woensdag 27 maart 2013

ADVENTBEWEGING IN ARNHEM SINDS 1925 EN VOORTGANG

Vooraf enige teksten waarvan een paar van mezelf die een mening tot stand kunnen brengen:

Denken is durven twijfelen.
Wie teveel twijfelt vertwijfelt.
Geloof is door verstand gecontroleerde emotie.
Voortschrijdend inzicht en eenheid in verscheidenheid zijn gegevens (slotconclusie Gen.Conf. 1995)
Niets is geheel waar, zelfs dit niet. (Multatuli)
Geloof is zoveel waard als waarop het is gericht. (Pred.ChrisTempel, overleed 2009)
Al zou ik alle Bijbelteksten uit mijn hoofd kennen met alle soorten uitleg daarbij, dan wil dat nog geenszins zeggen dat ik ze begrijp. (Vrij naar 1 Kor.13).
 
Mijn vader Kees, afkomstig uit Groningen, was kleermaker. Hij stond in 1925 aan de wieg van de Adventgemeente Arnhem, tevens mijn geboortejaar. Hij werd gesteund door de vader van Jan Kerssen, die af en toe vanaf Ede op de fiets naar Arnhem kwam en bij ons logeerde. Mijn moeder, Geertje, meisjesnaam van Dalen, afkomstig uit Bolsward, was voor vader, mijn anderhalf jaar oudere zusje Corrie en mij zeer zorgzaam, vooral in de toenmalige zware crisistijd. Zij verleende alle medewerking aan het tot stand komen van de Adventbeweging in Arnhem. Zij zorgde dat er altijd eten en slaapgelegenheid voor elke bezoeker was. Zij was het liefste mens dat ik ooit heb gekend.
 
PREDIKANTEN DIE IN ARNHEM STONDEN TOT 2013
                                 volgens Piet Schreuder
 
Hun adressen, karakters en jeugdwerk.
De predikanten die in Arnhem stonden, betrokken met hun gezin kamers in het huis van de familie De Wit, die boven hun radiozaak aan de Rozendaalsestraat woonde. Chronologisch kan ik het niet schrijven en volstrekte zekerheid kan ik ook niet geven, maar ik meen dat daar vóór de oorlog als eerste Free Voorthuis woonde, vervolgens Jan Brinkman en mogelijk korte tijd Contant, alhoewel die een vaste band had met Apeldoorn. Men logeerde daar in aanvang ook om niet op Sabbat te reizen. Daar woonde ook de onlangs overleden Siem Bauer. Een nuchtere, gezaghebbende predikant.
 
Het echtpaar De Wit had een dochter, genaamd Joke. Zij trouwde met de oudste zoon van het gezin Spannenberg, Willy, die ook het bedrijf overnam dat als filiaal van “Expert” achtereenvolgens op drie locaties in Arnhem verder ging. Zij woonden in een mooi huis “De Bruil” aan de weg De Bruil in Rozendaal bij Velp.
Zij hadden daarna geen belangstelling meer voor de Adventbeweging.
De zusjes Gerda en Annie Spannenberg juist wel. Zij maken zich daarbij verdienstelijk. Hun jongste broertje Harrie had geestelijke beperkingen, maar wel gevoel voor humor. Hij zat vaak naast mij in de bijeenkomst. Ik verzuimde niet hem bij de jeugdcolportage op te halen om daaraan deel te nemen.
Zuster Spannenberg kwam onverwacht in mijn drukkerij voor het maken van trouwkaarten. Harrie had een jonge vrouw, eveneens met beperkingen, gevonden en was daar een tijd gelukkig mee. Ook hij bezocht niet meer de Adventkerk.
 
Verandering van woonhuis.
Na de oorlog woonden de predikanten in een flat aan de Dovenetellaan 21-3 in Arnhem Zuid. Ik was vaak de eerste die hen bezocht en welkom heette. Ik herinner mij daar natuurlijk als eerste Wim en Minie Eikelenboom met zoon Ton. Daarna de ernstige Jan Reith met zeer sympathieke echtgenote, vervolgens Piet van Drongelen met zijn vrouw en leuke dochtertjes, welke laatsten ik soms naar bed bracht. Ook Mans Schuitenvoeder woonde daar een tijd.
 
Wim en Minie later vertelden de leukste tijd in Arnhem te hebben beleefd. Jan Reith zei mij juist dat toen hij over de Rijnbrug Arnhem-Zuid binnen reed, hij een donkere lucht zag hangen wat daarna zijn verblijf in Arnhem kenmerkte. Wim was muzikaal en humoristisch en acteerde tot in zijn preken toe. Hij kreeg daarna enige andere standplaatsen en ging tenslotte met zijn Mini in Vredenoord wonen. Door zijn prostaatkanker hield hij zich daar wat afzijdig. Bij een open dag op Zandbergen passeerden wij voor het ESDA-gebouwtje elkaar in groepjes. Na een paar tellen keerden hij en ik op onze schreden terug en gaven elkaar de hand. Ten afscheid bleek later.
 
Jan bleef ernstig tot somber toe, maar vatte zijn taak zeer nauwgezet op, hoewel ik hem soms moest aanmoedigen om mensen, vooral zieken en stervenden, te bezoeken. Zijn vrouw was lief, knap en bescheiden. Het blad Advent schrijft hoe haar overlijden, zes jaar geleden, hem heeft getroffen.
 
De begrafenis van mijn vader was sober. Er waren dertig mensen van de buurt en verenigingen aanwezig. Behalve mijn dankwoord werden er geen toespraken gehouden en was er geen gelegenheid voor betuigen van deelneming bij koffie en cake. Maar toen de familie door de uitgang liep stond Jan daar en keek mij aan met een ernstige blik alsof hij daarmee zeggen wilde: “Piet, ik ben er. Ik ben met je”. En dat zei mij meer dan honderd toespraken.
 
De jeugdige, jolige predikant Frits Woudenberg met zijn krullende haardos deed ook Arnhem aan. Hij was getrouwd met Sinnika, de dochter van een Bestuurslid van de Finse Adventkerk. Ze wierpen zich volledig op de gesmeerd lopend jeugdclub. Hij bracht boomstammetjes aan op de wand van het jeugdhonk beneden en besmeerde die met carboleum. Het hele gebouw was daarna enige jaren doordrongen van de geur die daar vanaf kwam. Het paar kreeg twee kinderen. Op Sabbatmiddag gingen wij op een bosweide handballen, waaraan Sinnika tot de dag voor de geboorte van één van haar kinderen mee deed. Wij kampeerden op het kampeerterrein van de Algemene Nederlandse Geheelonthouders Bond bij Hoenderloo. Daar kampeerde het gezin later eens in de sneeuw met hun peuters, waar het een fikse kou opliep.
 
Ze vetrokken naar Amerika waar Frits in de bossen verdween. Sinnika stond opeens even terug in mijn drukkerij. Ze wilde vóór de zaak op een foto worden gezet omdat daar de geboortekaartjes van hun kinderen waren gedrukt. Jan Koeweiden was predikant van Nijmegen en woonde boven de kerkzaal daar. Hij kreeg Arnhem enige tijd erbij, woont nu in Woudenberg en is nog steeds een vriendschappelijke en milde predikant die af en toe bij ons preekt. Als hij in 2011 met emeritaat gaat, hopen wij dat hij het standpunt huldigt: eens predikant, altijd predikant.
 
Henk de Raad (vader van Rob) was in Arnhem enige tijd predikant. Zijn bezetenheid voor lezingen besloten hem spoedig zich daaraan uitsluitend te wijden. Hij kreeg in aanvang de hele schouwburg van Apeldoorn vol.
 
Piet Gude was tot een aantal jaren geleden (ik schrijf nu maart 2013) toe de laatste “volle tijd”-predikant in Arnhem. (Zit ik eindelijk eens goed wat chronologie betreft). Hij was vóór die tijd werkzaam in de bouw geweest, waardoor hij later de beste man voor het belangrijke werk van het onderhoud en de nieuwbouw van de kerken bleek. Met hem betegelde ik binnen een week het doopkamertje. Hij bediende behalve Arnhem, ook Nijmegen en Doetinchem.. Marianne van Piet was muzikaal en richtte het zangkoor in Arnhem op, later in Apeldoorn. Zij was ijverig met folderen. Het zangkoor in Arnhem is nu onder de leiding van Madelon Convalius. Boffen wij in Arnhem even met die talenten! Alleen is de kerk bijna half leeg als het koor weer eens optreedt bij dopen en ter opluistering van andere diensten en zomaar concerten.
 
Op het moment dat ik dit schrijf wordt het Woord van het geloof in Arnhem bediend door Elise Happé-Heikoop die dat in deeltijd doet en ook Doetinchem als haar werkgebied heeft. Haar moeder Lydia Schippers was lang voor die tijd een zeer geziene gast in Arnhem. Van haar heeft Elise de altijd vriendelijke lach op het gezicht mee gekregen. Zij vertelt dat haar grootvader in Arnhem opeens voor een heftige regenbui moest schuilen en dat was juist voor Parkstraat 46 waar de deur open stond. Nu kan je zien hoe alle zegen van boven komt, want Jan Eelsing hield daar juist een lezing en hij luisterde mee. Hij wist dat Lydia zoekende was en zij haar bij thuiskomst: “Dát is net iets voor jou!” Zij kreeg Bijbelstudie van
Jan Eelsing, werd rond 1946 gedoopt en vervulde daarna de taak van hoofd kindersabbatschool. Haar jongere zuster Julia werd later gedoopt. Lydia ging op Oud-Zandbergen theologie studeren.
 
Karakterschetsen.
Piet van Drongelen vooral als jeugdleider met veel eergevoel erg ijverig. Hoe durf je anders in korte broek met een dikke trom voor je buik met veel lawaai een tambour-maîtrecorps aan te voeren dat opeens door het middenpad van noodgebouw Tivoli in Utrecht marcheerde. Hij was de maat van Karel van Oossanen die Dirk Vink als landelijk jeugdleider opvolgde. Het eerste wat Piet deed was de boomstammetjes uit het jeugdhonk verwijderen, tot grote opluchting van de gemeente. Omdat ik op verzoek van de jeugd van Amsterdam en Den Haag een bijeenkomst in Apeldoorn regelde, kwam hij met ouderling Piederiet naar mijn bedrijf om te zeggen dat mijn bezoek aan de kerk niet meer werd gewaardeerd. Toen Piet Tjalsma en de jeugd dat vernamen kwamen ze de volgende Sabbat mij halen en oefenden drang op mij uit om met hen toch naar de kerk te gaan. Terwijl “Tjal” de predikant Piet aan de praat hield begeleidde de jeugd mij naar mijn plaats. De volgende Sabbat verzocht Piederiet mij bij het H.Avondmaal het gebed te doen. Piet van Drongelen en ik gedroegen elkaar vervolgens als vrienden. Tijdens een congres in Arnhem van afgevaardigden uit het land stormde hij plotseling mijn drukkerij binnen met de programma’s inclusief liederen. Totaal verkeerd gedrukt. Of ik de organisatie uit de nood wilde helpen door ze binnen een paar uur overnieuw te maken. Ik had wel vaker met onmogelijke opdrachten te maken gehad, maar dit was wel een bijzondere. Ik zette al mijn andere werk aan de kant en had ze binnen een paar uur gereed.
 
In de oorlogstijd verzorgde Free Voorthuis elke zondagmorgen om 8 uur een toespraak voor radio Luxemburg, getiteld “De Stem der Hoop”. Hij was een tijdlang onze huisvriend. Hij was tuberculoos en tenslotte werd een long van hem uitgeschakeld. Hij kuurde in Zwitserland waar hij ook overleed. Het laatste sprak ik hem op een congres in Rotterdam, waar hij een beetje verloren rondliep en graag aan mij vertelde dat hij al zijn preken die hij voor de radio had gehouden, bewaarde. Zo gauw vergeten als één van de langst zittende Nederlandse voorzitters… Van hem en zijn broer Piet zijn mij geen nakomelingen bekend die in de Adventkerk verbleven. Predikant Jan Eelsing was in Nederlands-Indië zendeling geweest en woonde daarna in de oorlog met zijn vrouw, dochter Annie en zoon Jan in een prachtige villa op het Bothaplein 4. Direct na de oorlog werden daar voedselpakketten die uit Amerika kwamen, aan de Arnhemse Adventisten uitgereikt. Was dat toen het hoofdkwartier van de Adventkerk Nederland en was hij toen de voorzitter?
 
Piederiet stond aan het sterfbed van Jan in verzorgingshuis De Branding te Doorwerth dat geleid werd door de familie Van Berkel.
 
Nazaten en werkzaamheden
Van de zoon van Eelsing, Jan, vernamen wij niets meer. Dochter Annie, zeer muzikaal, leidde het Arnhemse zangkoor waarin mijn vader zong. Annie, Freddy Bailly, Coby Derwordth (nu getrouwd met Peter van Bemmelen) en ik vormden jarenlang een kwartet dat in het land bij conferenties en dopen bijdragen leverde. Dat deden Wim Eikelenboom, Freddy en ik ook vaak als trio.
 
Annie emigreerde naar Australië, net als Aty en Maartje (nu Marja) Okkerse. Annie werd dement en wekelijks door Marja bezocht, zo e-mailt Aty mij geregeld. Annie overleed in 2012. Wij hebben veel goede herinneringen aan haar.
 
Zuster Bailly was dienstbode bij doctor J.C.Hartogs, de oprichter van de kunstzijdefabriek ENKA (later AKU en Akzo-Nobel). Zij moest bij deze joodse familie op Sabbat het licht ontsteken. Zij hielp ook af en toe in huize Eelsing en vertelde mij eens dat als hij zich gereed maakte voor de preek, hij voor de spiegel stond en zei: “Ik zal ze vandaag eens laten huilen”.
 
Nou, dat kon hij, ook tijdens zijn goed bezochte lezingen tijdens de oorlog in de Remonstrantse kerk in de Parkstraat. Net als Voorthuis en Slont zette hij een bevende, ontroerde stem op en schudde daarbij zacht het hoofd. Als later in Hotel Hovie en de Volksuniversiteit na de eerste lezingen te weinig mensen kwamen opdraven, namen minder goede sprekers hun taak over tot niemand meer kwam. Lezingen trokken de mensen niet meer. Henk de Raad had nog enige tijd succes daarmee in de schouwburg van Apeldoorn. Ik richtte vaak mee de zalen in, die vaak gevuld waren met Adventisten uit de omgeving, tot Apeldoorn toe. Ik herinner me daar de humoristische opmerkingen van Cor Altink (vader van). Op de vraag waarom Mozes zo voorspoedig opgroeide, riep hij: “Molenaars Kindermeel!”. (Een bekend merk in die dagen).
 
Jan Eelsing trad als predikant af na een “vergissing” in de relationere sfeer. Het huwelijk bleef in stand. Hij hield later toch nog enkele preken. Hij en ik deden eens samen deur-aan-deurwerk in de Landbouwstraat. Aan elke deur ontmoeten wij sympathie, behalve aan de laatste bij de familie Roelofsen. Tsjonge, wat kregen wij ervan langs. Geen woord tussen te krijgen. Deze familie werd juist lid.
 
In die tijd had elke Adventgemeente zijn eigen predikant die elke week in zijn gemeente sprak. Dat heeft zijn voordeel om de gemeenteleden beter te kennen, ook van hun minder goede zijden. Och och… als Wim en ik over de zusters Zweers en Bronsgeest spraken, konden wij het niet houden van het lachen. Zelfs bij het huwelijk van mijn neef Koos van Duinen met Rodhé Grit in Groningen, hebben we het daarover uitgeproest. Hoe sommige laag opgeleide “volksvrouwen” bij de gemeente terecht kwamen was en bleef ons een raadsel. Dit is niet bedoeld om hen minder te achten. In elke “vereniging” zijn ontwikkelden en minder ontwikkelden in alle variaties van karakter. En dat is maar goed ook. Jacobus schrijft afdoende hoe wij alle soorten mensen dienen te benaderen. God houdt van ons allen. Dat is van alle tijden.
 
Acteurs.
Tijdens een congres in Utrecht gaf de Arnhemse jeugd in stadsschouwburg Vredenburg een toneeluitvoering van “Celestinus”. Ik moest als boodschapper de herders die om het vuur zaten, de komst van Celestinus aankondigen. Maar wie er kwam, geen Celestinus (Wim). Ik rende naar de kleedkamer beneden waar hij zich nog rustig stond op te maken. Ik zei dat ze allemaal op hem wachten. Ik kom zo, zei hij rustig. Ik weer naar het toneel en sprak luid: “Hij komt zo”. De spanning werd bij de spelers en toeschouwers danig opgevoerd tot Wim eindelijk verscheen. Niemand had iets opgemerkt. Wij hebben met het toneelstuk Scroog en Marley (A Christmas Carel van Charles Dickens), door het land een tournee gemaakt waarbij wij ook Huis ter Heide aandeden. Omdat ik slecht in het onthouden van teksten was werd mij de rol van spook toebedeeld. Ik kon zo in een hoek met een zaklantaarn onder een laken mijn tekst oplezen.
 
Wim werd maar al te bekend om zijn werk in Pakistan met de naar zijn naam genoemde kinderfonds.
 
Jan Brinkman had een geweldige verdienste als zendeling in Suriname. Oudere Surinamers die hier nu zijn, herinneren hem nog goed. Colporteur Wim Brinkman, broer van Jan, Egbert (verpleger) en Gerrit, was als vrijgezel in de kost bij een alleenstaande Adventiste zuster Van Riel in de Tramstraat in Arnhem, waar nu de stenen blauwe golven onder de opgang van de Rijnbrug bij het Roermondsplein zijn. Toen de buurt daar werd opgebroken vertrokken zij naar de kleine huisjes er tegenover aan Onderlangs. Die twee lagen elkaar niet bijzonder en wisten alleen maar allerlei slechts van elkaar te vertellen. Maar hij gaf af en toe mooie verslagen in de gemeente van zijn colportagewerk, gepaard met de nodige wonderen. Een bewijs dat zelfs heftige botsingen van karakters niet de gang naar de bijeenkomst konden schaden. Eigenlijk een Godswonder. We zijn net mensen, niet veel verschillend van anderen. Wel ervoer ik dat het elkaar hartelijk begroeten aanmoedigde vaker te komen en als iemand zich genegeerd of bekritiseerd voelde nooit meer terug kwam. Iedere nieuwe bezoeker van een gemeenschap verwacht in een wonderlijke wereld van bijna volmaakte mensen terecht te komen en wordt daarin teleurgesteld, zoals in elke vereniging het geval is.
 
Eén van de redenen voor kerkverlating
De grootste teleurstellingen ontstonden vaak tijdens de periodieke verkiezingen voor functies. Daarna bleven sommigen die zich niet meer gewaardeerd voelden, later weg. Ik probeer het probleem van algemeen dalend kerkbezoek elders te beschrijven en de oorzaken te vinden. Daarbij bedenk ik dat de Bijbel uit het Grieks is vertaald, in welke taal voor het vaak misbruikte woordje liefde vier verschillende woorden en betekenissen wordt gegeven. Als iemand zei niet voldoende “liefde in de kerk te vinden”, zei ik dikwijls: “Dan hebben wij jou juist nodig om wat liefde te brengen”.
 
Het afscheiden van een gemeenschap is van alle tijden en heeft veel verschillende oorzaken. Elke groep zal zich op aparte inzichten broepen die alleen de juiste zijn. De kleine groep zegt te voldoen aan de voorspelde “kleine kudde”, de andere aan “de grote schare”.
Pas als Christus komt zullen alle christenen van goede wille de echte eenheid beleven. Van alle tijden samen gerekend is dat natuurlijk de schare die niemand tellen kan! Gelukkig. Mogen wij daarbij horen.
 
IN HET NOORDEN
Toen ik met andere Christen Sabbatvierders in het dienstweigeraarkamp Geesbrug bij Nieuweroord verbleef, bezochten wij de dienst in Hoogeveen aan de gracht aldaar. Na afloop stond een rij leden ons op te wachten met het verzoek bij hen te komen eten, waaraan we graag gehoor gaven. Zo bracht ik ook soms de middag door bij de familie Booy, waarvan de oudste dochter in het tuinhuisje als tbc-patiënte kuurde. Met de ouders van de Brinkmans fietste ik mee, omdat zij in Nieuweroord woonden. Senior las als ouderling eens voor uit een hele grote Bijbel die op een veel te mager stalen kathedertje balanceerde. Je kon er op wachten. En ja hoor. Die Bijbel viel eens tot grote schrik van de toehoorders met een donderend geraas omlaag.
 
Ik vroeg hem op de terugweg eens iets over de gastvrije familie Booy. Hij zweeg even en zei toen met zijn scherpe Drentse stem: “Och, iedere gek heeft zijn gebrek, de ene aan zijn neus en de ander aan zijn bek”. Hij was scheepsjager en trok over het jagerspad langs de Hoogeveense trekvaart die naast zijn huis en ons kamp liep, met een touw de schepen voort. Hij citeerde daarbij luid uit o.a. Jesaja, zodat de schuitenvoerders het konden horen. Bij Noordse Schut staken wij het kanaal over bij een wit gebouwtje, waar later de diensten werden gehouden. Daarnaast lag het schip van de familie van colporteur Voerman, wiens zoon als predikant een specialist werd om Jehova’s Getuigen te benaderen. Hij bracht een aantal gezinnen daarvan tot de Adventgemeente Nijmegen waar hij stond. Die hielden het al gauw daarna voor gezien.
 
Jan Brinkman vertelde in zijn preken over de kastanje die hij als kind in zijn tuin in Nieuweroord had gepoot en tot een boom werd. Ik heb die boom gezien en ben benieuwd of hij er nog staat.
 
Als wij, gewetensbezwaarden, op het land werkten, kwam een van de jongens die daarvoor dienst had, op een zware fiets met een rek vol emaille fietskannen over het smalle paadje langs de diepe sloot rijden. Als de kleine, wat onnozel aandoende Siempie Kruit (waarom ook zo’n naam voor een pacifist) dat deed, kreeg hij allerlei grappige spotternijen naar zijn hoofd geslingerd. Ik hoor hem nog terug roepen: “Er leit een schip bie de breg, en doar stiet up: kiek op oe eige!”. Dat lijkt mij op meer kritiek toepasselijk.
 
Verkiezingen
Over de namen van de achtereenvolgende ouderlingen in Arnhem kan ik beter niet beginnen. Elke volwassen man is het daar wel eens geweest. Eén van hen, Siep de Haan, nu verblijvende in Vredenoord, zat zestig jaar tijdens de diensten achter het orgel. Ik schreef daar een stukje over in Advent. Hij woonde eerst met zijn Tine en drie dochters naast mijn bedrijf twee straten van het huidige kerkgebouw vandaan en betrok later de woning boven de kerk. Na dit echtpaar kwam daar Jan Kerssen met echtgenote te wonen. Ze kregen daar een zoon die de namen van mijn twee zonen ontving: Peter en Jisvi.
 
Oud jeugdlid Elly van Doorn (haar huwelijk werd ingezegend door Piet van Drongelen) woont nu dicht in mijn buurt. Zij zond mij per e-mail enige groepsfoto’s van de jeugd van die dagen, waarin behalve Wim Eikelenboom, ook de jonge Jan Kerssen is te herkennen. Hij kwam vaak met anderen uit Ede naar onze jeugdbijeenkomsten, zoals met Joke Boers, Vincent Duncan (nu Van Ee) Johnny Brink en de zusjes Van Dijk, waarvan één met Arie, de zoon van een van de Vink’s trouwde. Ook kreeg ik van haar zo een foto van Willie Kuiper met haar nagekomen zusjes Louise en Marga, de laatste nu gehuwd met Bertus Duister. Ik zond die door aan de familie die onbekend was met het bestaat van die foto en zich er zeer verrast en dankbaar mee toonde, vooral omdat Willie een paar jaar geleden overleed, waren haar kinderen er blij mee. Elly stuurde hen de originele foto.
 
Beperktheid
Nogmaals: ik besef de onvolledigheid en mogelijke verkeerde beschrijvingen in deze herinneringen. Daarom blijf ik altijd open staan voor correcties en aanvullingen. Maar een aantal jaren geleden is op een geheimzinnige wijze het archief uit een kast onder de kerkzaal verdwenen; dus kan dit als een weliswaar gebrekkige vervanging daarvoor dienst doen. Misschien vul ik, als God mij de tijd en het geheugen daarvoor nog schenkt, dit met enkele gegevens aanvullen.
 
Ik nam deel aan het uitstapje met het nagenoeg gehele predikantencorps naar “Bergheim” in Mühlenrahmede bij Altena, waar ik ze leerde volksdansen, wat jaren eerder een ongeoorloofde ontspanning was. Bij “Joepie Joepie, ik kom je halen” viel zuster Voorthuis voor mijn voeten en bezeerde zij haar been. Zij nam niet deel aan de excursie de volgende dag. Mijn geweten knaagt nog steeds dat ik niet naar haar toestand vroeg en haar bezocht.
 
Ik had een goede verhouding met Apeldoorn via zangkoorleider Frits Buys die met Dora het kostersechtpaar daar vormde. Mede dankzij mijn band met de jeugd aldaar waarvan zijn kinderen deel uitmaakte. zorgde hij dat ik met het zangkoor, leden en vrienden van Apeldoorn mee ging voor een weekend naar Bergheim. Toen op de gezellige avond de vader van Hans Contant een te zware bijbelquiz hield, verzocht de leiding mij de organisatie over te nemen. Mijn activiteiten zijn altijd gekenmerkt door ideeën die ik zelf wegens onhandigheid niet kon uitvoeren. Ook nu stond ik weer verbaasd hoe anderen voor de benodigdheden zorgden. Op een gegeven moment stonden alle aanwezigen op stoelen ballonnetjes door te prikken. Ik had een beetje te doen met Contant senior.
 
Niet vermeld mag blijven dat de kleinste van het gezelschap, Sjakie, de jongste Buys, bij een stopplaats dicht aan de oever van de Rijn te water raakte en met de stroom tussen de grote stenen dreigde te worden mee gesleurd. Piet Tjalsma en ik vormden een ketting en trokken hem zo uit het water. Hij is nu in Apeldoorn de langste persoon. Piet en Piet trokken hun hele leven al aan de jeugd….
In de pauze van de Toogdag in de IJsselhallen te Zwolle, sprak ik als 88-jarige de bijna 92-jarige "Tjal".
Hij was gehandicapt door een verzwakte heup, die hij weigerde te leten vervangen. Hij leed liever pijn.
 
Om de herinneringen aan de leden en bezoekers van de Adventkerk Arnhem op te halen, zou in dit bestek te ver voeren. Bovendien zou ik zeker die door mij (even) vergeten zijn tekort doen. Toch komen velen van hen mij af en toe voor de geest. Zo herinnerde Angelique Lebbink mij aan apothekeres Fleemink, die een tijdlang Penningmeesteresse was, en aan broeder Van Delden die lange tijd de kerk onderhield. Zuster Fleemink bewoonde een mooi huis aan de Bakenbergseweg tegenover park Warnsborn. Zij leek wat eenzaam en somber. Een reden om haar als jeugd met een bezoek te verrassen. Zij was daar blij mee en toonde ons het zeven sterrenpad in het park, waar in het midden zeven lanen op elkaar uitkwamen. Heel bijzonder is, dat wij op een gegeven moment in het bioscoopjournaal zagen hoe haar huis door een bom verwoestend werd getroffen. Wanneer dat was en of zij juist geëvacueerd was, is nog steeds een vraag voor mij.
 
Tenslotte
Ik mag niet verzuimen te vermelden dat achter elke hier genoemde predikant een levenspartner stond aan wie de gemeente na God evenzeer dank verschuldigd is. Soms actief in één van de werkgroepjes, maar altijd als onontbeerlijke steun voor haar man. Dat geldt ook nu voor vrouwelijke predikanten en hun echtgenoten, lekenwerkers, bestuursleden en diaconessen die in de gemeente hun taak vervulden. Evenmin vergeten wij hoeveel “alleengaanders” zonder huiselijke gezinsomstandigheden
nauwgezet hun taak voor de gemeente uitvoerden.
 
Mijn hoop blijft dat ik niemand tekort deed en lezers zich aan deze nooit perfecte en nimmer volledige beschrijvingen storen. Mogen ze een kleine bijdrage leveren aan de weg die wij toen allen bewandelden en nog bewandelen naar Gods Rijk.
 
Met dank aan de God Jahweh en Zijn Zoon Jezus.
 
Onder voorbehoud van tekortkomingen in geheugen en beschrijving, het laatst gecontroleerd in maart 2013 door
Piet Schreuder