Slechts enkele dagen tevoren drong het steeds meer tot mij door dat ikzelf misschien het “slachtoffer” kon zijn van een tweede soort afscheid, waarvoor de NJ-receptie van de platforms Presikhaaf gebruikt zou worden. Onderstaand typte ik daarom voor de zekerheid met een 18 punts letter Arial en printte dat uit op een A-viertje tweezijdig, zodat ik geen bril nodig had. Ik slaagde er in om nuchter onder dit alles te zijn, maar hoop mij dankbaar te hebben betoond. Het bewees inderdaad zijn nut, want nadat onze wijkwethouder Luuk van Geffen (SP-man) nu met de ambtsketen van de locoburgemeester om, al direct na aanvang het woord kreeg van de wijkopbouwwerkster, noemde hij mijn naam aan wie deze maal aandacht zou worden geschonken. Na een aantal verdiensten waarvan ik me niet meer van bewust was, te hebben opgesomd, overhandigde hij mij de gemeentelijke onderscheiding in de vorm van het loodzware zwarte beeldje “Het Arnhems Meisje” met oorkonde in en fraai kistje. Ik vroeg of ik wat mocht terug zeggen. Natuurlijk, was het antwoord, en hij hield al de microfoon onder mijn neus. Het papier uit mijn binnenzak gehaald en voorgelezen, wat als zelfs hij een papiertje nodig had, voelde ik het niet helemaal als een blamage dat ik mijn verhaaltje voorlas. Ik ben geen begaafde spreker die het voor de vuist weg doet. Het was kort, maar bleek goed te vallen, want de rest van de tijd werd voor mij gevuld met handdrukken en en gezoen van de dames, die de helft van de bezoekers uitmaakte. Ook iemand uit Westervoort die van mijn milieugroep, hield een toespraak, waarin hij mij als “nestoor” van de groep betitelde, en overhandigde mij een boeket bloemen, na de boeketten die ik reeds van een lid van de Sr.Fietstochten en een lid van het platform mcoht ontvangen. In een verslagje dat ik mij gedwongen voelde voor mijn logboek/website te maken, hoop ik “vereerd” over te komen bij het gemeentebestuur, de aanwezigen en alle relaties die het al of niet uit de krant vernamen.
OVERDONDERD. DANK. WIE DIT ALLEMAAL ZO GEORGANISEERD HEBBEN: IK ZAL ZE KRIJGEN. KAN IK BIJ DE LOCOBURGEMEESTER AANGIFTE DOEN? IEDEREEN WIL OUD WORDEN MAAR NIET ZIJN. MAAR OP ZO’N MANIER IS HET WEL LOLLIG. DUS: BLIJF ZOLANG MOGELIJK ADEMEN EN MEEDOEN. WAT HEEFT PRESIKHAAF TOCH VEEL VRIJWILLIGERS EN MANTELZORGERS AL OF NIET IN COMMISSIES EN PLATFORMS. EN ONDERSTEUND DOOR BEROEPSKRACHTEN VAN GEMEENTE EN RIJNSTAD. ALLEMAAL KOMEN ZE OP VOOR HET WELZIJN VAN DE BEWONERS. GOD – MENS – DIER – NATUUR EN MILIEU, DAT IS EIGENLIJK ÉÉN PAKKET WAAROVER IK SCHREEF. DAARVOOR WILLEN WIJ ALLEMAAL BEGRIP HEBBEN EN DAT WILLEN WIJ HIER ZO GOED MOGELIJK IN STAND HOUDEN. VOORAL BEP EN BEN TOONDEN GROTE IJVER VOOR HET MILIEU IN EN OM PRESIKHAAF. DANKZIJ SCHOON MILIEU KUNNEN WE ALLEN GEZOND LEVEN. ER IS BLIJKBAAR BELANGSTELLING VAN BUITEN DE WIJK VOOR. IK ZIE TENMINSTE DIE RELATIES UIT WESTERVOORT EN STADSEILAND DIE OOK VEEL VOOR MIJ HEBBEN BETEKEND. ZELFS MIJN ZUS EN ZWAGER KWAMEN VAN DE HOOGKAMP. OUD PLATTENBURGERS EN PRESIKHAFERS. JE ZULT MAAR ZO’N DOCHTER ALS SERAJA HEBBEN DIE VELEN VAN HEN HIER NAARTOE HEEFT GELOKT. IK DACHT ZELFS DAT ZIJ OM HAAR GEWELDIGE MANTELZORG VOOR ONZE MOEDER DOOR DE HELE BUURT GEWELDIG WERD BEWONDERD. ZIJ VERDIENDE VOLGENS MIJ EEN EERSTE PLAATS. GELUKKIG DE WIJK DIE ZULKE MENSEN HEEFT ALS HIER ZIJN. ALLEMAAL EEN GELUKKIG NIEUWJAAR!
Achterstallig
Er mag worden verondersteld dat een dagboek regelmatig wordt bijgehouden. Weliswaar niet noodzakelijk elke dag, maar toch minstens binnen elke maand. Ik bewonder degenen die zich verplicht hebben elke week een bijdrage aan hun “blog” te geven. Dat vereist de nodige discipline. Je doet het tenslotte ten behoeve van het vastleggen van je handelingen en gebeurtenissen in je leven en om anderen daarin te laten delen. Dat laatste niet om de belangrijkheid van je bestaan, zo je dat zou vinden, maar meer als aanmoediging voor lezers om door die gedachtewisseling met jezelf te doen beseffen dat je niet alleen op de wereld bent. Het gevoel van alleen zijn en eenzaamheid is immers voor zeer velen de beweegreden geweest om het leven dat zij ontvingen op een moment van geen enkele waarde te achten. Zij voelen zich daardoor soms zelf zo nutteloos en ongelukkig dat zij geen enkele belangstelling voor wat dan ook meer aan de dag leggen en “vegeteren” en geen deel meer nemen aan het sociale leven. Het aantal dat op een voor de achterblijvers vreselijke wijze zich van het leven beroven, is schrikbarend. Het leven is “gekregen” en wordt op een uitzondering na als de kostbaarste gift beschouwd. Zelfs een bos bloemen gooi je bij ontvangst niet zomaar weg. Het zou een belediging voor de gever zijn. Als je dat met je leven doet dan is er wel iets heel erg verstorend aan de hand, zodanig dat je het niet meer denkt te kunnen repareren. Een dagboek kan je helpen te beseffen dat je voldoende waarde hebt om met enige voldoening te kunnen voortbestaan. Mensen die in een besturende God geloven zullen daarbij de hulp vinden van de spreuk “hoop doet leven”. Tien jaar geleden lag ik wegens een hartfalen met een ernstiger hartpatiënt in het bed naast me in het ziekenhuis. Zijn leuze was: “nemen wat er komt en het beste er van maken”. Toen hij mij tot mijn verrassing een maand geleden opbelde, bedankte ik hem voor die woorden omdat ze mij door moeilijke perioden hadden heen geholpen.
Een levensovertuiging hebben is een reden om te leven. Niettemin komt er een moment dat je leven voltooid is. En dat betreft ook je deelname aan bepaalde activiteiten. Door ouders of andere relaties kan je beïnvloed zijn om in verenigingen en commissies mee te werken aan het verbeteren van de algemene levensstandaard van een bepaalde groep mensen of zelfs van de hele wereld. In hoeverre dat gevoel al in je aanwezig is zonder die beïnvloeding is een vraag waarop niet direct een antwoord is te geven. De profeet Jeremia kreeg te horen (Jeremia 1:5) dat hij reeds voordat hij in de moederschoot gevormd werd was voorbestemd om een taak te vervullen. Of je dat gezegde nu aanvaardt of niet, je ziet om je heen dat iedereen zijn eigen talent “kreeg” om mee door het leven te gaan. Bij die ontvangst is elke eigen verdienste uitgesloten. Het gaat er natuurlijk wel om wat je met dat talent doet. Goede of kwade dingen. Net zoals het met het verstand wat je kreeg het geval is, ook dat kan je ontwikkelen ten goede en ten kwade. Het garandeert je in elk geval geen wijsheid.
Idealisme
Een ideaal is een gedachte (idee) of droombeeld van iets wat men zich als het beste voorstelt, zo zegt het woordenboek. Een idealist streeft dat na. Een idee kan soms wel, soms niet te verwerkelijken zijn. Vaak wordt er minachtend over gedaan. Maar we kunnen niet zonder. Er zijn bedrijven die zich uitsluitend bezig houden met het onderzoeken van nieuwe gedachten om hun product te verbeteren en de productie te versnellen. Alle grote bedrijven hebben een afdeling “Research”. Er zijn talloze afhankelijke en onafhankelijke onderzoeksbureaus die de overheid gevraagd en ongevraagd van advies dienen. Het onderbouwde advies wordt door bestuurders van alle kanten bekeken of het voor hen van waarde is. Zo kan je als idealist gemakkelijk in een commissie rollen, maar moeilijk er uit. Dat heb ik ondervonden bij mijn afscheid van een platform en commissie waarover ik elders schreef. Had ik eerst al drie weken tevoren de “senuwe” die mijn leven bedorven, bij de voorbereiding van de uitgave van mijn boek, daarna had ik een week tevoren behoorlijke spanning bij het afscheid van de Gemeentelijke Senioren Fietstochten en toen nog eens bij het afsluiten van mijn bijdrage aan Platform Presikhaaf, dat de hoge doelstelling heeft de wijk leefbaarder te maken en de bewoners meer welzijn te bezorgen.
Verdacht
Ik dacht daarmee van alles af te zijn om rustig met mijn website terug te kunnen kijken op gedane arbeid in deze, en dan wordt er op de volgende platformvergadering, waar ik dus niet aanwezig was, door de wethouder voorgesteld mij een gemeentelijke onderscheiding te geven. Twee leden werden bereid gevonden om de daarvoor benodigde aanvraag bij de burgemeester in te dienen. Dat zo de zaken verliepen hoorde ik natuurlijk pas achteraf. Ik heb anderen in het verleden voor dergelijke zaken voorgedragen en weet tamelijk nauwkeurig welke voorbereidingen daarvoor getroffen moeten worden. Grote geheimzinnigheid, tot misleiding toe, wordt gehanteerd ten opzichte van bedoelde persoon. Maar als je door je dochter herhaalde malen wordt opgebeld om beslist op de Nieuwjaarsreceptie van het platform te komen en of ik adressen wilde geven van mensen die iets in mijn leven hadden betekend en bovendien mijn zoon die met partner in Duitsland woont, maar met haar, eveneens ambtenaar in Arnhem, mij vertelt dat zij beiden vast van plan zijn ook te komen, dan krijg je het de twee voorafgaande dagen toch benauwd om je hart. Nog bedacht ik dat het om dochter Seraja zelf zou gaan omdat die als mantelzorger voor demente moeder zulk bewonderenswaardig werk doet en troostte ik me niet alleen daarmee, maar ook met de gedachte dat op de receptie allemaal bekenden aanwezig zouden zijn en dat daar iedereen iedereen aflebberde en gelukkig Nieuwjaar wenste, zodat ik de aanstaande gebeurtenissen maar over mij moest laten komen. De laatste hachelijke mededeling van de dochter was dat ik, als ik bang was het woord te moeten voeren, ik dan maar van tevoren iets op papier moest zetten. Dat deed ik “op de gok” met een 18-punts letter op een A-viertje. Dat gaf “iets” gevoel van veiligheid. Dat een zoon mij met de auto haalde en bracht en ik hem aan de tegelijk bij de ingang van het Multifunctioneel Centrum arriverende wethouder kon voorstellen, kalmerend mij wat. Zoiets van: ik sta er niet alleen voor. En ja hoor; na enkele begroetingen met de beste wensen, zag ik drie zonen, een schoondochter en natuurlijk dochter zelf verschijnen, en wonderlijk genoeg ook nog mijn anderhalf jaar oudere zuster en zwager. De oud diaconesse van de Adventkerk en haar man waren aanwezig, en ik hoorde opeens fluisteren: is daar ook niet de nestor van de Raad. En jawel, Nico Wiggers kwam me de hand drukken en me herinneren aan het feit dat hij als elfjarige EHBO-leerling van mij duizend donateurs aanbracht. Toen een puber, nu de oudste van de gemeenteraad. Niet vergeten.
Beeldig
De wijkopbouwwerkster die de receptie organiseerde, kondigde de wethouder als spreker aan. Het was dezelfde man die mij had toegesproken bij de boekuitreiking en het platformafscheid en ook nu vertelde hij dat deze receptie een bijzonder tintje had wegens ene Piet Schreuder. Ik zat aan het tafeltje bij mijn familie dicht bij de spreker, draaide mijn stoel in zijn richting en trachtte hem met een onverstoorbare blik aan te horen. Dat hij ook papier nodig had voor zijn toespraak stelde mij gerust. Obama en Rutte had ik dat ook zien doen. Er zijn zelfs trucjes met schermpjes boven een camera waardoor nieuwslezers zo vlot van hun woorden kunnen afkomen. En voorlezen kon ik toch ook wel? Wijkwethouder Luuk van Geffen (van de SP) had nu als locoburgemeester de ambtsketen om. Ik kreeg voor de vierde maal in een jaar te horen dat ik het hart op de goede plaats had zitten en mijn verdiensten voor de stad en de wijk door het gemeentebestuur van “onschatbare” waarde werden geacht. Verschillende activiteiten waaraan ik had deelgenomen werden opgesomd. Ik wist bij lange na niet meer wat ik had uitgehaald, want zoals ik in het begin zei: je rolt als vanzelf een commissie binnen. Nee zeggen als je gevraagd wordt ergens aan deel te nemen, was er niet bij. Je vroeg je wel steeds af: waarom ik? Er zijn veel slimmere en deskundiger mensen dan ik. Maar dat wordt eenvoudig weg gewuifd met het antwoord: omdat niemand anders dat wil. De toespraak werd beëindigd met de mededeling dat het gemeentebestuur het had behaagd (of zoiets) mij “Het Arnhems Meisje” als onderscheiding te geven vergezeld van een oorkonde, samen in een sierlijk kistje. Dat beeldje is een loodzwaar twintig centimeter hoog zwart beeldje van een meisje op een sokkeltje. Ze had duidelijk anorexia en had haar handen op de billen om overeind te blijven. Ik werd even geplaagd door de gedachte dat ik als voorstander van de eerste vier geboden geen beelden mag aanbidden en dat mensenverering een Christen niet past, maar geestverwanten stelden mij gerust dat deze gedachten hier niet van toepassing waren. Bovendien weet ik dat weigeren een belediging is voor de gever. Ik vroeg of ik wat mocht terug zeggen en haalde al mijn papiertje uit de zak.
Natuurlijk mocht ik dat. Daarmee betuigde ik als “overdonderd zijnde” mijn dank, beschuldigde ik mijn dochter en riep tenslotte alle aanwezigen (75 personen?) een gelukkig Nieuwjaar toe. Applaus, hapjes en drankjes en kussen van de dames, ook moslima uit diverse landen, en ferme handdrukken van de mannen en nog een toespraak van één van de Milieugroep die mij bloemen overhandigde omdat ik volgens hem de nestor was van de groep. Ik was even het lokale knuffeldier. De daarna aangekondigde griepepidemie en hooikoortsuitbraak had duidelijk hier zijn haard. Thuis heb ik als EHBO-er gecontroleerd of ik, zoals werd beweerd, het hart op de goede plaats had zitten, wat anatomisch bleek te kloppen: iets links van het midden. Als ik aan politiek zou doen was het wat meer naar links geweest.
Het allermooist
De volgende ochtend bij het ontwaken bespeurde ik een groot wonder. Ik had mij nog nooit zo kalm en gerust gevoeld. Voor de rest van mijn leven zou ik nergens meer bang zijn. Zelfs niet om te sterven, wat onherroepelijk dichterbij kwam. Of ik dat onder “geluk” moet scharen is een tweede. Er blijven op dat gebied voor mij en anderen teveel wensen. Binnen een halve dag vervaagde dat zeldzaam rustige gevoel en kreeg ik weer de dagelijkse zaken te verwerken. Wel bewust dat ik, vergeleken bij de toestand volgens het plaatselijk en wereldnieuws, tot de gelukkigste mensen van de wereld behoor.
Zonder het gemeentebestuur en de aanwezigen tekort te doen: ik blijf denken aan het eenjarig bestaan van mijn jeugdclubje LEGOP in de jaren vijftig. Met de kinderen had ik een oud magazijn met krakkemikkerige stoelen en tafels omgetoverd tot clubhuis, en de kinderen gaven daar een zeer amateuristische voorstelling met toneel, zang en kunstjes voor hun ouders en andere bewoners van de wijk Plattenburg. Het verliep allemaal naar wens en ik kon tevreden afsluiten met deze voorstelling.
En toen…. En toen kwam een moeder van een groot gezin het podium op, sprak een kort woord van dank en overhandigde mij een vierkleurenpotlood van 35 cent. Daarvan was ik zó kapot dat ik naar huis holde, mij in mijn kleine slaapkamertje verstopte en op mijn blote knietjes voor mijn bed huilend God dankte.
Krant en radio
Nabetrachting. Er zijn foto’s genomen en de uitreiking van het beeldje stond natuurlijk in de kranten. Tijdens het middageten was er een kwartier durend vraaggesprekje voor omroep Arnhem, en binnen een week was de journalist van De Gelderlander met een fotograaf bij mij voor een interview. Dat hadden hij en zijn collegae al in het verleden bij mij gedaan wegens mijn acties voor herstel bos Presikhaaf. Ik had vroeger voor de Oost Koerier zelf wekelijks vraaggesprekken gevoerd en voorzitters en eigenaars van bedrijven in het zonnetje gezet. Dus was dat geen belasting voor me.
Een liedje klonk: “Het is moeilijk bescheiden te blijven, als je zo’n kerel bent als ik”. Dat is het enige wat mij zal blijven drukken. De ontmoetingen met felicitaties in het parkje naast me hield enkele dagen aan en toen was het over en uit. Ik heb mijn eigen begrafenis beleefd, waar gewoonlijk de goede kanten van je worden gememoreerd en niet de kwade kanten. Met de groepen milieu en archeologie zal ik nog meedraaien. Moet ik maar niet schrijven…. De bewonerscommissie blijft mij als secretaris beschouwen, maar ik zal trachten me niet te druk over alle zaken te maken. Hoe ik dat volhoud, wordt gevraagd. Gewoon blijven ademen, eten, drinken, bewegen en suffend denken. En, als je kunt: schrijf het op.