Ach ach
Ouderen
herinneren zich vast wel het typetje van de Utrechtse deur-aan-deurverkoper van
“krenge van dingskies” dat door Rijk de Gooier voor de radio werd neergezet.
Het dialect wat hij gebruikte mankeerde steevast een t op het eind van een
woord waar die hoorde. Zo werd het “Utregsegrag nummer ag”. Zo word ik verleid
om vele Bijbelse achten met ach ach aan te duiden. Jeremia 8:8 en Psalm 88 kan
ik zo bijvoorbeeld makkelijker onthouden. De eerste treurt over het verdraaien
van Gods Wet. De tweede troost mij omdat God toont dat ik niet de enige ben die
af en toe behoorlijk in de put zit. Het mag. Gods kinderen verkeren niet
voortdurend in een juichstemming. Het evangelie is juist daarom een blijde
boodschap in een hopeloze wereld en in een hopeloos mens zoals een Christen
zich ook regelmatig voelt. Daarom is o.a. Psalm 88 zo belangrijk. De psalmist
is eerlijk en verkeerde net zoals u en ik in wisselende stemmingen. Wij hoeven ons niet minderwaardig en ongelovig
te voelen als wij anderen om ons zien jubelen en springen en wij niet in dezelfde
stemming verkeren als de woorden in de liederen die wij meezingen ons willen
doen geloven.