woensdag 16 september 2015

STOFJE



S T O F J E

Piet Schreuder

 

Daar gaat mijn theorie dat “geest” onstoffelijk is. Komt me daar die neuropsycholoog Scherder aan met de bewering dat de hersenen uit vele kamertjes bestaat en elk kamertje een zwak tot sterk “stofje” heeft, per persoon verschillend, dat ons voelen, denken en doen stuurt. Hij brengt het echter zo dat je de indruk krijgt dat elk stofje “weet” wanneer hij bij die drie facetten van de ene naar de andere kamer moet gaan om samen tot een besluit te komen. Daarvandaan dat wij allemaal ezelsbruggetjes gebruiken om iets in ons onmisbare geheugen terug te brengen.

Ik had er al moeite genoeg mee om het enkelvoud van het woord hersenen te vinden. Het was voor mij alleen te vinden in de woorden hersenschudding, hersenschim en meer aan andere woorden toegevoegde verwijzingen naar onze bovenkamer. Want het woord “hersen” kennen we niet en “hersens” is meer een begrip van gezond verstand. Niettemin drijft nieuwsgierigheid de mens tot ontdekken. Als die er niet was geweest had je geen koelkast. In onze Arnhemse volkswijk ging bij het gebruiken daarvan de mop te ronde: “Asje het lich in de keuke uut doet war blief het lich dan? Kiek mar es in de koelkas”.

Scherder is een vrolijke neuroloog, aangetrokken door de rubriekmakers van het meest bekeken en beluisterde praatprogramma De Wereld Draait Door", dat op een vrolijke manier wat wetenschap en cultuur op het dragelijke 19.00 uur aan de man brengt, in tegenstelling tot Pauw en Humberto Tan en Buitenhof, die respectievelijk om 23.00, 22.30 en op zondag 12.00 uur aanvangen en je bioritme verstoren. Google Prof. Erik Scherder alsmede zijn illustere voorganger Prof. Robbert Dijkgraaf die natuurkunde populair presenteerde, en je zult op het scherm van je computer beide heren vrolijk aan het werk zien en horen.

Natuurkunde is de moeder van alle wetenschappen, zo werd verkondigd. Er is een onderscheid tussen theoretische en praktische natuurkunde, dat aangetoond werd door de oude heren Copernicus en Galilei. Zover ik als leek kon begrijpen geeft theoretische wetenschap via wiskundige formules een “onwrikbaar” bewijs van bijvoorbeeld de zwaartekracht. Een zwaar voorwerp zou sneller op aarde vallen dan een licht voorwerp. Galilei hield een zwaar en licht voorwerp op gelijke hoogte en liet ze gelijk vallen, en zie: ze kwamen tegelijk neer op aarde.

Zo zou de theorie het begin en het einde van de aarde en het heelal te berekenen kunnen zijn en verklaren waarom steden steeds verder uit elkaar gaan liggen.

Met steden zal bedoeld worden de kernen daarvan, want door uitbreiding gaan ze steeds meer naar elkaar groeien. Maar toen ik in 1947 van het werkkamp bij Hoogeveen naar Arnhem en terug fietste merkte ik daar natuurlijk niets van. Het enige leuke daarvan was dat de jongens die uit de zijstraten van dorpjes waar ik doorheen raasde, mij vergeefs trachtten in te halen. Dat kwam, omdat ik de sokken erin had en op de duur getraind was.

De prof toonde het wel aan met een ballon met stippen erop die hij opblies, en o wonder, de punten gingen verder van elkaar liggen…. Ziedaar mijn bedenkingen tegen theoretische natuurkunde waarmee Einstein en Hawking tot de grootste geleerden op aarde werden genoemd. Gelukkig was Einstein ook filosoof, want hij zei dat hij nu zoveel wist dat hij niets wist en dat elk mens bij zijn sterven slechts tien procent van zijn denkvermogen gebruikt had.

Hij zei zelfs dat het moeilijker is een vooroordeel weg te nemen dan een atoom te splitsen. Enige wijsheid kan je hem dus niet ontzeggen. Ook het gegeven dat een gezonde geest in een gezond lichaam huist, blijkt bij het zien van Hawking onjuist. Zijn lichaam is zozeer verlamd dat hij met een mechanisch middel zijn toehoorders kan toespreken. Niettemin zijn de zalen waarin hij voor studenten gaat spreken, over heel de wereld al jaren tevoren uitverkocht.

Terug komende op die stofjes in onze hersenen: denken die werkelijk zelf of zijn ze gestuurd en zo ja, door wie of wat? Voor de evolutietheorie als het Bijbels scheppingsverhaal geldt hetzelfde: wat was er vóór die tijd en dáárvoor? Voor de gelovige Christen die dus tot de grootste godsdienst in de wereld behoort, valt die vraag nog moeilijker te beantwoorden. De meeste Christelijke geloofsgroepen hebben in hun belijdenis prominent als eerste punt de Goddelijke Drie personen is één God, waarbij de onstoffelijke Heilige Geest als Persoon wordt gerekend, terwijl vele malen in de Bijbel juist wordt gezegd dat de mens is geschapen naar het evenbeeld van God, dus bestaat de persoon God ook uit een lichaam en geest.

Rest ons als levensbeschouwing met een perspectief, dat God alleen de planeet aarde met een bepaald doel voor de mens bewoonbaar maakte. En niet de hemel als heelal, universum, want waar zou Hij vóór en tijdens die schepping zijn verblijf gehad moeten hebben? Let wel dat volgens het scheppingsverhaal het op aarde pikdonker was en dat er eerst een hemelkoepel moest komen alvorens men een beperkt aantal hemellichamen zou kunnen zien.

God moest voor mensen van alle tijden mensentaal gebruiken, dus voor hen verstaanbaar met symbolen en gelijkenissen. Daarom is elke voordracht, preek en artikeltje als dit uitlegkunde met een randje.