skip to main |
skip to sidebar
Woord voor Woord
Vanmorgen,
woensdag 7 april 2010, badend in het zweet wakker geworden wegens een
nachtmerrie. Waarom ik me ooit heb laten overhalen in het bestuur van de
senioren fietstochten plaats te nemen, is me een raadsel. Zodra ik van de groep
los ben raak ik de weg kwijt. Dat was vannacht tenminste het geval. Ik fietste
door de mooiste landschappen en door gehuchten die ik nooit eerder had gezien,
maar niemand kon mij vertellen waar ik nou eigenlijk was en hoe ik de weg kon
vinden.
Toen
ik wakker werd zocht ik nog steeds. Daarom ben ik maar over gegaan naar het
probleem van onze talen.
Ik
besefte opeens wat mensen uit een ander taalgebied met “badend in het zweet” en
“nachtmerrie” aanmoesten. Nederlanders hebben niet alleen hun eigen woorden
maar ook hun eigen uitdrukkingen, gezegden en spreekwoorden, en die zijn bijna
nooit letterlijk te vertalen. Andere volken hebben voor dezelfde gevoelens en
gedachten hun eigen taalgebruik.
Ik
heb op mijn computer een “vertaalprogrammaatje”. Die zet een andere taal om in
het Nederlands. Woord voor woord. Alsof een peuter tegen je brabbelt met veel
onverstaanbare woorden. Met veel geduld kom je er wel uit, maar je moet het
niet te lang lezen.
Daarom
is elke vertaling, ook van de Bijbel, één van “begrippen”. Ieder mens heeft bij
een woord, zin of verhaal een ander gevoel en verschillende voorstelling,
opgebouwd uit zijn ervaring in dit leven, waaronder de opvoeding waarbij hij te
horen kreeg wat hij eronder moest verstaan. Het is niet netjes de mens met een
dier, liefst een huisdier als een hond of kat, te vergelijken. Maar die beesten
proberen van je gezicht, gebaren en geluiden die je in zijn richting maakt, op
te maken wat je ermee bedoelt.
Ik
moet door mijn bereidwilligheid en het vertrouwen dat ik aan een ander schenk,
proberen die ander te begrijpen met wat hij doet, spreekt of schrijft. De één
vindt een boek of muziekstuk geweldig, de ander vindt het maar niks.