donderdag 15 november 2012

G U U S


Alweer een verloren zoon: Alex Curly overleed begin november. Hij was de man van het liedje dat Nederland veroverde:
“Guus  kom naar huus, want de koeien staan op spring’n,
de varkens motten vretten en het hoi mot van het land”.
Ik heb, verdraaid nog an toe, drie generaties ten gronde zien gaan. Van Snip en Snap tot en met Hetty Blok, welke laatste Alex nog net voor ging. Bedenk wel: dat zijn over de hele wereld miljarden mensen in nog geen tachtig jaar, die er waren en niet meer zijn. En nog even, ik wil u niet bang maken, maar dan horen u en ik ook bij die verloren generaties. Hebben ze allemaal die prachtige boodschap gehoord die u voor hen had? Is er, gezien de onstuitbare bevolkingstoename met milieuvervuiling en oorlogsdreiging, nog tijd, kunde, geld en mankracht genoeg om zelfs maar alle Chinezen en Indiërs met onze inzichten te bereiken? Wij hebben het over miljarden medeburgers van deze en de volgende generatie.
Als het een beetje mee zit dan kunnen wij de gekste theorie opstellen die er bestaat en daar nog onloochenbare wijze teksten bij plaatsen van wereld-bekende filosofen van heel vroeger en nu, en vooral van de schrijvers van de oudste Geschriften zoals van de Bijbel. Het is maar welke theorie u het beste lijkt om u het eeuwige, tijdloze gelukkig leven te garanderen. Vergelijk de vroegere en huidige zendelingen, hun mogelijkheden en hun resultaten. Nu verlaten zij hun land om “onwetenen” in nog niet bereikte landen en streken te vertellen wat zij moeten denken en doen om eeuwig gelukkig te worden.

De Nieuwe Tijd
Of is het nu:  Guus, kom naar huus. Het omgekeerde van de Verloren Zoon. De man die eerst de boel thuis weer op orde moet brengen.
Er vertrekken regelmatig Nederlandse theologen, al of niet in opleiding van die mogelijk vierduizend verschillende christelijke stromingen, naar het buitenland om zich verder te bekwamen in de evangelisatiearbeid. En als ze er helemaal voor klaar zijn, dan gaan ze naar een land waar de huidige generatie nog nooit van God Jahweh, Jezus en het verlossingsplan, heeft vernomen. En nu, ruim tweeduizend jaar na Christus, merken ze in het zo geheten beschaafdste deel van de wereld, Europa, dat de kerken ontvolken. En dat, ondanks veel instromers uit het buitenland, die de lege plaatsen proberen op te vullen. Zie de namen van de doopberichten. Het zijn hoofdzakelijk kinderen van ouders die aanhangers zijn van hun kerk. Maar, op wat gebieden na, zijn de mensen minder ontvankelijk voor die boodschappen geworden. Het plan van God Jahweh is gratis. Nou ja, wat geld betreft, en je hoeft er ook geen bovenmenselijke arbeid voor te verrichten of het met zelfkastijding te verdienen, wat bij verschillende godsdiensten de gedachte is.

Verdienste
En toch: ook Christenen willen het op één of andere wijze verdienen, er staat immers: strijd om in te gaan en je zult tenslotte beoordeeld worden naar je daden, hetzij goed, hetzij slecht. Maar de predikant zegt dan: als je het geheim door hebt, en dat kan iedereen door krijgen, dan doe je de goede dingen vanzelf en laat je de kwade dingen na. Natuurlijk: er staat duizend maal geschreven dat geen mens goed is, tot niet één toe, maar dat is bij je bekering verholpen door de woorden van Jezus aan het kruis: “Het is volbracht”. Daarmee verzoende de Almachtige zich met ons allemaal. En wie dat aanvaarden kunnen het Beloofde Land binnengaan. Het lijkt mij tenslotte toch de beste oplossing voor mij en de hele wereld, al snap ik alle bijzonderheden er nog niet van. Ik heb ook geen bewijzen, maar ik troost mij dat het geestelijk leven van de mens bestaat uit “Gevoelens, gedachten, daden en, als je kunt, spreken en schrijven”. Dat laatste deden tenslotte de schrijvers die alle paleizen en tempels en profeten in dienst hadden en de apostelen van Christus. Aan hen allen hebben wij de Bijbel te danken, want Jezus zelf schreef niet. Nog buiten beschouwing gelaten dat daarna zich duizenden over die eeuwenoude Geschriften bogen en zo goed, geestdriftig en kundig waren het in de talen van elke volgende generatie over te zetten. Daaraan kwamen ook “redacties” te pas, die zich soms suf zochten naar wat de vorige schrijvers met bepaalde woorden en zinnen en uitdrukkingen bedoelden. Want vertalen doe je niet zomaar. Lees de inleiding van de complete nieuwste Nederlandse vertaling maar. Het is een Gods wonder dat de grote lijn in al die tijden en vertalingen behouden is gebleven, zodat toch van een Christenheid of Christendom gesproken kan worden. 
De grote vraag blijft natuurlijk: waarom verschillen zoveel Christelijke gemeenschappen dan zo van elkaar? Iemand krijgt een nieuw inzicht over een bepaald gedeelte van de Bijbel, verkondigt dat en krijgt volgelingen. Zij vormen weer een aparte gemeenschap, die elke andere gemeenschap als niet goed wijs beschouwt, dwaas of zelfs misdadig, behalve zichzelf. Bewijzen genoeg voor hun gelijk.
Is dat geen antireclame voor het “evangelie”, de blijde boodschap voor alle mensen? In elk geval zitten we met dat feit. Of zouden we (ik durf het bijna niet te zeggen) door de competitie die daardoor ontstaat, juist daarmee blij moeten zijn? De één legt zich niet alleen toe op de uitleg van bepaalde Schriftgedeelten en de ander richt zich op een volgens hem vergeten, verwaarloosd deel. De lezer of luisteraar van de ene lezing zal ééns gesteld worden voor een andere lezing. Gaat het erom dat je bij welke uitleg ook daardoor maar vrede met God en jezelf hebt en je daarvan met graagte wilt getuigen? Niet alleen aan het andere deele van de wereld, want hoe staat het in mijn en uw straat ervoor?
De gemeenschappen van eenzelfde kerk of genootschap zien zichzelf gesteld voor de opdoemende nieuwe inzichten door het verloop van de wereldgebeurtenissen, die vaak in strijd zijn met de gewekte verwachtingen. Het blijkt nu meer dan ooit dat de bezoekers van eenzelfde gemeenschap in de ene plaats anders denken en doen als die in de andere plaats. Ze worden meer autonoom, een verschil in gesteldheid waarop sommige gemeenschappen als de Zevendedags Baptisten zich al eerder beriepen. En toch samen door dezelfde deur. En dan moeten we nu daarmee de leden en vaste bezoekers van elke gemeenschap afzonderlijk en alle gemeenschappen rekenen.
“Guus kom naar huus want der beur’n rare ding’n”