donderdag 11 juli 2013

TOEVALLIG OF DOELGERICHT


Of toeval bestaat ligt net zo buiten ons denkvermogen als oneindigheid in ruimte, tijd en lengte, gewicht en afmeting van objecten. Ze blijven voor ons nog steeds in kleinheid deelbaar en in grootheid onmetelijk. Dat werd al van het ontstaan van de mens beseft! Ook hoe het leven, het kwaad en de daaruit voortkomende ellende konden ontstaan blijft voor ons een raadsel. Tijdens ons familiebezoek aan de schouwburg wegens mijn ingediende recensie, sprak Polak, wetenschapper Griekse geschiedenis, over “het eeuwig moment”. De geschriften van de huidige filosofen barsten van de aanhalingen van oude Chinezen, Joden, Indiërs en vooral Grieken.

Het is bekend dat in een fractie van een seconde je hele leven (en wie weet wat meer) aan je voorbij kan gaan. Denk je na tachtig jaar leven van alles af te zijn, krijg je nog eens tachtig jaar al je gemiste kansen, het verkeerde van je denken en doen voor je kiezen. Tenzij er vergeving bestaat en op één of andere vreemde wijze de zaak wordt voorbij gezien en je niet wordt aangerekend.
Bij al deze dimensies houdt het weten op. Wij zijn gedwongen tot overgave, geloven, erkennen en aanvaarden van het feit dat wij met onze menselijke wetenschap alleen in dit leven niet toe kunnen. De grootste domheid is zich je met je eigengemaakte algemene of specialistische kennis superieur te voelen ten opzichte van anderen en je daarmee boven de omstandigheden en gebeurtenissen geplaatst acht. Anderen beschikken over onvermoede talenten. Daarom is het verstandiger en veiliger je minder te achten.
Het behalen van een diploma of titel dient de basis te zijn voor je werkelijke ontwikkeling en studie. Als je daarbij een specialiteit als speerpunt kiest, geeft dat een aparte meerwaarde voor jezelf en anderen. Materiële rijkdom zal voor jou veel minder waarde hebben, vooral bij het ouder worden. Bij zulken is hopeloosheid en de gevolgen daarvan groter dan bij minder gesitueerden. Kijk maar in de bladen naar de belevenissen van de zogenaamde sterren van de wereld.
Over sterren gesproken: de gedachte van astronomen stemmen steeds meer overeen dat het dwaas is te veronderstellen dat tussen al die planeten niet meer hemellichamen zijn waar intelligente wezens kunnen bestaan. Aardige slotsom: de eerste astronaut die ze vroegen: “En heb je daar God gezien?” antwoordde: “Neen, maar wel Zijn werken”. Wat meer ontzag en eerbied dan over het algemeen bestaat, is blijkbaar wel op zijn plaats.

Altijd kwetsbaar
Elk werkstuk loopt de kans met afbrekende kritiek te worden overladen. Dat is het risico dat iedereen loopt die schept. Beroemde en onbekende makers kunnen daardoor volledig overspannen raken. Dat risico niet durven lopen is laf en onvruchtbaar. Je moet de moed hebben je te laten kennen. Aan de andere kant: je mag jouw vriendschappelijk oordeel over een werkstuk de maker niet onthouden. Als je geen commentaar geeft at niet doen getuigt ook van weinig moed. Tenzij je totaal geen verstand van het gebodene hebt. Je zult natuurlijk met het geven van je oordeel rekening moeten houden met de leeftijd, opleiding, omstandigheid, begaafdheid van de maker, maar bovenal met je eigen tactische vermogens. Het is logisch dat betoon van respect als bij alle omgang met de medemens is geboden.
Belerend hè. Helaas.
Nog iets: Spelen is leren. Zie wat thrillers, horror- en actiefilms en bepaalde (computer)spelletjes blijkbaar aan behoefte voldoen en wat de gevolgen kin de maatschappij zijn. Velen die een misdaad begingen, zinloos geweld of terreur uitoefenden, verklaarden dat zij, behalve door invloed van alcohol, vooral door dergelijke films geïnspireerd te zijn geweest. Is het dan zo vreemd als een vader die de geweldloosheid is toegedaan zijn kinderen voor dergelijk kwaad wil behoeden door hen ervoor te waarschuwen? Want welk systeem ook en zoals met alle begeleiding: bij de één zal het wel aanslaan, bij de ander niet. En zij zullen je later altijd precies kunnen vertellen hoe fout en vreselijk dom je het wel niet deed.

Voor- en voortbestaan
Onlangs werd gepubliceerd dat “onderzoekers” aantoonden dat het bestaan van een Schepper en onderhouder voor 65% is vast te stellen. Dat moet je ook maar “geloven”. Het roept onmiddellijk de vraag op hoe en door wie dat onderzocht en vastgesteld werd. Maar het geeft ook een gevoel van bescheidenheid. Stel je voor dat je wereldbeschouwing door niet verwachte gebeurtenissen opeens wordt omver geworpen.
Toch nog even Hebreeën 11:1-3 daarbij aanhalen: “ Door geloof komen we tot het inzicht dat de wereld door het woord van God geordend is”. Geloven kan je dus omschrijven als overtuigd zijn dat de Schepper bestaat en er hoop op eeuwig geluk is. Talloze mensen konden blijkbaar met die gedachte leven.
Mensen zijn begiftigd met denkvermogen maar hoeven net zomin als mijn poes “alles” te weten en te bewijzen om zich gelukkig te voelen. Voor het bestaan van een Schepper en Albestuurder zijn net zo min concrete bewijzen aan te voeren als voor het niet bestaan van een dergelijk persoon. Je kunt echter moeilijk jouw bestaan en het leven om je heen ontkennen. Het lastige van het bezit van hersenen is dat je vraagt naar een gelukkiger bestaan. Niet alleen voor jezelf, want de ellende van een ander treft jou ook. Als het verloop van de geschiedenis en de pogingen tot verkrijgen van geluk steeds meer de onmogelijkheid daantonen is het normaal dat men die elders zoekt, bijvoorbeeld in een bestaan na deze. DNA, klonen, invriezen, Bijna Dood Ervaringen, enzovoort, willen daarvoor wetenschappelijke bewijzen aanvoeren. Er worden al termen uit de computerwereld aangenomen met zijn bijna oneindige mogelijkheid van Informatie en Communicatie Techniek (ICT). Men trekt zo bijvoorbeeld steeds meer de vergelijking tussen onze hersenen en de “harde schijf”. Nu blijkt dat de harde schijf na het opschonen toch nog resten achterlaat. Mooie vergelijking met verdrongen gedachten die in je dromen opkomen.
De mens nadert steeds meer de oorzaak van leven en mogelijkheid van voortleven. Het is wat hovaardig dat te ontkennen.
Uit beschouwin gen van gijzelingsacties en oorlogshandelingen blijkt dat mensen totaal veranderen van lieve, gehoorzame kinderen thuis tot de wreedste beulen in strijd tegen andere mensen of groepen mensen. En nog erger: ondanks de geuite afschuw zijn er velen die er onverschillig tegenover staan of zelfs min of meer stiekem een groot behagen scheppen in het aanschouwen van de aan anderen toegebrachte ellende. Dit is misschien wel de allerlaagste vorm van de ontwikkeling van het karakter van de mens.

Voorbeelden
De grote intellectuele natuurkundigen Einstein en Hawking erkenden dat geen mens met zekerheid onze toekomst kent of kan bepalen. Zelfs die van de volgende seconde niet. Ze waren zich dat bewust en zeiden bescheiden dat er zaken zijn die nooit begrepen zullen worden. Die houding maakt hen aantrekkelijk en toegankelijk. Toch weer even Mattheüs 11:29: “Leer van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van aard”.
De basiskennis van psychologie, filosofie of biologie is onvoldoende om een bevredigende afgeronde levens- en wereldbeschouwing te bezitten.
Veel kinderen komen met hun tiende van school met “Pa, dat is tegenwoordig niet meer zo als u denkt”.
Peter kwam thuis met “dat zeggen ze allemaal” en Jisvi noemde op een gegeven moment alles waaraan iemand genoegen beleefde “leven verrijkend”. Met hen was memory niet leuk, hij won altijd en met sjoelen gooide hij al zijn motoriek ikn de strijd. Rob zei: “Pa, ik ben nu volwassen…” en Bert voor elk karweitje: “Dat doe ik wel even”. En Seraja schakelde over van wraak naar begrip en tact nadat zij haar hersens gepijnigd had op haar studie voor begeleiding van moeilijk opvoedbare kinderen. Allemaal lieten ze best weten dat zij meer opleiding hadden genoten dan ik. Nou, dat was zéker de bedoeling van hun vader en moeder!
Dit is maar een zwakke poging tot typering van de ontwikkeling van mijn kinderen. Mogelijk ook ingegeven door het gevoelen dat het zou lijken of ik een volledige kijk op mijn kinderen zou hebben of dat ik hen elk op bepaalde punten zou be- en veroordelen.
Op hun twintigste hebben ze al een aardig onderbouwde stelling hoe de wereld er wel uit ziet. Let maar op als je zelf kinderen hebt. Jouw ervaring telt niet: ze maken vaak dezelfde fouten die jij maakte. Hoewel je natuurlijk beter van de fouten van anderen kunt leren dan die van jezelf. Ik hoef bijvoorbeeld geen ongelukken te veroorzaken door drankgebruik als ik weet hoeveel anderen daarmee aanrichten. Helaas leren de meesten dat pas als het henzelf treft.

Overdracht
Pa meent in zijn nadagen zijn kinderen af en toe een mailtje te moeten sturen. Nou, en? Het klinkt als verwijt. Als je de inhoud als cynisch, volgens het woordenboek: “schaamteloze, ongevoelige, bijtende spot” en dat nog wel door je vader(!) als dus zeer ongewenst beschouwt, klik je vóór het lezen toch gewoon op “verwijderen”? Je kunt zelfs op “afzender blokkeren” k(l)icken. Je zou de verdenking kunnen koesteren dat pa alleen uit zelfmedelijden wegens zijn leeftijd en eenzame post contact met jullie blijft zoeken.
Maar is het zo vreemd en schaamteloos als een vader belangstellend informeert naar leven en lot van zijn kinderen? Dat hij nieuwsgierig is of een vonk van karakter en geest van de familie is overgesprongen?
In een land waar zes mensen per dag zich van het leven beroven, waarvan één zich voor de trein werpt en daardoor ook de bestuurder een levenslang trauma bezorgt? En dit is nog maar het topje van de ijsberg van mensen die totaal neerslachtig zij geworden. Zij zagen geen greintje hoop en troost meer in het leven.

Ik wilde zo graag mijn kinderen aanmoedigen een wereld- en levensbeschouwing te hebben die uitzicht biedt. Daartoe moet ik wel beginnen mijn levensomstandigheden en ervaringen te vertellen. Wat tot mijn huidige denken en doen heeft geleid. Als ieder die schrijft: met enige huiver omdat het kan worden opgevat als zelfverheerlijking en verwijt. Terwijl je juist op het eind van je leven met een terugblik vaststelt dat je nog veel en veel meer had moeten en kunnen doen om het wereldleed te bestrijden en te verzachten. Dat klinkt verheven. Het is niet mogelijk, zelfs niet wenselijk, aan ieder je levensbeschouwing zo over te dragen dat iedereen ja knikt.
Maar in vele gevallen is zwijgen even kwalijk als liegen. Daarom is in de Nederlandse grondwet vrijheid van meningsuiting, publicatie en godsdienst verankerd. Publiceren is feiten, denkbeelden en gevoelens van anderen of jezelf zo bekend maken dat iedereen daarvan kennis kan nemen. Vooral als dat schriftelijk gebeurt, schrikken de meeste mensen daarvan terug. Het lezen voelt aan als beschuldigen, het zich doen laten kennen als naakt voor de massa staan. Denkbeelden uitwisselen is deze en jezelf aan kritiek blootstellen. En daar is lef voor nodig. Volgens schrijver W.F. Hermans slaagt met het gebruik daarvan het bewerken van eenheid “Onder Professoren” evenmin. Toch is door woord en (voor)beeld op die basis de wereld voortdurend aan verandering onderhevig geweest. En vooral wanneer dat nogal heftig emotioneel werd doorgegeven (beluister de bekende rede van M.L.King) dan werd het eigendom van massa’s. En zie dichterbij huis de overbrenging van zijn gedachtegoed omtrent geloofsvraagstukken, aan zijn kinderen.

Terwijl ik door mijn publicaties de ruitersport van CHampion Arnhem uit park Presikhaaf verdreef, kreeg ik bedreigende telefoontjes. Zij hadden mijn bezwaren niet begrepen en er slechts kwade bedoelingen achter gezocht. Gelukkig waren er meer lovende reacties. Met andere artikelen en oproepen in vergaderingen ging het net zo. Boeken en muziekuitvoeringen worden door elke recensent van andere kranten vaak tegengesteld beoordeeld. Smaken, gedachten en gevoelens blijken vaak tegenstrijdig. Worden die vijandig tegen elkaar uitgewisseld dan is de boot aan. Gebeurt dat in vriendschap dan is het leerzaam en verrijkend.