Af en toe dien ik toch de loftrompet te steken over de Nederlandse gezondheidszorg. Ondanks de miskleun van de befaamde topneuroloog Steur, die drie jaar achter de tralies gaat wegens zijn misdadige diagnoses. Ziekelijke hoogmoed?
Maar dat doet niets af van het feit dat ik elf maanden in een sanatorium kon kuren wegens TBC, een longoperatie ondergaan, voor een hartfalen een week in het ziekenhuis mocht liggen en aan de prostaat geholpen worden, om van de hulp bij kleinere kwalen maar te zwijgen. En niet te vergeten de gebitsverzorging.
Controle
Op 7 februari onderging ik de jaarlijkse algemene gezondheidscontrole door de doktersassistente. Zij was in mijn ogen een aardig “meisje” van hooguit een jaar of veertig. Ze had een licht accent die een buitenlandse afkomst verraadde. Ik weet dat huisartsen en hun assistenten regelmatig bijscholing krijgen en zij gaf daarvan blijk. Hoe of ik me voelde, of ik kortademig was, druk op de borst of stress had en zo meer. Na het meten van mijn bloeddruk stelde zij vast dat 160 80 uitstekend was, evenals de pols van 60, die ik al 40 jaar met of zonder inspanning steeds maar behield. ’s Nachts soms 50. Voor het gewicht zagen wij op de weegschaal de wijzer niet verder gaan dan 82. Ze omhelsde mijn buik met een meetlint en kwam tot dezelfde slotsom als ik met mijn vuistregel: zoveel centimeters je boven de meter bent, zoveel kilo’s mag je wegen. Mijn lengte is 1.80 meter. En toen…. moest ze vragen hoe het met mijn sexuele leven stond….
Hachelijk
Die vraag leek mij voor haar moeilijk te stellen en voor mij nog moeilijker te beantwoorden. Ik schreef later aan mijn (niet onknappe) diaconesse dat ik de assistente had geantwoord dat mijn diaconesse mij daar nooit over had aangesproken. Ik maakte mij bij de assistente er vanaf met de mededeling dat ik de laatste twintig jaren niet meer zo gauw opgewonden raakte en slechts om de één of twee maanden een vergeefse aanval van libido kreeg; dat zelfs Sandra Bullock mijn fantasie niet meer kon prikkelen sinds ik haar in een film met een vent in bed zag rollebollen en dat, zo grapte ik, ook het Arnhems Meisje mij niet kon helpen. “Dat is toch een koekje?’ vroeg zij. “Nee” zei ik verwonderd, “een klein zwart beeldje dat op mijn boekenkast staat en “de” Arnhemse onderscheiding is voor bewezen diensten”. Ze moest even besmuikt lachen voordat zij weer op de computer keek, waarop ze haar aantekeningen maakte. Of het indruk maakte, betwijfel ik. Mijn laatste verontschuldiging: mocht ik nog een dame aantrekkelijk vinden dan was zij getrouwd, dus verboden.
Voorlichting
Ik las eens dat in Indië wat voorlichting op dat gebied betreft, men daar in het gezin veel vrijmoediger mee omging. Ook zag ik op televisie een documentaire over een armenwijk in Brazilië waar de schrijver Durmont bij het volk zeer geliefd was wegens het uitgebreide beschrijven van alle onderdelen en handelingen van het seksuele leven.
Resultaat
Het enige resultaat van het onderzoek was haar advies natriumarm voedsel te eten. Ik had dat al eerder geprobeerd, zelfs met zoutloos brood. Erg “laf”. Waarom de Bijbel zegt dat wij juist het zout der aarde zijn wat er net nog een beetje smaak aan geeft, is mij daarom niet helemaal duidelijk. Daarin komt het woord “gezondheidsleer” van de Adventisten niet voor. Mogelijk hanteert men die term omdat zij de Israëlische spijswetten uit Leviticus 11 nog als geldig beschouwt. Ook lees ik van verschillende Godsdienstige gemeenschappen dat men in een plaatsje ergens zo gezond oud wordt wegens door hen gestelde regels voor het eten. Dat momenteel “obesitas” in het Westen de grootste kwaal is, dringt pas langzaam tot hen door. Omdat ik vanaf mijn veertiende jaar al jeugdwerk deed, was ik tegelijk drankbestrijder en mede voor de sport rookte ik niet. Verder moet je geluk hebben. Als je “zegen” zegt, zeg je eigenlijk dat anderen geen zegen ontvingen. De Bijbel waarschuwt alleen een enkele maal tegen onmatig drankgebruik. Ieder heeft zijn eindtijd.
Ik besloot bij mijzelf dat ik bij Tafeltje Dekje elke week één of twee “natriumarme maaltijden” zou bestellen. Maar of dat duurzaam is kan ik niet beloven. Misschien heeft Nederland het de laatste tijd wél te zout gegeten.
Verder deelde ik de assistente mede dat ik elke morgen en middag 32 traptreden afdaalde om een kwartiertje met frisse tegenzin door het parkje naast me te lopen en daarna die trap weer te beklimmen. Je gaat uit om weer thuis te komen.
Taboe
Wat die sexualiteit betreft: ik heb het sterke vermoeden dat door dit taboe en de onbekendheid hiermee om te gaan er zoveel fouten worden gemaakt dat de oorzaak van teveel stress hieraan ook ten grondslag kan liggen, en dat dit onderwerp daarom tijdens de bijscholing is aangesneden. Of de ongelukken op dit gebied daarmee juist toenemen dan afnemen valt te bezien.
Stress zie ik als één van de vormen van angst dat je je doelstellingen niet haalt wegens gebrek aan tijd, kunde en kennis. Een gevolg daarvan is weer het gevoel dat je lichaam vraagt om meer zuurstof, die je vergeefs door diep ademen tracht aan te vullen. Ik noem dat “niet op de bodem van je buik kunnen komen”. Zo wil je steeds vaker en dieper ademen en adem je alleen op de toppen van je longen, zonder bedoeld resultaat.
Ik bedacht een maand geleden opeens dat ik bij het veertig jaar EHBO-les geven aan de leerlingen van de achtste leergroep, hen ademhalingsoefeningen had leren doen. Bij inademen je hand op je buik houden om te zien dat die eerst opzet en daarna pas je borst, en dat langer uitademen net zo belangrijk was als inademen. Van de fysiotherapeut in het sanatorium had ik zelfs geleerd dat je als je dan je longen het volst had gezogen, je even de adem moest inhouden en tussen je tanden door langzaam moest laten ontglippen. Ik had na de longoperatie het record van het sanatorium: drie minuten.
Bewegen
Mogelijk had ik die prestatie te danken aan mijn voetbalverleden van 35 jaren en tien jaar harde landarbeid. Misschien kan ik daarom hier op mijn leeftijd nog zitten typen.
Kleine overwinning.
Een maand tevoren was na twee keer met lichte spanning informeren, mijn bloed en plas in orde bevonden. Voorts had ik een maand tevoren mijn zinnen gezet op een “tablet van 10 inch”, waarvan ik na veel naspeuringen het goedkoopste merk ven “Asus” te koop zag bij Paradigit. Op het moment van opladen wisten ik, mijn zoon en dochter niet meer hoe dat moest. Dus fietste ik twee keer op en neer van mijn dochter naar de winkel op het Velperplein om te horen dat er een hulpstekker daarvoor in de doos moest zijn. Ik reed op het laatst iedereen voorbij zonder aan moeheid of ademnood te denken. Ik voelde mij daarna zo onverschillig over mijn gezondheid dat toen een hondje in het park vermist was, ik als een haas holde om mee te zoeken. Zoon Rob had met zijn luchtigheid over zaken waaraan ik zwaar tilde, een bijdrage geleverd aan de gezegden van vroegere medepatiënten: “we zullen wel zien waar het schip strand” en “nemen wat er komt en het beste ervan maken”. Verder niet elke minuut aan je gezondheid denken, maar gewoon daarvoor danken.
Ik moest toch ondertussen wel hebben geleerd dat achter elk pijntje het begin van het einde te vrezen volkomen nutteloos was. Na zes dagen gaan de kleine kwaaltjes vanzelf over en grotere binnen zes weken. Met zoiets zegt mijn huisarts: “geen probleem”, en vraag ik mezelf af of ik geen hypochonder ben geworden die achter elk pijntje een onoverkomelijke ziekte vermoedt.
Lijden
De mens lijdt het meest door het lijden dat hij vreest en wat nimmer op komt dagen, zo krijgt de mens meer te dragen dat God hem te dragen geeft. Dat ken je denk ik wel.
Achter alle middelen om het leven te verlengen door te grote aandacht voor je gezondheid, zet ik een vraagteken. Herstel van gezondheid wordt in de Bijbel voornamelijk veroorzaakt door wonderen en geloofsvertrouwen. Laten we zeggen dat het ene het andere niet uitsluit. Mijn dankbaarheid voor het wonder van mijn leeftijd heb ik in elk geval niet helemaal aan mijzelf te danken….