Aan
het gezicht van mijn vrouw kon ik al zien wat voor weer het werd. Mijn tenen
prikkelden en de beursberichten waren bedrukt. De t.v.-weerman begon met: “Het
wordt een sombere dag”. Als de zon gaat schijnen, dan zeggen de mensen: “Het is
benauwd hè. Je moet diep ademhalen om lucht te krijgen.“
We
kunnen er niet omheen: het klimaat verandert. Ik vroeg me af of de eerste wereldoorlog
en andere oorlogen bepaald werden door weersomstandigheden. Duitsers en Fransen
lagen op honderd meter afstand in modderige loopgraven tegenover elkaar op het
sein “aanvallen” te wachten. Het gevolg: honderdduizenden doden. Met Kerst
hadden ze elkaar nog cadeautjes gegeven en tegen elkaar gevoetbald.
Terugziende
op een lang leven, waarvan ik het grootste deel op Plattenburg en Presikhaaf
doorbracht, kan ik niet anders zeggen dan dat ik geluk (Joden zeggen “mazzeltof”)
heb gehad, ondanks perioden van droefheid en langdurige ziekte. Maar geluk
hebben is niet hetzelfde als gelukkig zijn, want dat is fijn omgaan met je naaste
omgeving. Er zijn mensen die persoonlijk of met een commissie dat voor zichzelf
en anderen voor elkaar trachten te krijgen door de huizen, straten en het groen in hun
omgeving zo mooi mogelijk te (laten) maken.
Maar
dat is niet alleen de voorwaarde voor zich gelukkig voelen. Dat soort geluk is
alleen te verkrijgen door anderen, of ze nou aardig zijn of niet, je hulp aan
te bieden in het besef dat ieder mens zijn verborgen problemen heeft. In onze zwakheid
ligt hier de kracht.