vrijdag 24 juli 2015

Adventbeweging Arnhem poging geschiedenis


Aan onze God Jahweh volgens het eerste gebod van de tien, de eer. Hij zond ons zijn zoon Jezus om ons te verlossen. Ook Hem de eer. En volgens het 2e gebod wil ik van de duizenden andere goden vandaan blijven. En volgens het 5e gebod zal ik mijn ouders ook eren.

Je zult toch maar de pech hebben in hetzelfde jaar geboren te worden als de Adventgemeente Arnhem ontstond. Dan mag van jou worden verwacht dat je iets van de ontstaansgeschiedenis vertelt. Wat ik vreesde is dus gebeurd. Ik haal allemaal stukjes van wat ik me daarvan herinner door elkaar. Wie dat niet interesseert, mag nu een dutje gaan doen. Ik vind het zelf ook niet bijzonder. Want ze zeggen toch dat je je niets kunt herinneren van wat vóór je 3e jaar gebeurde en je geheugen vervormend werkt. Dat is niet helemaal waar, want ik weet nog goed dat ik mijn ogen dichtperste om zó hard mogelijk te kunnen huilen dat alle gaten in mijn lichaam open sprongen. En dat ik dat heerlijk vond. Mooi is dat: 9 maanden heerlijk zorgeloos in de buik van je moeder rondzwemmen, onder hevige tegenstand eruit geperst worden en dan maar zien aan de kost te komen. Mijn ouders, Kees Schreuder en Geertje van Dalen, hielden er een trauma van over.

Dat was dus de eerste keer dat ik mij volkomen afhankelijk van anderen voelde. Hopen maar dat er genoeg liefde bestond om mij in die toestand te helpen. Die hoop is altijd mijn leefmotief gebleven. Mijn moeder werd vanaf haar elfde dienstmeisje voor het gezin van een generaal buiten dienst in Beek bij Nijmegen. De tuinmansdochter was Adventiste en overtuigde haar. Mijn vader liep toen 2x per week naar mijn moeder tot ze in Arnhem trouwden. De moeder van Henk de Raad had mijn vader gekend voor hij Adventist werd. Ook sprak ik in Nijmegen een zuster uit Den Haag die mijn vader had gekend.

Ook herinner ik mij heel goed dat ik stemmen hoorde, maar er geen woord van verstond. Wat een herrie was dat! Hoe meer ze zeiden wat een lief kereltje ik wel was, hoe harder ik schreeuwde. Ik probeerde er met mijn gebrul bovenuit te komen, wat soms even lukte. Maar ik had er een beroep van gemaakt om zo lang en hard mogelijk te blijven kermen. Ik wist niet eens meer wanneer ik moest ophouden. Op ongeveer mijn 12e lukte dat geloof ik een beetje. Het vergde van pappie en mammie de uiterste verdraagzaamheid. Als ik niet verder wilde wandelen, ging ik op de stoep liggen. Pa en Ma wachtten om de hoek, maar dat vertrouwde ik op de duur niet, zodat ik eindelijk overeind kwam en ging kijken of ze er nog wel waren.

In de huiskamer nam intussen de herrie onbeschrijfelijke vormen aan. Er stapten zomaar allemaal mensen naar binnen om herrie te schoppen. Dat kwam hoofdzakelijk door mijn vader. Voor mijn moeder kwamen alleen buurvrouwen binnen om te vragen hoe zij de kabelsteek moesten doen, want mijn moeder kon uitstekend breien en was uiterst verdraagzaam en geduldig om het uit te leggen. Zij ondersteunde mijn vader volledig hoewel zij hem voortdurend tot kalmte moest manen.

Want hij was zo onverdraagzaam als de ziekte. Alleen met zwakbegaafden en kinderen kon hij lachen. Die alleen nam hij serieus. Hij luisterde ernstig naar hen en sprak met ze als volwaardigen. Na zijn ommetje kwam hij met de wonderlijkste verhalen over hen thuis. Moeder haalde elke week een stapel boeken uit de bibliotheek die door mijn vader in ijltempo werd verslonden. Godsdienst, geschiedenis, politiek, reisverhalen en ik weet niet wat al meer. Pa en ma moesten op hun elfde jaar van school af en schreven nadat ze hun huis verlieten hun vingers blauw, want ze hadden elk, behalve hun ouders, 6 broers en zussen, die van pa in Groningen en van ma in Friesland waar ze vandaan kwamen. Er lagen haast elke dag 5 brieven en briefkaarten op de mat, die allemaal met 3 tot 4 blocnootvellen moesten worden beantwoord.

Ze schreven overal over en vader stuurde zijn mening naar alle kranten en bladen. De Arnhemse Courant vroeg vader de verslagen van de voetbalwedstrijden te maken. Die werden door administrateur Bosch bij hem opgehaald. Helemaal lopend van de hoge Vogelwijk, waar ik werd geboren en mijn eerste 8 jaar woonde. Alles werd lopend gedaan. Mijn vader kon niet eens fietsen. Dat was trouwens  nutteloos, want je kon de stijle Hofflaan en Onder de Linden niet opfietsen en afdalen was levensgevaarlijk.

Met de vader van Piet en Free Voorthuis colporteerde hij met loodzware boekentassen van Nijmegen tot Apeldoorn. Hij wees mij het huis in Beekbergen waar zij logeerden.

Mijn vader was erg kritisch. De herrie in ons huis nam zulke grote vormen aan, dat hij en zijn geestverwanten besloten het gebouwtje van de Ned.Chr.Geh.Onthoudersbond in de West Peterstraat te huren. Want ze waren het over een paar dingen wel eens: ze wilden de verziekte wereld verbeteren. Maar de enige hoop was, dat God Jahweh bestond en zij beseften het niet zonder Jezus te kunnen. De 10 geboden, waaronder het 4e waren de richtlijnen en dat God door Christus genade bood bij onze vele overtredingen. Verder geen geloofsartikelen.

In Groningen was pa atheïst omdat alle kerken volgens hem alle schuld droegen aan die ellende op aarde. Die wilden niks van de 10 geboden weten en steunden de rijken in plaats van de armen. Hij was het daarom gloeiend eens met Domela Nieuwenhuis, de dominee/vrijdenker die de grondslag legde voor het socialisme in Nederland. Door al dat gepraat van vader werd hij door allerlei verenigingen tot voorzitter of secretaris benoemd, tot aan de voetbalclub en buurtvereniging toe. Zo was hij als anarcho-syndicalist voorzitter van de Moderne Vakbond, want hij was volgens zeggen de beste kleermaker van de stad, een perfectionist, die steeds gestrest op de toppen van zijn kunnen werkte, met de benen gekruist op de kleermakerstafel thuis voor Maatkledij Van Dijk en Witte, hoek Kortestraat-Rijnstraat. Ons gezin werd o.a. lid van Kerk en Vrede en de Esperantobeweging. Wij kregen mensen uit wel 15 landen over de vloer.

Hij was een felle, daadwerkelijke antifascist die door de Nederlandse aanhangers van Hitler vaak met de dood bedreigd werd. Ze schreeuwden in de straat tot aan ons huis mijn vader uit. Ze deden hun blad De Bezem in de bus, waarin stond dat mijn vader de eerste was die eraan gng als Hitler hier kwam. Als er in Duitland door de nazi’s razzia’s werden gehouden, verborgen wij Heinz Melchers, de grote vakbondsleider van het Ruhrgebied. Hij ging van het ene gezin naar het andere van onze familie, dus van Arnhem naar Bolsward, Assen en Groningen. Vader sprak voor volle zalen en huurde daarvoor zelfs Musis Sacrum af, dat vol liep. De uitvinder van Esperanto was een jood. Kan je nagaan.

Pa was in Groningen al atheïst, tot hij en zijn zuster Joh van Duinen niet meer tegen de argumenten van de Adventisten, die aan de deur kwamen, opkon. Haar man, ome Coos, was aardig, maar aan de drank. De kinderen, Dina, Eiko, Piet en Coos werden bekende Adventisten. Eiko zat bij mij in het d.w.-kamp waar spastische Coos mij vaak bezocht Een neef van moeders kant kwam ook in het werkkamp. Er zaten nog 15 Adventisten en ZDBaptisten. Coos trouwde later met Rohdé Grit, de zus van Rob. Gerda en ik, Wim en Minie  Eikelenboom en Henk Koning, die de diensten leidde, en zijn vrouw waren bij de trouwdienst aanwezig, evenals bij de begrafenis later van Coos.

Ik schreef in het blad van de JVO (Jeugdbond Voor Onthouding, 7000 jongeren) zodat velen van hen ook in het werkkamp kwamen, waar ik in het d.w.blad schreef tot schrik van de regering. De Groene Amsterdammer vroeg mij om bijdragen. Door mijn publicaties werden we verplaatst als onderwijzer in Drenthe en l.l.verpleger in de psych.staatsinrichting Woensel.

Terug naar het begin van Advent Arnhem. Daar kwamen de families De Haan met hun zoon Klaas en Sieb en hun zuster, en Nijhoff, Bresser, Derksen, Zweers, Munk, Borninkhof, Zandstra, Krispijn, Haisma, vd Woerd, v.Sonsbeek, v.Deurzen (vader van Huub) en Hendriks (de ouders van Rinie) en nog tien anderen in de gemeenschap. Vader kwam vanuit Groningen in een kosthuis in de Verschuurswijk. Daar zat vd Woerd, ex apotheker uit Borne ook in. Vader overtuigde hem. Cor van der Woerd werd in Oosterbeek een gewaardeerde etser en schilder. Ik hielp hem met de etspers. Ook Van Sonsbeek schilderde. Zijn schilderijtjes hingen bij alle Sabbatvierende aan de muur. Vraag het Rinie. De vader van Jan Kerssen kwam af en toe helpen. Hij reisde niet op Sabbat, zodat mijn zusje en ik op een matras op de grond moesten slapen.

Ieder van die families vertelde over de komst van Gods Rijk weer aan 10 anderen. In de oorlogstijd kwam een Duitse soldaat de samenkomsten bezoeken. Hij was Adventist. Uit het Adventziekenhuis in Batavia kwamen de directrice Zr.van Engelen en een verpleegster bij ons. Zij beheerden de Lighallen op de Jacobiberg, een paar minuten van ons huis bij de Thomas à Kempislaan, en gingen in het huis ernaast wonen. Lighallen waren open barakken, waar TBC-lijders na hun werk kuurden. Ik werd later elf maanden lang zo één. Het huis op de Jcobiberg staat er nog. Ze hadden gezien dat de voorspellingen niet klopten. Advent had zelf geschiedenis verzonnen om het kloppend te maken met de Bijbelse. Anderen van de beginperiode zagen dat ook en vertrokken. In Amerika ook. Na elf jaar pas hoorde men hier dat een religieuze schrijfster als een tweede Jezus werd geëerd. Die had van een 7e Dags Baptiste gehoord van de Sabbat. Daar hadden de eerste Adventisten geen weet van, en gingen toen ook Sabbat vieren, wat wij hier allang deden. Weer liep de helft weg, inclusief voorzitters en predikanten, die ik wel later als Sabbatvierders terug zag.

Elke kerk in de wereld maakte zulke processen door, dus hoeven we ons er niet zo erg om te schamen. Kinderziekten bij zoeken naar waarheid.

En wij zijn niet de enigen die Gods Rijk verwachten. Eigenlijk zijn alle Christenen Adventisten, maar onder andere namen met elk een stel andere beginselen erbij.

De beste predikant die Nederland ooit had, Jan Eelsing, voorzitter van Nederland, die iedereen tot tranens toe ontroerde, hield lezingen in De Remonstrantse kerk hier tegenover. Sommigen gingen na afloop met vader mee om te horen of hij het met alles wat gezegd werd eens was. Bresser was de eerste die zei dat sommige uitleggingen niet volgens de geschiedenisfeiten klopten. Toen hij vertrok kwam een politieagent uit Utrecht hier in de Tuinstraat lezingen houden. Hij had net als Voorthuis een sonore stem die veel mensen trok. Met nog 10 anderen vormden zij een aparte gemeenschap. De Sonsbeekgroep en de Familie Nijhof vormde hier het Zendingsgenootschap der ZDA. Zo waren er nog twee andere afscheidingen, o.a. de Reformatie van Ringelberg, die mekaar toch niet geheel ontliepen. Als de familie Zweers eten tekort kwam, bracht Zuster Nijhoff vanaf de Heselbergherweg naar Plattenburg op een sleetje in de winter een pan erwtensoep. In 1930 kwam de crisis. Je moest een persoonskaart hebben met de stempel van de Ned.duits Hervormde kerk en dan kon je hier in de Parkstraat 10 gulden krijgen. Daar moest 2,40 gulden vanaf voor de huur. Eens zaten we om de tafel te huilen voor de lege borden. Opeens klonk uit het kastje van de radiodistributie aan de muur de Internationale. Vader stond met een ruk op en begon meezingend om de tafel te lopen. Mijn moeder haar handen op zijn schouders; daarachter zus Corrie en daar weer achter ik. We zongen het hele lied uit en gingen weer zitten. We hebben nog nooit zo gelachen als toen. Mijn vader liep in zijn zelfgemaakte pak niet: hij marcheerde stram rechtop. Elke Sabbatmiddag om het Openluchtmuseum en terug. Op zondag het hele gezin met mij in de wandelwagen door de Betuwe of over de Posbank. Corrie zei: Pappie is zo deftig als een rijtuig.

Kort na de oorlog kocht Willem Brinkman namens de ZDA Nederland dit gebouw in de Parkstraat. In het vorige zaaltje kwamen daarna de Mormonen. Ik sprak op een begrafenis de buren, die zich herinnerden dat zij “Veilig in Jezus’ armen” zongen. Nu is het een biljartzaal, maar op de gevel lees je onder plamuur nog de naam van de geh.onthoudersbond. Op het wereldcongres 1995 in Utrecht kwam men eindelijk tot de erkenning dat er voortschrijdend inzicht bestond. Niet je pioniers nakauwen, maar zelf nadenken en waar nodig van mening durven veranderen. Profeet betekent namens God spreken, maar mensen die zich daaraan met rekenarijen waagden zorgden voor teleurstelingen die weer goed gepraat moesten worden. Het waren complottheorieën. Een profeet, geliefde en geweldige spreker of schrijver mag je niet als God vereren. Je moet met Gods hulp zelf tot het juiste geloof zien te komen, anders heeft het geen waarde. Strijd om in te gaan, staat er. Opziend naar de eindeloze ruimte en tijd is het ogenblik van de terugkomst van Christus slechts een knipperen van de ogen. Hij komt met Gods nieuwe koninkrijk zeer spoedig. Dat is mijn hoop, geloof en liefde. Van atheïst zonder toekomst tot Adventist met toekomst. Halleluja!