zondag 29 december 2013

DE LAATSTE MAANDEN VAN 2013


 
MAANDEN EIND 2013
 
Levenseinde van Alfred en Joke
In de laatste maanden van 2013 buitelden de persoonlijke-, landelijke- en wereldgebeurtenissen, waarmee ik mij betrokken voelde, over elkaar heen.

Eerst was het mijn benedenbuurman Alfred van 45 jaar, die net beneden mij woont en net als ik het eten wekelijks van Tafeltje Dekje kreeg aangereikt. Hij is wat psychotisch en kreeg daar ’s morgens een aanval van. Hij belde hulpinstanties, die hem, zo hij zei, met een kluitje in het riet stuurden. Toen belde hij de brandweer dat hij zijn huis in brand had gestoken. Die was er met politie en ambulance binnen tien minuten. Om 7 uur ’s morgens werd bij alle flatbewoners door politieagenten op de deuren en ramen gebonkt, die schreeuwden, dat er brand was en wij onmiddellijk de woningen moesten verlaten. Ik zei tegen het jonge vrouwelijke agentje dat ik mijn kat niet te pakken kon krijgen. Zei beloofde mij vurig dat als de brand mijn woning naderde, zij de kat gegarandeerd zou bevrijden. Ik heb nog nooit zo gauw onze bewoners in hun nachtkledij op ons pleintje achter het roodwitte lint zien staan.

Tien jaar geleden alarmeerde mijn Syrische buurtgenote, die boven mij woont, mij dat er rook uit een huis naast haar kwam waarin de veertigjarige Joke woonde. Ik sloeg het onderste raam van haar deur in en gooide daar een emmer water in wat mij door de Syrische werd aangereikt en belde tegelijk met haar mobieltje de brandweer. Die was binnen tien minuten ter plaatste met politie en de directie van de woningstichting, maar vergeefs. De brand werd wel geblust, maar de bewoonster had alle kieren dichtgeplakt, zodat haar poging tot zelfdoding slaagde. Ik bespaar je de details.

Deze maal had onze Alfred de deur al zelf uitnodigend open gedaan en zagen wij de rook langs onze woningen opstijgen. Hij werd in de politieauto gezet, maar ontsnapte daaruit om later in het parkje naast ons te worden gearresteerd en naar het ziekenhuis overgebracht. Zijn ziekte belemmert hem om bij ons terug te keren. Bovendien krijgt hij na een uitspraak van de rechter begeleiding in een beschermde woonomgeving. Ik sprak hem daarna nog driemaal omdat hij een paar weken later enige malen met een hulpverlener, een gerechtsdeurwaarder, de buurtconsulente van de woningstichting en onze wijkagente zijn overgebleven inboedel moest gaan bekijken. Onze woningen stonken nog enige dagen naar de brandlucht.

Trein stopte
Elke maandag komt mijn thuishulp van 13.00 tot 16.00 uur het wasgoed strijken, de vloer stofzuigen en wat er schoon te maken valt. Toen ze deze maal de huiskamer binnen kwam, maakte zij mij erop opmerkzaam dat de trein die achter mijn huis loopt en gewoonlijk elk half uur bij het stationnetje honderd meter verder stopt, deze maal pal voor mijn woning stil hield. De machinist stapte uit en trok een man van de rails. Weer dat geloei van de sirenes van ambulances, politie en zelfs brandweer, die met twaalf man sterk het perron op renden, de man op de berm lieten zitten en na een half uur met de man lopend in hun midden vertrokken.

Bouwvakker
De vrijdag daarop reed ik voor de boodschappen per fiets naar het winkelcentrum. Ik had al de sirenes van politie en brandweer gehoord, maar zag tot mijn schrik dat ze achter het huis van mama en Seraja stopten. Ik fietste er omheen, maar Seraja was niet thuis en het huis was vijftien meter van de plek des onheils, de in aanbouw zijnde flat, verwijderd. Op dat moment scheerde met donderend geraas ook de traumahelicopter laag over het dak.
Dezelfde dag berichtte radio, tv en de krant, dat een bouwvakker van vijfenveertig jaar van de vijfde verdieping van de in aanbouw zijnde flat was gevallen met dodelijke afloop.

Nelson Mandela
Wereldnieuws was het overlijden van Nelson Mandela, de man die volgens mij als mens na Jezus in het rijtje thuishoort van Gandhi en moeder Theresa. Ook hij bewees dat het kwade door het goede overwinnen niet alleen maar een vrome onuitvoerbare leus was. Tijdens zevenentwintig jaar gevangenschap door een cipier zelfs een hem toegestuurde reep chocolade onthouden, hem na zijn vrijlating verkregen presidentschap uitgenodigd voor een maaltijd in plaats van wraak te nemen….

In alle tijden zijn er tallozen onbekenden zo geweest als hij. Maar het is door zijn bekendheid goed te weten dat er altijd zulke mensen bestonden en zullen bestaan.

Drs. Sietse Bosgra
De naam van Sietse werd bij deze gebeurtenis aangehaald. Hij was lang tevoren de bekendste Nederlandse strijder tegen apartheid in Zuid Afrika en voorzitter van het Angolacomité. In Angola werden door het fascistisch Portugal mensen met een andere huidskleur gruwelijk verdrukt, gemarteld en zonder proces vermoord. Soldaten liepen met de hoofden van vermoorden op een stok triomfantelijk door de steden.

Vredesorganisaties, waarvan ik als lid van Kerk en Vrede toe behoorde, hielden in Krasnapolsky op de Dam in Amsterdam een tweedaags congres. Sietse was natuurlijk de belangrijkste spreker. Na de eerste dag nodigden hij en zijn mij uit bij hen te logeren. Zij leefden in armoede in een afbraakwoning. Wij discussieerden een gat in de nacht. En toen ik eindelijk mijn bed op mocht zoeken, werd ik wakker gehouden door twee mannen die aan de andere klant van het schot, meer was die dunne muur niet, een uur lang begeesterd spraken over een ideaal visplekje naast een bruggetje bij de molen.

Adri
En toen kopten de kranten opeens: “Even de belangrijkste man van Nederland: Adri Duivensteijn”. Ook zijn portret stond er groot bij. Hij is de senator van de PvdA en had al andere belangrijke functies bekleed en maakte al naam als raadslid van de belangrijkste groeistad Almere. Maar nu hing het van hem af of er voldoende steun was voor het woonakkoord. Politiek Nederland hield zijn adem in.

Een wijkgenoot van mij, Jaap Huurman, was een tijdje zowel raadslid van de gemeente Arnhem als gedeputeerde van de Gelderse Staten. Omdat een aantal voorstellen van mij als bewoner en lid wijkplatform werden aangenomen en uitgevoerd, vroeg hij mij zijn PvdA-pandje te openen. Ik had hem tevoren gewaarschuwd dat een VVD-er zoiets voor zijn partij in een ander wijk had geprobeerd. Hij was bij thuis gekomen om mijn advies daarover. Ik had mijn twijfel geuit over het bestaansrecht en mogelijkheid van een dergelijk pandje. Dat liep inderdaad uit op een grandioze mislukking. Maar Jaap verzekerde mij dat hij financieel voldoende gedekt was omdat achter in het pand een buitenlands carterbedrijf was gevestigd die hoofdzakelijk de huur betaalde.

Ik ben niet vrij van spreekangst en bovendien a-politiek, maar het leek erop dat zijn pandje een bijdrage aan de leefbaarheid en het welzijn van de bewoners beoogde en dat werd ik geacht te ondersteunen. En mijn motief was als altijd: als een ander het niet doet doe ik het wel, alhoewel met frisse tegenzin. Ik had wat punten op een velletje om dat voor te lezen. Tien minuten tevoren arriveerde ik bij het pand, waarvoor al iemand liep te ijsberen. Hij zei dat ook hij was uitgenodigd iets te zeggen, zei hij. Het zaaltje liep intussen vol met natuurlijk vooral PvdA-raadsleden en nieuwsgierige fractieleiders. Ik vroeg Jaap om een lessenaar om mijn papiertje op te leggen. Hij liet een paar sinaasappelkistjes aanrukken en van daarachter las ik mijn stukje voor waarvan ik warempel soms kon afwijken. Toen nam de andere man het woord. Hij had in de trein zes blaadjes vol gekladderd en onder het voorlezen zat hij zenuwachtig naar de volgorde te zoeken. Toen pas hoorde ik zijn naam: Adri Duivensteijn. Na afloop heb ik een poosje met hem nagepraat en later bedacht ik, dat ik blijkbaar toch belangrijker was dan ik altijd maar dacht. En nu zijn naam in de krant verscheen krijg ik af en toe het gevoel, dat ik over mijn schroomvalligheid wegens mijn geringe opleiding, heen moest stappen. Ik weet nu dat mij dat toch nooit zal lukken als ik zie hoeveel mensen geletterde mensen van heel jong af aan vrijmoedig het woord voeren zonder papiertje. Kleine troost: ik zie op de tv de paus, Obama, Rutten, de koning en andere hoogwaardigheidsbekleders ook met een papier voor zich. Maar moeten zij misschien doen opdat het publiek later nooit hen verkeerd kunnen citeren. Toch blijf ik jaloers op degenen die voor de vuist weg spreken, omdat zij meer contact met de toehoorders hebben.

Natuurramp
Moet ik nog de zwaarste storm ooit reppen die over de Filippijnen raasde?

Als iemand bij al deze gebeurtenissen nog de andere kant op kijkt dan is hij blind. Je kunt nog zo optimistisch en progressief zijn als je wilt, en dat moet je om te leven en te laten leven, maar het vraagt van ons een levenshouding die met de gebeurtenissen van de laatste maanden van 2013 rekening houdt.

Herstel bos vergeefs
Hoort hierbij nog de boswachter die met pensioen ging? Hij steunde mij bij het herstel van een omgekapt bos. Ik schreef daarover in het wijkblad van het platform waarvoor ik juist bedankt had. Maar ik lig vier kolommetjes in het voren. Daarom kwam de professionele wijkopbouwwerkster mij met de uitnodiging voor de nieuwjaarsreceptie het gebruikelijke kerstpakket brengen, dat ik weer naar mama Gerda en Seraja bracht. De beste vriend die ik in die straat van mijn vorige woning had voor het buurtwerk en bij wie ik kort geleden nog de heerlijke maaltijd nuttigde die zijn vrouw bereid had, kreeg een hersenbloeding. Spanningen blijven bestaan….

Toch hieronder om volledig over die laatste maanden in 2013 te zijn, de frustratie van mij, een boswachter en een D66-raadslid geuit. Je kunt ook niet alles hebben … Het kolommetje verscheen in het decembernummer van Wijknieuws Presikhaaf.

BOSWACHTER MET PENSIOEN
Iedere bewoner van Presikhaaf heeft zo zijn waarde. Maar toen onze wijkgenoot Frans Duermeijer eind 2013 met pensioen was gegaan ging dat menige natuurliefhebber aan het hart. Hij was wellicht de bekendste boswachter van Arnhem en omgeving. Zijn excursies werden steeds in de Arnhemse Koerier aangekondigd. Hij liet talloze mensen als door een vergrootglas de kleinste beestjes en plantjes tot de veel grotere zien en toonde aan hoe zij niet zonder elkaar konden. En ook wij, mensen, zijn een onderdeel van die natuur, zei hij. Ook wij kunnen niet bestaan zonder die diversiteit van milieu zuiverende natuur en vooral niet zonder de bomen.

Hij is de zoon van de oud schoenmaker van Plattenburg waar ik tot 1966 woonde. Wij kwamen elkaar weer tegen op de cursus van EHBO-Presikhaaf. Hij had gehoord van mijn plannen het omgehakte bos Presikhaaf in zijn oude waarden te herstellen. Hij bood mij zijn hulp aan en ik kon zijn gedegen kennis van de natuur daarbij goed gebruiken. De gemeente toonde zich verheugd met onze plannen, maar dat pakte met inspraak van andere bewoners ietwat anders uit.

Gelukkig vond Frans die oude waarden voor een deel weer terug in wat hij de mooiste heemtuin van Nederland noemde. Daarom deed hij in zijn voorwoord in mijn boek “Presikhaaf het verhaal van een landgoed” (verkrijgbaar bij Bruna), een ode aan dit stukje natuur.

Ik hoop dat u hem zonder uniform toch wel op zijn wandelingen met zijn Annemarie in de bossen zult herkennen en dankbaar zijn voor al het moois dat hij ons leerde zien.

Bedankt Frans!