zondag 7 februari 2016

TUSSEN CONSERVATIEF EN LIBERAAL


Advent

TUSSEN CONSERVATIEF EN LIBERAAL

Piet Schreuder

 

Bij verschillende geloofsgemeenschappen en politieke partijen is de laatste tijd de vraag komen bovendrijven of led en en bezoekers conservatief (ook wel genoemd behoudend), of liberaal (vrij van de oorspronkelijke gedachten) zijn. Natuurlijk is die vraag er sinds de eerste mens geweest, want de mens heeft vrije keus. Een als hij een jaknikker is van de eerste de beste die hem aardig en verstandig voorkomt, en die een goede maatschappelijke positie bekleedt en die vooral goed gebekt is, dan voelt hij zich tot die persoon en zijn verhaal aangetrokken. Hij brengt diens naam en gedachten aan anderen over alsof ze van hem zelf zijn.

Dat proces danken wij aan de regeringsvorm democratie (regering door het volk) waarvan Churchil zei, dat het de slechtste regeringsvorm is die er bestaat, maar dat er geen betere is. De bewoner van zo’n land wordt meer dan ooit gemaand mee te denken bij besluitvorming. Er worden inspraakavonden georganiseerd waar ieder zijn mening mag uiten. Er is vrijheid daartoe, mits er niet gediscrimineerd wordt op ras, volk en sexuele geaardheid, want dan zou je gewelddadige opstand uitlokken, die je juist zo bij dictatuur verafschuwt. Ook is de mens meer dan ooit wantrouwend, en denkt gauw bij een dergelijke avond of het meer een gestuurde voorlichtingsavond is om de mensen zo op één lijn te krijgen. Dat lijkt een moeilijke klus voor een landelijke organisatie waar de ene plaatselijk gemeenschap al verschilt van gedachten en gewoonten van de andere, maar hoe denk je over een wereldgemeenschap waarin verschillende volken, rassen en gewoonten zijn opgenomen?

Dan maar liever éénheid in verscheidenheid met voortschrijdend inzicht, zoals op het wereldcongres van de Advent in 1965 door de meerderheid respectvol werd vastgesteld. Uit de besprekingen werd opgemaakt dat niemand totaal conservatief of liberaal is. Dat vergt nog meer tolerantie.

Dat als beginsel aanvaarden lost natuurlijk niet alle problemen op om die eenheid in de verschillende groepen te garanderen.

Zo werd eind januari 2016 een conferentie georganiseerd waar afgevaardigden uit de Adventgemeenten in Nederland bijeen kwamen om de statuten vast te stellen om eenheid alleen al in ons land te bewaren, ja soms zelfs te herstellen. Misschien zal even ter sprake komen de vraag of een vrouw gelijkwaardig is aan de man en of zij dan ook een predikambt mag bekleden en of sexueel anders geaarden dan de gangbare geaardheid, dus dat de HLBT (homofiel, lesbiciène, bisexueel en transgender) ook op dezelfde wijze gelijkwaardig moet worden beschouwd. Of dat die laatste groep het wel “mogen” zijn, maar praktiseren.

Wat dat betreft lijkt bij het lezen van de laatste landelijke bladen van Advent de kaarten al bij het uniebestuur geschud. Deze lijkt zich liberaal op te stellen net als de meerderheid van de Europese en Noord Amerikaanse Adventgemeenten. Maar dat is mogelijk slechts een kwart van de wereldgemeenschap, want Afrika, Azië en Zuid en Midden Amerika zijn daar nog lang niet aan toe.

Er zijn voor en tegenstanders, en vooral de conservatieve tegenstanders van het liberale goed laten zich dermate fel uit dat een afsplitsing dreigt.

Als wij een lijstje met Bijbelteksten opstellen over de positie van de vrouw daarin, is het onvermijdelijk vast te stellen dat de Bijbel “patriarchaal” is ingesteld. De oudste tekstvondsten wijzen op overleveringen, en bij het doorvertellen kunnen wijzigingen en andere stijlen worden gehanteerd. Daarna kwam de vertaling van de “Septuaginta”, bestaande uit 72 mannen, die de teksten interpreteerden. Vervolgens de vele vertalingen, die kleine wijzigingen vertonen, ook door uitlegkunde. Het zijn allemaal literaire deskundigen en historici, die de teksten beoordeelden naar de laatste stand van zaken op hun gebied. Zowel de encyclopedie van de Bijbel als de inleidingen in de Nieuwe vertaling met Deuteroncanonieke Boeken van 2014, wijzen daarop. Zo wordt bijvoorbeeld vermeld dat de titel boven de Brief van Petrus, de onbekende schrijver daarvan zich van het pseudoniem Petrus bedient om daarmee aan de inhoud meer gezag te verlenen.
Hoewel in de Bijbel vrouwen een belangrijke rol spelen, zouden zij een minderheid vormen tegenover de rol van de mannen. Het is in de Nederlandse taal al jaren de gewoonte dat de titel van een vrouwelijke president, ambtenaar, minister, raadslid, enzovoort, als mannen worden aangesproken. Jahweh, Christus en de apostelen worden als mannen aangesproken. In vers 3:1 van de zojuist genoemde Brief van Petrus staat: “Vrouwen, erken het gezag van uw man”. In Kol. 3:18, Efese 5:24, Titus 2:5 en 1 Kor. 11:7 wordt dat herhaald. Laatste met argument: “Want een man lijkt op God”. ( Aardige bijkomstigheid: de titel “Drie-eenheid” is vrouwelijk…)
1Tim. 2:11: “Een vrouw dienst zich gehoorzaam en bescheiden te laten onderwijzen: Ik sta haar dus niet toe dat ze zelf onderwijst of gezag over mannen heeft… want Adam werd eerst geschapen, pas daarna Eva….., enz. (Wat van zulke argumenten te zeggen). De tweede tekst over de schepping van de mens luidt: “Hij schiep hen man en vrouw”. (Genesis 1:27)
Tot slot Galaten 3:28 (vrij overgenomen): “U allen bent in dat opzicht geen Joden, Grieken, slaven of vrijen, mannen of vrouwen meer”.
Maar pas kortgeleden werd in Nederland de slavernij afgechaft, die in de Bijbel normaal lijkt te worden bevonden. Zo zijn er meer normen en waarden die in de maatschappijen in het verleden tot in Bijbelse tijden “normaal” werden bevonden en door Christenen van heden scherp worden afgekeurd.
Van invloed op het beleid is ook de berichtgeving van de media, die de panische gedachte gaande houdt over de toestand in de wereld, vergetende dat de toestand in alle tijden, dan hier, dan daar, altijd niet rooskleurig is geweest. Het Algemeen Dagblad van26 januari 2016 opende deze keer met op de voorpagina het woord van de hoofdredacteur, die schreef: “Het gaat goed met de wereld. Geweld is op zijn retour, armoede wordt uitgeroeid, ziektes overwonnen. Helaas wordt het slechte nieuws belangrijker gevonden om te schrijven en te lezen. Daarom draait de krant deze keer de zaak eens om”.
NABESCHOUWING
Uit de brieven van Paulus, Petrus en Johannes (zie ook Openbaring de brief aan de zeven gemeenten in de eerste drie hoofdstukken) blijkt dat de menen in de tonmalige Christelijke gemeenten, fouten en gebreken in hun denken en doen hadden als wij. Het verschil is dat zij in andere omstandigheden, die van tweeduizend jaar geleden, leefden dan wij nu.
In het Oude Testament lezen wij dat de Israëlieten een koning wilden hebben zoals omliggende volken hadden. God was daarop tegen, omdat ze Hem, Jahweh, als hun Koning moesten beschouwen. Toch kwam hij hen daarin tegemoet.
Wij leven met onze gemaksvoorzieningen, economische omstandigheden en berichtgeving over de toestand in de hele wereld, veel anders. Daarbij waren Amerika, Japan en meer delen van de wereld nog onbekend en hadden zij daar andere overleveringen en gebruiken dan wij; en nog zijn die eigenschappen in de verschillende werelddelen anders, en is er verschil tussen “ontwikkelingslanden” en “ontwikkelde landen”.
Eén ding blijft hetzelfde: waar het Bijbelse plan aanvaard wordt, trachten mensen Christus in woord en daad te volgen in verdraagzaamheid en respect voor elkaar. Christus is immers niet alleen voor een bepaalde Christelijke groep gestorven, maar de HELE WERELD God zich met ons verzoenende. Over de hele aarde, waar mensen daarvan op de hoogte kwamen, kregen vrouwen meer kans zich te ontwikkelen. Zij toonden gaven en talenten te hebben, gelijkwaardig aan die van de mannen. In de Bijbelse brieven richten de schrijvers zich tot “de broeders en de zusters”. Ook nu doen wij dat, maar met meer besef van gelijkwaardigheid, vooral op het gebied van de Christelijke godsdienst en de organisatie van de gemeenten. Het is zelfs zo dat door de opvoeding van kinderen door de vrouwen, mensen vaker voor het geloof gewonnen worden. Veel echtparen zijn echter nu tweeverdieners, die hun kinderen in de dagopvang brengen, die zelfs tot sleutelkinderen worden veroordeeld.
Christus en de eerste Christenen waren Joden die oorspronkelijk de Joodse Godsdienst aanhingen. Zij putten hun kennis over God uit het Oude Testament, de Hebreeuwse Bijbel. Ook toen bleken de mensen behept met fouten en gebreken, waarop de leiders, koningen en profeten geen uitzondering maakten. Voor misdadigers stonden strafrechtelijk met martelingen en standrechtelijke ececuties te wachten. De Joodse godsdienst beoogde een door mensen maakbare perfecte wereld te verwerkelijken. De praktijk toonde aan dat dit een onmogelijke zaak was. Daaruit ontstond en Christelijke Godsdienst met normen en waarden, die de tien geboden van God Jahweh de juiste invulling gaven. Christenen erkennen die alleen hun tekort schieten, maar ook dat daarom behoud alleen mogelijk is door het aanvaarden van Christus als hun Verlosser en Zaligmaker. Zij kunnen daardoor gesterkt en getroost worden in het geloof van de nieuwe, perfecte wereld, waar geen onrecht, dood of rouw meer bestaat. De vorige dingen zullen niet meer worden gedacht.
Dit alles door mij geschreven onder voorbehoud van mijn tekort aan inzicht op bepaalde gebieden.
P.S.: De uitleg van de profetieën van Miller en E. White, en andere inzichten die uitmondden in 1844, zullen vast en zeker later programmapunten vormen die kritischer worden beschouwd.