woensdag 2 oktober 2013

MIEPSIE GARFIELD

K L A P: geen poes voor (o)pa Piet Schreuder

GEVOELENS IN DONKERE DAGEN

Het moet u er nu echt eens van komen, dacht ik. De laatste maanden nam het verlangen naar een levend wezen in huis almaar toe. Altijd poezen gehad en zestien jaar lang de hond Jopie, mijn beste vriend. De laatste poes, de gevlamde Miepsie 3, die ik van het asiel had betrokken, is nu al een paar jaar geleden aan kanker gestorven. Ik ken de verantwoording voor de zorg van een dier en ik ben inmiddels de 80 jaar gepasseerd. Dat weerhield me om opnieuw een poes aan te schaffen. Maar dochter Seraja en zoon Peter hadden toen gezegd: ach pa, als je ziek wordt of dood gaat, dan zorgen wij toch wel voor die poes?
Ik heb de mand met het kleedje en de kattenbak en zelfs het strooisel nog. En schrijvers als de bioloog Midas Dekkers schreef dat hij niet meer hoefde te reizen en veel uit te gaan. Met de poes op schoot kon hij lezen, schrijven en t.v. kijken en zo de hele wereld voldoende bekijken. Het gaat in het leven om gezelligheid. En mijn overwegingen zijn het laatste jaar: "als ik geen liefde had was ik een rinkelend cimbaal.” (1 Kor.13:1). Een hoop op een vrouw met wederzijdse liefde, blijk ik na jaren bidden te moeten opgeven.
Voor de zekerheid toch maar even dochter Seraja gebeld. Maar toen begon het al. Ze zat weliswaar in de verbouwing (haar huis wordt gerenoveerd), dus met het gevoel van drukte, dat ze daarom zei: Nee pa, doe het maar niet, als je wat overkomt dan moeten anderen die zorgen overnemen en dat kunnen ze met hun drukte tegenwoordig niet.
Toch ook maar even zoon Peter gebeld. Die had dezelfde boodschap. En tenslotte het Asiel Dierenborch ook als laatste hoop gebeld. Ik vertelde mijn leeftijd natuurlijk, maar ook het verlangen. De dame zei: mijnheer, op uw leeftijd is het niet aan te raden. Als u sterft en het dier moet weer terug naar het asiel, dan raakt het in shock.
Dat deed de deur voor me dicht. Ik bleef zitten met de beruchte, niet dierlijke, kater.
Ik ben inderdaad oud en hoewel ik gezond ben, kan ik elk ogenblik sterven. Er zijn maar weinig mensen, ondanks de vergrijzing, die de 90 halen. Dat besef had ik wel, maar het werd nu bevestigd, en dat deed pijn. En dat versterkt ook de vrees voor het stervensproces, waar ik toch eens aan moet geloven. En hoewel een poes, naar mijn bevindingen, gauw aan een ander baasje of vrouwtje went, wil ik toch niet een ander met mijn zorg opzadelen.
Dit schreef ik allemaal in 2011
Pietje Schreuder, die helaas ook niets anders, zelfs geen poes, heeft waarmee hij zijn leven, liefde, gevoelens en gedachten kan delen op o.a. zondag 5 december 2010, de Sinterklaasavond nadat de dooi zijn parkje in een blubbertoestand had veranderd en hij het wandelingetje er ’s middags maar bij liet zitten. In gezelschap van al die personen die de helft van de mensheid uitmaakt.

PS: Oktober 2012. Niet lang na bovenstaande de dierenarts die zijn praktijk op de Velperweg heeft, in parkje Sacre Coeur waar hij zijn twee honden uitliet, mij laten overtuigen dat ik mij van al die adviezen niets moest aantrekken. Als ik behoefte aan dierengezelschap in huis, dan moest ik me niet laten weerhouden een poes aan te schaffen. Hij noteerde mij voor een herplaatsbaar katje. Half jaartje daarna kreeg ik bericht dat een paar jongelui het diertje wilden brengen dat aan hun overleden moeder had toe behoord. Ik ben nu dik bevriend met een roodharig katje, genaamd Garfield. Ik kon toch niet nalaten daarvoor de naam Miepsie van de eerste poes uit mijn jeugd te plaatsen. De hele buurt leefde mee, zoals ik met alle dierenbezitters en hun dieren hier.