dinsdag 24 juni 2014

Oorlogszucht in de Bijbel

OORLOGSZUCHT IN DE BIJBEL
Piet Schreuder

Attentie: onderstaand bevat schokkende beelden.

Vooraf:
Het bestaan van God Jahweh (Ik Ben) erken ik als onvermijdelijk. Hij is de onderhouder van het tijdloze en eindeloos heelal en de Schepper van het leven op deze aarde, dus inclusief de dampkring, die door sommigen hemelwordt genoemd. Om de mens, begaafd met denkvermogen, daarvan op de hoogte te brengen en dat te doen aanvaarden heeft hij ons de Bijbel gegeven als Gods Woord voor de mensen. Dus niet om Hem en Zijn plan met ons verborgen te houden, maar om ons van Zijn bedoeling daarvan kenbaar te maken. Ik lees daarin dat het heelal geen begin en einde heeft, dus niet geschapen is, maar dat Hij deze planeet Aarde tijdelijk met begin en einde inrichtte om op te kunnen leven, teneinde daar een rechtsgeding tussen goed en kwaad te beslechten.
Deze nogal omslachtige beschrijving vind ik noodzakelijk voor mijzelf en de lezer, omdat met het volgende de indruk gevestigd zou kunnen worden dat ik van mijn levensovertuiging- en wereldbeschouwing ben afgevallen. Tot jouw geruststelling: die zijn juist versterkt. Waarom ik dan toch met dit artikeltje ben begonnen heeft als oorzaak dat ik voor de zoveelste maal was begonnen met het lezen van begin tot einde van dat Woord van God dat bedoeld is als gebruiksaanwijzing voor een goed leven. Na veelal het Nieuwe Testament en passages uit het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel, vele malen in preken met uitleg daarvan te hebben gehoord, nagelezen en bestudeerd te hebben, dacht ik toch er goed aan te doen de Bijbel als één geheel tot mij te laten doordringen.

Gewaarschuwd mens
De beginnende bijbellezer wordt dat niet aangeraden. Hem wordt geadviseerd met bijvoorbeeld te beginnen bij het Johannesevangelie, de brieven Johannes, Paulus, Petrus en Jacobus. In Romeinen 1:4 staat: Alles wat vroeger is geschreven, is geschreven om ons te onderwijzen, opdat wij door te volharden en door troost te putten uit de Schriften zouden blijven hopen. In aanvang waren dit mondelinge berichten, en bij het daarvan opschrijven door verschillende mensen ontstonden in de loop der tijden uitgekozen min of meer overeenstemmende samenstellingen van teksten, redacties genoemd.
De driehonderd jaar tussen het schrijven van het Oude- en het Nieuwe Testament bedraagt driehonderd jaar en die periode is niet beschreven en in die tijd blijkt heel wat veranderd. De apostelen en discipelen beschikten natuurlijk nog niet over het Nieuwe Testament. Bij de geboorte van Jezus is volgens de Christenen de wens van het hebben van een Verlosser, die in de Hebreeuwse Bijbel werd aangekondigd, vervuld.
Ik merk dat ik dit schrijf voor de gevorderde Bijbellezer, dus zet ik na elke stelling niet een sterretje met verwijzing naar een voetnoot met de tekst die daarmee overeenstemt.
Nog een voorbehoud. Ik heb in deze website vaker mijn opvatting van het zesde gebod aangeroerd en vrees dat ik in dit schrijven weer af en toe in herhaling zal vallen. Ik kan beschuldigd worden dit gebod als een stokpaardje te hebben. Maar die beschuldiging kan elk van de tienduizenden Christelijke gemeenschappen ten deel vallen. Daarom zijn zij immers weinig tot veel verschillend? Jacobus zegt in elk geval: Wie één gebod minder acht dan de ander, overtreedt alle geboden. Ik vind het niet noodzakelijk om steeds van Christelijke gemeenschap te veranderen, maar houd mij aan het bezoeken van de kerk van de Zevendedags Adventisten en Zevendedags Baptisten, bij welke laatste ik ben gedoopt omdat die gemeenschap meer vrijheid biedt over de uitleg van de Bijbel, vooral van de profetieën doe voorspellend zijn. Het vierde gebod is vanaf de schepping het gedenkteken van de Schepper. Het betaamt alle mensen (niet alleen de Joden) de zevende dag, onze zaterdag, de Sabbat, aan te houden en op die dag samen te komen om onze overtuiging in stand te houden en te versterken.
Kruijff zei: Je kan het pas zien als je het door hebt.
Mijn vader nam mij als kind naar alle soorten vergaderingen. Na elke vergadering zei ik hem dat ik er niets van had begrepen. Hij antwoordde dan: Er blijft altijd wel iets hangen. Ik voegde daar later aan toe: zoals de man zei die de strop kreeg.
Genoeg voorbehoud gemaakt om het volgende te schrijven?

Is God liefde?
De God die ik beschreef is een God van liefde, barmhartigheid en vergevingsgezindheid. Christus, Zijn Zoon, kwam dat met zijn woorden en daden tonen. Hij vroeg de mens Hem daarin te volgen.
ik in aanvang schreef: ik begon weer eens de Bijbel vanaf het begin te lezen. Dat deed ik weliswaar vaak eerder, Zoals maar ik moet bekennen: dat was met grote stappen snel thuis. Met andere woorden: ik nam hoofdstukken met geslachtsregisters en de talloze oorlogen snel door en nam ze als kennisgeving aan.
Nu ik de boeken Koningen, Kronieken en Jozua wat meer tot mij heb genomen, kreeg ik de sterke behoefte mijn indruk van de inhoud weer te geven. Eerlijk gezegd: met frisse tegenzin. Het was doorzetten geblazen. In de eerste plaats moest ik, figuurlijk gesproken, na elk hoofdstuk mijn handen wassen van het bloed dat daarvan afdroop.
Elke schrifttekst is door God geïnspireerd staat in 2 Tim.3:15. Voor de zekerheid plaatste ik achter die tekst toch maar de vindplaats. De apostelen en discipelen beschikten alleen over de geschriften (dus het O.T. of Hebreeuwse Bijbel) van de stoeten schrijvers waarover  elke koning, tempelpriester en soms profeet beschikten. De samenstellers van de Bijbel maakten daaruit een selectie in canonvorm, die wij nu als de Hebreeuwse Bijbel oftewel het Oude Testament beschouwen. Sommige geschriften beschouwden zij als niet in de lijn liggen van de andere. Die werden apocrief, niet geïnspireerd, genoemd en werd  dus niet in alle Bijbels opgenomen. Toch kocht ik bij het verschijnen van de nieuwe Bijbelvertaling die apocriefen erbij. De verantwoording en inleiding voorin die uitgave en de inleidingen bij elk hoofdstuk gaven mij meer begrip van Gods Woord en de geschiedenis van de totstandkoming. De apocriefe boeken bleken zelfs onmisbaar voor de uitleg van de profetieën van Daniël en Openbaring, die door de vele Christenen vooral voor onze tijd werden beschouwd. Echter: van geen enkel geschrift van het Oude Testament is het origineel bewaard gebleven. Tegen het einde van de eerste eeuw na Christus
werden een aantal boeken  als heilig verklaard.

De titel profeet
In het dagelijks spraakgebruik, ook door Christenen, wordt de titel profeetals voorspeller beschouwd. Het betekent echter iemand die namens God spreekt. Uit de verhalen over hen blijkt die titel ten rechte of ten onrechte gegeven, want er komen in de Bijbel valse profeten voor, die dus niet namens God spreken maar doen alsof. Verder moeten wij bedacht zijn op gelijkenissen en metaforen die een zin, gedeelte of zelfs een heel hoofdstuk of verhaal kan zijn. De psalmisten tonen niet alleen die stijl als kunstzinnige gedichten te achten, maar als uiting van hun gevoelens die elkaar voordurend tegenspreken.
De inleiding op het boek Genesis schrijft aan het slot: Al deze verhalen, vanaf Abraham tot en met Jozef – en hetzelfde geldt ook voor de overige boeken van de  Pentateuch (=eerst vijf Bijbelboeken) – mogen niet gemeten worden met de maatstaf van de moderne geschiedschrijving. Het gaat hier om geschiedschrijving, dat wil zeggen om geschiedschrijving die de gebeurtenissen met gelovige ogen interpreteert als heilsgeschiedenis.
Velen hebben in alle tijden naar een gelukkiger bestaan uitgekeken en meenden zelfs een datum te voorspellen aan de hand van deze profetieën. Dat bracht grote teleurstellingen mee. In de brief 2 Thessalonicensen werd er zelfs een rem op die overspannen verwachtingen gezet. Ook Jezus zelf zei dat niemand die dag en ure weet, behalve Zijn Vader. Niettemin zijn  er talloze boeken en artikelen over de Bijbel geschreven die samen veel en veel meer woorden bevatten dan de Bijbel zelf.

Inspiratie
Dit alles gezegd en geschreven te hebben kan ik niet anders zien dan dat de geïnspireerdheid van de bijbelschrijvers niet ligt in het opschrijven van woorden die Jahweh hen gedicteerd zou hebben, maar dat zij de gebeurtenissen waarvan zij hoorden en die zij zelf waarnamen, naar hun beleving moesten opschrijven. Omdat zij hadden begrepen dat niets buiten Gods wil omgaat, meenden vooral de schrijvers van de Hebreeuwse Bijbel dat God al de daarin beschreven oorlogen had veroorzaakt, bevolen of minstens met graagte had toegelaten. De koningen en krijgers werden heldhaftig genoemd en met meer bijvoeglijke naamwoorden de hemel in geprezen. De vrouwen juichten: Saul versloeg zijn duizenden, maar David zijn tienduizenden.
En als je dacht dat die oorlogen alleen ontstonden om het volk van God te verdedigen tegen de aanvallen van de afgodische volken, dan heb je het wel goed mis. De onderlinge strijd tussen de stammen van Israël waren eveneens legio en niet in overeenstemming met de menselijkheid. Ik heb met een zeer koppig, hardnekkig volk te doen, zei God over hen. Alle profeten hadden als voornaamste taak hun eigen volk te bekritiseren, en dat vaak in niet malse bewoordingen.
Ik kan die gevechten met zijn onuitsprekelijke wreedheden maar moeilijk aan een liefdevolle genadige God toeschrijven. Lees en beluister de huidige nieuwsberichten, waarin melding wordt gemaakt van de vreselijke gruwelijkheden die mensen in de naam van hun God elkaar in de naam van hun God aandoen, en je zegt: zo een God heb ik niet. Bedenk de vreselijkste martelingen zoals lichaamsdelen afhakken, levend begraven, onthoofden, standrechtelijke executies, etnische zuiveringen, rassen- en volkerenhaat, discriminatie van vrouwen, anders geaarden, kindoffers, groepsverkrachting, enzovoort enzovoort; je vindt ze alle in Koningen, Kronieken en Jozua. Christenen bezingen jubelend de inname van Jericho door de Israelieten, die geen levend wezen daarin mochten sparen. Baby´s, kinderen, bejaarden, vrouwen en dieren, tot de kleinste toe moesten worden afgeslacht. Groepen padvinders worden Gudion genoemd, omdat die met zijn test de meest alerte en gemotiveerde soldaten werden geacht. Toestemming om te doden, zoals James Bond kreeg, was niet nodig. Die werd in die drie boeken als heldhaftig genoemd. Het was gewoon landjepik. Afgoderij in Israël bestond heus niet alleen in omringende landen, maar ook in Israël.
God gaf de mens de opdracht deze aarde te onderhouden. De mens dacht dit het beste te doen door andere mensen, zelfs hele volken te vernietigen, die een andere opvatting dan hij had over dat onderhoud. Deze uitvoering werd al snel aan de orde van de dag, net als nu. Met alle soorten van materiële wapens dacht hij zo het kwaad te bestrijden. De hanteerders van die wapens werden bejubeld. Het effect lezen we in die drie boeken en heden in de krant.

Konklusie na lezen Koningen, Kronieken en het boek Jozua.
Ik vergeet even Richteren, de rechters die ook een tijd lang over Israël het bewind voerden.
En die methode lees je in genoemde boeken aan één stuk door. Allemaal beschreven als in opdracht van de liefdevolle God. Bijna alle Christenen zeggen dat daaruit juist de liefde van God blijkt om zo met wortel en tak het kwaad uit te roeien. De Bijbel is immers heilig, dus goed en in overeenstemming met Gods wil? Op allerlei wijzen trachten Joden, Christenen en alle andere godsdienstigen dit middel goed te praten. Zo wordt gezegd dat in het zesde gebod met het woord ´doden´ moorden bedoeld is. Dus het doden met voorbedachten rade. En dat is bij deze methode onvermijdelijk. Voor de zekerheid werden toch maar zes vrijsteden bestemd voor mensen die per ongeluk iemand hadden gedood, zoals beschreven is over de man bij wie het blad van de bijl afschoot en daarmee een slachtoffer maakte. Zelfs dat viel onder eerwraak. En ook zeggen de mensen die het succes op korte termijn menen te zien: ach ja, dat waren andere tijden, omstandigheden, gewoonten,  culturen, enzovoort. Die passen niet meer in onze tijd, net zomin als die 631 andere wetjes van de Joodse godsdienst naast de tien geboden. We hebben nu immers per land een andere aangepaste wet en beschikken, althans in de ontwikkelingslanden, over elektriciteit, gas en geneesmiddelen en gemaksgoederen dankzij de onstuitbare wetenschappelijke ontdekkingen?
Dat goedpraten vind ik het pijnlijkste. De mens, van wie ik er één ben, wil nu eenmaal zijn verkeerde opvattingen, daden en woorden het liefst toedekken om zich als fatsoenlijk mens voor te stellen. Aan de hand van die behoefte legt hij de Bijbel uit. Als ik dan echt zou menen zo aan Gods verzoek te voldoen, zou ik Christus niet als Verlosser nodig hebben. En dat heb ik, wegens mijn ongewild tekort aan de volmaakte uitvoering van Gods Wet van naastenliefde, juist wel. Met dat besef wil ik zo bevrijd door dit leven gaan.
Lees ook eens die drie boeken achter elkaar zonder één woord over te slaan.

Ook ik
Het waren de Joden niet, noch de Romeinen, die Christus kruisigden, maar ik was het die dat deed(vrij naar Revius).
Door mijn behoefte aan olie, gas en elektriciteit bederf ik niet alleen het milieu (dé levensnoodzaak), maar ben ik mede de oorzaak van die oorlogen. Maar nee, ook de bijbelschrijvers wilden niet geheel aan het ontmoedigende zelfverwijt doen. Ik sla een willekeurige bladzij in het hart van de Bijbel open en zie daar in Psalm 78:44:51 staan dat het God was die rivieren in bloed deed veranderen, de steekvlieg en het teveel aan kikvorsen en alles opvretende sprinkhaan bracht en de winstokken met hagel verwoestte en de vijgenbomen met ijzel, de kudden ten prooi gaf aan het vuur van de bliksem. Hij liet Zijn woede op hen los, toorn en razernij met rampen en onheil, en gaf hun leven ten prooi aan de pest.
Zo ervaarde de geïnspireerde mens de gebeurtenissen door God veroorzaakt, over welke God wij zingen: Hij heeft de hele wereld in Zijn hand. Hij, de liefdevolle, barmhartige, vergevingsgezinde God. 
Jezus werd tijdelijk mijn medemens. Hij aanvaarde de consequenties van trouw aan de gedragsregels van Onze VaderGod Jahweh, en versloeg met zijn kruisdood definitief het kwaad ten behoeve van het leven in het heelal waartoe onze aarde behoort. Zeg het mij na. Weliswaar een wereldvreemde constructie, maar er is naar mijn idee geen betere.
Daarom horen de drie boeken met zijn gruwelijke verhalen in de Bijbel, als door God geïnspireerd om te tonen dat de mens onvolkomen is in zijn gevoelens, gedachten, daden en woorden. Als wij ooit willen uitzien naar een werkelijk gelukkig leven, dan hebben wij iemand nodig die het klaarspeelde God met ons te verzoenen om zo toegang te verkrijgen tot het beloofde land, het tijdloze gelukkige Rijk. Die God bepaalt wanneer Hij het voldoende bewezen acht dat Zijn eerdere medewerker, nu  opponent, de van aanvang verlichtende en voorlichtende Lucifer, ongelijk had met zijn voor ons onbegrijpelijke voorstel de regels van Jahweh te wijzigen met de gedachte dat hij met zijn nieuwe regels het leven nog mooier kon maken. Je mag het leven op deze aarde als een tussentijdse periode voor een rechtspraak beschouwen, waarna een veroordeling en een herstel naar het enig goede leven volgt. Met als troost de woorden, dat het vroegere met al zijn ellende niet meer gedacht zal worden.