zondag 11 augustus 2013

NIEMAND ALLEEN


Wat ik niet uit een boekje leerde
De beste lessen die ik mij voor een vak trachtte eigen te maken, staan niet in een boekje of cursusmateriaal maar kreeg ik uit de praktijk. Daar leerde ik o.a. dat ieder mens en elke situatie anders is en dus een aangepaste beoordeling en behandeling behoeft. Of juist ik die moet of kan toepassen is een andere zaak. Het is dus heel goed mogelijk dat ik daarvoor niet de juist aangewezen persoon kan zijn. Doktoren en specialisten krijgen voortdurend bijscholing en overleggen vaak onderling hoe gelijkende gevallen behandeld zouden kunnen worden. En toch blijven zij als basis zich aan de algemene richtlijnen houden, die in boeken en cursussen staan. Hetzelfde medicijn voor een gelijkend persoon kan het tegenover gestelde gevolg hebben.
Zo kiest iedereen zijn vrienden door wie zij zich bevestigd willen zien of gewaardeerd voelen. Of vindt hij iemand over wie hij de baas kan spelen of wie hij graag wil gehoorzamen. Zij beïnvloeden elkaar ten goede of ten kwade. Ook kunnen zij geleidelijk andere vrienden krijgen. Ik kan anderen bepaalde vrienden niet af- of aanraden, of ik die vriendschappen nu wel of niet goed keur. Het is altijd een persoonlijke keuze. Toch wordt er in de wereld voortdurend over een vriendschap een oordeel uitgesproken. Als ik een persoon, hoe dierbaar mij die ook moge zijn, een vriend af raad met welke goed bedoelde redenen ook, dan kan de aangesprokene zich juist met andere argumenten, al of niet goede, zich juist tegen mijn advies verzetten en de door mij afgewezen vriendschap juist hechter maken. De vrienden vinden elkaar op gebied en houding tegenover anderen als gelijk gestemden en gaan elkaar steeds meer bemoedigen daarin.
Toch blijkt uit de geschiedenis dat ouders en vooral moeders in de meeste delen van de wereld de juiste vrienden voor hun kinderen trachten te vinden. Zo bestaat er een stamverwantschap, godsdienstige of politieke richting waarvan ouders of andere familieleden graag hun dierbare kind voor behouden willen zien. Zo is bekend dat de ouders van de latere leider van India al voor haar geboorte het kind van geest- en stamverwanten hadden uitgekozen voor hun huwelijk. Dit bleek ‘toevallig’ een goede keus te zijn. Maar hoe vaak pakte dit anders uit! Daarom heeft de titel ‘schoonmoeder’ een onvriendelijke klank gekregen als de moeder die zich altijd maar met het huwelijk van haar kind blijft bemoeien. Gelukkig is deze toestand al lang niet meer zo algemeen als min of meer gesuggereerd wordt. Men heeft toch het hier bovenstaande lesje uit de praktijk geleerd.
Familie kan ik niet kiezen. Als een familielid mij niet bevalt zal ik hem niet van mij afstoten, omdat ik daarmee een deel van mezelf afstoot. Hij is juist een proef voor mij om ieder mens te respecteren. Ik kan voor dat examen slagen, maar ik moet als in een cursus voortdurend mijn best doen het onderwerp te beheersen en niet schromen iemand die daarin al slaagde te vragen zijn ervaringen met mij te delen.
Zo is niemand alleen. Geen geval is hopeloos. Ik denk aan het liedje: “We zijn er op de wereld om mekaar om mekaar te helpen niet waar?” Maar ik moet het meestal aan een andere macht overlaten hoe graag ik ook mijn bovenstaande ervaringen als advies wil geven.
Dus, wat moet ik eigenlijk met dit stukje aan?