van journalist Piet Venhuizen in De Gelderlander zal
daartoe hebben bijgedragen.
Voor
mijzelf zal ik proberen een lijstje op te stellen van de aanwezigen, van welke
mijn zuster en zwager, die ik jarenlang niet had gezien, de grootste verrassing
was.