zondag 28 juli 2013

EVENWICHT

EVENWICHT

Gebrek aan weerstand
Ieder mens wordt elke dag besmet met een virus of bacil. Daarvan merk je niet veel. Maar wel als je op dat moment minder weerstand hebt. En het gebrek aan zon in deze sombere lente verminderde de daartoe noodzakelijke opname van vitamine D. Daarbij enige verstoring van je bioritme kan een nadelige uitwerking op je gezondheid bewerken. Zo vermeldden doktoren op internet en de dokter die ik bezocht, na onderstaande ervaring. En op gevorderde leeftijd zijn de zwakste delen in je wezen vaak het eerst aan de beurt.
Op zaterdagmorgen 22 juni 2013, door Adventisten en groepen Baptisten “Sabbat” genoemd, hadden wij als geestverwanten na de dienst koffie met koek onder een gezellig praatje. Dat wordt voor mij altijd ruim een uur later thuis gekomen en het nuttigen van het warme middageten. Het dutje dat ik daarna deed eindigde ditmaal later dan anders, 16.45 uur. Logisch dat ik bij het snelle opstaan wat duizelig was. Verpleegsters zeggen niet voor niets dat je na een poosje te hebben gelegen, je niet direct moet gaan staan. Die duizeligheid gaat altijd gauw over. Dus nu ook wel. Dacht ik.
Dus begon ik gehoorzaam aan de raad om te bewegen, aan mij verplichte rondje van een kwartier door het parkje naast me. Maar na vijftig meter tolde de wereld om me heen en kon ik niets anders doen dan de grond van dichterbij bekijken. Ik “vlijde me neder” op het gras naast het pad. Dat had ik nooit eerder meegemaakt. Gelukkig of juist niet, was er deze maal geen andere wandelaar te zien die mij in deze hulpeloze vernederde toestand naast het pad zag liggen. Alle bekende wandelaars daar, al of niet met hond, kennen me daar als een gezonde ouwe jongen. Die verbeelding van me bleek even gelogenstraft. Ik besloot na een paar minuten het toch maar weer eens te proberen en kwam wankelend overeind en was in staat om schuifelend de terugtocht aan te vangen, bedacht op herhaling. Terug bij de ingang sprak een buurtgenoot me aan en na het horen van mijn klacht bood hij zijn arm aan. Dichter bij huis dacht ik het wel weer alleen aan te kunnen en liep in de flat voorzichtig de vier trappen van elk zeven treden uiterst voorzichtig op met de slogan “Vallen, liever niet”. Thuis bang naduizelen. Zoon Rob zei, dat ik zoiets nooit eerder had meegemaakt, komt omdat ik als drankbestrijder nooit dronken was geweest.
Achter de computer gekropen en de dichtbij wonende zoon Peter en dochter Seraja, die over de sleutel van mijn flatje beschikken per e-mail van deze gebeurtenis op de hoogte gebracht. Zoals ik anderen met een klacht zou doen, stelden zij mij gerust dat het een bekend tijdelijk verschijnsel was, en gaven verschillende oorzaken op en wat ik eraan kon doen. Ik had ze immers in mijn EHBO jeugdklas zelf daarvoor opgeleid? Toch op internet opgezocht, en de ervaringen en raadgevingen waren allemaal verschillend, maar wel bemoedigend. Het schoot mij te binnen dat ik jaren eerder zo iemand anders al goede raad had gegeven.
Ik heb vandaag op de achtergrond de radio aan staan omdat Nelson Mandela in werkelijk kritische toestand verkeert om elk komend moment te sterven. “Mens gedenk te sterven” stond in de oude poort op de muur, en een wijsgeer liet de woorden achter: “Heden ik, morgen gij”. Het is goed te weten en je daarna te gedragen, maar niet om de hele dag mee rond te lopen. En laat je ambities daardoor niet verdringen en blijf bezig met je denken en doen. Zo probeer ik het tenminste.

Vervolg:
Zondag nog onzeker thuis gebleven. Maandagmorgen 11 uur daarop moedig weer het verplichte wandelingetje gedaan. Nu wel met een wat zwaar hoofd en een wandelstok. Ook kreeg ik wat zelfvertrouwen door een dame die haar hond uitliet en geduldig mijn kwajongensstreken van toen ik 12 jaar was aanhoorde. Wat is het verschil eindelijk met 88? Het is een hele stap van gevoelens en indrukken van je jeugdjaren naar die van nu over te brengen. Je probeert ze te analyseren naar de huidige werkelijkheid. Zoon Rob zei over mijn ervaring, dat het komt omdat ik als drankbestrijder nooit dronken was geweest. Nu, dat weet ik dus ook weer, hoewel een beschonkene het mogelijk lachende kan aanvaarden. Hij staat de volgende dag op met een kater, wetende: dat gaat wel weer over.
Toch de dagen erop de morgen- en middagwandelingetjes gemaakt, want zonder bewegen ben je eigenlijk vroeger aan het sterven.
De grote proef kwam vrijdag toen ik ’s morgens mijn boodschappen op de fiets moest binnen halen. Na lange aarzeling zoon Peter gebeld, die vijf minuten van me af woont. Hij beloofde direct half 11 mij met de fiets op te halen om samen op pad te gaan. Het slaagde wonderwel. Wij moesten bij de Hema (haring goedkoop) en het Kruidvat zijn en togen daarna naar de Coƶp, waar ik binnen een half uur mijn levensmiddelen in het wagentje had. Toen weer dat lichte gevoel in mijn hoofd wat Peter deed besluiten samen lopend naast de fiets naar het huis, vijf minuten lopen, van ma Gerda en Seraja te gaan. Hij heeft de sleutel, die nodig bleek omdat Seraja was zwemmen. Seraja eindelijk bereikt, kwam na tien minuten thuis en stelde voor dat ik bleef eten om daarna bij de dokter, een Irakese invalster, ook al heel dichtbij, langs te gaan. Deze hoorde de klacht aan, nam bloeddruk op, keek in mijn oren en stelde vast dat het om een virus moest gaan die binnen twee of tien dagen vanzelf zou verdwijnen. Na de maaltijd vergezelde Seraja me met de zware fietstassen met boodschappen naar huis en bleef daar even op de computer kijken voor ze vertrok.
Ik had goed evenwicht op de fiets gehad, wat mij zaterdagmorgen 10.30 uur de moed gaf fietsend naar de Adventbijeenkomst te gaan. De terugtocht met Seraja leverde ook geen enkel probleem op.

P.S.: 14-7-13: Nog wat licht in hoofd. Toch om 10 uur gewandeld (niet de Vierdaagse) met wandelstok. Zus Cor is vandaag jarig. Heb een kaart over de post gestuurd, omdat ze geen e-mail hebben en het per post toch wat persoonlijker kan overkomen. Kaart kwam terug omdat cijfer 2 in postcode 1 moest zijn. Verbeterd en opnieuw gestuurd.

Tot 17-7-13 steeds beter. Maar als het lichamelijk, menselijk en dierlijk leven zo afhankelijk is van een klein instrumentje in het hoofd, hoe dan met de onontbeerlijke component, de geest? Het is moeilijk met de ogen dicht onwankelbaar te staan. Je mist een oriƫntatiepunt om je op te richten. Je moet daarvoor tenslotte een levensovertuiging hebben met een geloofsvertrouwen. De maatschappij heeft hulpdiensten met mensen waarvan je gebruik maakt bij ziekten, en rampen. Hoewel je die mensen misschien nooit hebt gezien vertrouw je op hen. Iedereen kent 112.
Er zijn gemoedstoestanden waarbij geen mens je kan helpen. En dan duizel je ook. Tot dusver heeft mijn 112, Christus, mij daarbij altijd geholpen. Ik hoop dat vertrouwen nooit te verliezen, zodat ik tot het laatst in evenwicht blijf.