Donderdag 22 maart 2012 14.00 uur mocht ik een eerste exemplaar van een vernieuwde druk van mijn boekjes nu in één band over de geschiedenis van Buitengoed Presikhaaf, aan wethouder Luuk van Geffen uitreiken. Dat gebeurde in de stadsbibliotheek, nu genoemd Centrumbibliotheek, van Arnhem.
Een half jaar geleden had ik op de gezamenlijke vergadering van Oost en West Presikhaaf medegedeeld dat de delen 1 en 2 die in 1995 en 1996 waren verschenen niet meer voorhanden waren. En niet zozeer dat een schrijver gelezen wil worden, maar dat bewoners en vooral bestuurders van een land, stad of wijk kennis dienden te hebben van de geschiedenis van het stuk grond waarop zij wonen en werken. Premier Mark Rutte zei in een vraaggesprek dat hij “historicus” was en dat hij nog twee uur les gaf aan een hogeschool. Ook oud wethouder Henri Lenferink, nu burgemeester van Leiden, zei mij tijdens een rondwandeling door park Presikhaaf waar ik ijverde voor herstel bos, dat hij “ook” historicus was. Ik voelde mij daardoor een klein beetje ten onrechte vereerd en overschat omdat hij bekend stond als een “bolleboos”. Hij werd later burgemeester van Leiden. Hij gaf net als nu Mark Rutte nog twee maal per week les aan de universiteit van Amsterdam.
Vervolgens lees je dat geschiedenis het grondvak is van alle wetenschappelijke studies. Nu is het geen valse bescheidenheid als ik beweer dat ik die kennis niet bezit. De geschiedenisfeiten die ik in mijn boekjes aanhaalde heb ik met moeite uit het stadsarchief en het Gelders Documentatiecentrum moeten halen. Het grappige was wel, dat ik in dat laatste archief naar meer feiten over Presikhaaf vroeg en dat de archivaris na tien minuten met mijn eigen boekje terug kwam met de mededeling: “Hier staat alles over Presikhaaf in”. Ik zei: “Dat ken ik al. Zie maar, mijn naam staat onder de titel “Presikhaaf, het verhaal van een landgoed”.
AANLOOP
De nasleep van mijn mededeling aan het platform, had meer voeten in aarde dan ik dacht. De platforms worden ondersteund door beroepskrachten van de Stichting Rijnstad, een door de gemeente gesubsidieerde instelling die als tussenstation tussen gemeente en bewonersinitiatieven fungeert. In de wijk Presikhaaf werd die functie bemand door twee dames, Karin Veldman en Lies Vonk. De laatste werd mij toegewezen om in eerste instantie de aanvraag voor het geld bij de platfoms op te stellen en in te dienen. De platforms ontvangen van de gemeente een budget voor activiteiten die het belang van de leefbaarheid van de wijk dienen. Daarover moest in de volgende vergadering worden gestemd. Ik moest tijdens die stemming even de deur uit en in de kantine verblijven. Ik maakte me nergens zorgen over. Als de platforms het er niet voor over hadden, zou het mij eigenlijk een zorg zijn. Misschien dat ik dan bij de gemeente zelf een aanvraag indien. Toen ik in de zaal terug werd geroepen werd zag ik al aan de gezichten en vooral aan Lies die naast me zat, dat het pleit in het voordeel van de uitgave beslist was.