zondag 4 november 2012

TAAL

Deskundigheid vereist?
Mij op het gebied van taal- en letterkunde als uitermate deskundige opwerpen zij verre van mij. Mooi gezegd hè. Dat komt omdat ik nog steeds de waarschuwing in mijn achterhoofd heb, dat een zin beginnen met “Ik” op egoïsme duidt. Dat is natuurlijk flauwe kul en  toch hecht ik er (een beetje) aan. Zo is het op meer gebieden binnen deze vorm van overdracht van gevoelens en gedachten die communicatie wordt genoemd. Het is moeilijk zonder te kunnen. Woorden, zinnen, gezichts- en gebarentaal (mimiek en gesticulatie), gewoonten en gebruiken zijn eveneens vormen die dienen om mensen elkaar te doen begrijpen. Foutloos bestaat niet. Bij de verkiezingen in oktober 2012 voor een nieuwe Nederlandse regering lag Roemer met zijn programma van de Socialistische Partij ver voor op Samson van de PvdA. Toch won Samson het bij de kiezers ruim. Zijn “voordracht” sprak hen meer aan. Er klonk bij de analisten vaak de woorden “strategisch kiezen”, een twijfelachtig motief. Ook is bekend dat men vaak op “de poppetjes” stemt. Hier komt dus in het algemeen gezegd de persoonlijkheid aan bod. Zo kan de keuze terecht of onterecht zijn.

Taalsoorten
Zonder het te beseffen hebben wij allemaal met deze soorten taal te maken. Het is louter dat ik vanaf mijn kindsheid stukjes schrijf, hoe onbeholpen ook, dat ik mij wat meer verdiep in die verschijnselen. De portretten van Domela Nieuwenhuis als grondlegger van het socialisme in Nederland en Doktoro Zamenhof, de samensteller van de wereldhulptaal Esperanto, hingen zo aan de muur van de huiskamer van mijn ouderlijk gezin, dat het was of zij elkaar aankeken. Zij hadden allebei een keurig geknipte witte wollige baard om de kaken, kin en nek en gaven mij zo een betrouwbare indruk. Ze noemden het, voor sommigen wat oneerbiedig, Christuskoppen. Terzijde: het merkwaardige is dat er van het lichaam en het hoofd van Christus geen enkele beschrijving bestaat, laat staan een getekend portret. Wat als zodanig wordt opgevoerd is fantasie, want ons liefhebben is niet slechts om het innerlijk. Christenen spreken en zingen in bekende liederen over “Zijn liefelijk aangezicht” en “veilig in Jezus armen”.
Het portret van de natuurkundige Einstein had ook wel wat om aan hem vertrouwen te schenken. Zo kan op deze gronden iemand volgelingen krijgen. Weer: terecht of onterecht, want hoe vaak blijkt niet dat iemand met een liefelijk gelaat een massamoordenaar blijkt te zijn en iemand die je wegens zijn uiterlijk voor geen cent vertrouwt, goede daden ziet verrichten die hun weerga niet vindt. Zo heb ik mij schrijvers van prachtige boeken voorgesteld, die door foto’s in kranten en beelden op de televisie voor mij volkomen ontluisterend werkten. Lange tijd geleden (wat is lang, er was nog geen televisie) was in de krant te lezen, dat een omroepster van de BBC dagelijks post kreeg van mannen die helemaal  verliefd op haar waren om haar mooie stem en voordracht. Totdat ze haar portret in de krant plaatsten. Toen verschenen er van de ene dag op de andere geen liefdesbrieven meer.
Wij allemaal tuinen er op één of andere manier steeds weer in als het om het innerlijk en uiterlijk karakter gaat. En dan heb ik het niet eens over het feit dat in ons land één op de drie huwelijken op een mislukking uitdraait en in Amerika is dat zelfs één op twee. Dan hebben wij het alleen over echtscheidingen en niet over echtparen die omwille van de kinderen of het fatsoen met elkaar in een hel van onbegrip leven. Die twee zijn toch ééns op elkaar gevallen.

Vertalen
Deze zaken allemaal ter inleiding van vertaalkunde. Er worden in Nederland meer vertaalde boeken verkocht dan oorspronkelijk Nederlandse. Uit bovenstaande blijkt dat vertalen een zeer ondergewaardeerde kunst is. Vertalen: ik geef het je te doen. Woorden, zinnen, uitdrukkingen, gezegden, gebruiken, ze zijn in elk land en elke taal anders en vragen allemaal om gelijkwaardige woorden, enzovoort, equivalenten genoemd, die minstens op die in een andere niet oorspronkelijke taal moeten worden overgebracht. Als je kennis hebt van die andere taal, merk je dat de vertaler het vooral om “de toon, het gevoel” te doen is, dat achter de bedoeling van het beleven van de schrijver schuil gaat. Dat lukt de ene keer beter dan de andere keer. Met gedichten is dat tiendubbel het geval. Een kunst op zichzelf. Woord voor woord vertalen bestaat niet als je de oorspronkelijke bedoeling van de schrijver wilt weergeven. Wat dacht u van “hyperbolen”? Overdrijven met getallen. In alle talen voorkomend. Moeder zegt wanhopig tegen haar stoute kind: “Ik heb je al honderd maal gewaarschuwd”. In de Bijbel wordt met “duizend” nagenoeg altijd “veel” bedoeld. Zie uw concordantie maar. Dat een aantal tekstenuitleggers meenden de toekomst te voorspellen met zulk een gebruik kan je bijna niet alleen als gebrek aan taalkennis wijten. Psalm 90:4 en 1 Petrus 3:8: “Bij God is duizend jaar als één dag”. Deze ‘struikeling” in vertalen had tot gevolg dat het niet alleen verschillende malen een misbruik bleek, maar dat er om het goed te praten werd verzonnen dat er “opgestapelde zonden in het Hemels Heiligdom lagen”, een plaats waar, nadat de duivel uit de hemel was geworpen, die daar juist niet meer mochten voorkomen.
Samuel 18:7: “De vrouwen jubelden: Saul versloeg ze bij duizenden, David bij tienduizenden.” Als we dit letterlijk als voorbeeld namen, dan zouden Adventisten, Baptisten, JG’s, Mennonieten (Doopsgezinden), Quackers en meer groepen die het pacifisme van Christus en de apostelen (o.a. Ef.6) in beginsel hebben voorstaan, kunnen zeggen: “Nou, lekkere jongens dan en lieve moeders die na elke veldslag te horen kregen dat hun zonen die net voor de volwassenheid stonden, na een marteling aan het zwaard waren geregen.
De psalmen zijn tussen 1000 en 250 jaar vóór Christus geschreven en gezongen. Psalm 19 begint met: “De hemel verhaalt van Gods majesteit, het uitspansel roemt het werk van zijn handen”. Enzovoort. Romeinen 1:20: “Wat de mens over God kan weten is hun bekend omdat God het aan hen kenbaar heeft gemaakt. Zijn eigenschappen zijn vanaf de schepping van de wereld zichtbaar in zijn werken, zijn eeuwige kracht en goddelijkheid zijn voor het verstand waarneembaar”.
Guido Gezelle liet de waterspin, het Schrijverke genoemd, in zijn gedicht op zijn vraag antwoordden:

"Wij schrijven, herschrijven en schrijven nog,
den heilgen Name van God l"
In zijn ander gedicht klonk het:
Mij spreekt de blomme een tale,
mij is het kruid beleefd,
mij groet het altemale,
dat God geschapen heeft!

Personificatie
Vanaf het begin van de mensheid wordt, net als in deze gedichten, “personificatie” gebruikt; een voorwerp als persoon aanspreken of beschrijven. In het woordenboek staat achter elk zelfstandig naamwoord een m, v of o (mannelijk, vrouwelijk of onzijdig). Ook geestelijke zaken worden vaak als een persoon aangeduid. Teveel om op te noemen. Het is dus vaak bijgeloof als men in zo’n geestelijke zaak een persoon of voorwerp ziet. Zowel het Oude als Nieuwe Testament waarschuwen tegen deze vormen van geloof. Het tweede gebod luidt zelfs: “Gij zult geen beelden maken en aanbidden”.
In ons en Bijbels spraakgebruik wordt een “astraal” (doorzichtig) figuur een “spook” genoemd. Heel wat mensen geloven zo in spoken en sprookjes. Daarom waarschuwt de bijbel zelf voor een levensovertuiging die daarop is gebaseerd. De schrijver daarin zegt dat we een “nuchtere” godsdienst moeten hebben. Dat lijkt mij de werkelijkheid. Want ook de Joodse en Christelijke godsdiensten zijn nooit van dergelijke storende bijgeloven vrij geweest. Als men zich aan één of andere groep verbindt, dan vormt dat mede je identiteit, persoonlijkheid, waar je als het ware aan verslaafd wordt en van welke verslaving je nauwelijks af kunt komen. Je gaat niet de werkelijkheid aanhangen en verkondigen, maar tevens voor de mens onbegrijpelijke leerstellingen, dogma’s. Zo worden meer Bijbelgedeelten onbegrijpelijk genoemd, wat men afdekt met het argument dat het een “goddelijk mysterie” is.

Contact tussen God en mens
Aangenomen dat God onze Schepper en onderhouder is, dan is Hij volkomen op de hoogte van onze situatie. Wij nemen aan dat Hij  in een oplossing voor ons probleem heeft voorzien; zou Hij dat dan in een voor ons onbegrijpelijke, niet menselijke taal, hebben bekend gemaakt?
Wie zo redeneert verklaart eigenlijk dat God het Woord dat Hij aan ons heeft gegeven niet te begrijpen is. Men wil er bijvoorbeeld niet aan dat God volgens Zijn Woord ons heeft geschapen naar Zijn beeld en gelijkenis. Genesis 1:26-27. Zo maakt men het geloof moeilijker dan het in feite is. Ook het “spiritualisme” dringt zich aan de mens op. De veronderstelling dat de “stof” een verschijningsvorm van de geest is, heeft bij menig mens tot valse hoop geleid. De Bijbel waarschuwt tegen die stelling en  verklaart het in strijd met de leer van de opstanding op de laatste dag. Het woord moet niet worden verward met “spiritueel”, wat geestelijk of geestig betekent. Ik beweer vaak dat een Bijbelonderzoeker op zijn hoede moet zijn voor dergelijke valkuilen en bij dergelijke vragen een concordantie en een woordenboek bij de hand moet hebben.

Wanen
Wel moeilijk te begrijpen is het verschijnsel wat in de psychologie wordt onderkend en waarmee psychiaters van doen hebben: het horen van stemmen en het zien van dingen die er niet zijn. Visioenen en dromen kunnen zich zo aan je opdringen alsof ze werkelijkheid zijn en je zo volkomen in de war brengen. Paranoia, achtervolgingswaan, is daar een sprekend voorbeeld van. De geesteszieke weet zeker dat één of meer personen (zelfs dierbaren) het op zijn leven of eigendommen heeft of hebben begrepen. Daardoor leeft hij voortdurend in groot wantrouwen. Een scheiding heeft dat veel als oorzaak.

Zo zijn er door de hele geschiedenis in vele talen overdracht van gevoelens en gedachten gebruikt en zullen ze zo in gebruik blijven. Maar ik geef onmiddellijk toe dat wat voor de één dergelijke woorden een bewijs van het bestaan van God vormt, de ander dat ontkent omdat hij wijst op de vele rampen met alle ellende in zijn persoon en wereld die juist de onmacht van God tonen die voorgedragen wordt als een volmaakte Schepper van een volmaakte wereld, die dat blijkbaar niet is. De eerste zonde en de daarop volgenden als oorzaak? Dat een kind aan  kanker overlijdt kan je moeilijk aan de ouders wijten die God trachten te dienen. Ook daarom is voor juiste meningsvorming enige taalkennis nodig. Het kan hoop, geloof en liefde geven als een houvast in het leven.
Tenslotte, bovenstaand is “mijn” bevinding. U kunt de uwe hebben. Moed voor verdieping is nodig, want de Schrift zegt ook: “Wie kennis vermeert vermeerdert smart”. 1 Kor.8:1: “Kennis kan opgeblazen  maken”. Dus pas op voor “beïnvloeding” of indoctrinatie, ook door mij. U draagt in dit geval verantwoording voor uzelf.
Veel zegen van God Jahweh gewenst.