maandag 15 oktober 2012

PLATFORM PRESIKHAAF AFSCHEID


Arnhem, september 2012                       
Partir c'est mourir un peu.
Letterlijk: Als je afscheid neemt, sterf je een beetje. 
Figuurlijk: Afscheid nemen is moeilijk.


AAN Platform Presikhaaf West

Geachte voorzitter, vrijwilligers- en professionele leden.
Met deze brief deel ik u mede dat ik mijn deelname aan de platformvergaderingen tot mijn zeer grote spijt beëindig. Niet zonder jullie hartelijk dank te zeggen dat ik een tijdlang hopelijk een kleine bijdrage mee mocht leveren aan het doen en denken over de leefbaarheid van de wijk en het welzijn van de bewoners. U zult begrijpen dat de leeftijd van bijna 88 jaar een goede verontschuldiging is voor het plaatsmaken voor jongeren.
Vanuit Plattenburg kwam ik met het jeugdwerk en de EHBO al vóór de eerste steenlegging van de wijk Presikhaaf daar terecht, omdat de EHBO op het Merwedeterrein ontstond en op twee weilanden de speelvelden werden ingericht voor de nieuw opgerichte sportverenigingen Wivos en Presikhaaf. De leden daarvan kwamen voort uit mijn jeugdclub LEGOP. Later woonde ik dertig jaar in de Krammerstraat. Daar beleefde ik als hoogtepunten de spelletjesdag met de vrijmarkt en de plantenverkoop onder leiding van Willem Wildschut, de excursie naar het Europarlement en de inrichting van het digitaal trapveld met Henk Folkeringa en Gerard Scheuter die ook later met Willem Wildschut mijn idee van een parkmanifestatie hielpen uitvoeren. Ook genoot ik medewerking voor de vier fototentoonstellingen. En niet te vergeten uw hulp bij het verschijnen van een aantal gebundelde huiselijke en historische kolommetjes, die ik ongeveer vijftig jaren in bladen die in de wijk verspreid werden, mocht plaatsen. De waardering van de gemeente hiervoor werd uitgedrukt in een boom met mijn naam ervoor in het park. 
Natuurlijk slagen niet al je ideeën. Zo had ik met natuurliefhebbers een andere kijk op het herstel van de natuur in bos Presikhaaf waaraan ik de start gaf, dan veel anderen. Toch hoop ik met de AGA te blijven ijveren voor natuur en behoud van de waardevolle geschiedenis van ons buitengoed en omgeving. Het behoud van de natuur op Koningspley en daarmee het milieu van de wijk, vooral mede door de specialistische kennis van Bep en Ben, is een sprekend voorbeeld van het meedenken met overheden. Een dankbrief van gemeente, provincie en stuurgroep Bruil beschouw ik als een eerbetoon.
Je hoort vaak dat je niet naar het verleden moet kijken maar naar de toekomst. Ik meen met alle bestuurders van land en stad dat je alleen van het verleden kunt leren. Ik ben jullie daarom dankbaar dat ik met jullie instemming de gebundelde kolommetjes daarover aan de bewoners mag nalaten. In ons wijkblad en mijn websites wil ik graag, zolang ik “de geest” heb, deze huiselijke stukjes leesbaar voor de bewoners aanleveren.
De platformvergaderingen legden wat druk op mij wegens het mede beslissen over initiatieven van bewoners voor het beter maken van hun buurt. Ik twijfelde te vaak over onze deskundigheid om voorstellen van bewoners van de ene kant van de wijk door bewoners van de andere kant van de wijk te kunnen laten oordelen om hen wel of niet met een financiële bijdrage te belonen.
Misschien is het zelfs goed voorzichtig te zijn met zogenaamde klankbordgroepen. Die worden opgericht door de gemeente omdat bewoners wettelijk betrokken moeten worden bij plannen van de overheid. Dit in tegenstelling tot “werkgroepen” die gewoonlijk uit ideeën van een bewoner of groep bewoners in het leven worden geroepen en kunnen worden bijgestaan door medewekers van Rijnstad. Laat je niet zomaar inpakken door initiatieven van de gemeente, corporaties en architecten.
Onder de algemene naam “gemeente” denken wij vaak alleen aan de ambtenaren die in het platform een plan van de gemeente presenteren of een plan van de bewoners beoordelen. Daarbij behoeven de platformleden niet automatisch te juichen, maar eventueel met onafhankelijke deskundige hulp hun mening te geven. Een oordeel over de persoon ambtenaar is hierbij niet van pas.
De leden van de “gemeenteraad” handelen immers ook zo. Die controleren het college. De platformleden zouden meer de plannen van de gemeente en woningbouwcorporaties kunnen beoordelen en zo nodig flink tegengas durven geven als dat al niet gebeurt. De overheid schermt vaak met “bestemmingsplannen” en “vrijstellingen”. Ambtenaren verdienen hun geld om plannen te maken en die aan de burgers te “verkopen, te verdedigen en uit te voeren”. Zij zijn aangesteld omdat zij een opleiding hebben genoten en een bepaalde deskundigheid hebben wegens hun opleiding. Dat wil niet zeggen dat zij het beste inzicht in al die zaken hebben. Dat kan juist bij een betrokken bewoner groter zijn. De wet zegt dat overheidsorganen altijd de burgers in hun plannen moeten betrekken. Laat dat nooit voor de vorm of “de eer” zijn! Die plannen worden daarom altijd op de gemeentelijke pagina’s van de Arnhemse Koerier geplaatst zodat betrokken bewoners hun oordeel daarover kunnen geven.
Het is wel zo dat menig ambtenaar van buiten de stad komt en de mogelijkheid bestaat dat hij daarom voor zijn gevoel minder beleving van een buurt, wijk of zelfs de stad kan hebben. Zie de discussie over het Rijnboogproject, opgesteld door een buitenlander die geen historisch besef van de stad heeft.
Ik wens u allen goede bijeenkomsten voor het belang van de wijk met nieuwe kandidaten voor het platform.
Hartelijke groet en veel succes gewenst van Piet Schreuder

10 oktober 2012  Het gevolg
Dacht ik er met bovenstaand briefje er mooi vanaf te komen, kreeg ik het verzoek van Rijnstad-opbouwwerkster Lies Vonk om toch de vergadering van beide platforms Oost- en West Presikhaaf, die gisteravond plaatsvond, te bezoeken. Zij meende namens alle leden te spreken dat zij het toch wel prettiger zouden vinden als ik nog een bijdrage leverde, om daarna persoonlijk gedag te kunnen zeggen.
Nou, vooruit dan maar, antwoordde ik en kreeg de stukken van de avond toegezonden.
Gelukkig was mij door de beheerder van parken en bossen Arnhem, Jeroen Glissenaar, korte tijd geleden telefonisch gemeld dat de beek die al in oktober 2010 van parkje S.Coeur onder het spoor door naar de heemtuin aangelegd zou worden om zo de vijver van park Presikhaaf van vers
water te voorzien, nu eindelijk voor november 2012 op de rol stond. Het platform betitelde dit als goed nieuws en de leden klapten verheugd. Vooral Lies zag blij, misschien omdat ik inderdaad nog een bijdrage had geleverd. Ik had in de pauze immers aan haar gevraagd: wat doe ik hier eigenlijk nog? Waarop zij iets vaags zei van: wacht maar af.
De agendapunten werden als gewoonlijk vlot afgewerkt tot de rondvraag en sluiting aan de orde kwamen. Toen zei voorzitter Rob Klingen dat nog even aandacht zou worden geschonken aan een afscheid en dat betrof Piet. Ik schrok op zoals dat hoort. De voorzitter van Oost, Henk van Duuren, ging staan en begon een lang betoog te houden over mijn verdiensten die ik (blijkbaar) had voor de wijk (ongeveer zevenduizend bewoners?). Lies kwam daarna met een zwaar bloemstuk opdraven en Henk overhandigde die mij met een warme handdruk.
Nog was het einde niet. Wethouder Luuk van Geffen was ook al gaan staan en probeerde met een toespraak Henk nog te overtreffen. Ik liet het allemaal maar over mij komen. Luuk hield mijn boek als promotie omhoog en hij had opeens twee geschenken in de hand die hij mij overhandigde. Ik dacht dat ik daarbij natuurlijk moest gaan staan en de twee pakjes van papier ontdoen. Eén bevatte een klein doosje en toen ik dat opende, toonde ik dat aan de zaal met de opmerking dat ik nooit eerder oorbellen had gedragen. Fout. Het waren manchetknopen (die ik ook nooit droeg) met het wapen van de gemeente Arnhem erop, wat een kleine onderscheiding betekent. Het grotere pak bevatte een schaal met aan de binnenzijde een plattegrond van de stad en aan de achterzijde ook het wapen van Arnhem.
Ik bedankte ook hem hartelijk, waarna de voorzitter aarzelend vroeg of ik daarop iets had te zeggen. En het wonder geschiedde weer. Ik met mijn aangeboren sprekersangst, ondervond dezelfde ervaring als bij het afscheid van de Fietscommissie. Ik wierp alle schroom van mij af en herinnerde wat zaken die ik al in de brief had gememoreerd. Kortom: ik loop hier al tachtig jaar in de omgeving rond, altijd lid van verenigingen, ik trok nu de gemiddelde leeftijd van de platformleden te hoog op naar mogelijk zeventig jaar, dus hoopte ik dat mijn plaatsje zou worden ingenomen door een jongere. Ik dankte alle leden dat ik met hen over het welzijn van de bewoners had mogen meedenken en –doen en beloofde dat ik in de werkgroepen van natuur, milieu en archeologie zou blijven meedraaien.
Na de sluiting kwamen de voorzitter en alle leden stuk voor stuk vertellen dat ik altijd op het platform welkom zou blijven. Ik bleef nog een drankje meedrinken, kreeg van iedereen een handdruk en een praatje en knuffels van de dames, vooral van Lies, die na veel overleg met anderen, zei dat zij het bloemstuk dat niet in mijn fietstas kon, aan zou komen reiken.
Ik kreeg het gevoel dat ik toch iets voor de gemeenschap had betekend. Het gaf mij op de terugweg naar huis en de aankomst daar, niet alleen opluchting, maar ook een klein beetje voldoening, na al mijn gevoelen van steeds maar tekort schieten. Is het te hoog gegrepen dat zo “aanwezig zijn” het hoogst bereikbaar is voor een mens? Daarvoor dankte ik God op mijn blote knietjes.

11 oktober 2012 gevolg 3
Vijf leden hadden aangeboden de zware pot met wintertviooltjes met hun auto (één met zijn scootmobiel) aan te komen reiken. Lies “won” het van ze en kwam de volgende dag met het bloemstuk aan, plus een kaart waarop elke deelnemer aan de vergadering zijn naam had geschreven en waardering voor mijn meedenken en –doen had geuit. Misschien is die kaart het meest blijvende aandenken aan mijn wijkwerk, die één van mijn kinderen mogelijk bij de foto’s die werden gemaakt, zal bewaren.
Helaas, toen ik na haar vertrek de kamer weer in kwam, bleek kat Garfield was verdwenen. Hij verkende gewoonlijk bij open deur nauwelijks drie meter linkls en rechts de galerij, waarna hij weer snel naar binnen schoot; maar nu bleek hij in geen velden of wegen te bekennen. Het hele huis nogeens omgekeerd, uren lang in de avond de flat en omgeving afgestruind en maar roepen. In de nacht steeds opstaan of hij de juiste deur had teruggevonden, want die lijken allemaal op elkaar, en vandaag roepend door het parkje en de aangrenzende Schaapsdrift en stuk Velperweg lokkend afgelopen; maar nee hoor. Alle buurtgenoten van wie ik het e-mailadres heb, gemaild en wat meelevende berichten terug ontvangen, maar niet de gouden tip over een lokatie waar hij gesignaleerd zou zijn. Het vroor vannacht….
Hij zal als hij honger heeft wel binnen een paar dagen terugkomen, is de algemene opvatting. Je hoort zelfs van veel langere tijden waarna een kat terugklomt.
Het beestje hoort weer naast mijn computer te liggen als ik schrijf. Hij dient aan die verplichting te denken om mij weer in evenwicht te krijgen.

14 oktober 2012 Tot slot (4)
Er moet toch eens een slot aan dit hoofdstukje komen.
Het werd een gewoonte: ook ‘s nachts even opstaan en naar de buitendeur gaan. Dus in de nacht van vrijdag op zaterdag om drie uur ook even. Al weet je bijna zeker dat het vergeefs zal zijn.  En, wie schetst mijn verbazing: hij liep bij de deur! En toen ik de deur opende kwam hij vlug naar binnen en begon net zo verheugd als ik om mij heen te draaien. Wij knuffelden elkaar om het hardst.
“s Morgens mij gereed gemaakt teneinde om half tien naar de zd-adventkerk te gaan. Nu met een briefje voor mijn benednebuurvrouw Monique die al een maand één van haar drie katjes mist. Zij leefde het meest met mij mee met de vreselijkste veronderstellingen van dierenbeulen.  Terwijl ik het briefje met een kort praatje overhandigde kwam buurman Ton, van vier deuren verder, met zijn hondje juist aanlopen. Hij riep: Heb je de kat al terug? Ik kwam vannaht om één uur thuis en toen glipte hij langs me heen naar buiten. Hij heeft al die tijd achter mijn wasmachine gezeten!
Ik ga dit geheel toch op mijn website zetten, want volgens het liedje “het zijn de kleine dingen die het doen die het doen….” kunnen anderen die een klein of groot verlies leden misschien net als ik niet meer in een goede afloop geloven, maar wel hopen. En hoop doet leven.