dinsdag 6 augustus 2013

CHARISMA


Woorden en gevoelens
Hoewel ik met het Nederlands Taalgenootschap een verklaard tegenstander ben van het gebruik van buitenlandse leenwoorden, vind ik deze te mooi klinken om hem met het Nederlandse woord daarvoor te vervangen. Ik wil niet de letterkundige uithangen, want dat ben ik niet. Daarom kan ik ook niet een muggenzifter zijn. Van Dale omschrijft het woord 'charisma'als 0.1: bijzondere uitstraling van iemand met een  krachtige persoonlijkheid=aantrekkingskracht. 0.2: bijzondere gave van de H.Geest om het rijk Gods te dienen”. Het Prisma woordenboekje zegt het simpeler met: genadegift, uitstraling”. Terwijl bij de laatste achter het woord “uitstraling” staat: ‘het in staat zijn te charmeren’, verklaart Van Dale daarachter: 3.3: ‘het in staat zijn anderen in zijn of haar ban te krijgen’.
Het komt erop neer, dat je, zoals met elk woord, een indruk van iets of iemand krijgt dat aan je gevoel beantwoordt. Daarom hanteer ik graag het rijtje”
‘Gevoelen, denken, doen, spreken, schrijven’. Zover ik in films het lesgeven in letterkunde gadesloeg, werd daar veel aan de hand van klassiekers als Shakespeare, gevraagd wat de schrijver met een woord, uitdrukking, zin, of zelfs geheel boek, wilde zeggen. En altijd was het een daarachter liggende gedachte. Eigenlijk gebeurt dat in preken regelmatig.
Mijn opvatting is dat ieder wezen iets uitstraalt, ten goede of ten kwade. Hoe vaak is niet gebleken dat ook de grootste boeven op een heel volk aantrekkingskracht kunnen uitoefenen. Dus, het is uitkijken geblazen. Een goed lijkend mens kan een slechterik zijn en andersom. Hij kan ook nog van karakter veranderen. Een godsdienstige noemt het ten goede veranderen “bekeren”. De meeste mensen luisteren helaas liever naar een goede spreker, die onzin uitkraamt, dan naar een slechte spreker die wijze woorden zegt. Je treft beiden aan in de Bijbel. Als een leider van een andere geloofsgemeenschap dan de jouwe, charisma heeft, dan kan je je altijd op teksten beroepen als “de duivel zal komen als een engel des lichts”.

Aantallen
Ze schieten als paddenstoelen uit de grond en groeien als kool. Vooral in Zuid Amerika. Ze hebben daar al een miljoen leden uit de Katholieke kerk weggezogen. Op de massabijeenkomsten in stadions wordt het gevoel opgeroepen alsof het Koninkrijk al is aangebroken of tenminste de komende dagen zal ontstaan. Zo manifesteert de Pinkstergemeente zich. En vergis je niet: er zijn ook katholieke groeperingen die dezelfde uitingen vertonen. Ach, het zich beroepen op wonderen geeft hen al een voorsprong. Ontdekt men nu pas dat een katholiek honderd jaar geleden iemand op wonderbare wijze genas, dan kan hij zomaar heilig worden verklaard.
Maar de paus lijkt zich daar niet al te druk over te maken. Hij was op bezoek in Argentinië, waar miljoenen katholieken zich vergaapten aan dat kleine witte figuurtje in de verte op het podium of op één van de vele schermen. Hij is óók charismatisch, maar op een andere manier dan de Evangelische Pinkstergemeenten. Het straalt van hem af en naar hem toe. Hij gaat gewoon met de tram naar de kerk, begeeft zich tussen de mensenmassa zonder zich blijkbaar om zijn veiligheid te bekommeren, en woont niet in het pauselijk paleis maar slaapt in een appartementje. Want hij koos niet voor niets de naam Franciscus die zich vereenzelfdigde met de armen. Doe daar maar eens wat tegen. Media krijgt daarmee een dubbele betekenis.
Zo bezorgd over dat beetje ledenverlies hoeft hij zich ook niet te maken. Op de wereldkaart gezien heeft hij ruim een miljard volgelingen en over niet al te lange tijd is de katholieke kerk in China nog wel de grootste christelijke kerk. En China heeft een miljard inwoners. Dat is het zevende deel van de wereldbevolking dat ruim 7 miljard bedraagt. (Over niet al te lange tijd moeten 9 miljard mensen worden gevoed, meldt het nieuws).
De protestanten hebben het nakijken, en daar helpt geen lieve moedertje aan. Samen halen ze dat getal niet. En dan die drie geloofsgemeenschappen die omstreeks 1844 een goede start maakten met de aankondiging van het spoedige wereldeinde en de komst van Christus. Laten we dicht bij huis blijven: de Adventkerk telt in ruim 200 landen 20 miljoen leden, inclusief bezoekers, familie en vrienden. Daar komen volgens verwachting elk jaar een miljoen bij. Ze zijn in Nederland met 5000 leden wat schraal bedeeld. De Jehova’s Getuigen, die uit de Adventkerk zijn voortgekomen, geven op dat zij in 236 landen 7,5 miljoen leden in 373 gemeenten hebben. In Nederland zouden ruim 29.000 Jehovahs Getuigen in 368 gemeenten samenkomen. De Mormonen, in diezelfde periode ontstaan, hebben 13 miljoen volgelingen, maar de helft daarvan woont in Amerika en is vooral in en om Salt Lake City gelegen, waar hun hoofdkantoor zich bevindt en niet te vergeten de tempel met het gouden dak en de beste akoestiek ter wereld. Ieder symfonieorkest van faam wil daar minstens eenmaal een uitvoering hebben gegeven.
Alle drie groepen komen voort uit de Baptistenkerk, de grootste protestantse kerk ter wereld en in Amerika, telt 35 miljoen leden. Bij haar is altijd al wat van die ‘begeestering’ aanwezig geweest. Zij kenmerkt zich naast het geloof in de verlossing door Christus, door haar ijver voor “vrijheid van godsdienst”. Zo is elke Baptistengemeente binnen deze geloofspunten binnen ruime grenzen autonoom. Daardoor was het mogelijk voor elke gelovige zelf zijn conclusies uit de Bijbel te trekken en een nieuwe gemeenschap te stichten onder dezelfde naam. Die worden niet als afscheidingen gezien.

Golfbeweging in geloof
In en vooral na de laatste wereldoorlog namen de verschillende evangelische pinkster-gemeenten een grote vlucht. Veel Christenen meenden dat het uitblijven van de komst van Christus met het nieuwe Koninkrijk, als oorzaak had het gebrek aan begeestering, welke spiritualiteit zo duidelijk aanwezig was tijdens het ontstaan van het christendom. De kenmerken van toen, de wonderen, genezingen, het spreken in tongen, ook wel klanktaal genoemd, het luidkeels al of niet gezamenlijk aanroepen van God met smeek- en dankgebeden al of niet met luid gezang en gebaar, moeten gelijk zijn aan die tijdens de uitstorting van de Heilige Geest, beschreven in Handelingen 2. Dat zou het ware geloof hoor- en zichtbaar maken, waardoor die beloofde wonderen weer tot stand kwamen. Deze beleving zou charismatisch, uitstralend, bevonden worden.

Kijk a.u.b. zelf even op internet of ik deze getallen juist heb overgenomen. Want er zijn verschillende bronnen. Ik memoreerde deze alleen om hun kansen door u te laten schatten. Maar wie de getallen heeft aangeleverd is voor mij onzeker. Onderzoeken verschillen, evenals de tijd waarin zij werden gedaan. Een opgave van een hoeveelheid navolgers kan als bemoediging voor de achterban zijn bedoeld.
Deze groepen verkondigen dat de nieuwe hemel en aarde “spoedig” aanbreekt. De voortekenen zijn al aanwezig, dus moet men in die verwachting leven. Als deze boodschap gelijk op moet gaan met de toename van het aantal christenen, dan moet er nog een hele slag geslagen worden. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland zaten de kerken vol. Nu klagen de kerken dat ze net als verenigingen leeglopen. Dat acht op de tien mensen geloven dat er wel ‘iets’ is, brengt hen niet tot het belijden van de leer van een of andere kerk om zich daarbij aan te sluiten.
Het is dus als in de oorlog bleek: nood leert bidden. Men zoekt weliswaar naar een oplossing van de vele ellende die over de wereld wordt uitgestort, maar vindt die (nog) niet.

Opwekking
Geen wonder dat van tijd tot tijd een oproep om “opwekking” wordt gedaan. Eerst moeten de leden natuurlijk zelf worden opgewekt en begeesterd worden. Dan pas kunnen zij de boodschap verspreiden en wel op dusdanige wijze dat veel mensen zich bij hun kerk zullen aansluiten. Elke gemeenschap doet zijn best dé middelen daarvoor te vinden.
Nou heb ik het natuurlijk over de algemene toestand van de meeste kerken en verenigingen in Europa. De één geeft de schuld aan de welvaart (we hebben alles al), de ander wijst op de televisie en de computer aan wie de meeste mensen liever hun tijd geven en genoegen nemen met het surrogaat sociale leven daarop vertoond en mee beleefd. De ongelijkheid tussen de inkomsten van enigen met de meeste anderen zou een oorzaak zijn van slechte mentaliteit, die steeds meer tot wetsovertreding leidt. De aandacht wordt op de bestrijding daarvan gericht, met voor de gelovige de taak om een voorbeeld te zijn van goed gedrag volgens de tien geboden. Maar dat alles zet tot nog toe geen zoden aan de dijk. Dus blijft het “brainstormen”, oftewel uit vele voorstellen dé voordracht, hét middel zoeken te vinden en toe te passen om mensen van jouw overtuiging en levensverwachting deelgenoot te maken, zodanig dat ze met jou samen daarvoor optrekken in jouw gemeenschap.
Wij zien geregeld grote bijeenkomsten op het beeldscherm. Een deelnemer die daar om zich heen kijkt, heeft dan het versterkende gevoel: ik ben niet de enige die dit geloof heeft. En als dan verteld wordt dat het door miljoenen mensen in talloze landen gedeeld wordt, dan weet je zeker dat de belofte vervuld is dat het tot het einde der aarde verspreid zou worden. Je wordt, waar ook ter wereld, bij jouw gemeenschap als broeder en zuster ontvangen. Dus dat is het “ware” geloof.
Er treedt dan op die bijeenkomst vaak een president van de wereldgemeenschap op, waarvan je wel in bladen hebt gehoord en gezien, maar nooit van zo dichtbij. Die persoon heeft bij voorbaat daardoor al een uitstraling. Je verwacht heel veel van zijn uiterlijk en toespraak. Er zijn echter sprekers die het op kleine bijeenkomsten heel goed doen, maar minder op massabijeenkomsten, waar bovendien nog een vertaler de vaart uit de preek wegneemt. Deze vertoning heeft dus een keerzijde.
De Nederlandse voorzitter Free Voorthuis hield in de oorlog voor radio Luxemburg op zondagmorgen acht uur een half uur een toespraak. Op zijn laatste toogdag liet hij mij weten dat hij al die toespraken op papier had bewaard. Zij waren goed om naar te luisteren. Hoeveel buitenstaanders dat getrokken heeft is niet bekend. Jan Eelsing, terug van zijn zendingsmissie in Nederlands Indië, had de zeer gewenst uitstraling en hield lezingen voor volle zalen. Veel mensen kwamen daardoor tot de Adventkerk.

Verschillende pogingen
In Nederland en Duitsland werd tot ongeveer dertig jaar na de oorlog met boeken gecolporteerd door beroepscolporteurs en leken. De verkoop verliep zo dramatisch, dat niemand daarvoor meer te porren viel. Er volgden openbare lezingen, bladenverkoop en folderverspreiding in groepen. Ook die  leverden steeds minder tot niets op. De werkelijkheid kan moeilijk verteerbaar zijn. Zo was er een nieuw pinksterachtig lid dat een tiental anderen overtuigde dat zij te weinig geloof hadden om succesvol te zijn. Onder dringend gebed werd de zegen gevraagd voor het huren van een zijzaal van de bekende Arnhemse muziektempel Musis Sacrum. Er werd een uitnodiging in de krant geplaatst. Ik waarschuwde dat het duidelijk moest zijn dat er momenteel geen behoefte aan het bezoeken van dergelijke bijeenkomsten was. Ik vond het weggegooid geld en kwam niet. Er kwamen vijf Sabbatvierenden uit het Westen van het land met een organist ter ondersteuning. Ik wilde niet per se gelijk krijgen, maar kreeg het wel. Er kwam NIEMAND. Zo werden nog enkele bijeenkomsten georganiseerd. Met hetzelfde resultaat.
Tot dan waren er jaarlijks enkele districtsbijeenkomsten. In de Apeldoornse Adventkerk kwamen de leden van de gemeenten die tot het district behoorden bijeen. Die bijeenkomsten waren er op gericht om de leden uit die omgeving met elkaar het geloof te doen beleven. De meesten uit Nijmegen, Arnhem, Deventer, Zutphen en Doetinchem kwamen met openbaar vervoer. Zo mobiel als nu waren ze toen niet. Het was of we op bedevaart gingen. Ik kreeg zelfs voor een toneelstuk eens de Amsterdamse jeugd daar in een grote houten kerk aan een plantsoen. Op de hoeken van het podium waren palen geplaatst met een oliehoudend wasbekken erop. Ze droegen bij aan de sfeer van het toneelstuk. Tot één van die fakkels overstroomde en het vuur maar de grond lekte. Ik zat midden in de zaal en had geen behoefte de held te spelen. Maar als niemand het gevaar ziet en er wat aan doet, dan moet het. Ik stapte daar uiterlijk kalm naar toe, pakte de paal met het vlammende bekken en liep daarmee naar de nooduitgang naast het toneel. Dat poortje was laag, dus moest ik die lange paal ook nog horizontaal houden. Het slaagde. Het toneelstuk ging gewoon door en de kerk was gered. Later kreeg ik het grapje te horen: “Was er eindelijk eens vuur in de kerk en haal jij het eruit!”

Hoe verder?
Dergelijke avontuurlijke districtsbijeenkomsten mis ik nu. Het scheelde een aantal predikanten werk en de broeders Voorthuis en Slont konden de geest erin houden. We kenden op het laatst elkaar allemaal. Ook gewoonlijke achterblijvers kwamen er, en wat nieuwelingen.
Positiever kan ik zijn over een onlangs gehouden zangdienst in een zaal in Oosterbeek, waar verschillende zangkoren, onder andere De Advocals uit Arnhem, en enkele kwartetten optraden. Ze nodigden de toehoorders af en toe tot meezingen. De kerk was vol. Er kwamen ook buitenstaanders, die na afloop hun lof betuigden, maar verder niets van zich lieten horen.
In Arnhem en Nijmegen was een paar jaar sprake van samengaan. Nieuwbouw in de wijk Schuytgraaf zou voordeliger zijn dan het onderhoud van de twee oude kerken. Als proef vergaderden zij een paar maal samen in kerken in Nijmegen en Arnhem. In Arnhem werd een zangdienst voorbereid met koren en kwartetten, geestelijke linedancing (ik ken het juiste woord niet) door kinderen met korte verbindende bijbeloverdenkingen. Eindelijk hadden we in Arnhem de kerk propvol begeesterde bezoekers, waaronder ook buitenstaanders. We durfden met een gerust hart mensen uit te nodigen. Maar er kwamen later geen nieuwe bezoekers.
Er is echter het besef dat de maandelijkse eigen invulling, zoals die nu wordt genoemd, veelal op de schouders van een klein groepje mensen zou komen te rusten.

Ik ga naar mijn gewoonte elke dag naar de bijeenkomst, wat er ook op het programma staat, anders zou ik de eer die ik aan de Schepper wil betonen, veel minder voelen. In een brief werd ons het motto van het derde kwartaal 2013, Opwekking, voorgehouden en gevraagd om methoden daarvoor aan te leveren. Natuurlijk niet alleen om onszelf op te wekken, maar ook daarmee anderen te trekken. Met het woordje “charisma” dat deze overdenking als titel wil dragen, hoop ik bij te dragen anderen hierover mede tot nadenken te brengen. Natuurlijk heeft God Jahweh zijn programma al opgesteld en zal het uitgevoerd worden naar Zijn wil. Uit Zijn Woord en de aanmoedigingen van Christus valt echter zonder twijfel op te maken dat Hij Zijn plan niet zonder onze medewerking wil uitvoeren. Bid en werk dus met hoop op zegen, die vast zal worden gegeven.
o.v.
Piet, Arnhem