K L A P:
geen poes voor (o)pa Piet Schreuder
GEVOELENS IN DONKERE DAGEN
Het moet
u er nu echt eens van komen, dacht ik. De laatste maanden nam het verlangen naar
een levend wezen in huis almaar toe. Altijd poezen gehad en zestien jaar lang de
hond Jopie, mijn beste vriend. De laatste poes, de gevlamde Miepsie 3, die ik
van het asiel had betrokken, is nu al een paar jaar geleden aan kanker
gestorven. Ik ken de verantwoording voor de zorg van een dier en ik ben
inmiddels de 80 jaar gepasseerd. Dat weerhield me om opnieuw een poes aan te
schaffen. Maar dochter Seraja en zoon Peter hadden toen gezegd: ach pa, als je
ziek wordt of dood gaat, dan zorgen wij toch wel voor die poes?
Ik heb
de mand met het kleedje en de kattenbak en zelfs het strooisel nog. En
schrijvers als de bioloog Midas Dekkers schreef dat hij niet meer hoefde te
reizen en veel uit te gaan. Met de poes op schoot kon hij lezen, schrijven en
t.v. kijken en zo de hele wereld voldoende bekijken. Het gaat in het leven om
gezelligheid. En mijn overwegingen zijn het laatste jaar: "als ik geen
liefde had was ik een rinkelend cimbaal.” (1 Kor.13:1). Een hoop op een vrouw
met wederzijdse liefde, blijk ik na jaren bidden te moeten opgeven.
Voor de
zekerheid toch maar even dochter Seraja gebeld. Maar toen begon het al. Ze zat
weliswaar in de verbouwing (haar huis wordt gerenoveerd), dus met het gevoel
van drukte, dat ze daarom zei: Nee pa, doe het maar niet, als je wat overkomt
dan moeten anderen die zorgen overnemen en dat kunnen ze met hun drukte
tegenwoordig niet.
Toch ook
maar even zoon Peter gebeld. Die had dezelfde boodschap. En tenslotte het Asiel
Dierenborch ook als laatste hoop gebeld. Ik vertelde mijn leeftijd natuurlijk,
maar ook het verlangen. De dame zei: mijnheer, op uw leeftijd is het niet aan
te raden. Als u sterft en het dier moet weer terug naar het asiel, dan raakt
het in shock.
Dat deed
de deur voor me dicht. Ik bleef zitten met de beruchte, niet dierlijke, kater.
Ik ben
inderdaad oud en hoewel ik gezond ben, kan ik elk ogenblik sterven. Er zijn
maar weinig mensen, ondanks de vergrijzing, die de 90 halen. Dat besef had ik
wel, maar het werd nu bevestigd, en dat deed pijn. En dat versterkt ook de
vrees voor het stervensproces, waar ik toch eens aan moet geloven. En hoewel
een poes, naar mijn bevindingen, gauw aan een ander baasje of vrouwtje went,
wil ik toch niet een ander met mijn zorg
opzadelen.
Dit
schreef ik allemaal in 2011
Pietje
Schreuder, die helaas ook niets anders, zelfs geen poes, heeft waarmee hij zijn
leven, liefde, gevoelens en gedachten kan delen op o.a. zondag 5 december 2010,
de Sinterklaasavond nadat de dooi zijn parkje in een blubbertoestand had
veranderd en hij het wandelingetje er ’s middags maar bij liet zitten. In
gezelschap van al die personen die de helft van de mensheid uitmaakt.
PS: Oktober
2012. Niet lang na bovenstaande de dierenarts die zijn praktijk op de Velperweg
heeft, in parkje Sacre Coeur waar hij zijn twee honden uitliet, mij laten
overtuigen dat ik mij van al die adviezen niets moest aantrekken. Als ik
behoefte aan dierengezelschap in huis, dan moest ik me niet laten weerhouden
een poes aan te schaffen. Hij noteerde mij voor een herplaatsbaar katje. Half
jaartje daarna kreeg ik bericht dat een paar jongelui het diertje wilden
brengen dat aan hun overleden moeder had toe behoord. Ik ben nu dik bevriend
met een roodharig katje, genaamd Garfield. Ik kon toch niet nalaten daarvoor de
naam Miepsie van de eerste poes uit mijn jeugd te plaatsen. De hele buurt leefde
mee, zoals ik met alle dierenbezitters en hun dieren hier.