dinsdag 29 oktober 2013

F L I T S

F L I T S
Piet Schreuder
Indrukken
Al jaren lang fiets ik binnen een kwartiertje naar winkelcentrum Presikhaaf om mijn wekelijkse boodschappen te doen.
Het gebeurde vrijdag 27 september 2013. Toen ik met de fietstassen vol levensmiddelen naar huis terug reed en als gewoonlijk langs de garage ernaast fietste, onderging ik het opeens. Het was een flits van misschien een honderdste seconde, maar het hield zulk een onbeschrijflijke straal van geluk in dat ik hem nooit wil vergeten. Ik wist van toen aan dat “volkomen geluk” écht bestaat.
Als die ervaring onbeschrijflijk is, waarom schrijf ik dit dan op? Dat is nu eenmaal mijn drang, zoals iedereen de zijne heeft. Je kunt het moeilijk weerstaan. Je wilt het ontleden aan de hand van de voorgaande gebeurtenissen en gedachten. Maar die waren niet uitzonderlijk om ze als oorzaak te vermelden. Ik had weer ongeveer vijf kennissen ontmoet en een kort oppervlakkig gesprekje met hen gevoerd. Was het de voldoening dat ik geld genoeg had om de boodschappen binnen te halen? Dat de zon scheen? Ik me gezond voelde? Had ik bepaalde goede verwachtingen op korte of lange termijn? Waren mij mooie gedachten, woorden en zinnen te binnen geschoten om straks op te schrijven?
Niets van dat alles. De muur van de garage bleef dezelfde als altijd; het uitzicht op het park tegenover me en dat van de school en de wijk aan de linkerzijde was hetzelfde; kortom: niets van wat ik zag op dat hele kleine moment was anders dan normaal. Het was geen mooie gedachte, theorie of wat dan ook die me te beginnen schoot; niets maar dan ook niets wat als oorzaak van die flits was aan te wijzen. Het scherpe hoekje daarna omrijden slaagde gewoon, evenals het oversteken van de IJssellaan, rechtsaf slaan naar de Laan van Presikhaaf, verder naar huis rijden en thuiskomen, het was weer normaal als altijd, afhankelijk van wisselende stemmingen. De flits van volkomen geluk was voor mij onverklaarbaar, maar ik wist van toen af heel zeker: volkomen geluk bestaat écht.

Terugblik
Ik had in mijn boek over mijn belevenissen op landgoed Presikhaaf een hoofdstukje geplaatst, genaamd “Flesbek”. Op tienjarige leeftijd in 1935 brachten mijn vriendje en ik lege flessen naar de melkfabriek, waarvoor we enkele centen kregen om een paar toffees te kopen. Tien minuten van huis, op de Vosdijk, keek ik even om en zag de rode daken van de huisjes van de straat waar ik woonde, boven de spoordijk uitsteken. Toen had ik ook een flits, maar dan van een verklaarbaar “gevoel” van opperste gezelligheid. En dat viel bij nader inzien wel te verklaren. Daar woonden mijn ouders en zusje met wie ik een gelukkig gezin vormde en waar ik me beschermd en geborgen voelde. Ik wist dat ik daar straks weer zou terugkeren en voorvoelde al het thuis zijn. Dat was dus een flits van gevoel, maar toch om te onthouden.

Déjà vu
Ik was tot vorig jaar bestuurslid annex uitzetter, narijder en begeleider van de Senioren Fietstochten van het gemeentelijk sportbedrijf. Met de groep fietsten wij twee aan twee over één van de zeven lanen in het bos Warnsborn, die alle op één punt uitkomen. Tussen twee van die bomen zag ik in het snelle voorbijgaan een paar violette bloemen op hoge stelen. Die snelle blik pakte mij op dat moment onverklaarbaar verwarmend. Later dacht ik, dat ik hier als kind met mijn ouders en zusje kon hebben gelopen en hetzelfde zou hebben gezien. Die gewaarwording staat bekend als déjà vu, kort moment worden terug gevoerd naar een waarschijnlijk onbewuste beleving die niettemin in mijn hoofd is opgeslagen. Zo ongeveer.
Het zit in de hersenen. Psychologen als Freud, Jung, Douwe Draaisma en René Diekstra kunnen dat verklaren. Ik noem die jongens maar even, zodat je niet denkt dat ik dat zelf heb uitgevonden. Je hebt een linker en rechter hersenhelft, zeggen ze. In de ene helft worden de “indrukken” opgeslagen, in de andere wordt geprobeerd ze te ordenen. Daaruit ontstaan verhalen, muziekstukken, schilderijen en andere kunstwerken die je tot tranens toe kunnen aangrijpen, die meer een beroep doen op je gevoelens dan op je verstand. Zover we kunnen nagaan is dat altijd een deel van het mens zijn geweest. De tweeduizend tot drieduizend jaren oude verhalen in de Bijbel getuigen hiervan. Geen wonder dat de bedoeling van veel van die geschiedenissen daarin niet altijd met het verstand te verklaren zijn.

Bijna Dood Ervaring
Maar voor de belevenis van de flits van volkomen geluk hoef ik niet eens mijn computer te raadplegen. Dat was geen gevoel, maar een gewaarwording, een belevenis. Die was zo uniek, dat ik zeker wist dat hij niet viel te verklaren.
Net zomin als de “BD”-ervaring niet is te verklaren. Mijn zoon lag als kind wegens pseudokroep in het ziekenhuis. Bij ons bezoek aan hem was een laborante bij hem aan het bloedprikken. Zijn maagkuiltje ging echter zo diep in bij zijn poging adem te halen, dat ik de gang op holde en de dokter en verplegers die juist een rondje maakten, alarmeerde. Ze holden met me mee en vervoerden hem naar de behandelkamer waar hem een tube door de luchtpijp aanbrachten. Mijn vrouw en ik zaten naar ons gevoel urenlang in de gang naast de deur op de uitslag te wachten. Maar niemand die de kamer uitkwam kon ons nog enige zekerheid geven, tot eindelijk het bericht kwam dat het onder controle was en voorlopig naar de afdeling intensive care ging.
Later kon mijn zoon met stellige zekerheid vertellen dat hij zichzelf van bovenaf zag en hoe ze hem behandelden. Het lijkt net zo ongeloofwaardig als de verklaring van iemand die schijndood was geweest en in die periode zich in een donkere tunnel bevond met aan het einde daarvan een lichtje, dat hem zo aantrok dat hij niet eens terug wilde. Een bekend gegeven met als enige onbevredigende uitleg dat die persoon dat visioen kreeg wegens gebrek aan zuurstof in de hersenen, een voorbode van de dood, waaruit hij werd terug gevoerd.

Geloof?
Heb ik nu meer geloofsovertuiging ontvangen? Ik aanvaard immers de Bijbelse belofte dat er een nieuwe hemel en aarde zal komen waarin gerechtigheid woont en waarin geen dood en rouw meer zal zijn? Er staat zelfs, o.a. in Filippensen 4-7 en de laatste drie hoofdstukken van de Bijbel, dat God voor degenen die dat aanvaarden een nieuwe aarde heeft bereid van zulk een belevenis dat die alle verstand te boven gaat. Dat noemt men “geloof”, wat voor velen gewoon als een sprookje geldt, desnoods als een theorie van een geloofsovertuiging, maar voor anderen als een werkelijkheid.
Zijn mijn hersenen langs die weg zo beïnvloed dat ik die flits van echtheid ontving? Zal het mij voor de korte tijd die hier voor mij nog rest, troost geven? Ik weet het niet. Ik weet alleen dat volkomen geluk echt bestaat, iets wat hier nog niet is, maar zal komen. Daar komt niets vals spiritueels, ingebeeldheid of komedie aan te pas. Ik hoop voor mij en ieder levend wezen dat te mogen zien en beleven. Want het is alsof wij door degeneratie het geluk hebben verloren. Wij weten niet eens meer wat het is. Er is dus toch die geopende deur.