woensdag 26 februari 2014

Geert en Harry


Op het bijzettafeltje liggen naast de telefoon op dertig centimeter afstand van mijn zithoekje twee dikke pillen: Reizen zonder John van Geert Mak, 573 pagina’s, en De Ontdekking van de Hemel van Harry Mulisch, 905 pagina’s. Ze schreeuwen al enige maanden om mijn bespreking.
Toen De Ontdekking in de bibliotheek te lenen was en ik er al gauw bij was om hem in handen te krijgen, heb ik beide boeken tot bladzijde 100 gelezen en verder wat doorgebladerd. Reizen zonder John moest ik natuurlijk direct na verschijnen aanschaffen omdat John Steinbeck mijn lievelingsschrijver is, van wie ik alle boeken heb gelezen. De pocket “Een blik in Cannery Row” verklaarde ik zelfs als het mooiste boek ter wereld. En met “Reizen met Charley” kon ik mij ook danig vermaken.

Helaas kwam ik in Reizen zonder John ook niet verder dan bladzijde 100. Ik zal je zeggen waarom.


De Ontdekking
De geleende “Ontdekking” moest ik natuurlijk terugbrengen, maar tot mijn verbazing lag het een aantal maanden geleden te geef in het halletje van ons flatgebouw. Ik kreeg een sterk vermoeden dat de eerdere eigenaar ook niet al te ver in het boek was gekomen.
Bij het uitkomen van dat boek verschenen Harry’s grote vrienden, Hans van Mierlo, Marcel van Dam en nog wat Bekende Nederlanders in een praatprogramma om het boek de hemel in te prijzen als het belangrijkste boek dat Harry had geschreven en zelfs het grootste kunstwerk op letterkundig gebied dat ooit in Nederland was verschenen. Bij het overlijden van Harry verschenen de BN-ers weer om te verklaren dat Nederland het nu zonder zijn onvervangbare grootste schrijver moest doen. Leuke verhalen over de man waren niet van de lucht. Hij met zijn immer uitgedoofde pijp in de mond en das slordig om de hals geslagen, liet in de hal van het Amsterdamse station omroepen dat er telefoon was voor Harry Mulisch, waarna hij de grote hal diagonaal overstak aldus de aan dacht trekkende van de aanwezigen om zo de verkoop van zijn boeken te promoten.

Promotie
Ik kan wat dat betreft nog wat van hem leren om de verkoop van mijn boeken en het lezen van mijn artikelen te bevorderen. Maar als schrijver met een kleine s wiens boek in de regiokrant een aardige bespreking kreeg en waarin later werd vermeld dat ik een gemeentelijke onderscheiding ontving, mag ik niet klagen. Het boek “Presikhaaf, het verhaal van een landgoed” wordt al jaren in Bruna Presikhaafs winkelcentrum gestaag verkocht. De 350 pagina’s worden met besmuikte lach gelezen en door het gemeentebestuur als een “must” verklaard, en de vroegere wethouder, Henry Lenferink, nu burgemeester van Leiden, zei mij bij een door mij gehouden rondleiding dat “hij ook historicus was”. En dat, terwijl ik in het boek duidelijk had vermeld dat ik bij de feiten die ik om de verhalen over de jeugd van toen had geschreven, een hoop verzonnen had. En van geschiedschrijving wordt nu eenmaal verwacht dat die verhalen controleerbaar moeten zijn.

Zo, nu weet je dat ook weer. Waar waren wij gebleven met Harry? Leest u dat boek nog wel? Harry werd met zijn boek “Archibald Strohalm", dat op het eind van de oorlog ongeveer gelijk met “De Avonden” van Gerard Reve verscheen, beroemd en vooral door veel studenten gelezen en beoordeeld als baanbrekend. Ach, de één houdt van de moeder, de ander van de dochter. En over smaak valt niet te twisten, net zomin als over modeverschijnselen. Die boeken bleken mijn lectuur in elk geval niet, ondanks dat ik rekening hield met perioden dat hetzelfde me de ene keer wel en de andere keer niet bevalt. Dus: proberen.

Bewonderd en verwonderd
Wat is er dan aan de hand met beide boeken die vooral door bepaalde intellectuelen in één adem worden uitgelezen? Laten we met De Ontdekking beginnen. Ik ben gek op dialoog, en als Hemingway, ook een schrijver die mijn hart stal, een gesprek in zijn boek laat houden, dan ben ik er helemaal “in”. Maar dat gesprek vindt altijd plaats onder spannende of rustgevende omstandigheden. De ene keer onder de dekens op het veld tijdens de Spaanse burgeroorlog, waar doorheen je de kanonnen hoort bulderen, de andere keer tegen een boom gezeten bij een heldere beek, waarin hij met zijn gesprekspartner de forellen probeert te verschalken.
Harry weet zijn woorden goed te kiezen en zijn bijna volmaakte zinnen natuurlijk ook op een rijtje te zetten. Het is niet kleinerend bedoeld, maar ik noem dat geen kunst, maar een Kunstje met een heel grote K, dat van een helder verstand getuigt en wat hij goed beheerst. Nou ga ik maar even voorbij aan de vele moeilijke woorden die hij gebruikt met het al of niet gewilde risico dat hij daarmee als geleerde filosoof en psycholoog aangezien kan worden. En niet te vergeten zijn belezenheid en kennis van geschiedenis die hij etaleert. Als jij dat allemaal direct bevat voel jij je ook zulk een geleerde.
Bij de jongensboeken van Karl May over Old Shatterhand, Winnetou en Kara Ben Nemsi, moest ik af en toe een paar pagina’s terug kijken wie er nou aan het woord was. Maar de omstandigheden waarin het overleg gevoerd werd was daarbij voor een jongen buitengewoon spannend omdat het in de vrije, wilde natuur plaats vond, met nobele Indianen en boeven om hen heen die elk ogenblik achter een struik konden opduiken. Achter zo’n struiken verscholen hoorde de schrijver die zich Old Shatterhand noemde, zijn roem verkondigen. Bij Kara Ben Nemsi was dat van hetzelfde laken een pak, ook daar betrof het natuurlijk de nobele schrijver en de veelal onbeschaafde oosterlingen. Maar: “Het is verzonnen”.

Wat Harry deed
Harry wisselt vanaf het begin gedachten met een zekere Onno. Een monoloog is nu eenmaal niet zo aantrekkelijk. Maar hoe zij in dit boek eruit zien, daar ben ik niet achter gekomen. Ik kijk in zulke boeken soms op de laatste bladzij om te zien waar het op uitdraait, en na die bijna negenhonderd bladzijden bleek hij nog steeds in gesprek met die Onno. Zij zouden dan tot zeer groot inzicht in de wereldse- en menselijke vraagstukken zijn gekomen. Maar of de lezer daarmee ook verrijkt is, betwijfel ik.
En, eerlijk gezegd, het zal mij worst wezen, en wijs mij iemand aan die met dat inzicht een stuk wijzer is geworden. Voor mij was het in ieder geval onverteerbaar. Misschien een geweldig studieboek voor knappe koppen, maar niet voor de “gewone man en vrouw”. Voor hen, als het moet, een naslagwerk. Het werk van een geleerde, de bekendste historicus van Nederland met als specialiteit zijn liefde voor Amerika.
En ik voelde mij in het gelijk gesteld door de nabetrachting in Zonder John. Daarin staan maar liefst 500 namen van medewerkers die hem de gevraagde gegevens over elke stad toestuurden en een groot aantal boeken waaruit allerlei geschiedenisfeiten werden aangehaald. Het verwerken daarvan is natuurlijk bewonderenswaardig. Maar vooral deed de epiloog op pagina 548 mij goed. Daarin komt het “waarheidsgehalte” van Travels (de verkorte naam van Johns boek) aan de orde.  Het commentaar van zijn zoon laat niets te raden over. Hij vergeleek de werkmethode van zijn vader als dat van Leonardo da Vinci: kunst die de ziel raakt. Ook anderen ontdekten dat John bij wat hij beschreef veel zijn fantasie gebruikte. Hij voegde zijn gevoelens en gedachten eraan toe. En dat brengt het verhaal dichter bij de lezer. Het blijft je bij.

Op reis
Steinbeck heeft in de eerste plaats een hond als gezelschap en een ton water in zijn oplader, waarin onder het rijden door het hotsen de was gedaan wordt. Hij bezoekt in een klein stadje een kerkdienst waarin de orthodoxe dominee het vuurtje in de hel nog eens flink opstookt. Hij spreekt alledaagse mensen en beschrijft ze in hun omstandigheden. Hij en ik behoren opeens tot hen. Wij beseffen dat zoals wij over anderen praten zij over ons praten. Er bestaat wel verwondering over elkaar, medeleven maar geen achterstelling. Menselijk.
Waarschijnlijk zit het verschil van beoordeling bij mij in het feit dat John Steinbeck en Ernest Hemmingway en vele anderen romanticici zijn, die de zo opgedane beschreven belevenissen zelf aanvullen om ze prettig leesbaar te maken. De dichter Nijhoff schreef eens: “Kijk maar, er staat niet wat er staat”. En een letterkundige zei: “Je leest jezelf”. Alzo verklarende dat iedereen naar zijn geaardheid en ontwikkeling anders leest, ondanks de overeenkomsten. Het pakt je. Vandaar het verschil van smaak en waardering.
Maar Hemingway en Steinbeck ontvingen de Nobelprijs omdat hun werk zal blijven bestaan en dat van mij en de meeste andere grote en kleine schrijvers niet. Het is ware kunst waarmee je op reis blijft.

Een mooie opmaat naar een beschouwing van het oudste boek, de Bijbel. Het meest verspreid, gelezen en minst begrepen.