INSTINCT
Piet Schreuder
Belevingen
Ik
bedacht de laatste maanden dat aan het door mij eerder genoemde levensrijtje “gevoelen,
denken, doen, spreken, schrijven”, een
woord tekort kwam, en wel “instinct”. Tussen “voelen” en “denken” hoorde dat
woordje daar. Het wordt alleen gebruikt voor dieren en er bestaat geen
werkwoord voor. Dieren zijn niet begiftigd met verstand, zoals gezonde mensen
geacht worden te bezitten. Maar met dingen gevoelen en met je verstand
controleren is niet alles gezegd. Het is toch bekend dat er mensen zijn die hun
ouders nooit hebben gekend en de mensen die ze wel hebben gekend in hun kind
dezelfde eigenschappen in geest, lichaam en handelen van hun ouders zien. Dat
kind heeft die eigenschapen dus geërfd en zal ze aan het nageslacht doorgeven.
Dat hoeft niet alleen langs lichamelijke weg. Mijn stiefzoon zit met volle overtuiging
links naast me in de kerk en mijn “bloedeigen” dochter rechts naast me.
Daarvoor hoefde ik niet mijn overtuigingskracht, zo ik die in voldoende mate
zou hebben, in stelling te brengen. Ik verbeeld me dat zij niet anders konden dan
mijn geloofsverwachting delen. Hoe het met de heus niet domme andere drie
kinderen zal gaan ligt in het ongewisse. Je ziet de verschillen bij vele medegelovigen,
zelfs bij predikanten, van wie het ene kind de vader of moeder of beiden zich
bij hun levensovertuiging aansloot en de ander gloedvol atheïst werd. Toch
bestaan nu de meeste geloofsgemeenschappen uit kinderen van een of beide ouders
die zich in die groep thuis voelden.
Onvolkomen
Ik
merk dus dat ik in mijn kolommetje, genaamd “Flits” tekort ben geschoten bij
het beschrijven van indrukken en het analyseren ervan, en ik weet (nog) niet
hoe ik als leek hier psychologisch kan uitkomen. Troost: dat zal ieder
overkomen die zich in spreken en schrijven uit. Zelfs mijn grote voorbeeld op
bloggebied (zie www.ReinderBruinsma.nl,
doet uitspraken waarvan hij weet dat ze door een groot deel van de aanhangers
van zijn geloofsgemeenschap niet begrepen of zelfs niet gewaardeerd worden. Dat
is het risico van het vak. Je moet er, behalve kennis en kunde, ook durf voor hebben.
Stel je voor: hij betreurt het dat medegelovigen zo onbarmhartig afgeven op iemand
van zijn “geestelijke stand” als de huidige paus. Al eerder liet hij blijken
dat de bepaalde uitleg van de pioniers van zijn kerk over de beestentaferelen
in Daniël en Openbaring als door de geschiedenis achterhaald dienen te worden
beschouwd. Deze uitspraken worden door de zogenaamde conservatieven, vooral
diegenen die hun ouders traditiegetrouw navolgen, zelfs als vijandig beschouwd.
Niettemin is Reinder, althans voor mij, de meest toegankelijke en
geloofwaardige predikant van de Adventbeweging.
Hij
heeft van alle predikanten die ik ken, de wereld het meest afgereisd, hij is
zeer belezen en zijn twintig boeken, honderden artikelen en toespraken in
universiteiten zijn in vele talen vertaald.
Verschil zonder geschil
Dat
houdt niet in dat ook ik mij grotelijks verbaas over zijn uitdrukkelijk
onderstrepen van de leer dat onze God Jahweh uit drie personen bestaat. Terwijl
juist hij laat ontdekken wat in de talen de woorden “personificatie (een
geestelijke zaak als persoon voorstellen), metaforen, symbolen en hyperbolen”
inhouden. Hoe kan je de tien geboden als uitwerking van “God Jahweh en je
naaste liefhebben”, als noodzaak verkondigen als je de eerste vier geboden met
deze stelling volkomen om zeep helpt?? Niemand, en ook hij niet, heeft de vele
argumenten tegen deze leer (o.a. dat de Heilige Geest een persoon zou zijn) weerlegd.
Ook kan hij niet, net zomin als andere “pastoors en dominees” (Godgeleerden),
het feit ontkennen dat deze leer van het driegodendom is overgenomen van
Babylonië en door de keizerpaus Constantijn werd overgenomen en zo het
christendom is binnengedrongen. Hierdoor werd het belijden van de monistische
godsdienst (één almachtige Godpersoon Jahweh, onze Vader) ongeloofwaardig. De leer
van de drie-eenheid (het woord komt nergens in de Bijbel voor) wordt altijd
maar weer toegedekt met de bewering dat de Persoon God voor ons mensen immers een
“mysterie” is. Je mag daarom het begrip God, zo wordt gezegd, niet gaan
ontleden. Zo wordt dit onderwerp ontweken.
Terwijl
boeken vol geschreven werden met duidelijke bewijzen dat de zondag als rustdag
van de Egyptische zonaanbidding is overgenomen en zo het vierde gebod, de
Sabbatviering op zaterdag werd ontkracht.
Ook “intern” twistpunt
Evenzo
zijn bevestiging dat de titel “profetes” aan de deels goede schrijfster en geestverwante
Ellen White toegekend moet worden volgens de tekst in Openbaring 19:10 (zie ook
12:17): “Getuigen van Jezus is profeteren”. Daarmee zouden de leden van de
Adventkerk “hét profetenvolk van deze tijd zijn”. Zij zou zelfs de laatste
profeet van de laatste gemeente zijn. Alleen plaatst hij voorzichtig bemerkingen
over de vormen van aanbidding van deze zo genoemde profetes; de overdreven
fluisterende eerbied die men op tentoonstellingen en plekken waar zij schreef
aan de dag legt die door de kerkleiding wordt aangemoedigd. Zij wordt door de
meeste Adventisten buiten Europa als gezaghebbend beschouwd omdat zij van God
de enig juiste Bijbeluitleg zou hebben ontvangen. In Australië betaalt men een
dollar om even op haar stoel te mogen zitten! Zij suggereert een “lijntje” met
God te hebben, die haar liet zeggen dat Jezus in 1844 zou terug komen, zoals
een andere pionier, Miller, had berekend volgens de stelling dat één
profetische dag duizend jaar betekende. (Daniël 8:14 e.v.) Daarop volgde niet
een erkenning van de fout, zoals je mocht verwachten, maar de uitleg dat het
een ingecalculeerde “Grote Teleurstelling” was die diende om te verwijzen naar
de komst van Christus in een “Hemels Heiligdom”, voor welk begrip evenmin
voldoende Bijbelse bewijzen voorhanden zijn. Handelingen 1:7 en meer teksten zeggen
dat het ons niet toekomt die tijd te weten. En Openbaring 21:22 meldt, dat in die
nieuwe stad (de hemel) geen tempel is te zien.
Nou
weten we onderhand dat er tussen en 41000 en 43000 verschillende Christelijke
gemeenschappen zijn, die elk beweren de juiste uitleg te hebben en dat de
anderen dwaalleringen bewust of onbewust verkondigen en dus de tegenstanders
van de ware God zijn.
Ook
weten wij dat hoewel het Woord van God, de Bijbel, voor “mensen” van alle
tijden is bedoeld, dat deze moeilijke woorden, zinnen en begrippen bevat, die
voor velerlei uitleg vatbaar zijn gebleken. Deze constatering wordt op zichzelf
al door die gemeenschappen als bedreigend ervaren.
Oorzaken
De
meeste Christenen volgden hun pioniers in het vertrouwen dat zij door God waren
voorgelicht.
Iemand,
vooral een predikant, kan zich gedrongen voelen, onafhankelijk van hen, zulke Schriftgedeelten
zelf te onderzoeken. Als hij tot een andere uitleg komt zou hij die zo tactisch
en diplomatisch mogelijk bekend willen maken. Doet hij dat niet, dan kunnen
mensen zich afvragen waaraan hij nu de voorkeur geeft: de eerder vastgelegde,
maar achterhaalde stellingen van zijn kerk blijven verdedigen om de eenheid in
de kerk te bewaren, of de juiste, door meer inzicht in historie en taalkennis bevonden
Bijbeluitleg bevorderen met alle risico’s van dien. Doet hij dat niet, waar
blijft dan die geroemde “progressie” en de slotsom van de Generale Conferentie
van 1995: “Eenheid in verscheidenheid en voortschrijdend inzicht”? We moeten
immers een “nuchtere Godsdienst” verkondigen volgens de Bijbel, die met de
beste argumenten is te verdedigen?
Als
onze Reinder dergelijke zaken niet concreet wil behandelen loopt hij dan het
risico als lid te worden buitengesloten en zijn boeken en artikelen niet meer
kunnen worden gepubliceerd?
Ik
voel mijzelf een beetje verlegen dit te veronderstellen. Maar Conradi die het
Adventisme naar Europa bracht, overkwam dit wel. Hij zag toen dat sommige
voorspellingen en geloofseisen achterhaald bleken, zei dat, moest de Adventkerk
verlaten en geestelijk onderdak zoeken bij de gemeente van Zevendedags Baptisten,
die gelovigen in dergelijke gevallen vrijheid van meningsuiting geeft. Dat “De
vrouw in het ambt” door een krachtige minderheid in meer ontwikkelde gebieden
wordt toegepast tegen de regels van het wereldbestuur van de Adventkerk in,
geeft enige hoop dat in deze gemeenschap voortgang in inzichten bestaat.
Misschien zijn wij wat ongeduldig.
Mijn
gedachte is dat er vrijheid van meningsuiting moet zijn om dergelijke
geschilpunten met respect voor elkaar te kunnen uitspreken zonder elkaar te
verketteren. Het gaat er immers vooral om dat Christenen uitvoering geven aan
de opdracht God en de naaste liefde te betonen. Gelukkig vinden we die mensen
in al die kerken. De ene gemeenschap legt meer de nadruk op het ene gebod, de
andere gemeenschap op het andere gebod. Dat Zevendedags Baptisten en Zevendedags
Adventisten met hun namen naar doop, Sabbatviering en de wederkomst van Christus
wijzen, mede als oplossing van alle persoonlijke en wereldproblemen, geeft mij
een gevoel van verbondenheid met hen, zonder andersdenkende Christenen af te
wijzen.