oktober 2012
Sabbatschoollessen
Voor degenen die dat niet kennen: Zevendedags Adventisten en –Baptisten en vele andere Sabbatvierende groepen komen op zaterdagmorgen om tien uur samen om in groepjes een Bijbelstudie te doen. Om elf uur begint de eredienst, waarin een predikant, lekeprediker of ouderling voorgaat.
Af en toe mag ik wat kleine bijdragen leveren aan de dienst die in de Adventkerk Arnhem wordt gehouden. Zo mag ik, als degene die ingeroosterd staat voor het ophalen van de collecte niet aanwezig is, even inspringen. Het is geen moeite en ik krijg zo de gelegenheid om de mensen waar ik langs kom met het collectezakje, en die wat later binnen kwamen, even vriendelijk te begroeten. Ik vond het deze maal zelfs leuk dat ik daardoor tegelijk op verzoek van ouderling Rob Grit het slotgebed na het eerste uur mocht doen. Omdat die morgen het Heilig Avondmaal zou plaatsvinden, stond op het lage podium vóór het hoge podium met de kansel, de gedekte avondmaalstafel opgesteld. Dus moest ik voor het korte gebed met de ouderling op het hoge podium staan en het trapje weer af gaan om de collecte te doen. Omdat er deze dag een Avondsmaalstafel op het lagere podium gedekt stond, moest ik daar met de andere collectant vóór gaan staan om een dankwoord uit te spreken; daarna weer de trap op en met de ouderling het aangekondigde slotlied voor de Sabbatsschool te zingen en het slotgebed van de lesdienst uit te spreken. Zo ongeveer de volgorde. Het was in elk geval een zeldzaam voorkomende reeks handelingen voor mij, en helemaal niet onprettig.
Maar deze bezigheden leken een kleine omlijsting van wat eerder door de twaalf deelnemers in de les was besproken. Het had volgens mij iets te maken met de intussen vaak aangehaalde “éénheid in verscheidenheid” en het “voortschrijdend inzicht” dat in 1995 aan het slot van de Generale Conferentie (65.000 deelnemers in de Jaarbeurshallen te Utrecht) als slotconclusie was uitgesproken. De les ging volgens het lesboekje over “De Grote Strijd”, een belangrijk thema voor Adventisten, waarvoor een oude uitleg van de pionniers van de Adventbeweging van het boek Openbaring en het boek Daniël, uit de kast werd gehaald. De titel doet denken aan het boek van de schrijfster Ellen White, die tot vijftig jaar geleden als profetes met onfeilbare Bijbeluitleg wordt beschouwd en nog door “behoudenden” voor Bijbeluitleg wordt gehanteerd. In Amerika zou hun opvatting veel meer geldend zijn dan in Europa. Het lijkt daar zelfs een vorm van devotie te hebben aangenomen. Zo fluistert men eerbiedig als men het vertrek in het hoofdkantoor betreedt waar een permanente tentoonstelling over haar wordt gehouden.
Ook de genoemde ouderling citeerde haar af en toe als enige goede uitleg. Ik acht, zonder grote verwijten, deze stelling nogal aanvechtbaar, gezien vele andere feiten in de wereldgeschiedenis en de resltaten van onderzoeken die naar het taalgebruik van tweeduizend jaar en langer geleden zijn verricht. Dat het tijd wordt dat Christus weerkomt is vanaf Zijn hemelvaart voor Christenen en dus ook voor mij, een groot verlangen waarop ik leef. Ik heb dus begrip dat wij allen daarom net als de Bijbelschrijvers de neiging hebben om bepaalde wereldgebeurtenissen zo uit te leggen als aankondiging van die wederkomst of dat die binnen enkele jaren zou moeten plaatsvinden. Lees bijvoorbeeld Psalm 33:20-22 eens. We hebben een lied met de woorden: "maar die tijd weet niet één".
Dat ondanks Bijbelse waarschuwingen men toch dat tijdstip meende te kunnen berekenen lijkt me best vergeeflijk. We zijn mensen die fouten kunnen maken. Maar maak er geen voorwaarde voor doop en lidmaatschap van.
Dat ondanks Bijbelse waarschuwingen men toch dat tijdstip meende te kunnen berekenen lijkt me best vergeeflijk. We zijn mensen die fouten kunnen maken. Maar maak er geen voorwaarde voor doop en lidmaatschap van.
Sexualiteit
Bij het bespreken van de wereldtoestand hoorde daar dus onvermijdelijk bij het signaleren van de vreselijke huidige misstanden in de wereld die de beloofde spoedige terugkomst van Christus noodzakelijk maakte. Twee daarvan kwamen vooral weer aan de orde: de homofilie en de media die dat bevorderde door deze zogenaamde grove zonde meer en meer als normaal te bestempelen. Het was immers volgens Paulus in het eerste hoofdstuk van zijn brief aan de Romeinen één van de grootste gruwelen van tegenwoordig. Maar dat was het dus niet alleen in de huidige tijd, maar tweeduizend jaar geleden al in zijn tijd. Natuurlijk werd de nóg vroegere gebeurtenis in Sodom en Somorra als hét spreekwoordelijk grote voorbeeld aangehaald van zonde. De gespreksleider wilde echter niet zo snel een oordeel over homofilie uitspreken. Hij probeerde dat enigszins te relativeren met de woorden: “Je zal er maar mee behept zijn”. Want intussen wordt homofilie als geaardheid, al of niet gepraktiseerd, in Christelijke kringen meer en meer ter discussie gesteld. Het is zelfs zo, dat korte tijd geleden bekend werd gemaakt dat de Anglicaanse kerk door twee onderwerpen volledig in tweeën was verdeeld over “de vrouw in het ambt” en “de acceptatie van sexueel anders geaarden”.
Komt dat de Adventisten bekend voor? Nou, dit zijn ook in de kringen van Sabbatvierende Christenen onderwerpen waarover grote verdeeldheid heerst. Onder andere worden hierdoor volgens Adventpublicaties de Adventbeweging in wel duizend groepen onderscheiden, van ultra orthodox tot extreem liberaal. Onafhankelijke onderzoeken toonden immers aan dat in bepaalde tijden en culturen over bepaalde zaken anders werd gedacht dan in andere tijden en culturen. Na tweeduizend jaar is o.a. de Adventbeweging een “wereldkerk” geworden en bevinden zich de aanhangers dus in honderden andere landen met hun verschillende culturen, die het Christendom min of meer anders anders beleven. Een schrijver-wereldreiziger als de vorige voorzitter van de Adventkerk in Nederland, Reinder Bruinsma, heeft dat vele malen ervaren. Het is niet voor niets dat de slotconclusie op de Genererale Conferentie van 1995 in Utrecht luidde: “Eenheid in verscheidenheid” en “Voortschrijdend inzicht”.
Het is gewoonweg een feit dat, zoals onze zeer geliefde predikant Cees van der Ploeg in de laatste Advent schreef, vijf procent van het volk een andere geaardheid heeft.
De Adventkerk Nederland zou volgens degenen die homofilie als zonde beschouwen direct tweehonderd leden moeten schrappen. En daaronder bevinden zich zeer verdienstelijke, ontwikkelde, beschaafde leden. De Christenheid bevindt zich in deze situatie en de Adventbeweging maakt daarop geen uitzondering. Als de aanhangers zich in die groepjes zouden opsplitsen dan betekende dat het eind van de kerkgemeenschap. En:…. als sexualiteit uitsluitend de bedoeling had om zich voort te planten, dan had elk heterofiel echtpaar wel meer dan honderd kinderen. En: wat dunkt u: onder welk soort partnerschappen komt meer zedeloosheid voor? Lees uw Bijbel eens. David en Salomo hebben de meeste boeken en psalmen over wijsheid en zeden op hun naam staan, en zie hun gedragingen als heterofiele kinderen van God. Je hebt het bij je geboorte ook niet voor het kiezen tussen een korte of lange neus. En ben je door God gestraft of niet gezegend als je een kind met een handicap krijgt?
Sex kan een geweldig prettige belevenis zijn dat een echtpaar dichter tot elkaar brengt. Maar het meest wordt daarbij allerlei middelen aangewend om zwangerschap na het gewenste kindertal te voorkomen.
Sex kan een geweldig prettige belevenis zijn dat een echtpaar dichter tot elkaar brengt. Maar het meest wordt daarbij allerlei middelen aangewend om zwangerschap na het gewenste kindertal te voorkomen.
Zonde, ziekte of…
De medische en psychologische wetenschap heeft vastgesteld dat homofolie geen ziekte of zonde is of iets dat je kunt aanleren. Dat ontwikkelde mensen, zoals in onze gespreksgroep en elders, deze bevinding niet onderkennen, is een teken dat zij zich op dit gebied niet voldoende op de hoogte hebben gesteld en dus achterop zijn geraakt. Dat was voor mij ook nu weer een ervaring die mij voor hen en (een beetje) voor de Adventbeweging deed schamen en me diep teleurstelde. Ik reageerde daarom direct zelfs op de uitspraak “je zult er maar mee behept zijn”. Ik zei dat ik het met dergelijke woorden volstrekt oneens ben.
Als ik zie hoe anders geaarden soms demonstratief uit de kast durven komen, geeft dat mij geen prettig gevoel, maar ik erken dat het voor hen een gevoel van bevrijding is van de eeuwen lang durende discriminatie en onderdrukking, die soms tot hun dood toe leidde, zoals onder Hitler. Het is echter als een stalen veer: hoe verder je die naar beneden drukt hoe harder hij omhoog springt.
Geloof en wetenschap
Ik ben het met sommige leerstellingen van de Adventkerk, vooral betreffende de uitleg van profetie, niet geheel eens en liet mij darom ruim een halve eeuw geleden bij de ZD-Baptisten in Amsterdam dopen waar men de dopeling niet aan zulke interpretaties bindt. Maar ik bezoek in Arnhem graag de Adventkerk omdat er geen ZD-Baptistenkerk is en als nog belangrijker reden dat de Adventgemeente Arnhem door mijn vader in mijn geboortejaar 1925 in Arnhem werd opgericht. Daarom was deze dag voor mij als “bezoeker” bijzonder dat ik mijn inzicht meedeelde, het slotgebed en het gebed na de door mij opgehaalde collecte, pal vóór de Avondmaalstafel, mocht uitspreken. Ik respecteer wél de mensen, maar hoef niet al hun opvattingen te respecteren, Zo hoop ik ook dat ze mij en mijn inzichten beschouwen. Ik zie dat gelukkig meer en meer om mij heen. Het hoeft geen belemmering voor broeder- en zusterliefde te zijn.
Tijdens het slotgebed dat ik dus mocht uitspreken, schoot mij gelukkig te binnen dat niet alleen in de wereld om ons heen de slotfase van de grote strijd tussen goed en kwaad was begonnen, maar vooral in onszelf, waar “die grote strijd” zich afspeelde. Ik kon dat in het gebed inbrengen. Verbeter de wereld, begin bij jezelf, luidt het bekende gezegde. En ik bedacht daarbij dat als wij de verkeerde gedachten en daden van anderen benoemen, we daarmee eigenlijk tegelijk zeggen dat wijzelf op die punten volmaakt zijn. Broeder Hendriks, de schoonvader van predikant Chris Tempel, zei het zo eens: “Als alle mensen waren zoals ik moest zijn, dan hadden we een betere wereld”. En Chris zelf zei: "Het geloof is zoveel waard als waarop je het richt".
Ja, Descartes zei wel: “Ik denk, dus ik besta”. Maar het gaat er niet alleen om dát ik denk, maar vooral om wát ik denk. En heb ik de moed en bereidheid mijn mening bij te stellen door een betere ondervinding. Ik moet zolang ik leef blijven en durven denken om daardoor mijn geloof, hoop en liefde jegens God en mijn naaste voortdurend te verbeteren. Alleen bij Christus komst worden alle problemen van mijzelf en de wereld opgelost.
Piet Schreuder