donderdag 27 februari 2014

Woord voor Woord


Vanmorgen, woensdag 7 april 2010, badend in het zweet wakker geworden wegens een nachtmerrie. Waarom ik me ooit heb laten overhalen in het bestuur van de senioren fietstochten plaats te nemen, is me een raadsel. Zodra ik van de groep los ben raak ik de weg kwijt. Dat was vannacht tenminste het geval. Ik fietste door de mooiste landschappen en door gehuchten die ik nooit eerder had gezien, maar niemand kon mij vertellen waar ik nou eigenlijk was en hoe ik de weg kon vinden.

Toen ik wakker werd zocht ik nog steeds. Daarom ben ik maar over gegaan naar het probleem van onze talen.

Ik besefte opeens wat mensen uit een ander taalgebied met “badend in het zweet” en “nachtmerrie” aanmoesten. Nederlanders hebben niet alleen hun eigen woorden maar ook hun eigen uitdrukkingen, gezegden en spreekwoorden, en die zijn bijna nooit letterlijk te vertalen. Andere volken hebben voor dezelfde gevoelens en gedachten hun eigen taalgebruik.

Ik heb op mijn computer een “vertaalprogrammaatje”. Die zet een andere taal om in het Nederlands. Woord voor woord. Alsof een peuter tegen je brabbelt met veel onverstaanbare woorden. Met veel geduld kom je er wel uit, maar je moet het niet te lang lezen.

Daarom is elke vertaling, ook van de Bijbel, één van “begrippen”. Ieder mens heeft bij een woord, zin of verhaal een ander gevoel en verschillende voorstelling, opgebouwd uit zijn ervaring in dit leven, waaronder de opvoeding waarbij hij te horen kreeg wat hij eronder moest verstaan. Het is niet netjes de mens met een dier, liefst een huisdier als een hond of kat, te vergelijken. Maar die beesten proberen van je gezicht, gebaren en geluiden die je in zijn richting maakt, op te maken wat je ermee bedoelt.

Ik moet door mijn bereidwilligheid en het vertrouwen dat ik aan een ander schenk, proberen die ander te begrijpen met wat hij doet, spreekt of schrijft. De één vindt een boek of muziekstuk geweldig, de ander vindt het maar niks.