Op het bijzettafeltje
liggen naast de telefoon op dertig centimeter afstand van mijn zithoekje twee
dikke pillen: Reizen zonder John van Geert Mak, 573 pagina’s, en De Ontdekking
van de Hemel van Harry Mulisch, 905 pagina’s. Ze schreeuwen al enige maanden om
mijn bespreking.
Toen De Ontdekking in de bibliotheek
te lenen was en ik er al gauw bij was om hem in handen te krijgen, heb ik beide
boeken tot bladzijde 100 gelezen en verder wat doorgebladerd. Reizen zonder
John moest ik natuurlijk direct na verschijnen aanschaffen omdat John Steinbeck
mijn lievelingsschrijver is, van wie ik alle boeken heb gelezen. De pocket “Een
blik in Cannery Row” verklaarde ik zelfs als het mooiste boek ter wereld. En met
“Reizen met Charley” kon ik mij ook danig vermaken.
Helaas kwam ik in Reizen
zonder John ook niet verder dan bladzijde 100. Ik zal je zeggen waarom.
De Ontdekking
De geleende “Ontdekking”
moest ik natuurlijk terugbrengen, maar tot mijn verbazing lag het een aantal
maanden geleden te geef in het halletje van ons flatgebouw. Ik kreeg een sterk vermoeden
dat de eerdere eigenaar ook niet al te ver in het boek was gekomen.
Bij het uitkomen van dat
boek verschenen Harry’s grote vrienden, Hans van Mierlo, Marcel van Dam en nog
wat Bekende Nederlanders in een praatprogramma om het boek de hemel in te
prijzen als het belangrijkste boek dat Harry had geschreven en zelfs het
grootste kunstwerk op letterkundig gebied dat ooit in Nederland was verschenen.
Bij het overlijden van Harry verschenen de BN-ers weer om te verklaren dat
Nederland het nu zonder zijn onvervangbare grootste schrijver moest doen. Leuke
verhalen over de man waren niet van de lucht. Hij met zijn immer uitgedoofde
pijp in de mond en das slordig om de hals geslagen, liet in de hal van het
Amsterdamse station omroepen dat er telefoon was voor Harry Mulisch, waarna hij
de grote hal diagonaal overstak aldus de aan dacht trekkende van de aanwezigen
om zo de verkoop van zijn boeken te promoten.
Promotie
Ik kan wat dat betreft nog
wat van hem leren om de verkoop van mijn boeken en het lezen van mijn artikelen
te bevorderen. Maar als schrijver met een kleine s wiens boek in de regiokrant
een aardige bespreking kreeg en waarin later werd vermeld dat ik een gemeentelijke
onderscheiding ontving, mag ik niet klagen. Het boek “Presikhaaf, het verhaal
van een landgoed” wordt al jaren in Bruna Presikhaafs winkelcentrum gestaag
verkocht. De 350 pagina’s worden met besmuikte lach gelezen en door het
gemeentebestuur als een “must” verklaard, en de vroegere wethouder, Henry
Lenferink, nu burgemeester van Leiden, zei mij bij een door mij gehouden rondleiding
dat “hij ook historicus was”. En dat, terwijl ik in het boek duidelijk had
vermeld dat ik bij de feiten die ik om de verhalen over de jeugd van toen had
geschreven, een hoop verzonnen had. En van geschiedschrijving wordt nu eenmaal
verwacht dat die verhalen controleerbaar moeten zijn.
Zo, nu weet je dat ook
weer. Waar waren wij gebleven met Harry? Leest u dat boek nog wel? Harry werd
met zijn boek “Archibald Strohalm", dat op het eind van de oorlog ongeveer
gelijk met “De Avonden” van Gerard Reve verscheen, beroemd en vooral door veel
studenten gelezen en beoordeeld als baanbrekend. Ach, de één houdt van de
moeder, de ander van de dochter. En over smaak valt niet te twisten, net zomin
als over modeverschijnselen. Die boeken bleken mijn lectuur in elk geval niet,
ondanks dat ik rekening hield met perioden dat hetzelfde me de ene keer wel en
de andere keer niet bevalt. Dus: proberen.
Bewonderd en verwonderd
Wat is er dan aan de hand
met beide boeken die vooral door bepaalde intellectuelen in één adem worden
uitgelezen? Laten we met De Ontdekking beginnen. Ik ben gek op dialoog, en als
Hemingway, ook een schrijver die mijn hart stal, een gesprek in zijn boek laat
houden, dan ben ik er helemaal “in”. Maar dat gesprek vindt altijd plaats onder
spannende of rustgevende omstandigheden. De ene keer onder de dekens op het
veld tijdens de Spaanse burgeroorlog, waar doorheen je de kanonnen hoort bulderen,
de andere keer tegen een boom gezeten bij een heldere beek, waarin hij met zijn
gesprekspartner de forellen probeert te verschalken.
Harry weet zijn woorden
goed te kiezen en zijn bijna volmaakte zinnen natuurlijk ook op een rijtje te
zetten. Het is niet kleinerend bedoeld, maar ik noem dat geen kunst, maar een Kunstje
met een heel grote K, dat van een helder verstand getuigt en wat hij goed
beheerst. Nou ga ik maar even voorbij aan de vele moeilijke woorden die hij
gebruikt met het al of niet gewilde risico dat hij daarmee als geleerde
filosoof en psycholoog aangezien kan worden. En niet te vergeten zijn belezenheid
en kennis van geschiedenis die hij etaleert. Als jij dat allemaal direct bevat
voel jij je ook zulk een geleerde.
Bij de jongensboeken van Karl
May over Old Shatterhand, Winnetou en Kara Ben Nemsi, moest ik af en toe een
paar pagina’s terug kijken wie er nou aan het woord was. Maar de omstandigheden
waarin het overleg gevoerd werd was daarbij voor een jongen buitengewoon
spannend omdat het in de vrije, wilde natuur plaats vond, met nobele Indianen
en boeven om hen heen die elk ogenblik achter een struik konden opduiken.
Achter zo’n struiken verscholen hoorde de schrijver die zich Old Shatterhand
noemde, zijn roem verkondigen. Bij Kara Ben Nemsi was dat van hetzelfde laken
een pak, ook daar betrof het natuurlijk de nobele schrijver en de veelal
onbeschaafde oosterlingen. Maar: “Het is verzonnen”.
Wat Harry deed
Harry wisselt vanaf het begin
gedachten met een zekere Onno. Een monoloog is nu eenmaal niet zo
aantrekkelijk. Maar hoe zij in dit boek eruit zien, daar ben ik niet achter
gekomen. Ik kijk in zulke boeken soms op de laatste bladzij om te zien waar het
op uitdraait, en na die bijna negenhonderd bladzijden bleek hij nog steeds in
gesprek met die Onno. Zij zouden dan tot zeer groot inzicht in de wereldse- en
menselijke vraagstukken zijn gekomen. Maar of de lezer daarmee ook verrijkt is,
betwijfel ik.
En, eerlijk gezegd, het
zal mij worst wezen, en wijs mij iemand aan die met dat inzicht een stuk wijzer
is geworden. Voor mij was het in ieder geval onverteerbaar. Misschien een
geweldig studieboek voor knappe koppen, maar niet voor de “gewone man en
vrouw”. Voor hen, als het moet, een naslagwerk. Het werk van een geleerde, de
bekendste historicus van Nederland met als specialiteit zijn liefde voor
Amerika.
En ik voelde mij in het
gelijk gesteld door de nabetrachting in Zonder John. Daarin staan maar liefst 500
namen van medewerkers die hem de gevraagde gegevens over elke stad toestuurden
en een groot aantal boeken waaruit allerlei geschiedenisfeiten werden
aangehaald. Het verwerken daarvan is natuurlijk bewonderenswaardig. Maar vooral
deed de epiloog op pagina 548 mij goed. Daarin komt het “waarheidsgehalte” van
Travels (de verkorte naam van Johns boek) aan de orde. Het commentaar van zijn zoon laat niets te
raden over. Hij vergeleek de werkmethode van zijn vader als dat van Leonardo da
Vinci: kunst die de ziel raakt. Ook anderen ontdekten dat John bij wat hij
beschreef veel zijn fantasie gebruikte. Hij voegde zijn gevoelens en gedachten
eraan toe. En dat brengt het verhaal dichter bij de lezer. Het blijft je bij.
Op reis
Steinbeck heeft in de
eerste plaats een hond als gezelschap en een ton water in zijn oplader, waarin
onder het rijden door het hotsen de was gedaan wordt. Hij bezoekt in een klein
stadje een kerkdienst waarin de orthodoxe dominee het vuurtje in de hel nog
eens flink opstookt. Hij spreekt alledaagse mensen en beschrijft ze in hun
omstandigheden. Hij en ik behoren opeens tot hen. Wij beseffen dat zoals wij
over anderen praten zij over ons praten. Er bestaat wel verwondering over
elkaar, medeleven maar geen achterstelling. Menselijk.
Waarschijnlijk zit het
verschil van beoordeling bij mij in het feit dat John Steinbeck en Ernest
Hemmingway en vele anderen romanticici zijn, die de zo opgedane beschreven
belevenissen zelf aanvullen om ze prettig leesbaar te maken. De dichter Nijhoff
schreef eens: “Kijk maar, er staat niet wat er staat”. En een letterkundige
zei: “Je leest jezelf”. Alzo verklarende dat iedereen naar zijn geaardheid en
ontwikkeling anders leest, ondanks de overeenkomsten. Het pakt je. Vandaar het
verschil van smaak en waardering.
Maar Hemingway en
Steinbeck ontvingen de Nobelprijs omdat hun werk zal blijven bestaan en dat van
mij en de meeste andere grote en kleine schrijvers niet. Het is ware kunst
waarmee je op reis blijft.
Een mooie opmaat naar een
beschouwing van het oudste boek, de Bijbel. Het meest verspreid, gelezen en
minst begrepen.