Professor Robbert Dijkgraaf is sinds 1 juli 2012 directeur van en Leon Levy Professor bij het Institute for Advanced Study in Princeton (IAS), V.S. Daarvoor was hij President van de Kon.Ned.Akademie van Wetenschappen. Hij is net als Albert Einstein een “Theoretische Natuurkundige”. Dijkgraaf beschouwt hem toch als de grootste geleerde op dat gebied die ooit geleefd heeft. Stephen Hawking, die op dit gebied door velen nog hoger wordt aangeslagen, noemde hij terloops. Die bevestigt de theorie overigens.
Dijkgraaf schoof kort geleden aan bij het populaire praatprogramma van De Wereld Draait Door en gaf daar een college van vijftig minuten over de oerknal, want hij is er een grote voorstander van om deze wetenschap dichter bij de gewone man en vrouw te brengen. Als je Einstein zou tegenkomen zou je hem onmiddellijk herkennen; Robbert niet. Hij is een alledaagse uitziende man van middelbare leeftijd. Ik googelde “Robbert Dijkgraaf Oerknal” in en zag en hoorde geboeid het college per YouTubefilm, want hij praat en demonstreert als jongens onder elkaar. Daar waren ook enkele filmpjes tussendoor, en het deed mij genoegen in één daarvan Einstein te zien en te horen. Een wereldberoemdheid door zijn relativiteit- en kwantumtheorie, die het ontstaan en de toekomst van het materiële heelal, waartoe onze planeet behoort, door ingewikkelde berekeningen verklaart. Theoretische natuurkunde gaat over “ruimte en tijd”, begrippen die Christenen met “oneindigheid en “eeuwigheid” aanduiden. Ik geef er de voorkeur aan het woord “tijdloosheid” te gebruiken, waarmee ik het evenzeer voor de mens onbegrijpelijke “zonder begin en zonder einde” aangeef. Dat sluit niet uit dat sterrenstelses, zonnen en planeten een begin en einde kunnen hebben. Onze planeet aarde is niet alleen volgens de Bijbel, maar ook volgens de historische wetenschap op een gegeven moment voor bewoning van mens en dier ingericht. Beiden vermelden dat er een planeet bestond die bedekt was met water en dat een scheiding tussen water en land werd gemaakt, waardoor een dampkring om de aarde ontstond die de mogelijkheid opende voor het bestaan van menselijk en dierlijk leven. Dat Mozes deze wijze van ontstaan toen al beschreef, geeft te denken over hoe hij die kennis ontving. Kon hij met recht na elk onderdeel van die schepping zeggen: "God sprak en het was er"?
Uitdijend heelal
Robbert stelde dat waarnemingen sinds hele oude tijden aantoonden dat het voor ons zichtbare deel heelal zich uitbreidt. Door fijnmazige berekeningen kon zelfs worden vastgesteld dat daardoor steden, voor ons onmerkbaar, steeds verder van elkaar af kwamen te liggen. Hij demonstreerde dat met een ballon waarop die steden als stipjes werden afgebeeld. Hij blies die ballon op, en zie: de steden lagen verder uit elkaar. Als dat dus zo is, dan kan je niet alleen de toekomst berekenen, maar door terug te rekenen, ook het verleden. En zo kam hij terecht bij de “oersoep” en de “oerknal”, waardoor het vorige zaakje uiteenspatte, wat in elk geval de verklaring zou zijn voor ons sterrenstelsel met zijn miljarden zonnen en planeten.
Natuurlijk geef ik dit weer met de bekende “o.v.” (onder voorbehoud) wegens mijn beperkte opleiding en begripsvermogen. Niettemin opent het voor mij de ogen voor een beter beleven van mijn levens- en geloofsopvatting. Want nog niet zolang geleden schreef ik over de ontdekking van het kleinste deeltje, dat het Godsdeeltje werd genoemd. Hét zogenaamde begin. Voor het blote oog onzichtbaar, maar door de waarneming van de ene telescoop, zoals die van Westerbork, op de nog voortdurend sterker ingerichte andere telescopen over te brengen, werd het wondertje zichtbaar.
En nu komt door mijn Bijbelse achtergrond weer een gedachte naar boven. Dat “fundamentele” kleinste deeltje dat een paar maanden geleden was ontdekt door Higgins, kan volgens de berekeningen door de dikste muur heendringen, en nog onbegrijpelijker: zich op meer plaatsen tegelijk bevinden.
Bent u er nog?
Als al het vorige voor mij al niet te volgen was, en ik het slechts met “aanname” moet doen, dan vertoont deze in praktijk omgezette theorie veel gelijkenis met de ogenschijnlijk onwaarschijnlijke gebeurtenissen die in de Bijbel staan vermeld. De discipelen waren in een gesloten ruimte bijeen na de dood van Jezus, en opeens stond hij midden tussen hen. Dat Gods Geest en de menselijke geest andere menselijke geesten kan beïnvloeden is door uitingen aan elkaar waarneembaar, maar geeft hiermee toch verdere uitzichten. Een geloofsovertuiging heeft geen directe bewijzen nodig, maar het doet toch prettig aan dat meer en meer de wetenschap deze overtuiging bevestigt. Zo ook de verklaring dat alle geleerden er zeker van zijn dat in deze miljarden sterrenstelsels zich planeten moeten bevinden waar “intelligentie” aanwezig is. Hij gaf veel eer aan de sterrenkundige Copernicus en de natuurkundige wijsgeer Demokritos. Robberts bescheidenheid sierde hem door te zeggen dat de beoefenaars van deze wetenschap zich bewust waren dat als er honderd procent in totaliteit viel te weten, zij maar vier procent daarvan enigszins benaderden.
Keuzemogelijkheid
Tenslotte besefte hij de allesbeheersende vraag: wat was er dan vóór die oerknal. Daar was geen antwoord op. Welaan, ik mag trots zijn: zover was ik ook al. Een onverklaarbare gebeurtenis is immers ook een wonder zolang hij niet verklaard is. Steeds meer blijkt dat niets meer onmogelijk is. Dat lijkt een gewaagde uitspraak, maar als het heelal en de tijd grenzeloos zijn, dan blijft er niets anders over dan het vormen van je levensbeschouwing over dan te kiezen met welk vooruitzicht je het prettigst leeft. Eindigt ons ingenieus ingewikkeld en kostbare leven in het niets, of blijft er voor altijd DNA van je over waaruit je een nieuwe start voor een volmaakt bestaan kan ontvangen?
Filosofen suffen, maar iedereen die suft is geen filosoof. Een filosoof (wijsgeer) bedrijft cognitieve assimilatie, verbinding maken tussen verschillende op weten berustende gedachten die hij vervolgens publiceert. Predikanten imiteren die methode in hun presentaties met het doel ons en al wat leeft van optimisme te voorzien. Optimisme, pessimisme of onverschilligheid: we kunnen nog kiezen.p.schreuder2@chello.nl