donderdag 20 augustus 2015

GELUKKIG


Aan het gezicht van mijn vrouw kon ik al zien wat voor weer het werd. Mijn tenen prikkelden en de beursberichten waren bedrukt. De t.v.-weerman begon met: “Het wordt een sombere dag”. Als de zon gaat schijnen, dan zeggen de mensen: “Het is benauwd hè. Je moet diep ademhalen om lucht te krijgen.“

We kunnen er niet omheen: het klimaat verandert. Ik vroeg me af of de eerste wereldoorlog en andere oorlogen bepaald werden door weersomstandigheden. Duitsers en Fransen lagen op honderd meter afstand in modderige loopgraven tegenover elkaar op het sein “aanvallen” te wachten. Het gevolg: honderdduizenden doden. Met Kerst hadden ze elkaar nog cadeautjes gegeven en tegen elkaar gevoetbald.

Terugziende op een lang leven, waarvan ik het grootste deel op Plattenburg en Presikhaaf doorbracht, kan ik niet anders zeggen dan dat ik geluk (Joden zeggen “mazzeltof”) heb gehad, ondanks perioden van droefheid en langdurige ziekte. Maar geluk hebben is niet hetzelfde als gelukkig zijn, want dat is fijn omgaan met je naaste omgeving. Er zijn mensen die persoonlijk of met een commissie dat voor zichzelf en anderen voor elkaar trachten te krijgen door  de huizen, straten en het groen in hun omgeving zo mooi mogelijk te (laten) maken.

Maar dat is niet alleen de voorwaarde voor zich gelukkig voelen. Dat soort geluk is alleen te verkrijgen door anderen, of ze nou aardig zijn of niet, je hulp aan te bieden in het besef dat ieder mens zijn verborgen problemen heeft. In onze zwakheid ligt hier de kracht.