Peter, zoon van je vader,
Je bent in je omscholing
tot maatschappelijk werker toe aan wat extra taallessen. Interessant hè, die
Nederlandse taal. Het woord ‘interessant’ (belangwekkend) is trouwens ook een
leenwoord van de honderden uit het buitenland die de Nederlandse taal bederft.
Zo is ook ‘ordinair’ ingeburgerd, wat in het Frans ‘gewoon’ betekent, maar hier
de betekenis heeft gekregen van volks en platvloers. Die woorden zijn in onze
taal terecht gekomen om je gevoelens en gedachten te verstoppen en/of te tonen
hoe geleerd je bent. Zo worstel ik met mijn levensrijtje “emotie, denken, doen,
spreken, schrijven”. Emotie geeft nu ‘ontroering’ weer, gekoppeld aan
verdrietige gevoelens, maar ik bedoel juist ‘gevoelen’, als uitdrukking van
‘indrukken opdoen’ die vooraf gaan aan die andere vier. Zodra ik een potlood of
krijtje kon vasthouden tekende en kleurde ik als weergave van die gevoelens, totdat
ik daar een vreselijke hekel aan kreeg, omdat het mij niet voldoende
bevredigde. Waarschijnlijk door het voorlezen van mijn vader van elke
hoofdstukje dat hij uit het Esperanto in het Nederlands had vertaald (niet
andersom!), kreeg ik het gevoel dat je door je woorden een andere wereld kon
scheppen. Ik ging schrijven, hoewel zonder echte hoop. Tot ik in de vierde
klas, ik was negen jaar, de enige was die een 10 kreeg voor mijn opstel. Ik had
nog nooit zo mooi letters ‘getekend’, maar de taal en stijl bleken ook goed
voor die leeftijd.
Voortgang
Nou, de rest weet je: op mijn 13e kreeg ik de hoofdprijs van de Arnhemse scholen en daarna werden al gauw verhalen en artikelen in bladen en kranten opgenomen. Op mijn 20e bood het meest ‘gerenommeerde’ en oudste weekblad “De Groene Amsterdammer” mij een kolom aan waarin ik mijn wedervaren in het dienstweigeraarkamp mocht opschrijven. Echter met het voorbehoud dat de redactie er op politiek gebied (het was een links ‘erudiet’ blad voor ‘intellectuele’ kringen, wijzigingen in mocht aanbrengen. Daar bedankte ik voor, en ik weet nog niet of dat mijn ‘carrière’ (loopbaan) heeft belemmerd.
Peter,
je kunt nog zoveel verstand krijgen van de betekenis en schrijfwijze van woorden
en zinnen, je kunt er hoogstens een ambtelijke brief door beter lezen en
schrijven, maar om echt zelf te schrijven is het als met voetballen. Je kent de
spelregels uit het hoofd, praat mee over de speelwijze, de techniek en tactiek,
maar daarmee word je nooit voetballer. Daarvoor heb je een bal nodig, de
behandeling ervan en het gevoel van samenspel. Je moet minstens een balletje
kunnen hooghouden. Als je die dingen nooit doet, vergeet het dan maar. Oefenen,
oefenen,oefenen tot je erbij neervalt. Zie wielrenners.
Wat daarmee doen?
Daarom blijf ik je aanraden: ram er op je toetsenbord op los, met alle fouten die je ermee kunt maken. Maar schrijf zoveel mogelijk je gevoelens en gedachten op en maak er bestandjes van. Houd ze voor jezelf of laat ze lezen aan vrienden en vooral mij. Gooi alle vrees voor dit contact van je af. Je kunt jezelf belachelijk maken, maar wat dan nog? Ik heb ze alle gekend, maar liet me er niet door weerhouden. Ik ontdekte zelfs dat al die anderen nog stommer waren dan ik en je meer gingen waarderen dan anderen. Tenslotte steek je met kop en schouders tot je eigen verbazing boven allen uit. Ondanks dat je nooit op dat gebied uitgeleerd zal raken. Elke dag raadpleeg ik het woordenboek.
Ik
kijk met hele grote belangstelling uit naar die oefeningen, want ik weet zeker
dat er voor mij nog veel uit te leren valt. ‘Succes”!
Je
Pa Piet