donderdag 14 februari 2013

MILIEU IN DE BUURT

Het onderstaand artikel werd naar medewerkers voor een schoon milieu in de omgeving gezonden. Het lijkt mij een voorbeeld van pogingen om meer en blijvende aandacht voor beginselen te kunnen ontvangen. Het kan na verloop van tijd noodzakelijk te zijn dat zij in een aangepaste vorm worden gegoten. Het lijkt een beetje op de problemen waar alle politieke, godsdiensten en overige levensopvattingen mee worstelen: conservatief blijven of liberaal zijn.

Milieugroep Presikhaaf

“Wat zegt een naam?” (vrij naar Shakespeare)
AGA exit ten bate nieuwe naam

De medewerkers, ook buiten Presikhaaf, omstanders, bewoners van Presikhaaf, platformleden, enzovoort, zijn het in meerderheid erover eens dat de naam “Arnhem Geen Asfaltcentrale” (kortweg AGA) zijn grote dienst heeft bewezen tijdens de strijd tegen het vestigen van deze asfaltcentrale op Koningspley Noord. Daarna, ook tijdens de succesvol bestreden komst van de Biomassacentrale, werd over het algemeen bevonden dat de naam AGA achterhaald was en zelfs niet meer werd begrepen of verwarrend werkte. De asfaltcentrale werd immers als een afgeronde zaak beschouwd. Wij werden door Bruil, Provincie en Gemeente Arnhem met een gezamenlijke brief vriendelijk bedankt voor het meedenken waardoor zij een juiste beslissing konden nemen.
Het lijkt ook niet meer zo dat de provincie en gemeente de schrik in de benen slaat als zij de naam AGA horen. Daarbij komen en gaan er na een bepaalde tijd gedeputeerden, wethouders, raadsleden, maar vooral ambtenaren, die niet op de hoogte zijn van onze vorige acties.

Meedenken
Ik kreeg een tijd geleden de uitnodiging om aan te schuiven bij de Arnhemse Milieuraad. Deze raad was een orgaan dat gevraagd en ongevraagd advies gaf aan de overheid. Ze werd door de gemeente gesubsidieerd en er werd in het stadhuis een lokaal beschikbaar gesteld voor haar bijeenkomsten. De Milieuraad bestond uit dertig tot veertig vertegenwoordigers van verenigingen en instanties die zich, net als wij, bezighouden met de natuur en het milieu in en om Arnhem. Dit waren mensen met absoluut meer kennis en kunde op dit gebied dan ik ooit had bezeten; mensen van het vak. Ik plaatste mij bescheiden aan een tafeltje langs de muur totdat de voorzitter mij verzocht aan de vergadertafel plaats te nemen. Een speciale vergadering werd belegd omdat de Luchtmobiele Brigade bij de provincie en gemeente het verzoek had ingediend haar oefeningen voortaan op het voormalige militaire vliegveld op de Veluwe te houden. Geen geringe macht.
Het zevental vertegenwoordigers van het Ministerie van Defensie in Den Haag, op één na (een hoge ambtenaar) in uniformen van het leger, stelden zich persoonlijk hakkenklappend en handendrukkend in een rondgang aan ieder van ons voor. Bij ieder van hen kreeg ik van hen de naam en de hoge rang te horen waaronder zij dienden. Ik had de aardigheid om steeds te antwoorden met mijn naam, met toevoeging “dienstweigeraar”. Ik had na erkenning gewetensbezwaren in Den Haag vier jaar als oogstarbeider en heideontginner in Burgerdienst “gediend”. De militairen en voorlichter antwoordden op het aanhoren van mijn status in deze daarop steevast: “Moet kunnen”. De hoge ambtenaar vroeg mij zelfs gemoedelijk of ik zorg kon dragen dat op de weg langs het vliegveld (de Oostvrijlandweg) een fietspad kon laten aanleggen.
De gemeente besloot later om zogenaamde financiële redenen (f. 2000,-- per jaar, meen ik) de Milieuraad op te heffen.

Ik vertel dit als mijn bevinding dat ik personen en instanties niet als vijandelijke misdadigers kan en mag beschouwen, maar mij volgens de wet mag verzetten tegen hun plannen en beginselen, zodra die niet met de mijne (in dit geval ook de onze) overeenkomen. Ondanks hun prachtige presentatie met beeldscherm konden wij goede argumenten aanvoeren dat de natuur op de Veluwe grote schade zou oplopen van de vliegbewegingen van de helikopters.
De militairen namen deze argumenten mee naar huis en wij kregen later bericht dat wij vriendelijk werden bedankt voor ons meedenken en dat zij naar een andere locatie zouden gaan zoeken. De bezwaren die wij als onafhankelijke Milieuraad tegen de komst van de Luchtmobiele Brigade aanvoerden, werden door de gemeente gegrond genoeg geacht om geen toestemming voor de oefeningen daarvan te verlenen.

Wij en onze opponenten
Ik kan niet anders dan met deze instelling zo mijn medewerking verlenen aan het verzet tegen plannen van de overheid om op het industriegebied dat bezuiden Presikhaaf ligt, fabrieken te plaatsen die volgens mij en ons schadelijk zouden zijn voor de leefbaarheid van de wijk en het welzijn van de bewoners. De brief die wij van de Provincie, Gemeente en Bruil ontvingen na ons meedenken over de eventuele komst van de asfaltcentrale hield in dat een betere oplossing voor de plaats van de centrale moest worden gevonden.
De brief die de Milieuraad destijds van Defensie, Gemeente en Provincie ontvingen was van dezelfde toon. Wij werden daarin zeer bedankt voor het meehelpen een juist besluit te nemen in deze zaak,

Gevraagd: betrokkenheid
Overheden zullen steeds met plannen komen en burgers in de gelegenheid stellen daarover mee te denken. In onze bevlogenheid voor schoon milieu in onze leefomgeving, kunnen en zullen wij met brieven en inspraken de overheid van dienst trachten te zijn met onze argumenten. De wet verplicht de overheid waar mogelijk in dit overleg te treden met betrokken bewoners. Dit doen wij door overleg in voorlichtingsavonden, brieven schrijven en inspreken. Als in ons geval één bewoner van Presikhaaf, of één van Stadseiland of één van Westervoort zijn bezwaren laat blijken, dan worden deze bezwaren als van een bewoner van genoemd stadsdeel beschouwd. Het is dus niet direct noodzakelijk dat hij zegt namens een (werk)groep te spreken, hoewel dat mogelijk zou kunnen bijdragen aan de kracht van de argumenten. In dat geval zou die groep een naam moeten hebben die de lading dekt. Die naam blijft het beste in herinnering als hij kort en herkenbaar is. Hierover hebben vertegenwoordigers van Presikhaaf, Stadseiland en Mosterdhof/Westervoort, al eens met elkaar gesproken, waarbij nog niet tot een voorstel van deze korte duidelijke namen is gekomen.

Wel zagen wij in dat bezwaren eensluidend of aanvullend het beste aanspreken en niet tegenstrijdig moesten zijn. Als de één bijvoorbeeld zou zeggen dat acht windmolens niet aanvaardbaar zijn, maar vijf windmolens kunnen, en de ander pleit voor geheel geen plaatsing van windmolens, dan verzwakt dat de stelling van degenen die zeggen dat alle acht windmolens schadelijk zijn. Dus vooroverleg is dan voor ons eensluidend standpunt aan te bevelen. Dit gezamenlijk overleg “kan en mag” je ook een naam geven, maar niet als “platform” aanduiden, omdat dit bij bewoners en platformleden Presikhaaf Oost en West tot verwarring en tegenspraak kan leiden.

Wij kunnen eenvoudig weg, zoals zo vaak gebleken, niet van de leden van de platforms Presikhaaf verlangen en verwachten dat zij dezelfde ervaring en daarmee de specifieke kennis hebben als degenen die zich al jarenlang in deze materie verdiept hebben en daarvoor bepaalde acties ondernamen. Zomaar van de platformleden te eisen het vertrouwen aan ons te schenken moet niet door ons geforceerd worden. Als ze dat vertrouwen niet geven is dat hun zaak. Ruzieachtige debatten daarover schaadt eerder onze zaak dan dat we daarmee harten winnen. Vrijwilligerswerk voor leuke dingen in de buurt is nuttig “liefdewerk oud papier” wat met plezier moet worden gedaan. Het mag niet iemands leven bederven door onbegrip. Wij als milieugroep pretenderen behalve dat plezier, ook verder gaande verantwoordelijkheid voor onze natuur, ons milieu met daaraan gekoppelde zaken als verstening, vervuiling en gezondheid. Geen geringe zaken!

De naam (als voorstel!)
Voor de naam van elk stadsdeel zou ik voorstellen: “Milieugroep Presikhaaf”, “Milieugroep Westervoort” en “Milieugroep Stadseiland”. Kort en herkenbaar. Het gezamenlijk vooroverleg zou kunnen gaan onder de noemer “Gezamenlijke Milieugroepen betreffende Z.O. industrieterreinen Arnhem”.
De platforms Presikhaaf hebben geen enkele reden en mogelijkheid de Milieugroep Presikhaaf op te heffen. Zij kunnen hooguit de “eventueel aangevraagde subsidie” daarvoor onthouden. Wij moeten niet een geweldige strijd gaan voeren om erkenning. Het bedelen om geld bij hen lijkt mij minderwaardig. Als de platforms er zelf om vragen is het wat anders. Zij zouden hun door de gemeente ontvangen subsidie zelf als aanwending hiervoor gunstig kunnen beoordelen.
Maar na de opheffing van eerder genoemde Arnhemse Milieuraad kreeg elke groep die daarin was vertegenwoordigd, dekking voor gemaakte kosten bij de organisatie en zelfs faciliteiten.
De overheid heeft specialisten en roept desnoods de hulp in van onderzoekbureaus. Ook wij kunnen over deze informatie beschikken. Voort valt van internet uit allerlei hoeken feiten en meningen te vinden.

Van AGA naar Milieugroep Presikhaaf
Indien bereidheid (hopelijk) aanwezig is, dan lijkt mij de presentatie van de nieuwe aanduiding simpel en voor niemand onbegrijpelijk. Integendeel. De naam Milieugroep Presikhaaf kan zo men wil, aangevuld worden met “v/h AGA”. Niemand die daarover zal vallen. Men kan dat opvatten als ons realiteitsbesef.
Ook onze website www.Ageena.nl is simpel te veranderen in www.MilieugroepPresikhaaf.nl, of in www.MilieuPresikhaaf.nl, al of niet met (voorlopige) toevoeging “v/h AGA”.
Indien op dit voorstel geen reactie komt, benevens een eventueel instemmende reactie, dan hoop ik op de welwillendheid van onze secretaresse Bep, die het meeste werk voor onze groep verzet, om deze wijzigingen, in elk geval voor Presikhaaf, tot stand te brengen.
Verder, als vaker door mij gezegd: alles onder voorbehoud, omdat geen van ons, dus ik ook niet, perfect is. Het voorstel is voor ieder beter te aanvaarden voorstel vatbaar. Maar ik vraag wel om eindelijk een beslissing te nemen.

Vriendelijke groet en moed voor onze strijd voor hoge waarden gewenst;

Piet