dinsdag 26 november 2013

INSTINCT

INSTINCT
Piet Schreuder

Belevingen
Ik bedacht de laatste maanden dat aan het door mij eerder genoemde levensrijtje “gevoelen, denken,  doen, spreken, schrijven”, een woord tekort kwam, en wel “instinct”. Tussen “voelen” en “denken” hoorde dat woordje daar. Het wordt alleen gebruikt voor dieren en er bestaat geen werkwoord voor. Dieren zijn niet begiftigd met verstand, zoals gezonde mensen geacht worden te bezitten. Maar met dingen gevoelen en met je verstand controleren is niet alles gezegd. Het is toch bekend dat er mensen zijn die hun ouders nooit hebben gekend en de mensen die ze wel hebben gekend in hun kind dezelfde eigenschappen in geest, lichaam en handelen van hun ouders zien. Dat kind heeft die eigenschapen dus geërfd en zal ze aan het nageslacht doorgeven. Dat hoeft niet alleen langs lichamelijke weg. Mijn stiefzoon zit met volle overtuiging links naast me in de kerk en mijn “bloedeigen” dochter rechts naast me. Daarvoor hoefde ik niet mijn overtuigingskracht, zo ik die in voldoende mate zou hebben, in stelling te brengen. Ik verbeeld me dat zij niet anders konden dan mijn geloofsverwachting delen. Hoe het met de heus niet domme andere drie kinderen zal gaan ligt in het ongewisse. Je ziet de verschillen bij vele medegelovigen, zelfs bij predikanten, van wie het ene kind de vader of moeder of beiden zich bij hun levensovertuiging aansloot en de ander gloedvol atheïst werd. Toch bestaan nu de meeste geloofsgemeenschappen uit kinderen van een of beide ouders die zich in die groep thuis voelden.

Onvolkomen
Ik merk dus dat ik in mijn kolommetje, genaamd “Flits” tekort ben geschoten bij het beschrijven van indrukken en het analyseren ervan, en ik weet (nog) niet hoe ik als leek hier psychologisch kan uitkomen. Troost: dat zal ieder overkomen die zich in spreken en schrijven uit. Zelfs mijn grote voorbeeld op bloggebied (zie www.ReinderBruinsma.nl, doet uitspraken waarvan hij weet dat ze door een groot deel van de aanhangers van zijn geloofsgemeenschap niet begrepen of zelfs niet gewaardeerd worden. Dat is het risico van het vak. Je moet er, behalve kennis en kunde, ook durf voor hebben. Stel je voor: hij betreurt het dat medegelovigen zo onbarmhartig afgeven op iemand van zijn “geestelijke stand” als de huidige paus. Al eerder liet hij blijken dat de bepaalde uitleg van de pioniers van zijn kerk over de beestentaferelen in Daniël en Openbaring als door de geschiedenis achterhaald dienen te worden beschouwd. Deze uitspraken worden door de zogenaamde conservatieven, vooral diegenen die hun ouders traditiegetrouw navolgen, zelfs als vijandig beschouwd. Niettemin is Reinder, althans voor mij, de meest toegankelijke en geloofwaardige predikant van de Adventbeweging.
Hij heeft van alle predikanten die ik ken, de wereld het meest afgereisd, hij is zeer belezen en zijn twintig boeken, honderden artikelen en toespraken in universiteiten zijn in vele talen vertaald.

Verschil zonder geschil
Dat houdt niet in dat ook ik mij grotelijks verbaas over zijn uitdrukkelijk onderstrepen van de leer dat onze God Jahweh uit drie personen bestaat. Terwijl juist hij laat ontdekken wat in de talen de woorden “personificatie (een geestelijke zaak als persoon voorstellen), metaforen, symbolen en hyperbolen” inhouden. Hoe kan je de tien geboden als uitwerking van “God Jahweh en je naaste liefhebben”, als noodzaak verkondigen als je de eerste vier geboden met deze stelling volkomen om zeep helpt?? Niemand, en ook hij niet, heeft de vele argumenten tegen deze leer (o.a. dat de Heilige Geest een persoon zou zijn) weerlegd. Ook kan hij niet, net zomin als andere “pastoors en dominees” (Godgeleerden), het feit ontkennen dat deze leer van het driegodendom is overgenomen van Babylonië en door de keizerpaus Constantijn werd overgenomen en zo het christendom is binnengedrongen. Hierdoor werd het belijden van de monistische godsdienst (één almachtige Godpersoon Jahweh, onze Vader) ongeloofwaardig. De leer van de drie-eenheid (het woord komt nergens in de Bijbel voor) wordt altijd maar weer toegedekt met de bewering dat de Persoon God voor ons mensen immers een “mysterie” is. Je mag daarom het begrip God, zo wordt gezegd, niet gaan ontleden. Zo wordt dit onderwerp ontweken.
Terwijl boeken vol geschreven werden met duidelijke bewijzen dat de zondag als rustdag van de Egyptische zonaanbidding is overgenomen en zo het vierde gebod, de Sabbatviering op zaterdag werd ontkracht.

Ook “intern” twistpunt
Evenzo zijn bevestiging dat de titel “profetes” aan de deels goede schrijfster en geestverwante Ellen White toegekend moet worden volgens de tekst in Openbaring 19:10 (zie ook 12:17): “Getuigen van Jezus is profeteren”. Daarmee zouden de leden van de Adventkerk “hét profetenvolk van deze tijd zijn”. Zij zou zelfs de laatste profeet van de laatste gemeente zijn. Alleen plaatst hij voorzichtig bemerkingen over de vormen van aanbidding van deze zo genoemde profetes; de overdreven fluisterende eerbied die men op tentoonstellingen en plekken waar zij schreef aan de dag legt die door de kerkleiding wordt aangemoedigd. Zij wordt door de meeste Adventisten buiten Europa als gezaghebbend beschouwd omdat zij van God de enig juiste Bijbeluitleg zou hebben ontvangen. In Australië betaalt men een dollar om even op haar stoel te mogen zitten! Zij suggereert een “lijntje” met God te hebben, die haar liet zeggen dat Jezus in 1844 zou terug komen, zoals een andere pionier, Miller, had berekend volgens de stelling dat één profetische dag duizend jaar betekende. (Daniël 8:14 e.v.) Daarop volgde niet een erkenning van de fout, zoals je mocht verwachten, maar de uitleg dat het een ingecalculeerde “Grote Teleurstelling” was die diende om te verwijzen naar de komst van Christus in een “Hemels Heiligdom”, voor welk begrip evenmin voldoende Bijbelse bewijzen voorhanden zijn. Handelingen 1:7 en meer teksten zeggen dat het ons niet toekomt die tijd te weten. En Openbaring 21:22 meldt, dat in die nieuwe stad (de hemel) geen tempel is te zien.
Nou weten we onderhand dat er tussen en 41000 en 43000 verschillende Christelijke gemeenschappen zijn, die elk beweren de juiste uitleg te hebben en dat de anderen dwaalleringen bewust of onbewust verkondigen en dus de tegenstanders van de ware God zijn.
Ook weten wij dat hoewel het Woord van God, de Bijbel, voor “mensen” van alle tijden is bedoeld, dat deze moeilijke woorden, zinnen en begrippen bevat, die voor velerlei uitleg vatbaar zijn gebleken. Deze constatering wordt op zichzelf al door die gemeenschappen als bedreigend ervaren.

Oorzaken
De meeste Christenen volgden hun pioniers in het vertrouwen dat zij door God waren voorgelicht.
Iemand, vooral een predikant, kan zich gedrongen voelen, onafhankelijk van hen, zulke Schriftgedeelten zelf te onderzoeken. Als hij tot een andere uitleg komt zou hij die zo tactisch en diplomatisch mogelijk bekend willen maken. Doet hij dat niet, dan kunnen mensen zich afvragen waaraan hij nu de voorkeur geeft: de eerder vastgelegde, maar achterhaalde stellingen van zijn kerk blijven verdedigen om de eenheid in de kerk te bewaren, of de juiste, door meer inzicht in historie en taalkennis bevonden Bijbeluitleg bevorderen met alle risico’s van dien. Doet hij dat niet, waar blijft dan die geroemde “progressie” en de slotsom van de Generale Conferentie van 1995: “Eenheid in verscheidenheid en voortschrijdend inzicht”? We moeten immers een “nuchtere Godsdienst” verkondigen volgens de Bijbel, die met de beste argumenten is te verdedigen?
Als onze Reinder dergelijke zaken niet concreet wil behandelen loopt hij dan het risico als lid te worden buitengesloten en zijn boeken en artikelen niet meer kunnen worden gepubliceerd?

Ik voel mijzelf een beetje verlegen dit te veronderstellen. Maar Conradi die het Adventisme naar Europa bracht, overkwam dit wel. Hij zag toen dat sommige voorspellingen en geloofseisen achterhaald bleken, zei dat, moest de Adventkerk verlaten en geestelijk onderdak zoeken bij de gemeente van Zevendedags Baptisten, die gelovigen in dergelijke gevallen vrijheid van meningsuiting geeft. Dat “De vrouw in het ambt” door een krachtige minderheid in meer ontwikkelde gebieden wordt toegepast tegen de regels van het wereldbestuur van de Adventkerk in, geeft enige hoop dat in deze gemeenschap voortgang in inzichten bestaat. Misschien zijn wij wat ongeduldig.
Mijn gedachte is dat er vrijheid van meningsuiting moet zijn om dergelijke geschilpunten met respect voor elkaar te kunnen uitspreken zonder elkaar te verketteren. Het gaat er immers vooral om dat Christenen uitvoering geven aan de opdracht God en de naaste liefde te betonen. Gelukkig vinden we die mensen in al die kerken. De ene gemeenschap legt meer de nadruk op het ene gebod, de andere gemeenschap op het andere gebod. Dat Zevendedags Baptisten en Zevendedags Adventisten met hun namen naar doop, Sabbatviering en de wederkomst van Christus wijzen, mede als oplossing van alle persoonlijke en wereldproblemen, geeft mij een gevoel van verbondenheid met hen, zonder andersdenkende Christenen af te wijzen.