vrijdag 17 juni 2016

Evacueren

Ernest Hemingway wilde een wereld-beroemde schrijver worden. Hij slaagde erin en ontving zelfs de Nobelprijs voor literatuur. 
Toen pleegde hij zelfmoord.
Moet ik nu níet wensen een wereldberoemde auteur te worden?
Op donderdag 2 juni 2016 om 16.00 uur heb ik mijn corrigeerwerk beëindigd. Ik gebruik liever niet het woord "voltooid", want volmaakt wordt het werkje nooit. In de eerste plaats behoor ik niet tot die intelligentsia die snel kunnen lezen, fouten ontdekken, een ijzeren geheugen hebben en direct het betere woord of de beste zinsconstructie al schrijvende voor de hand hebben.
Ik had bij de presentatie en aanbieden van het schrijverscontract de indruk gekregen dat de uitgever mijn werk vóór het naar de drukker ging, zou "navlooien" op fouten in taal en stijl. Want het zou voor elke uitgever een blamage zijn een boek vol met taal- en stijlfouten uit te geven. Ik begreep later pas, dat de uitgever gesteld had dat de auteur de tekst foutloos moet aanleveren. Dus was het voor mij een heidens en langdurige karwei om schrik op schrik veranderingen in de tekst aan te brengen, die hopelijk verbeteringen zijn. Mijn leven werd er op ingericht om na het ontbijt en middagmaal en het gebruikelijke gezondheidswandelingetje van een kwartier, mij achter de computer plaats te doen nemen en aan de arbeid te gaan. Niettemin voelde ik mij er prettig bij en kon ik met een veilig gevoel de digitale versie opgeschoond aan de uitgever terugzenden. Die vond het weer prima.
Het kon niet missen: na een paar dagen kon ik het niet nalaten de tekst even globaal door te zien. En ja hoor: "oor" moest natuurlijk "voor" zijn en vliegniet vliegenier. Er overheen gelezen, zegt men dan. En zo waren er nog in een ommezien tien fouten te herstellen, die ik in een apart mailtje met de titel "toevoegingen" doorzond.
Toen ik het, naar mijn idee het geheel gecorrigeerde boek ter goedkeuring terug ontving, bleken bovengenoemde en meer fouten er nog gewoon in te staan. Kwestie van "goed opslaan"? Wat te doen met die plm. 265 pagina's, waarvan 8 op de 10 een aantal knotsfouten bevatten, die, als het boek zo gepubliceerd zou worden, mij en de uitgever schande over ons zouden hebben afgeroepen! In wanhoop googlede ik "correctoren". Die bleken er genoeg voor handen met prima referenties, maar de prijs voor het corrigeren bedroeg gemiddeld 600 euro. Erger was het opkomend besef dat niet één van hen mijn schrijfstijl zou begrijpen en vooral geen begrip zou hebben voor mijn met opzet gebruikte imitatie van de Duitse en Engelse talen en het streekdialect. Ik mocht dit niet van een corrector verlangen, dus bedankte ik hem vriendelijk voor zijn aanbieding.
Wat mij echter het meest teleurstelde, was de taal die ik zeventig jaar geleden hanteerde. Natuurlijk waren het slechts aantekeningen die ik met potlood in die laatste negen maanden van de oorlog in haast en angst in schriftjes maakte, want de balpen bestond nog niet en veel tijd tot nadenken over het juiste word, de juiste uitdrukking of zinsconstructie had ik niet. Maar toch schaamte, want ik had al heel wat artikeltjes en korte verhaaltjes gepubliceerd in bladen en schrijfwedstrijden die lof oogstten.
Ik had de aantekeningen in twee schriften verzameld en in duplo uitgetypt in het dienstweigeraarkamp. Ik had het initiatief genomen een kampraad op te richten en stelde mijzelf aan als secretaris en bibliothecaris. Zo kreeg ik de gelegenheid in de bibliotheek mijn aantekeningen in duplo uit te typen. Ik bond die in twee delen in; de enige kunde die ik had overgehouden uit mijn tijd, dat ik leerling boekbinder was. Zodra de stadsarchivaris van het bestaan van die boekjes hoorde, kwam hij ze halen en dupliceerde hij ze voor het archief, omdat het immers tot een stukje geschiedenis van Arnhem behoorde. Later ging de redactie van de wijkkrant ze digitaliseren. Familie en betrokkenen hadden die boekjes met grote instemming gelezen. Alles met die fouten. Omdat dit jaar de herdenking was dat die gebeurtenissen zeventig jaar geleden hadden plaats gevonden, bood ik ze een uitgever aan. De auteur-ondersteuner van de uitgever verzekerde mij dat na die correcties, de lay out en het ontwerp van de cover geheel gereed is.

Het "zwarte gat".
Nu komt de kern van dit artikeltje aan bod. Ik had een deadline waar ik naar toe werkte, het corrigeerwerk van maanden is aan de uitgever toegezonden. Ik voelde mij verlost, niet van de "schrijfdrang", maar van de "schrijfdwang." Weliswaar ben ik nu bezig met het voortdurend vaststellen dat ik het moet loslaten en de rest maar aan de uitgever overlaten, maar ik heb in elk geval geen aangepaste ritme meer, dat mij tot die onweerstaanbare drang tot corrigeren dwong. Ik ben nu immers vrij man om te doen en te laten wat ik wil.
De van jongs aan bestaande behoefte mijn leven schriftelijk vast te leggen, kon ik weer voortzetten. In agenda's, dagboeken en sinds de aanschaf van een computer, had ik dat als levenstaak opgevat. De website "www.pietschreuder.blogspot.com" kan ik eindelijk na bijna een jaar oponthoud weer uitvoeren op tijdstippen die mij uitkomen en wanneer ik inspiratie ontvang. En ik kan je verzekeren, dat als ik zit te "suffen", zich talloze verhalen en hele boeken zich aan mij opdringen. Niet onaangenaam als je het gebrek aan tijd om ze in daden om te zetten niet mee rekent.
Helaas is die verandering in mijn levensstijl nog niet merkbaar. Het grote wachten is begonnen en de grote vraag dringt zich op: verkoopt het boek na de uitgave zichzelf of is een krant zo vriendelijk of zelfs zo enthousiast het een goede recensie te geven waardoor de belangstelling bij het publiek wordt gewekt? Een schrijver wil immers gelezen worden?

Ervaringen
Ik heb voor en tijdens de oorlog een aantal boeken van de schrijversgroep "De Tachtigers" en beschouwingen daarvan gelezen. Ook luisterde ik naar praat-programma's, waarin "echte" schrijvers vertelden hoe zij hun boeken schreven. Ook zij worstelden met het zoeken naar het juiste woord, de goede zin en de samenhang. En net als ik bij mijn corrigeerwerkje, werden zij daardoor geheel in beslag genomen. Elke morgen en middag, dat ik mijn gezondheidswandelingetje door het bosje naast me maakte, was ook ik bezig met het zoeken naar het juiste woord, woorden en die ene goede zin. Ik had geen oog meer voor mijn natuurrijke omgeving. Als ik achter de computer plaats nam om het resultaat van mijn gepeins op te schrijven, dan vreesde ik voor elk belletje en telefoontje dat mij uit mijn concentratie zou halen.
Ook zag ik foto's van hun "manuscript", wat "handschrift" betekent. Het waren aantekeningen en proeven van te gebruiken woorden en zinnen. Er zaten talloze doorhalingen in met correcties of alternatieven erboven. Adriaan van Dis, die mij erg erudiet voorkomt, bekende dat hij aantekeningen maakte, maar ze binnen een uur moest uittypen, omdat hij ze anders niet meer lezen kon. Ook had hij last van het onweerstaanbare afdwalen van zijn gedachten. Ik las dat de meeste schrijvers instemmen met de uitspraak "schrijven is schrappen".

Dergelijke ervaringen van gevestigde schrijvers zijn voor mij altijd een bemoediging geweest om te blijven schrijven. Het is prettig werk, maar inspannend. En je denkt tijdens het schrijven er niet aan, dat je over het algemeen pas tot de "schrijvers" gerekend wordt, wanneer je tien tot vijftig boeken op je naam hebt staan. 

Er zijn natuurlijk uitzonderingen. Ik ben de namen van de schrijvers (meest schrijfsters) vergeten die in de Bouquet- en Harlekijnreeksen elk meer dan honderd titels het licht deden zien. Die boeken kan je voor een krats per bundeltje kopen, maar ze zijn wel geschreven en uitgegeven. De dienstmeid van een rijke familie kwam op de laatste bladzijden tot de ontdekking dat zij eigenlijk een gravin was, zodat ze kon trouwen met de prins op het witte paard. Die flutromannetjes worden met verholen minachting ook wel "keukenmeidenromannetjes" genoemd. Maar de schrijvers zijn intussen miljonair, want hun boekjes worden over de hele wereld verkocht. Er is een markt voor, en voor elke andere schrijver is het de vraag of zijn debuut zo aanslaat, dat voor hun volgende boeken die markt blijft bestaan.
Voorts ken ik maar één boek van Daniël Defoe: "Robinson Crusoë", en van Hector Malot: "Alleen op de wereld". Over andere boeken van hen hoor je niets. En wat dacht je van Salinger, die de wereld veroverde met dat raadselachtige dunne boekje "De catcher in the rye" (De vanger in het koren), vertaald in talloze talen en veel besproken?
Ik had een tijdlang maar één taak en schoof alle andere bezigheden daarvoor opzij alsof ze niet bestonden. Ik was geïsoleerd zonder mij alleen of eenzaam te voelen. Aan de ene kant voel ik mij nu bevrijd, aan de andere kant voel ik mij zonder enige waarde.
Ik ben al een behoorlijke tijd geleden in dat beruchte zwarte gat gevallen, maar hoop er weer uit te krabbelen zolang ik tijd van leven heb....

Och ja: het in juli 2016 verschenen boek heet "Van huis en haard verdreven", met als ondertitel "Dagboek van een evacué tijdens de slag om Arnhem". Bestelbaar bij elke boekhandel, en natuurlijk bij Uitgeverij Boekscout te Soest en www.Bol.com/biografieën. 

De 50 personen die toestemming gaven voor het ontvangen van een eenmalige promotiemail van de uitgever, hebben die e-mail bij de verschijning ontvangen. Slechts enkelen kocht het  boek, meestal bij Bol.com, de grootste internetwinkel, waarin ook mijn eerdere boek "Presikhaaf, het verhaal van een landgoed" te koop was. Nu ik deze zinnen in november 2016 bijvoeg, hoop ik nog steeds op een recensie in De Gelderlander en de aanbeveling door de lezers, die zich als een olievlek zou kunnen uitbreiden.

N.B.: Misschien hoort hier thuis de aarzeling die ik had bij het noemen van de namen van de leden van de boerenfamilie die ons minder aardig ontving. Ik had de gemeente Leusden gevraagd of er na die zeventig jaren nog iemand van leefde en zich beledigd zou voelen. Er bestonden daar nog wel mensen met die achternaam, en zelfs iemand in diezelfde straat. Maar dat konden net zo goed nazaten zijn van "Tante Grietje" de Lange van de boerderij verderop, die in onze tijd al geen contact meer had met de boerenfamilie die ons moest opvangen. Voor de zekerheid vroeg ik de uitgever of ik de familie een andere naam moest geven. Deze zei dat anonimiseren geen zin had, want uit de beschrijving zouden oud Leusdenaren wel weten wie er bedoeld was.

Een ander probleem drong pas later tot mij door. Ik maakte diverse malen melding van "Todkerels", welke titel toen voor iedereen berucht was. Hitler had de Nazi,  'Dokter Todt', opgedragen de atlantikwal, de verdedigingslinie tegen de Engelsen, te bouwen en mocht daar jongens en mannen voor op laten pakken door Duitse soldaten. Die hielden af en toe razzia's (tochten langs de deuren). Als het bericht daarvan als een lopend vuurtje zich verspreidde, verstopten die jongens en mannen zich. Helaas: velen vergeefs, je zag vanuit je verstopplaats hoe zij weggevoerd werden.