maandag 29 augustus 2016

VISSEN

V I S S E N

Vrijdag is mijn boodschappendag. Ik fiets om mijn huis, ga langs het spoor en duik daar iets verder onder het viaduct door. Daar kom ik op het fietspad van de Laan van Presikhaaf, dat westelijk, wat voorheen onze achter- en speeltuin was, begrenst. Halverwege staat aan de binnenkant in het bosje de nieuwe school “Leerpark”. Tussen het fietspad en de school begint daar de vijver die mij blijft begeleiden als ik de hoek naar de IJssellaan naar links opdraai. Van deze zuidelijke zijde kan ik een vage blik werpen op de grote vijver in het park, die als een betekenisvolle vraagteken om het eilandje daar heen draait. Het is het enige wat mij aan dat “cultuur-historisch” bosje van vroeger doet denken. Deed ik mijn best het na de oorlog gekapte bos nieuw leven in te blazen, weet een landschapsarchitecte het beter. Een mooi gazon met hier en daar een boompje, een struikje en zelfs een rijtje bomen.
Soms zit beneden aan de helling aan de rand van de vijver een hengelaar. Vooral als het miezerig weer is. Hij heeft een kolossale zwarte paraplu laag over hem heen gedrapeerd, en ik ontwaar daarnaast nog drie soorten hengels, schepnetten en doosjes met vissersbenodigdheden. En dichter naast hem zijn broodtrommeltje.
Ik deed mijn boodschappen, had mijn fietstassen vol, en meende weer mijn been als altijd zwierig over het zadel te slaan om zo mijn ijzeren ros te bestijgen, maar bleef met mijn been achter het zadel haken. Nou moet ik eerlijk bekennen, dat ik dankzij een verleden van voetballen en boompje klimmen, daar een aardige valtechniek van heb overgehouden. De fiets deed een zijwaartse aanval op mij, dus liet ik hem langzaam over mij heen komen. Twee jongens en twee meisjes van de jeugd van tegenwoordig, kwamen bezorgd op mij af. De knapste (dat heb ik nou altijd) vroeg of ze mij kon helpen. Ik wilde dat graag aanvaarden, maar kon niet nalaten te vragen of ze even naast me wou komen liggen om in plaats van etalages ook eens, zoals ik nu, een blik in de hemel wilde werpen.
Ze hielp de fiets en mij overeind, waarvoor ik mijn grote dank betuigde. Ik ging tegen een grote bloembak leunen, zette de fiets schuin opzij naar me toe, zodat de hoogte van het bestijgen minder groot werd. Dezelfde avond zag ik op de televisie, dat wegens de vergrijzing dergelijke lichte ongevallen schering en inslag waren en mijn methode werd aangeraden. Daarom ruilen de heren hun fiets in voor een damesfiets, liefst met lage instap, en als de beurs het toelaat, elektrisch. Ik dwing mijzelf te blijven bewegen, en ik had die fiets met een mazzeltje voor 134 euro op de kop getikt. Ik ben trouw van aard.
Toen ik dezelfde weg terug reed zat die hengelaar aan de rand van de vijver er nog steeds. Ik kon niet nalaten even naast hem te gaan zitten en te vragen of hij al wat gevangen had en of hij niet bang was kou te vatten. Het antwoord op beide vragen was: "nee, maar meestal bijten ze met dit weer wel het beste, en je kunt de vrouw niet de hele dag voor de voeten lopen”.
Ik vervolgde mijn weg, maar zag de man in mijn gedachten op huis aangaan, zijn visspullen keurig in de hoek van de schuur neerzetten en door te tuin lopen richting visite. Hij keek nog eens achterom en in zijn hoofd zong het liedje: “Er is één ding wat ik niet zou willen missen: …… vissen!”