Woorden en gevoelens
Hoewel ik met het
Nederlands Taalgenootschap een verklaard tegenstander ben van het gebruik van
buitenlandse leenwoorden, vind ik deze te mooi klinken om hem met het
Nederlandse woord daarvoor te vervangen. Ik wil niet de letterkundige
uithangen, want dat ben ik niet. Daarom kan ik ook niet een muggenzifter zijn. Van Dale omschrijft het woord 'charisma'als 0.1: bijzondere uitstraling van
iemand met een krachtige
persoonlijkheid=aantrekkingskracht. 0.2: bijzondere gave van de H.Geest om het
rijk Gods te dienen”. Het Prisma woordenboekje zegt het simpeler met:
genadegift, uitstraling”. Terwijl bij de laatste achter het woord “uitstraling”
staat: ‘het in staat zijn te charmeren’, verklaart Van Dale daarachter: 3.3:
‘het in staat zijn anderen in zijn of haar ban te krijgen’.
Het komt erop neer,
dat je, zoals met elk woord, een indruk van iets of iemand krijgt dat aan je
gevoel beantwoordt. Daarom hanteer ik graag het rijtje”
‘Gevoelen, denken,
doen, spreken, schrijven’. Zover ik in films het lesgeven in letterkunde
gadesloeg, werd daar veel aan de hand van klassiekers als Shakespeare, gevraagd
wat de schrijver met een woord, uitdrukking, zin, of zelfs geheel boek, wilde
zeggen. En altijd was het een daarachter liggende gedachte. Eigenlijk gebeurt dat
in preken regelmatig.
Mijn opvatting is
dat ieder wezen iets uitstraalt, ten goede of ten kwade. Hoe vaak is niet
gebleken dat ook de grootste boeven op een heel volk aantrekkingskracht kunnen
uitoefenen. Dus, het is uitkijken geblazen. Een goed lijkend mens kan een
slechterik zijn en andersom. Hij kan ook nog van karakter veranderen. Een
godsdienstige noemt het ten goede veranderen “bekeren”. De meeste mensen
luisteren helaas liever naar een goede spreker, die onzin uitkraamt, dan naar
een slechte spreker die wijze woorden zegt. Je treft beiden aan in de Bijbel.
Als een leider van een andere geloofsgemeenschap dan de jouwe, charisma heeft,
dan kan je je altijd op teksten beroepen als “de duivel zal komen als een engel
des lichts”.
Aantallen
Ze schieten als
paddenstoelen uit de grond en groeien als kool. Vooral in Zuid Amerika. Ze
hebben daar al een miljoen leden uit de Katholieke kerk weggezogen. Op de
massabijeenkomsten in stadions wordt het gevoel opgeroepen alsof het Koninkrijk
al is aangebroken of tenminste de komende dagen zal ontstaan. Zo manifesteert
de Pinkstergemeente zich. En vergis je niet: er zijn ook katholieke
groeperingen die dezelfde uitingen vertonen. Ach, het zich beroepen op wonderen
geeft hen al een voorsprong. Ontdekt men nu pas dat een katholiek honderd jaar
geleden iemand op wonderbare wijze genas, dan kan hij zomaar heilig worden
verklaard.
Maar de paus lijkt
zich daar niet al te druk over te maken. Hij was op bezoek in Argentinië, waar
miljoenen katholieken zich vergaapten aan dat kleine witte figuurtje in de
verte op het podium of op één van de vele schermen. Hij is óók charismatisch,
maar op een andere manier dan de Evangelische Pinkstergemeenten. Het straalt
van hem af en naar hem toe. Hij gaat gewoon met de tram naar de kerk, begeeft
zich tussen de mensenmassa zonder zich blijkbaar om zijn veiligheid te
bekommeren, en woont niet in het pauselijk paleis maar slaapt in een
appartementje. Want hij koos niet voor niets de naam Franciscus die zich
vereenzelfdigde met de armen. Doe daar maar eens wat tegen. Media krijgt
daarmee een dubbele betekenis.
Zo bezorgd over dat
beetje ledenverlies hoeft hij zich ook niet te maken. Op de wereldkaart gezien
heeft hij ruim een miljard volgelingen en over niet al te lange tijd is de
katholieke kerk in China nog wel de grootste christelijke kerk. En China heeft
een miljard inwoners. Dat is het zevende deel van de wereldbevolking dat ruim 7
miljard bedraagt. (Over niet al te lange tijd moeten 9 miljard mensen worden
gevoed, meldt het nieuws).
De protestanten
hebben het nakijken, en daar helpt geen lieve moedertje aan. Samen halen ze dat
getal niet. En dan die drie geloofsgemeenschappen die omstreeks 1844 een goede
start maakten met de aankondiging van het spoedige wereldeinde en de komst van
Christus. Laten we dicht bij huis blijven: de Adventkerk telt in ruim 200
landen 20 miljoen leden, inclusief bezoekers, familie en vrienden. Daar komen
volgens verwachting elk jaar een miljoen bij. Ze zijn in Nederland met 5000
leden wat schraal bedeeld. De Jehova’s Getuigen, die uit de Adventkerk zijn
voortgekomen, geven op dat zij in 236 landen 7,5 miljoen leden in 373 gemeenten
hebben. In Nederland zouden ruim 29.000 Jehovahs Getuigen in 368 gemeenten
samenkomen. De Mormonen, in diezelfde periode ontstaan, hebben 13 miljoen
volgelingen, maar de helft daarvan woont in Amerika en is vooral in en om Salt
Lake City gelegen, waar hun hoofdkantoor zich bevindt en niet te vergeten de
tempel met het gouden dak en de beste akoestiek ter wereld. Ieder
symfonieorkest van faam wil daar minstens eenmaal een uitvoering hebben
gegeven.
Alle drie groepen
komen voort uit de Baptistenkerk, de grootste protestantse kerk ter wereld en
in Amerika, telt 35 miljoen leden. Bij haar is altijd al wat van die
‘begeestering’ aanwezig geweest. Zij kenmerkt zich naast het geloof in de
verlossing door Christus, door haar ijver voor “vrijheid van godsdienst”. Zo is
elke Baptistengemeente binnen deze geloofspunten binnen ruime grenzen autonoom.
Daardoor was het mogelijk voor elke gelovige zelf zijn conclusies uit de Bijbel
te trekken en een nieuwe gemeenschap te stichten onder dezelfde naam. Die
worden niet als afscheidingen gezien.
Golfbeweging in geloof
In en vooral na de
laatste wereldoorlog namen de verschillende evangelische pinkster-gemeenten een
grote vlucht. Veel Christenen meenden dat het uitblijven van de komst van
Christus met het nieuwe Koninkrijk, als oorzaak had het gebrek aan
begeestering, welke spiritualiteit zo duidelijk aanwezig was tijdens het
ontstaan van het christendom. De kenmerken van toen, de wonderen, genezingen,
het spreken in tongen, ook wel klanktaal genoemd, het luidkeels al of niet
gezamenlijk aanroepen van God met smeek- en dankgebeden al of niet met luid
gezang en gebaar, moeten gelijk zijn aan die tijdens de uitstorting van de
Heilige Geest, beschreven in Handelingen 2. Dat zou het ware geloof hoor- en
zichtbaar maken, waardoor die beloofde wonderen weer tot stand kwamen. Deze
beleving zou charismatisch, uitstralend, bevonden worden.
Kijk a.u.b. zelf
even op internet of ik deze getallen juist heb overgenomen. Want er zijn
verschillende bronnen. Ik memoreerde deze alleen om hun kansen door u te laten
schatten. Maar wie de getallen heeft aangeleverd is voor mij onzeker.
Onderzoeken verschillen, evenals de tijd waarin zij werden gedaan. Een opgave
van een hoeveelheid navolgers kan als bemoediging voor de achterban zijn
bedoeld.
Deze groepen
verkondigen dat de nieuwe hemel en aarde “spoedig” aanbreekt. De voortekenen
zijn al aanwezig, dus moet men in die verwachting leven. Als deze boodschap
gelijk op moet gaan met de toename van het aantal christenen, dan moet er nog
een hele slag geslagen worden. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland zaten
de kerken vol. Nu klagen de kerken dat ze net als verenigingen leeglopen. Dat acht
op de tien mensen geloven dat er wel ‘iets’ is, brengt hen niet tot het
belijden van de leer van een of andere kerk om zich daarbij aan te sluiten.
Het is dus als in de
oorlog bleek: nood leert bidden. Men zoekt weliswaar naar een oplossing van de
vele ellende die over de wereld wordt uitgestort, maar vindt die (nog) niet.
Opwekking
Geen wonder dat van
tijd tot tijd een oproep om “opwekking” wordt gedaan. Eerst moeten de leden
natuurlijk zelf worden opgewekt en begeesterd worden. Dan pas kunnen zij de
boodschap verspreiden en wel op dusdanige wijze dat veel mensen zich bij hun
kerk zullen aansluiten. Elke gemeenschap doet zijn best dé middelen daarvoor te
vinden.
Nou heb ik het
natuurlijk over de algemene toestand van de meeste kerken en verenigingen in
Europa. De één geeft de schuld aan de welvaart (we hebben alles al), de ander
wijst op de televisie en de computer aan wie de meeste mensen liever hun tijd
geven en genoegen nemen met het surrogaat sociale leven daarop vertoond en mee
beleefd. De ongelijkheid tussen de inkomsten van enigen met de meeste anderen
zou een oorzaak zijn van slechte mentaliteit, die steeds meer tot
wetsovertreding leidt. De aandacht wordt op de bestrijding daarvan gericht, met
voor de gelovige de taak om een voorbeeld te zijn van goed gedrag volgens de
tien geboden. Maar dat alles zet tot nog toe geen zoden aan de dijk. Dus blijft
het “brainstormen”, oftewel uit vele voorstellen dé voordracht, hét middel
zoeken te vinden en toe te passen om mensen van jouw overtuiging en levensverwachting
deelgenoot te maken, zodanig dat ze met jou samen daarvoor optrekken in jouw
gemeenschap.
Wij zien geregeld
grote bijeenkomsten op het beeldscherm. Een deelnemer die daar om zich heen
kijkt, heeft dan het versterkende gevoel: ik ben niet de enige die dit geloof
heeft. En als dan verteld wordt dat het door miljoenen mensen in talloze landen
gedeeld wordt, dan weet je zeker dat de belofte vervuld is dat het tot het
einde der aarde verspreid zou worden. Je wordt, waar ook ter wereld, bij jouw
gemeenschap als broeder en zuster ontvangen. Dus dat is het “ware” geloof.
Er treedt dan op die
bijeenkomst vaak een president van de wereldgemeenschap op, waarvan je wel in
bladen hebt gehoord en gezien, maar nooit van zo dichtbij. Die persoon heeft
bij voorbaat daardoor al een uitstraling. Je verwacht heel veel van zijn
uiterlijk en toespraak. Er zijn echter sprekers die het op kleine bijeenkomsten
heel goed doen, maar minder op massabijeenkomsten, waar bovendien nog een
vertaler de vaart uit de preek wegneemt. Deze vertoning heeft dus een
keerzijde.
De Nederlandse
voorzitter Free Voorthuis hield in de oorlog voor radio Luxemburg op
zondagmorgen acht uur een half uur een toespraak. Op zijn laatste toogdag liet
hij mij weten dat hij al die toespraken op papier had bewaard. Zij waren goed
om naar te luisteren. Hoeveel buitenstaanders dat getrokken heeft is niet
bekend. Jan Eelsing, terug van zijn zendingsmissie in Nederlands Indië, had de
zeer gewenst uitstraling en hield lezingen voor volle zalen. Veel mensen kwamen
daardoor tot de Adventkerk.
Verschillende pogingen
In Nederland en
Duitsland werd tot ongeveer dertig jaar na de oorlog met boeken gecolporteerd
door beroepscolporteurs en leken. De verkoop verliep zo dramatisch, dat niemand
daarvoor meer te porren viel. Er volgden openbare lezingen, bladenverkoop en
folderverspreiding in groepen. Ook die
leverden steeds minder tot niets op. De werkelijkheid kan moeilijk
verteerbaar zijn. Zo was er een nieuw pinksterachtig lid dat een tiental
anderen overtuigde dat zij te weinig geloof hadden om succesvol te zijn. Onder
dringend gebed werd de zegen gevraagd voor het huren van een zijzaal van de
bekende Arnhemse muziektempel Musis Sacrum. Er werd een uitnodiging in de krant
geplaatst. Ik waarschuwde dat het duidelijk moest zijn dat er momenteel geen
behoefte aan het bezoeken van dergelijke bijeenkomsten was. Ik vond het
weggegooid geld en kwam niet. Er kwamen vijf Sabbatvierenden uit het Westen van
het land met een organist ter ondersteuning. Ik wilde niet per se gelijk
krijgen, maar kreeg het wel. Er kwam NIEMAND. Zo werden nog enkele
bijeenkomsten georganiseerd. Met hetzelfde resultaat.
Tot dan waren er
jaarlijks enkele districtsbijeenkomsten. In de Apeldoornse Adventkerk kwamen de
leden van de gemeenten die tot het district behoorden bijeen. Die bijeenkomsten
waren er op gericht om de leden uit die omgeving met elkaar het geloof te doen
beleven. De meesten uit Nijmegen, Arnhem, Deventer, Zutphen en Doetinchem
kwamen met openbaar vervoer. Zo mobiel als nu waren ze toen niet. Het was of we
op bedevaart gingen. Ik kreeg zelfs voor een toneelstuk eens de Amsterdamse
jeugd daar in een grote houten kerk aan een plantsoen. Op de hoeken van het
podium waren palen geplaatst met een oliehoudend wasbekken erop. Ze droegen bij
aan de sfeer van het toneelstuk. Tot één van die fakkels overstroomde en het
vuur maar de grond lekte. Ik zat midden in de zaal en had geen behoefte de held
te spelen. Maar als niemand het gevaar ziet en er wat aan doet, dan moet het.
Ik stapte daar uiterlijk kalm naar toe, pakte de paal met het vlammende bekken
en liep daarmee naar de nooduitgang naast het toneel. Dat poortje was laag, dus
moest ik die lange paal ook nog horizontaal houden. Het slaagde. Het toneelstuk
ging gewoon door en de kerk was gered. Later kreeg ik het grapje te horen: “Was
er eindelijk eens vuur in de kerk en haal jij het eruit!”
Hoe verder?
Dergelijke
avontuurlijke districtsbijeenkomsten mis ik nu. Het scheelde een aantal
predikanten werk en de broeders Voorthuis en Slont konden de geest erin houden.
We kenden op het laatst elkaar allemaal. Ook gewoonlijke achterblijvers kwamen
er, en wat nieuwelingen.
Positiever kan ik
zijn over een onlangs gehouden zangdienst in een zaal in Oosterbeek, waar
verschillende zangkoren, onder andere De Advocals uit Arnhem, en enkele
kwartetten optraden. Ze nodigden de toehoorders af en toe tot meezingen. De
kerk was vol. Er kwamen ook buitenstaanders, die na afloop hun lof betuigden,
maar verder niets van zich lieten horen.
In Arnhem en
Nijmegen was een paar jaar sprake van samengaan. Nieuwbouw in de wijk
Schuytgraaf zou voordeliger zijn dan het onderhoud van de twee oude kerken. Als
proef vergaderden zij een paar maal samen in kerken in Nijmegen en Arnhem. In
Arnhem werd een zangdienst voorbereid met koren en kwartetten, geestelijke
linedancing (ik ken het juiste woord niet) door kinderen met korte verbindende
bijbeloverdenkingen. Eindelijk hadden we in Arnhem de kerk propvol begeesterde
bezoekers, waaronder ook buitenstaanders. We durfden met een gerust hart mensen
uit te nodigen. Maar er kwamen later geen nieuwe bezoekers.
Er is echter het
besef dat de maandelijkse eigen invulling, zoals die nu wordt genoemd, veelal
op de schouders van een klein groepje mensen zou komen te rusten.
Ik ga naar mijn
gewoonte elke dag naar de bijeenkomst, wat er ook op het programma staat,
anders zou ik de eer die ik aan de Schepper wil betonen, veel minder voelen. In
een brief werd ons het motto van het derde kwartaal 2013, Opwekking,
voorgehouden en gevraagd om methoden daarvoor aan te leveren. Natuurlijk niet
alleen om onszelf op te wekken, maar ook daarmee anderen te trekken. Met het
woordje “charisma” dat deze overdenking als titel wil dragen, hoop ik bij te
dragen anderen hierover mede tot nadenken te brengen. Natuurlijk heeft God
Jahweh zijn programma al opgesteld en zal het uitgevoerd worden naar Zijn wil.
Uit Zijn Woord en de aanmoedigingen van Christus valt echter zonder twijfel op
te maken dat Hij Zijn plan niet zonder onze medewerking wil uitvoeren. Bid en
werk dus met hoop op zegen, die vast zal worden gegeven.
o.v.
Piet, Arnhem