F L I T S
Piet Schreuder
Indrukken
Al jaren lang fiets ik binnen een kwartiertje
naar winkelcentrum Presikhaaf om mijn wekelijkse boodschappen te doen.
Het gebeurde vrijdag 27 september 2013. Toen
ik met de fietstassen vol levensmiddelen naar huis terug reed en als gewoonlijk
langs de garage ernaast fietste, onderging ik het opeens. Het was een flits van
misschien een honderdste seconde, maar het hield zulk een onbeschrijflijke
straal van geluk in dat ik hem nooit wil vergeten. Ik wist van toen aan dat
“volkomen geluk” écht bestaat.
Als die ervaring onbeschrijflijk is, waarom
schrijf ik dit dan op? Dat is nu eenmaal mijn drang, zoals iedereen de zijne
heeft. Je kunt het moeilijk weerstaan. Je wilt het ontleden aan de hand van de
voorgaande gebeurtenissen en gedachten. Maar die waren niet uitzonderlijk om ze
als oorzaak te vermelden. Ik had weer ongeveer vijf kennissen ontmoet en een
kort oppervlakkig gesprekje met hen gevoerd. Was het de voldoening dat ik geld
genoeg had om de boodschappen binnen te halen? Dat de zon scheen? Ik me gezond
voelde? Had ik bepaalde goede verwachtingen op korte of lange termijn? Waren
mij mooie gedachten, woorden en zinnen te binnen geschoten om straks op te
schrijven?
Niets van dat alles. De muur van de garage
bleef dezelfde als altijd; het uitzicht op het park tegenover me en dat van de school
en de wijk aan de linkerzijde was hetzelfde; kortom: niets van wat ik zag op
dat hele kleine moment was anders dan normaal. Het was geen mooie gedachte,
theorie of wat dan ook die me te beginnen schoot; niets maar dan ook niets wat
als oorzaak van die flits was aan te wijzen. Het scherpe hoekje daarna omrijden
slaagde gewoon, evenals het oversteken van de IJssellaan, rechtsaf slaan naar
de Laan van Presikhaaf, verder naar huis rijden en thuiskomen, het was weer normaal
als altijd, afhankelijk van wisselende stemmingen. De flits van volkomen geluk
was voor mij onverklaarbaar, maar ik wist van toen af heel zeker: volkomen
geluk bestaat écht.
Terugblik
Ik had in mijn boek over mijn belevenissen op
landgoed Presikhaaf een hoofdstukje geplaatst, genaamd “Flesbek”. Op tienjarige
leeftijd in 1935 brachten mijn vriendje en ik lege flessen naar de melkfabriek,
waarvoor we enkele centen kregen om een paar toffees te kopen. Tien minuten van
huis, op de Vosdijk, keek ik even om en zag de rode daken van de huisjes van de
straat waar ik woonde, boven de spoordijk uitsteken. Toen had ik ook een flits,
maar dan van een verklaarbaar “gevoel” van opperste gezelligheid. En dat viel
bij nader inzien wel te verklaren. Daar woonden mijn ouders en zusje met wie ik
een gelukkig gezin vormde en waar ik me beschermd en geborgen voelde. Ik wist
dat ik daar straks weer zou terugkeren en voorvoelde al het thuis zijn. Dat was
dus een flits van gevoel, maar toch
om te onthouden.
Déjà
vu
Ik was tot vorig jaar bestuurslid annex
uitzetter, narijder en begeleider van de Senioren Fietstochten van het
gemeentelijk sportbedrijf. Met de groep fietsten wij twee aan twee over één van
de zeven lanen in het bos Warnsborn, die alle op één punt uitkomen. Tussen twee
van die bomen zag ik in het snelle voorbijgaan een paar violette bloemen op
hoge stelen. Die snelle blik pakte mij op dat moment onverklaarbaar verwarmend.
Later dacht ik, dat ik hier als kind met mijn ouders en zusje kon hebben
gelopen en hetzelfde zou hebben gezien. Die gewaarwording staat bekend als déjà
vu, kort moment worden terug gevoerd naar een waarschijnlijk onbewuste beleving
die niettemin in mijn hoofd is opgeslagen. Zo ongeveer.
Het zit in de hersenen. Psychologen als
Freud, Jung, Douwe Draaisma en René Diekstra kunnen dat verklaren. Ik noem die jongens maar even, zodat je niet denkt dat ik dat zelf heb uitgevonden. Je hebt een linker
en rechter hersenhelft, zeggen ze. In de ene helft worden de “indrukken” opgeslagen, in de andere wordt geprobeerd ze te ordenen.
Daaruit ontstaan verhalen, muziekstukken, schilderijen en andere kunstwerken die
je tot tranens toe kunnen aangrijpen, die meer een beroep doen op je gevoelens
dan op je verstand. Zover we kunnen nagaan is dat altijd een deel van het mens
zijn geweest. De tweeduizend tot drieduizend jaren oude verhalen in de Bijbel
getuigen hiervan. Geen wonder dat de bedoeling van veel van die geschiedenissen
daarin niet altijd met het verstand te verklaren zijn.
Bijna
Dood Ervaring
Maar voor de belevenis van de flits van volkomen
geluk hoef ik niet eens mijn computer te raadplegen. Dat was geen gevoel, maar
een gewaarwording, een belevenis. Die
was zo uniek, dat ik zeker wist dat hij niet viel te verklaren.
Net zomin als de “BD”-ervaring niet is te
verklaren. Mijn zoon lag als kind wegens pseudokroep in het ziekenhuis. Bij ons
bezoek aan hem was een laborante bij hem aan het bloedprikken. Zijn maagkuiltje
ging echter zo diep in bij zijn poging adem te halen, dat ik de gang op holde en
de dokter en verplegers die juist een rondje maakten, alarmeerde. Ze holden met
me mee en vervoerden hem naar de behandelkamer waar hem een tube door de
luchtpijp aanbrachten. Mijn vrouw en ik zaten naar ons gevoel urenlang in de gang
naast de deur op de uitslag te wachten. Maar niemand die de kamer uitkwam kon
ons nog enige zekerheid geven, tot eindelijk het bericht kwam dat het onder
controle was en voorlopig naar de afdeling intensive care ging.
Later kon mijn zoon met stellige zekerheid
vertellen dat hij zichzelf van bovenaf zag en hoe ze hem behandelden. Het lijkt
net zo ongeloofwaardig als de verklaring van iemand die schijndood was geweest
en in die periode zich in een donkere tunnel bevond met aan het einde daarvan
een lichtje, dat hem zo aantrok dat hij niet eens terug wilde. Een bekend
gegeven met als enige onbevredigende uitleg dat die persoon dat visioen kreeg
wegens gebrek aan zuurstof in de hersenen, een voorbode van de dood, waaruit
hij werd terug gevoerd.
Geloof?
Heb ik nu meer geloofsovertuiging ontvangen?
Ik aanvaard immers de Bijbelse belofte dat er een nieuwe hemel en aarde zal
komen waarin gerechtigheid woont en waarin geen dood en rouw meer zal zijn? Er
staat zelfs, o.a. in Filippensen 4-7 en de laatste drie hoofdstukken van de
Bijbel, dat God voor degenen die dat aanvaarden een nieuwe aarde heeft bereid
van zulk een belevenis dat die alle verstand te boven gaat. Dat noemt men
“geloof”, wat voor velen gewoon als een sprookje geldt, desnoods als een
theorie van een geloofsovertuiging, maar voor anderen als een werkelijkheid.
Zijn mijn hersenen langs die weg zo beïnvloed
dat ik die flits van echtheid ontving? Zal het mij voor de korte tijd die hier
voor mij nog rest, troost geven? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat volkomen geluk echt bestaat, iets wat hier nog
niet is, maar zal komen. Daar komt niets vals spiritueels, ingebeeldheid of
komedie aan te pas. Ik hoop voor mij en ieder levend wezen dat te mogen zien en
beleven. Want het is alsof wij door degeneratie het geluk hebben verloren. Wij
weten niet eens meer wat het is. Er is dus toch die geopende deur.