“Op een dag kwamen de hemelbewoners hun opwachting maken bij de HEER, en ook Satan maakte bij hem zijn opwachting.” (Job 2-1)
Nagenoeg alle theologen, ook die van de Adventbeweging, beschouwen het Bijbelboek Job in het Oude Hebreeuwse Testament als een metafoor, een leerzaam verhaal. Het behoort in elk geval niet tot de Bijbelse “geschiedschrijving”. Het verhaal behoort tot de Ketoeviem of Geschriften van de zogenaamde Wijsheid- en Poëtische literatuur, zoals de Psalmen, Hooglied, Spreuken en Prediker. (Zie de inleiding tot de Nieuwe Vertaling van 2004 en tot het Boek Job, welke vertaling ook door de Adventbeweging in Nederland is aanvaard en het meest wordt gebruikt).
Met dit verhaal uit overleveringen samengesteld, wil de onbekende schrijver duidelijk maken dat op deze aarde gehoorzame kinderen van God net zo goed als mensen die het bestaan van God loochenen, de vreselijkste dingen kunnen overkomen. Dat feit wordt eveneens talloze malen door het Nieuwe Testament in de evangeliën en brieven van apostelen vastgesteld. Dat ons allen die ellende kan overkomen wordt bovendien in elk tijdperk, dus ook in het huidige, door berichten over het leven van elke godsdienstige gemeenschap bevestigd. De media zijn er dagelijks vol van. Wij kunnen ziekten, ongevallen en oorlogen dus niet als een straf van de Schepper God zien.
Toch hoor je vaak dat lezers dit verhaal opvatten als een waar gebeurde geschiedenis. Satan zou zich op de aarde bevinden, maar zich ook nog toegang tot de hemel kunnen verschaffen en zelfs een vergadering bijwonen, waarin de almachtige schepper, de God Jahweh, het voorzitterschap bekleedde. De hemelbewoners én de Satan zouden daar volgens hen verantwoording afleggen voor hun daden.
De eerste vraag doet zich hier natuurlijk voor: welk mens kon verslag doen van deze gebeurtenis. Elders staat immers dat geen mens tot de hemel is opgestegen en daaruit weer is neergedaald. Hij kan dus nooit beschrijven hoe de toestand daar eruit ziet en welke handelingen door de verschillende hemelbewoners als taak worden uitgevoerd en zij het in volmaakt gelukkig toestand beleven.
Ook weten wij dat Jezus vaak in gelijkenissen sprak. Een bekend voorbeeld is zijn verhaal van de barmhartige Samaritaan. Algemeen wordt aangenomen dat Jezus hier zijn verbeeldingskracht gebruikte om daarmee een antwoord te geven op de vraag wie als “naaste” beschouwd moet worden. Hij verweet zijn leerlingen hun onbegrip voor wat Hij hen wilde leren en toen Hij eens “rechtstreeks”, dus een door hen controleerbare gebeurtenis als goed of kwaad aantoonde, verzuchtten ze dat Hij “eindelijk” eens wat vertelde wat zij direct begrepen konden. Waarom gebruikte Hij dan zo vaak gelijkenissen? Lijkt mij maar één antwoord mogelijk: Hij wilde dat zij zelf gingen denken wat goed en wat verkeerd was. Dan werd het hen pas eigen. Een voor hen moeilijk te begrijpen les kon worden verstaan door een al of niet verzonnen gebeurtenis die gelijke trekken vertoonde.
Wie ooit zo proza en poëzie las weet dat dit een kunstvorm is om mensen een waarheid in een prachtige vorm over te brengen. Men spreekt daarvan in bewoordingen van rijm, stafrijm (beginrijm, alliteratie), ritme, metrum en klank. In de nieuwste vertaling van de Bijbel wordt de lezer van psalmen daarop opmerkzaam gemaakt. De schrijvers gebruikten die verhalen bewust om de lessen daarin toegankelijk te maken als leerstof. Het is in de literatuur een veelvuldig gebruikte vorm.
Zo beginnen de coupletten van het Wilhelmus in volgorde van de opeenvolgende letters van de naam Willem van Nassov.
De bedoeling is de waarheid in een verhaal ontdekken.
Wat wij uit dit geïnspireerde met hyperbolen (overdrijvingen) doorspekte verzonnen verhaal “Job” kunnen leren is, dat wij in alle omstandigheden, hoe ellendig die ook mogen zijn, erop kunnen vertrouwen dat deze aardse situatie om een of andere reden tijdelijk is. De Schepper heeft de ontwikkelingen op deze aarde voorzien en heeft er een doel mee. Wij mogen erop vertrouwen dat aan het eind van dit aardse bestaan een nieuwe en dan volmaakte aarde zal ontstaan waaraan wij deel kunnen hebben als tijdloos gelukkige mensen. Voor mij is dat eenvoudig te onthouden, want ik ben geboren in 1925 en in Job 19:25 e.v. staat “Ik weet dat mijn Redder leeft, en hij zal tenslotte hier op aarde ingrijpen. Hoezeer mijn huid ook is geschonden, toch zal ik in dit lichaam God aanschouwen, ik zal hem met eigen ogen zien, ik, geen ander”. (“geen ander”: niet een ander voor mij in de plaats.) De belofte van een nieuwe hemel en aarde vinden we zowel in het Oude als het Nieuwe Testament: Jesaja vanaf vers 17 en Openbaring 21 met enige nadruk. Hierin staat ook dat ieder wezen naar lichaam en geest uniek is en uniek blijft. Dat wij volgens het scheppingsverhaal naar Gods beeld en gelijkenis zijn geschapen betekent dat God, onze Vader, een lichaam en geest heeft, maar dan in volmaaktheid en duurzaamheid.
Iedereen weet dat dichterlijkheid zich onderkent door het gebruik van vergelijkingen, die met de werkelijkheid kunnen mank gaan. Zo ook met de beschrijvingen in het Boek Job. Je zou eigenlijk eerst eens een kijkje moeten nemen in andere Bijbelse wijsheidboeken om de juistheid hiervan te zien.
Wie ooit gedichten las, weet dat het geen rijmelarij van Sinterklaas is. De meeste gedichten voldoen aan de voorwaarden dat middels opgeroepen en beschreven visioenen de link wordt gelegd naar de werkelijkheid. Maar ook proza is hier niet dikwijls vreemd van. Wie daarmee geen rekening houdt zal onvermijdelijk ogenschijnlijke tegenstrijdigheden in de Bijbel ontmoeten. Vergelijk de hiervoor aangehaalde in Jesaja en Openbaring beschreven nieuwe hemel en aarde maar eens.
De bijbelschrijvers worden door ons als door God geïnspireerde mensen beschouwd. Maar dat betekent niet dat God hen woord voor woord voor zei wat en hoe zij dat moesten opschrijven. Net als u en ik kunnen zij menen een verrassend inzicht in een bepaald godsdienstig onderwerp te ontvangen en het op onze wijze op te moeten schrijven of uit te spreken. Aan de lezers en hoorders is het “hoe” hen dit aanspreekt en zij dit uitleggen aan zichzelf en anderen. Geen mens is perfect en ieder heeft een andere achtergrond wat betreft karakter, opleiding en vorming door tradities. Ook die beïnvloeden de meningsvorming. De één is overtuigd met zuivere geschiedschrijving te doen hebben en de ander ziet het als geheel of gedeeltelijke metafoor, een gelijkenis. Deze leervorm werd ook vaak door Christus benut om zaken duidelijk te maken en onze vragen te kunnen beantwoorden. Zo zien wij in de gelijkenis van de barmhartige Samaritaan duidelijk een gelijkenis als voorbeeld voor hoe wij onze liefde voor de “naaste” dienen te beschouwen. Hij wilde niet dat wij Zijn wil kritiekloos na kauwden, maar die zelf in die gelijkenissen ontdekten om ze zo eigen te maken.
Waarom en wanneer zou een misdadiger als Satan geen toegang meer tot de volmaakte hemel kunnen hebben?
In alle tijden bleken wij, mensen, God nooit geheel te hebben begrepen. Wie zeggen dat zij dat wel kunnen, zullen heel wat vragen niet kunnen beantwoorden. Natuurlijk kan “Gods Woord voor de mens”, de Bijbel, niet als onbegrijpelijk beschouwd worden. Maar onbekendheid met literatuur maakt de Bijbel voor mensen die minder boeken en gedichten lezen, vaker moeilijk te begrijpen. Ze zouden bepaalde woorden, uitdrukkingen en hele gedeelten die als gelijkenissen zijn bedoeld, als feitelijke gebeurtenissen kunnen beschouwen. Daarmee is niet gezegd dat veel van wat 2500 tot 2000 jaar geleden geschreven is, ook voor de beste theologen eenvoudig is te verstaan. Geen wonder dat door de verschillende conclusies die uit de Schrift worden getrokken zoveel aparte Christelijke gemeenschappen zijn ontstaan en nog ontstaan. Ieder mens is afhankelijk van wat een ander vóór hem als juist beschouwde en meende “de volle waarheid” te bezitten. Hij is al gauw geneigd te betogen dat de anderen, die niet tot dezelfde slotsom kwamen, dwalen of zelfs werktuigen van de Satan zijn. Ze beschouwen velen Bijbelgedeelten als geschiedschrijving en zelfs als gedetailleerde voorspellingen, terwijl die niet als zodanig zijn bedoeld. Zo krijgt de titel “Profeet” de betekenis van toekomstvoorspeller, zoiets als een weervoorspeller, terwijl de vertaling van het woord “profeet” is “iemand die naar Gods bedoeling spreekt”. In de Bijbel is sprake van “profetenscholen” en de opdracht “God te zoeken”. Wat kan dat anders betekenen dan dat de studenten van die scholen geschriften onderzochten, hun persoonlijke belevenissen en gedachten met elkaar deelden en met behulp van God en ervaringsdeskundigen daar een uitleg aan trachten te geven. Zo werd het Woord van God tot stand gebracht ten dienste van anderen.
De Bijbelse profeten richten zich trouwens het meest tot het volk van God en minder tot de niet Joden en niet Christenen, laat staan dat zij zich gedetailleerd over de huidige en nabijzijnde gebeurtenissen uitspreken. Het Joodse volk was uitverkoren een licht der heidenen te zijn. Dat betekende dat andere volken een les uit hun belevenissen met God konden trekken, want God heeft alle mensen geschapen met de bedoeling dat zij het eeuwige gelukkige leven zouden beërven. Door de misvatting dat bepaalde profetische vooruitzichten voor het Joodse volk ook voor het verdere verloop van de wereldgeschiedenis voor alle mensen zouden gelden, zijn heel wat Christenen de mist ingegaan. Ze gingen datums van de wederkomst van Christus vast te stellen, terwijl de Oude, Hebreeuwse geschriften en Jezus daarna juist waarschuwden dat het tijdstip van de komst van het nieuwe rijk van God, alleen door Hem, de Vader was voorbehouden. Zelfs Christus vertelde dat dit Hem niet was gegeven. De loop van de geschiedenis heeft te uitleg van die berekeningen achterhaald. In plaats dat de uitvinders en verkondigers daarvan deze fout erkenden, praatten zij die goed met de woorden dat op dat door hen bepaalde tijdstip niet de komst van Christus was bedoeld maar een gebeurtenis in de hemel die slechts door enige gebeurtenissen op aarde werden gekenmerkt. Wel hoor je in o.a. preken van predikanten van de Adventbeweging, Jehova’s Getuigen en andere in de achttiende eeuw daardoor ontstane Christelijke groeperingen, slechts zelden iets verkondigen wat vijftig jaar geleden nog als onomstotelijke uitleg gold en waarmee een paar generaties geleden nog mensen voor deze kerk “gewonnen” werden. De naam “Adventist” heeft nu de betekenis gekregen van de verwachting van de weliswaar spoedige komst van Christus, maar op een voor ons onbekend tijdstip, en zo verkondigen leiders van andere groeperingen dat nu ook zo.
Puzzelen
Kook- en puzzelboeken zijn het meest verkocht, wat bewijst dat de mens behoefte heeft naar hun smaak raadsels op te lossen, en wanneer hij meent het raadsel te hebben opgelost dan beschouwt hij zich slimmer dan anderen die het zo niet hebben doorgrond. In het geval van iemand die in een albesturend God gelooft en de Bijbel als Zijn Woord voor de mens beschouwt, is zijn ontdekking een openbaring van God aan hem. Hij brengt die ontdekking over aan gelijkgezinden en ziedaar: in vele gevallen ontstond daardoor een nieuwe gemeenschap, die daarmee bevoorrecht en letterlijk gezegend is, welke zegen aan anderen is onthouden. Die gemeenschap heeft nu de taak dat inzicht aan anderen over te brengen.
Kook- en puzzelboeken zijn het meest verkocht, wat bewijst dat de mens behoefte heeft naar hun smaak raadsels op te lossen, en wanneer hij meent het raadsel te hebben opgelost dan beschouwt hij zich slimmer dan anderen die het zo niet hebben doorgrond. In het geval van iemand die in een albesturend God gelooft en de Bijbel als Zijn Woord voor de mens beschouwt, is zijn ontdekking een openbaring van God aan hem. Hij brengt die ontdekking over aan gelijkgezinden en ziedaar: in vele gevallen ontstond daardoor een nieuwe gemeenschap, die daarmee bevoorrecht en letterlijk gezegend is, welke zegen aan anderen is onthouden. Die gemeenschap heeft nu de taak dat inzicht aan anderen over te brengen.
Enkele teksten zeggen: “God beloont mensen die Hem zoeken”, maar ook en vaker: “Er is geen mens perfect”. Dus blijft de vraag: “Waarmee beloont God de mens die Hem zoekt?” Je kunt niet veronderstellen dat Gods Woord aan de mens gegeven, voor die mens onbegrijpelijk zal zijn. Dat roept wel om meer studie teneinde kennis te verkrijgen van taalgebruik en andere gebruiken in totaal andere situaties waarin ieder mens, ras en volk leeft, vooral kennis van de verschillende perioden waarin de mens in de historie leefde. En die historie beslaat duizenden jaren. Geen eenvoudige opgave.
Hemelse geschiedenis
De inleiding op de nieuwste vertaling van de Bijbel zegt op pagina 17, dat van geen enkel geschrift van het Oude Testament het origineel bewaard is gebleven. Secure tekstbezorgers, die masoreten genoemd worden, hebben die vanaf de achtste eeuw na Christus op basis van de traditionele Hebreeuwse tekst uitgegeven. De inleiding op het boek Genesis vermeldt dat de eerste vijf bijbelboeken, de Pentateuch, niet mogen worden gemeten met de maatstaf van de moderne geschiedschrijving. Het gaat hier om bijbelse geschiedschrijving die gebeurtenissen met gelovige ogen interpreteert als heilsgeschiedenis.
De eerste tekst luidt: “In het begin schiep God de hemel en de aarde”. Hier staat niet dat “Goden” de aarde schiepen, en het eerste gebod verbiedt andere goden dan die ene aan te bidden. In de verdere Bijbel is altijd sprake van één persoon, die Schepper en Albestuurder is. Als Hij zegt (niet “wij” zeggen): “laat ons mensen maken”, dan is dat in het taalgebruik van alle tijden op te vatten als het gebruik van een macht die over alles heerst en alle wezens in het heelal daarmee laat weten dat dit voornemen in samenspraak met hen hun instemming zal hebben, omdat Hij in zijn perfectie en onuitputtelijke energie daartoe alleen bij machte is. Voorts is heel aannemelijk dat alle denkende schepselen in het universum, die wij engelen noemen, verschillende functies hebben. Zo kan Lucifer als lichtdrager en doorgever (van de inzichten van God Jahweh, de Vader) de taak hebben als voorlichter zijn besluiten aan de hemelbewoners over te brengen. En Christus zou als hoge engel de naam Michael gedragen hebben die de meest naaste medewerker van de Vader was en na overleg de taak kreeg, het kwaad dat in de hemel (dat door ons hier nooit te begrijpen ontstond) op de enig juiste manier te vernietigen. Het is enigszins te vergelijken met het bestuur van Gods afgezant naar de aarde: Jezus, die medewerkers uitkoos en als naaste medewerker Petrus benoemde en als penningmeester Judas, welke laatste net als Lucifer in de fout ging.
Dus: een vergadering van een bestuur in de hemel onder leiding van God Jahweh is best voor te stellen. Maar om een vergadering te beleggen over de al of niet trouw van Job, roept vragen op.
Allereerst is er het bericht van de terugblik van Lucas op het gebeuren in de hemel na de verkeerde opstelling van Lucifer ten opzichte van Jahweh.
Lucas 10:18: “Ik zag de Satan als een bliksemflits uit de hemel vallen”. Een andere tekst zegt: “Er is geen plaats meer voor Satan gevonden in de hemel”. Er blijkt geen grotere besmetting te bestaan dan die van het kwaad. Bij de ontdekking daarvan moest de drager van dat virus daarom onmiddellijk worden geïsoleerd. Dat het leven op deze planeet voor de meesten daardoor een hel is geworden, is een bewezen feit voor het heelal, dat de zogenoemde opstand in de hemel tegen Schepper Jahweh, absoluut verwoestend is. Daarom is het plan van onze God, en de uitvoering daarvan door Jezus, onze Enige Hoop voor een nieuw en dan een volmaakt gelukkig leven. Bovendien vermeldt Gods Woord, dat daardoor het kwaad volledig zal zijn uitgeroeid en nimmer meer zal terugkeren. In principe is dat al gebeurd tijdens de laatste woorden van Christus aan het kruis: “Het is volbracht”.
Kosteloos in de aanbieding
Al snap ik niet alles van dit proces en de noodzaak ervan: ik kan niet anders dan dit aanvaarden, want ik ben niet in staat een betere wereld te scheppen, en geen enkel ander mens is daartoe in al die eeuwen geslaagd. De gedachte dat ik degenen van wie ik hier op aarde vreselijk veel hield, in goede gezondheid te mogen weerzien en mee te maken en er geen dood en rouw meer zal zijn, is voor mij voldoende om met dit plan in te stemmen. Er is trouwens geen andere uitkomst. Ik beveel jou die aanvaarding daarom ook van harte aan. Het kost je niets. Er is voor je betaald. Hoop doet leven.