OORLOGSZUCHT IN DE BIJBEL
Piet Schreuder
Attentie: onderstaand bevat schokkende beelden.
Vooraf:
Het bestaan van God Jahweh (Ik
Ben) erken ik als onvermijdelijk. Hij is de onderhouder van het tijdloze en
eindeloos heelal en de Schepper van het leven op deze aarde, dus inclusief de
dampkring, die door sommigen “hemel”wordt genoemd. Om de
mens, begaafd met denkvermogen, daarvan op de hoogte te brengen en dat te doen
aanvaarden heeft hij ons de Bijbel gegeven als Gods Woord voor de mensen. Dus
niet om Hem en Zijn plan met ons verborgen te houden, maar om ons van Zijn
bedoeling daarvan kenbaar te maken. Ik lees daarin dat het heelal geen begin en
einde heeft, dus niet geschapen is, maar dat Hij deze planeet Aarde tijdelijk
met begin en einde inrichtte om op te kunnen leven, teneinde daar een
rechtsgeding tussen goed en kwaad te beslechten.
Deze nogal omslachtige beschrijving vind ik noodzakelijk voor mijzelf
en de lezer, omdat met het volgende de indruk gevestigd zou kunnen worden dat ik
van mijn levensovertuiging- en wereldbeschouwing ben afgevallen. Tot jouw geruststelling:
die zijn juist versterkt. Waarom ik dan toch met dit artikeltje ben begonnen
heeft als oorzaak dat ik voor de zoveelste maal was begonnen met het lezen van
begin tot einde van dat Woord van God dat bedoeld is als gebruiksaanwijzing voor
een goed leven. Na veelal het Nieuwe Testament en passages uit het Oude
Testament, de Hebreeuwse Bijbel, vele malen in preken met uitleg daarvan te
hebben gehoord, nagelezen en bestudeerd te hebben, dacht ik toch er goed aan te
doen de Bijbel als één geheel tot mij te laten doordringen.
Gewaarschuwd mens
De beginnende bijbellezer wordt dat niet aangeraden. Hem
wordt geadviseerd met bijvoorbeeld te beginnen bij het Johannesevangelie, de
brieven Johannes, Paulus, Petrus en Jacobus. In Romeinen 1:4 staat: “Alles wat vroeger is
geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en
door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen”. In aanvang waren dit mondelinge
berichten, en bij het daarvan opschrijven door verschillende mensen ontstonden
in de loop der tijden uitgekozen min of meer overeenstemmende samenstellingen
van teksten, redacties genoemd.
De driehonderd jaar tussen het schrijven van het Oude- en het Nieuwe
Testament bedraagt driehonderd jaar en die periode is niet beschreven en in die
tijd blijkt heel wat veranderd. De apostelen en discipelen beschikten
natuurlijk nog niet over het Nieuwe Testament. Bij de geboorte van Jezus is
volgens de Christenen de wens van het hebben van een Verlosser, die in de
Hebreeuwse Bijbel werd aangekondigd, vervuld.
Ik merk dat ik dit schrijf voor
de “gevorderde Bijbellezer”, dus zet ik na elke
stelling niet een sterretje met verwijzing naar een voetnoot met de tekst die
daarmee overeenstemt.
Nog een voorbehoud. Ik heb in deze website vaker mijn opvatting van het
zesde gebod aangeroerd en vrees dat ik in dit schrijven weer af en toe in
herhaling zal vallen. Ik kan beschuldigd worden dit gebod als een stokpaardje
te hebben. Maar die beschuldiging kan elk van de tienduizenden Christelijke
gemeenschappen ten deel vallen. Daarom zijn zij immers weinig tot veel
verschillend? Jacobus zegt in elk geval: “Wie één gebod minder acht dan de ander, overtreedt alle
geboden”. Ik vind het niet noodzakelijk
om steeds van Christelijke gemeenschap te veranderen, maar houd mij aan het
bezoeken van de kerk van de Zevendedags Adventisten en Zevendedags Baptisten,
bij welke laatste ik ben gedoopt omdat die gemeenschap meer vrijheid biedt over
de uitleg van de Bijbel, vooral van de profetieën doe voorspellend zijn. Het
vierde gebod is vanaf de schepping het gedenkteken van de Schepper. Het betaamt
alle mensen (niet alleen de Joden) de
zevende dag, onze zaterdag, de Sabbat, aan te houden en op die dag samen te
komen om onze overtuiging in stand te houden en te versterken.
Kruijff zei: Je kan het pas zien als je het door hebt.
Mijn vader nam mij als kind naar alle soorten vergaderingen. Na elke
vergadering zei ik hem dat ik er niets van had begrepen. Hij antwoordde dan: Er
blijft altijd wel iets hangen. Ik voegde daar later aan toe: zoals de man zei
die de strop kreeg.
Genoeg voorbehoud gemaakt om het volgende te schrijven?
Is God liefde?
De God die ik beschreef is een God van liefde, barmhartigheid en vergevingsgezindheid.
Christus, Zijn Zoon, kwam dat met zijn woorden en daden tonen. Hij vroeg de
mens Hem daarin te volgen.
ik in aanvang schreef: ik begon weer eens de Bijbel vanaf het
begin te lezen. Dat deed ik weliswaar vaak eerder, Zoals maar ik moet bekennen: dat was
met grote stappen snel thuis. Met andere woorden: ik nam hoofdstukken met
geslachtsregisters en de talloze oorlogen snel door en nam ze als kennisgeving
aan.
Nu ik de boeken Koningen, Kronieken en Jozua wat meer tot mij heb
genomen, kreeg ik de sterke behoefte mijn indruk van de inhoud weer te geven.
Eerlijk gezegd: met frisse tegenzin. Het was doorzetten geblazen. In de eerste
plaats moest ik, figuurlijk gesproken, na elk hoofdstuk mijn handen wassen van
het bloed dat daarvan afdroop.
Elke schrifttekst is door God geïnspireerd staat in 2 Tim.3:15. Voor de
zekerheid plaatste ik achter die tekst toch maar de vindplaats. De apostelen en
discipelen beschikten alleen over de geschriften (dus het O.T. of Hebreeuwse
Bijbel) van de “stoeten” schrijvers waarover elke koning, tempelpriester en soms profeet
beschikten. De samenstellers van de Bijbel maakten daaruit een selectie in
canonvorm, die wij nu als de Hebreeuwse Bijbel oftewel het Oude Testament
beschouwen. Sommige geschriften beschouwden zij als niet in de lijn liggen van
de andere. Die werden apocrief, niet geïnspireerd, genoemd en werd dus niet in alle Bijbels opgenomen. Toch kocht
ik bij het verschijnen van de nieuwe Bijbelvertaling die apocriefen erbij. De verantwoording
en inleiding voorin die uitgave en de inleidingen bij elk hoofdstuk gaven mij
meer begrip van Gods Woord en de geschiedenis van de totstandkoming. De
apocriefe boeken bleken zelfs onmisbaar voor de uitleg van de profetieën van
Daniël en Openbaring, die door de vele Christenen vooral voor onze tijd werden beschouwd.
Echter: van geen enkel geschrift van het Oude Testament is het origineel
bewaard gebleven. Tegen het einde van de eerste eeuw na Christus
werden een aantal boeken als “heilig” verklaard.
De titel profeet
In het dagelijks spraakgebruik, ook door Christenen, wordt de titel “profeet”als “voorspeller” beschouwd. Het betekent echter “iemand die namens God
spreekt”. Uit de verhalen over
hen blijkt die titel ten rechte of ten onrechte gegeven, want er komen in de
Bijbel valse profeten voor, die dus niet namens God spreken maar doen alsof.
Verder moeten wij bedacht zijn op gelijkenissen en metaforen die een zin,
gedeelte of zelfs een heel hoofdstuk of verhaal kan zijn. De psalmisten tonen
niet alleen die stijl als kunstzinnige gedichten te achten, maar als uiting van
hun gevoelens die elkaar voordurend tegenspreken.
De inleiding op het boek Genesis schrijft aan het slot: Al deze verhalen, vanaf Abraham tot en met
Jozef – en hetzelfde geldt ook voor de overige boeken van de Pentateuch (=eerst vijf Bijbelboeken) – mogen
niet gemeten worden met de maatstaf van de moderne geschiedschrijving. Het gaat
hier om geschiedschrijving, dat wil zeggen om geschiedschrijving die de
gebeurtenissen met gelovige ogen interpreteert als heilsgeschiedenis.
Velen hebben in alle tijden naar een gelukkiger bestaan uitgekeken en
meenden zelfs een datum te voorspellen aan de hand van deze profetieën. Dat
bracht grote teleurstellingen mee. In de brief 2 Thessalonicensen werd er zelfs
een rem op die overspannen verwachtingen gezet. Ook Jezus zelf zei dat niemand
die dag en ure weet, behalve Zijn Vader. Niettemin zijn er talloze boeken en artikelen over de Bijbel
geschreven die samen veel en veel meer woorden bevatten dan de Bijbel zelf.
Inspiratie
Dit alles gezegd en geschreven te hebben kan ik niet anders zien dan dat de geïnspireerdheid van de bijbelschrijvers niet ligt in het opschrijven van woorden die Jahweh hen gedicteerd zou hebben, maar dat zij de gebeurtenissen waarvan zij hoorden en die zij zelf waarnamen, naar hun beleving moesten opschrijven. Omdat zij hadden begrepen dat niets buiten Gods wil omgaat, meenden vooral de schrijvers van de Hebreeuwse Bijbel dat God al de daarin beschreven oorlogen had veroorzaakt, bevolen of minstens met graagte had toegelaten. De koningen en krijgers werden heldhaftig genoemd en met meer bijvoeglijke naamwoorden de hemel in geprezen. De vrouwen juichten: Saul versloeg zijn duizenden, maar David zijn tienduizenden.
Dit alles gezegd en geschreven te hebben kan ik niet anders zien dan dat de geïnspireerdheid van de bijbelschrijvers niet ligt in het opschrijven van woorden die Jahweh hen gedicteerd zou hebben, maar dat zij de gebeurtenissen waarvan zij hoorden en die zij zelf waarnamen, naar hun beleving moesten opschrijven. Omdat zij hadden begrepen dat niets buiten Gods wil omgaat, meenden vooral de schrijvers van de Hebreeuwse Bijbel dat God al de daarin beschreven oorlogen had veroorzaakt, bevolen of minstens met graagte had toegelaten. De koningen en krijgers werden heldhaftig genoemd en met meer bijvoeglijke naamwoorden de hemel in geprezen. De vrouwen juichten: Saul versloeg zijn duizenden, maar David zijn tienduizenden.
En als je dacht dat die oorlogen alleen ontstonden om het volk van God
te verdedigen tegen de aanvallen van de afgodische volken, dan heb je het wel
goed mis. De onderlinge strijd tussen de stammen van Israël waren eveneens
legio en niet in overeenstemming met de menselijkheid. Ik heb met een zeer
koppig, hardnekkig volk te doen, zei God over hen. Alle profeten hadden als
voornaamste taak hun eigen volk te bekritiseren, en dat vaak in niet malse
bewoordingen.
Ik kan die gevechten met zijn onuitsprekelijke wreedheden maar moeilijk
aan een liefdevolle genadige God toeschrijven. Lees en beluister de huidige
nieuwsberichten, waarin melding wordt gemaakt van de vreselijke gruwelijkheden
die mensen in de naam van hun God elkaar in de naam van hun God aandoen, en je
zegt: zo een God heb ik niet. Bedenk de vreselijkste martelingen zoals
lichaamsdelen afhakken, levend begraven, onthoofden, standrechtelijke
executies, etnische zuiveringen, rassen- en volkerenhaat, discriminatie van
vrouwen, anders geaarden, kindoffers, groepsverkrachting, enzovoort enzovoort;
je vindt ze alle in Koningen, Kronieken en Jozua. Christenen bezingen jubelend
de inname van Jericho door de Israelieten, die geen levend wezen daarin mochten
sparen. Baby´s, kinderen, bejaarden, vrouwen en dieren, tot de kleinste toe
moesten worden afgeslacht. Groepen padvinders worden Gudion genoemd, omdat die
met zijn test de meest alerte en gemotiveerde soldaten werden geacht.
Toestemming om te doden, zoals James Bond kreeg, was niet nodig. Die werd in
die drie boeken als heldhaftig genoemd. Het was gewoon landjepik. Afgoderij in
Israël bestond heus niet alleen in omringende landen, maar ook in Israël.
God gaf de mens de opdracht deze aarde te onderhouden. De mens dacht
dit het beste te doen door andere mensen, zelfs hele volken te vernietigen, die
een andere opvatting dan hij had over dat onderhoud. Deze uitvoering werd al
snel aan de orde van de dag, net als nu. Met alle soorten van materiële wapens
dacht hij zo het kwaad te bestrijden. De hanteerders van die wapens werden
bejubeld. Het effect lezen we in die drie boeken en heden in de krant.
Konklusie na lezen Koningen,
Kronieken en het boek Jozua.
Ik vergeet even Richteren, de
rechters die ook een tijd lang over Israël het bewind voerden.
En die methode lees je in genoemde boeken aan één stuk door. Allemaal
beschreven als in opdracht van de liefdevolle God. Bijna alle Christenen zeggen
dat daaruit juist de liefde van God blijkt om zo met wortel en tak het kwaad uit te
roeien. De Bijbel is immers heilig, dus goed en in overeenstemming met Gods
wil? Op allerlei wijzen trachten Joden, Christenen en alle andere
godsdienstigen dit middel goed te praten. Zo wordt gezegd dat in het zesde
gebod met het woord ´doden´ moorden bedoeld is. Dus het doden met voorbedachten
rade. En dat is bij deze methode onvermijdelijk. Voor de zekerheid werden toch
maar zes vrijsteden bestemd voor mensen die per ongeluk iemand hadden gedood,
zoals beschreven is over de man bij wie het blad van de bijl afschoot en
daarmee een slachtoffer maakte. Zelfs dat viel onder eerwraak. En ook zeggen de
mensen die het succes op korte termijn menen te zien: ach ja, dat waren andere
tijden, omstandigheden, gewoonten,
culturen, enzovoort. Die passen niet meer in onze tijd, net zomin als
die 631 andere wetjes van de Joodse godsdienst naast de tien geboden. We hebben
nu immers per land een andere aangepaste wet en beschikken, althans in de
ontwikkelingslanden, over elektriciteit, gas en geneesmiddelen en
gemaksgoederen dankzij de onstuitbare wetenschappelijke ontdekkingen?
Dat goedpraten vind ik het pijnlijkste. De mens, van wie ik er één ben,
wil nu eenmaal zijn verkeerde opvattingen, daden en woorden het liefst
toedekken om zich als fatsoenlijk mens voor te stellen. Aan de hand van die
behoefte legt hij de Bijbel uit. Als ik dan echt zou menen zo aan Gods verzoek
te voldoen, zou ik Christus niet als Verlosser nodig hebben. En dat heb ik,
wegens mijn ongewild tekort aan de volmaakte uitvoering van Gods Wet van naastenliefde,
juist wel. Met dat besef wil ik zo bevrijd door dit leven gaan.
Lees ook eens die drie boeken achter elkaar zonder één woord over te
slaan.
Ook ik
“Het waren de Joden niet, noch de Romeinen, die Christus kruisigden, maar ik was het die dat deed”(vrij naar Revius).
Door mijn behoefte aan olie, gas en elektriciteit bederf ik niet alleen
het milieu (dé levensnoodzaak), maar ben ik mede de oorzaak van die oorlogen.
Maar nee, ook de bijbelschrijvers wilden niet geheel aan het ontmoedigende zelfverwijt
doen. Ik sla een willekeurige bladzij in het hart van de Bijbel open en zie
daar in Psalm 78:44:51 staan dat het God was die rivieren in bloed deed
veranderen, de steekvlieg en het teveel aan kikvorsen en alles opvretende
sprinkhaan bracht en de winstokken met hagel verwoestte en de vijgenbomen met
ijzel, de kudden ten prooi gaf aan het vuur van de bliksem. Hij liet Zijn woede
op hen los, toorn en razernij met rampen en onheil, en gaf hun leven ten prooi
aan de pest.
Zo ervaarde de geïnspireerde mens de gebeurtenissen door God
veroorzaakt, over welke God wij zingen: Hij heeft de hele wereld in Zijn hand.
Hij, de liefdevolle, barmhartige, vergevingsgezinde God.
Jezus werd tijdelijk mijn medemens. Hij aanvaarde de consequenties van
trouw aan de gedragsregels van “Onze
Vader”God Jahweh, en versloeg
met zijn kruisdood definitief het kwaad ten behoeve van het leven in het heelal
waartoe onze aarde behoort. Zeg het mij na. Weliswaar een wereldvreemde
constructie, maar er is naar mijn idee geen betere.
Daarom horen de drie boeken met zijn gruwelijke verhalen in de Bijbel,
als door God geïnspireerd om te tonen dat de mens onvolkomen is in zijn
gevoelens, gedachten, daden en woorden. Als wij ooit willen uitzien naar een
werkelijk gelukkig leven, dan hebben wij iemand nodig die het klaarspeelde God
met ons te verzoenen om zo toegang te verkrijgen tot het beloofde land, het
tijdloze gelukkige Rijk. Die God bepaalt wanneer Hij het voldoende bewezen acht
dat Zijn eerdere medewerker, nu
opponent, de van aanvang verlichtende en voorlichtende Lucifer, ongelijk
had met zijn voor ons onbegrijpelijke voorstel de regels van Jahweh te wijzigen
met de gedachte dat hij met zijn nieuwe regels het leven nog mooier kon maken.
Je mag het leven op deze aarde als een tussentijdse periode voor een
rechtspraak beschouwen, waarna een veroordeling en een herstel naar het enig
goede leven volgt. Met als troost de woorden, dat het vroegere met al zijn
ellende niet meer gedacht zal worden.